College Renaissance

Inleiding tot de Renaissance

  • Goedemorgen, we beginnen vandaag met het eerste college van deel 2 over verschillende stijlen.

  • De stijlen die aan bod komen zijn: Renaissance, Manjerisme, Barok, Classicisme, Rococo en een beetje Neoclassicisme (als overgang naar architectuurgeschiedenis 2).

  • De Renaissance begint rond 1420 (15e eeuw). Stijlen bestaan naast elkaar.

  • De term 'Renaissance' is Frans en betekent 'wedergeboorte', bedacht in de 19e eeuw, gebaseerd op de Italiaanse term 'renacha'.

  • Italiaanse humanisten gebruikten de term 'Rinascimento dell'Antichità' (wedergeboorte van de oudheid). Georgio Vasari schreef over kunstenaars als Jotto en Chimabue, die de antieke kunst benaderden of overtroffen.

  • Belangrijke ontwikkeling in de schilderkunst: toenemend naturalisme en introductie van perspectief.

Renaissance als Terugkeer naar de Antieke Oudheid

  • Petrarca bekritiseerde de kunst van zijn tijd (eind 14e eeuw) en wilde terug naar de kunst en architectuur van de oudheid.

  • Italië verloor macht na de barbaarse invallen, wat leidde tot culturele teloorgang. Petrarca wilde de 'donkere middeleeuwen' achter zich laten.

  • In de 11e en 12e eeuw was er al sprake van een proto-renaissance in Italië, waarbij antieke vormen werden verwerkt in de kunst.

  • In de 14e eeuw wilden de Italianen de bloeiperiode van de antieke oudheid herleven en een nieuwe oudheid creëren.

  • De Renaissance voedt zich met het humanistische klimaat, waarbij antieke werken opnieuw werden gelezen zonder christelijke interpretatie.

  • Humanisten vonden dat de mens en zijn prestaties belangrijk zijn, los van een goddelijk plan. De mens krijgt meer individualiteit en agency.

  • Men zag de wereld als indeelbaar volgens wiskundige principes en herkende patronen. God schiep de wereld rationeel, en die rationaliteit is herkenbaar.

  • De mens is geschapen volgens bepaalde proporties die goddelijk zijn en terug te vinden in de architectuur.

Verwetenschappelijking en Emancipatie van de Kunstenaar

  • De mens krijgt meer mogelijkheden en kan de goddelijke creatie benaderen door middel van kunst. Er komt vertrouwen in de intellectuele capaciteiten van de mens.

  • Er komt een verwetenschappelijking van de cultuur.

  • In de schilderkunst is er een toenemend naturalisme te zien.

  • Er is een theoretrisering van kunst: geschriften over kunst en architectuur (o.a. Vitruvius). Architectuur wordt een intellectuele bezigheid.

  • Emancipatie van de kunstenaar: Vasari's 'Leviten' (1550) beschrijft de beste kunstenaars van zijn tijd.

  • Schilderkunst, beeldhouwkunst en architectuur worden de drie belangrijkste kunstvormen.

  • Architectuur wordt een intellectuele praktijk en het is acceptabel om het te bestuderen.

  • Humanisten en machthebbers houden zich bezig met architectuur, wat hen aanzien geeft.

  • Kunstenaars en architecten treden op de voorgrond: de Sint Pieter wordt bijvoorbeeld besproken als het werk van Bramante.

Opdrachtgevers en Macht

  • In de Middeleeuwen waren vooral de kerk en vorsten opdrachtgevers; in de Renaissance zijn het ook handelaren en privépersonen. Opdrachten voor architectuur zijn een manier om aanzien te tonen.

  • Machthebbers laten zich omringen door de beste kunstenaars om hun belangrijkheid te laten zien. Cosimo de Medici liet zich afbeelden met zijn architecten, ingenieurs en beeldhouwers.

  • Vitruvius schreef rond 25 v.Chr. het enige architectuurtraktaat dat uit de oudheid is overgeleverd. Dit werd in de vroege 15e eeuw herontdekt door een Florentijnse humanist.

  • Het traktaat van Vitruvius is incompleet en heeft geen afbeeldingen. De eerste gepubliceerde editie met illustraties is van 1511, door Fragikondo.

  • Architecten moesten afbeeldingen creëren die bij de tekst hoorden, terwijl ze de tekst niet volledig begrepen.

