Basiskennis Chemie 3de en 4de jaar

4.1 OVERZICHT VAN DE MATERIE

  • Materie is de verzamelnaam voor alle stoffen.
  • Mengsels: Combinatie van twee of meer stoffen.
    • Heterogene mengsels: Componenten zijn zichtbaar (bijv. grof mengsel, suspensie).
    • Homogene mengsels: Componenten zijn niet zichtbaar (bijv. oplossingen, leggingen).

4.2 MENGSELS

Heterogene mengsels

  • Componenten zijn onderscheiden:
    • Grof mengsel: Twee of meer vaste stoffen.
    • Suspensie: Vaste stof in vloeistof; bezinksel bij stilstand.
    • Emulsie: Vloeistof in vloeistof, gebruik van emulgatoren om ontmengen te voorkomen.
    • Schuim: Gas in vloeistof.
    • Rook: Vaste stof in gas.
    • Nevel: Vloeistof in gas.

Homogene mengsels

  • Componenten zijn niet zichtbaar:
    • Legeringen: Mengsels van metalen.
    • Oplossingen: Oplosmiddel (vloeistof) en opgeloste stoffen.

4.3 SCHEIDINGSTECHNIEKEN

  • Methoden om mengsels te scheiden op basis van stofeigenschappen:
    • Sorteren en zeven: Op basis van deeltjesgrootte.
    • Filtreren: Vaste deeltjes blijven op filter, vloeistof gaat erdoorheen (filtraat).
    • Decanteren: Voor suspensies; afscheiding op basis van dichtheid.
    • Centrifugeren: Versterkt scheiding met zwaartekracht.
    • Indampen: Scheiding op basis van kookpunten.
    • Destilleren: Behoud van beide componenten.
    • Extraheren/Adsorberen: Op basis van oplosbaarheid aan oppervlakte.
    • Chromatografie: Scheiding op basis van adsorptie en oplosbaarheid.

4.4 ZUIVERE STOFFEN

  • Een zuivere stof heeft constante eigenschappen (smelt- en kookpunt):
    • Enkelvoudige stoffen: Bevat één soort atomen.
    • Samengestelde stoffen: Meerdere atoomsoorten, kunnen verder ontleed worden.

4.5 SOORTEN VERBINDINGEN

4.5.1 Koolstofverbindingen of organische stoffen

  • Alkanen: Alleen C- en H-atomen met enkelvoudige bindingen.
    • Voorbeelden: Methaan: CH4, Ethaan: C2H6, Propaan: C3H_8.
  • Alcoholen (alkanolen): Bevatten OH-groep (hydroxylgroep), bijv. Methanol: CH_3OH.
  • Alkaanzuren (carbonzuren): Bevatten COOH-groep (carboxylgroep), bijv. Methaanzuur: HCOOH.

4.5.2 Minerale verbindingen of anorganische stoffen

  • Oxiden: Verbindingen met zuurstof (bijvoorbeeld MO).
  • Hydroxiden: Binaire verbindingen met OH-groep.
  • Zuren: Verbindingen met H- en zuurrest.
  • Zouten: Bestaan uit verschillende ionen en reageren met water.

4.6 SOORTEN BINDINGEN

  • Ionbinding: Tussen metalen en niet-metalen.
  • Atoombinding: Tussen niet-metalen.
  • Metaalbinding: Vrije elektronen in metalen.

4.7 ELEKTRONEGATIEVE WAARDE

  • Aanduiding van de neiging van atomen om elektronen aan te trekken.
  • ENW is een getal tussen 0,7 en 4; Fluor heeft de hoogste ENW (4.0).
  • Sterke aantrekkingskracht = hoge ENW, zwakke aantrekkingskracht = lage ENW.