Principes van Vitruvius

  • Volgens Vitruvius zijn de ideale proporties voor architectuur terug te vinden in het menselijk lichaam, passend bij het humanistische denken. Architectuur moet de perfecte proporties van de mens volgen om zo de goddelijke creatie te eren.

  • (Lengte vingertoppen tot vingertoppen=lengte kruin tot voeten)(\,\text{Lengte vingertoppen tot vingertoppen} = \text{lengte kruin tot voeten})

  • Vierkant en cirkel zijn de beginvormen. Elk onderdeel van architectuur volgt de proporties van de mens.

  • Vitruvius' drie basisprincipes voor architectuur: Firmitas (stevigheid), Utilitas (doelmatigheid) en Venustas (schoonheid). Architectuur moet deze drie functies verenigen.

  • Frances Georgio stelt dat balans tussen verticale en horizontale elementen essentieel is. Alles is gebaseerd op getallen, geometrie en proporties.

  • Harmonie is belangrijk: "Schoonheid is de beredeneerde harmonie van alle delen binnen een geheel, zodat er niets kan worden toegevoegd, weggenomen of veranderd zonder dat het verslechterd."

Vitruvius en Romeinse Ruïnes:

  • Vitruvius' traktaat is moeilijk te begrijpen. Architecten toetsen het aan ruïnes in Rome, maar deze dateren van later dan Vitruvius' tijd.

  • Architecten combineren Vitruvius' begrippen met hun eigen interpretaties, wat leidt tot discussies en verschillende publicaties.

  • Rome wordt een belangrijke plek voor architecten en kunstenaars om de ruïnes te bestuderen.

  • Maarten van Heemskerk maakte tekeningen van ruïnes en eigentijdse architectuur in Rome.

Basisprincipes Romeinse Architectuur

  • Architectuur van staanders (zuilen met kapitelen) en liggers (architraaf, fries en kroonlijst = hoofdgestel).

  • Rondbogen in plaats van spitsbogen.

  • Gewelven (vaak tongewelven) en koepels.

  • Bekende voorbeelden: Colosseum en Pantheon.

  • Tempelfront: driehoekig fronton op zuilen (religieuze architectuur).

Termen Tempel Architectuur

  • Treden: Opstand

  • Zuilen: Zuilen met hoofdgestel

    • Schacht: Grote gedeelte van de zuil

    • Kapiteel: Bovenkant van de zuil

  • Hoofdgestel

    • Architraf: Platte balk boven de zuilen

    • Fries: Gedeelte met versieringen

    • Timpaan: Driehoekig vlak binnen het fronton

    • Fronton: Driehoekige bekroning

    • Trigliefen: Stukjes binnen het fries met streepjes

    • Metopen: Stukjes binnen het fries zonder streepjes

Bouworders

  • Renaissance-denkers dachten dat er een systeem bestond in de architectuur van de klassieke oudheid, uitgedrukt in bouworders met specifieke proporties.

  • Vitruvius beschreef 3 tempelgenres (niet zuilenorders): Dolisch (mannelijk), Ionisch (vrouwelijk) en Korintisch (jong meisje).

  • Renaissance-architecten vertaalden dit naar zuilenorders met eigen proporties en functies.

  • Later kwamen er de Toscaanse en composieten (Italiaanse) orde bij.

  • Het idee van zuilenorders met eigen elementen en proporties is een Renaissance-idee, niet Romeins.

Zuilenorders (Kapitelen)

  • Toscaans

  • Dorisch

  • Ionisch

  • Korintisch

  • Composiet

Systematisering van de Bouworders

  • Sebastiano Serlio systematiseerde de bouworders in 1537 in zijn boek "Regole generali". Hij schreef voor hoe elke orde eruit moest zien en waarvoor deze gebruikt mocht worden.

  • De proporties van de zuilen werden vastgesteld, bijvoorbeeld de Toscaanse orde met een proportie van 1 op 6.

Brunelleschi en de Renaissance in Florence

  • De Renaissance begint in Florence (Virrenzen) in de 15e eeuw, dat bestond uit verschillende stadstaten.

  • De Medici-familie, bankiers, werd de machthebber van Florence.

Proto-Renaissance

  • De San Miniato al Monte (11e eeuw) in Florence is een voorbeeld van het gebruik van klassieke vormen in Italië.

  • Kenmerken: geometrische vormen, rondbogen, herhaling van elementen, ornamenten uit de klassieke oudheid.

Brunelleschi's Bijdragen

  • Brunelleschi kreeg de opdracht om het Ospedale degli Innocenti (vondelingenhospitaal) te bouwen.

  • Het gebouw gebruikt klassieke vormen: zuilen met rondbogen (arcade), architraaf, pilasters met frontons.

Proporties in het Hospitaal

  • De hoogte van elke cel in de arcade is gelijk aan de breedte tussen de zuilen (vierkant).

  • De hoogte van de zuil bepaalt de diepte tot de muur erachter (kubus).

  • De hoogte van de zuil tot de bovenkant van de arcade is de helft van de zuil en bepaalt de hoogte van de ramen en de tweede verdieping.

  • Brunelleschi's ontwerp kenmerkt zich door het denken in proporties en wiskundige modules.

Brunelleschi's Koepel voor de Dom van Florence

  • De kerk had een overspanning van 42 meter nodig voor de koepel, wat nog niet eerder was gedaan.

  • Er werd een prijsvraag uitgeschreven, met de eis dat er geen stellingen in de kerk mochten worden geplaatst tijdens de bouw.

  • Brunelleschi nam de uitdaging aan, geïnspireerd door het Pantheon.

  • Hij werkte met een dubbele schaal (twee schalen waarvan de buitenste iets zwaarder is dan de buitenste maar daardoor de dragende massa in totaal minder is) en concentrische kettingen om de spatkracht tegen te gaan.

  • De koepel werd spits gemaakt en er werd een visgraatmotief gebruikt om instorting te voorkomen.

San Lorenzo

  • San Lorenzo: beperkte ruimte, materiaal en decoratie ingetogen, klassieke vormen (zuilen, pilasters, rondbogen), balans tussen horizontaal en verticaal.

  • Grondplan: gebaseerd op vierkanten, herhaling van vormen, sacristie heeft dezelfde grootte.

Sacristia Vecia

  • Sacristia Vecia: zuilen met fronton, kapitelen, pilasters, horizontaal element, rondbogen. Doorsnede: rechthoek, halve cirkel, koepel. Evenwichtige uitstraling.

Santa Spirito

  • Santa Spirito: vrij perceel, basisvormen (vierkant, cirkel), vierkant in de kruising, schip 6 vierkanten lang, transseptarm 3 vierkanten lang, zijbeuken een vierde van het vierkant, lichtbeuk even hoog als de arcade.

Alberti

  • Alberti schreef een verhandeling over architectuur, een interpretatie van Vitruvius, waarin hij eigentijdse termen gebruikte.

  • Hij voegde een vierde term toe aan Vitruvius' principes: consinitas (perfecte samenhang en harmonie tussen alle onderdelen). Het gebouw moet de toeschouwer ontroeren.

  • Hij ontwierp, maar bouwde zelf niet.

Palazzo Rucellai

  • Palazzo Rucellai: gevel ontworpen door Alberti, combineert 8 huizen tot één geheel. Superpositie (zuilen op elkaar geplaatst), geïnspireerd op het Colosseum.

San Francesco in Rimini

  • San Francesco in Rimini: Alberti moest een nieuwe façade ontwerpen voor een bestaande kerk, die een gedenkplek zou worden.

  • Hij gebruikte het principe van de triomfboog en het tempelfront om de middenbeuk en zijbeuken te integreren.

Santa Maria Novella

  • Santa Maria Novella: Alberti liet zich inspireren door de proto-renaissance (San Miniato al Monte, Baptisterium van Florence) en gebruikte blauw-wit als antieke kleurstelling.

  • Hij combineerde een vierkant met een tempelfront en voegde decoratieve elementen toe om een geheel te creëren.

San Andrea in Mantua

  • San Andrea in Mantua: Alberti ontwierp een façade en een nieuwe kerk, rekening houdend met de bestaande klokkentoren.

  • Hij combineerde de triomfboog met een klassieke tempel én een vreemde uitstulping.

  • Kolossale orde: zuilen die over meerdere verdiepingen lopen.

  • Plattegrond: vierkanten en cirkels in structurele herhaling. Architectuur die als een reeks getallen is opgebouwd.

  • Interieur: groot tongewelf (geïnspireerd op de Basilica van Constantijn en Maxentius) en zijkapellen. Gebruik van pilasters en rondbogen.