College 5: Rayon en late gotiek in Europa

Samenvatting Vorige College

  • Gotiek in Iel de France:
    • Constructieve ontwikkeling: Skeletbouw, kruisribgewelf, spitsboog, luchtboog voor ondersteuning.
    • Esthetiek: Verticaliteit, verhullen van muurwerk, dunne pijlers, veel glas.
    • Symbolische verwijzing: God als licht, door gebruik van glas.
  • Begin: Verbouwing koor Abdijkerk van Saint Denis (1140-1144).
  • Wedloop: Kathedralen steeds hoger gebouwd, grotere ramen, eindpunt kathedraal van Bovins (stort in).

Rayonante Gotiek (vanaf 1230)

  • Doel: Meer nadruk op verticaliteit en ijdelheid van constructie, niet zozeer hoger bouwen.
  • Kenmerken: Meer glas, meer verticaliteit.
  • Voorbeelden: Abdijkerk van Saint Denis, Saint-Chapelle.
  • Latere ontwikkeling (vanaf 1340): Flamboyante stijl, meer nadruk op decoratie.

Verspreiding van de Gotiek

  • Eerst kopieën van hooggotiek uit Iel de France in Duitsland en Engeland.
  • Daarna ontwikkeling van nationale vormen, vooral in Engeland en Duitsland.
  • Gotiek ook in Spanje en Italië, maar minder dominant.
  • Belangrijk: Geen duidelijk beginpunt van een bouwstijl, heeft altijd een voorgeschiedenis.

Notre Dame in Amiens

  • Voorbeeld van hooggotiek, maar ook al elementen van de Rayonstijl.
  • Kenmerken Rayonstijl:
    • Minder hoog bouwen, meer lichtinval.
    • Verticaliteit benadrukken door decoratieve elementen.
    • Bundelpijlers en stijlen lopen door naar boven, verbinden elementen van de opstand.
    • Triforium wordt begaasd (lichtinval), visuele verbinding met lichtbeuk.

Hofstijl

  • Rayonstijl ook wel gezien als Hofstijl, door betrokkenheid Franse koning Lodewijk de Negende.
  • Lodewijk de Negende: Vroom katholiek, kruistochten, inzet voor religieus erfgoed in Parijs.
  • Opdrachten: Herbouw kathedralen, oprichting Saint-Chapelle.

Abdijkerk Saint-Denis

  • Mausoleum van Franse koningen.
  • Aanpassing vanaf 1234 in Rayonstijl.
  • Kenmerken: Bundelpijlers, colonettes, begaasd triforium.
  • Transept: Grote roosvensters aan uiteinden.

Kathedraal Saint-Pierre in Troyes

  • Verbouwd rond dezelfde tijd als Saint-Denis.
  • Kenmerken: Bundelpijlers, begaasd triforium, lichtbeuk.
  • Effect: Meer licht, ijlere constructie, meer verticaliteit.

Saint-Chapelle

  • Gebouwd door Lodewijk de Negende voor relikwieën (fragment Heilig Kruis, doornenkroon Christus).
  • Plaats: Bij Palet de la Cité in Parijs (machtscentrum Franse koning).
  • Overeenkomsten met Paltskapel van Karel de Grote: Kapel, lange gang, ontvangstzaal.
  • Twee verdiepingen:
    • Onderste verdieping: Entourage van de koning.
    • Bovenste verdieping: Koning en belangrijkste hovelingen.
  • Bovenste kapel: Alles omgeven door glas, extreem overweldigend, geen geleding meer.
  • Bundelpijlers: Lijken licht, verstevigd door ijzeren riemen in gewelven en pijlers.
  • Groot roosvenster aan oostzijde.
  • Tronen voor koning en koningin.
  • Architectuur: Vorm van een reliekschrijn.

Maria Kapel in Saint-Germay

  • Gebouwd rond 1260.
  • Vereenvoudigde versie van Saint-Chapelle, geen geleding meer, grote lichtbeuk.

Kathedraal van Cés

  • Gebouwd rond 1270, buiten gebied Iel de France.
  • Kenmerken: Begaasd triforium, bundelpijlers, verticale lijnen, decoratie.
  • Nieuw element: Wimbergen (driehoekjes) boven arcades in interieur, overgenomen van Amiens.

Carcassonne

  • Vernieuwing koor en dwarsschip van oude Romaanse kerk.
  • Contrast tussen Romaans (dikke zuilen, gordelbogen, tongewelf) en gotisch (verticaliteit, grote ramen, bundelpijlers, kruisribgewelven).

Kathedraal van Clermont-Ferrand

  • Begonnen in 1248, vernieuwing deel van de kerk.
  • Kenmerken: Ambulatorium met straalkapellen (allemaal begaasd), vroeggotisch dicht triforium, driedelige opstand, bundelpijlers, geen begazing triforium.

Doornik

  • Contrast tussen Romaanse kerk (massieve constructie, arcade met rondbogen, galerij) en vernieuwd koor (gotische stijl).
  • Vierdelige opstand (Romaans) vs. driedelige opstand (gotisch).

Flamboyante Stijl (vanaf 1440)

  • Laatste fase van Franse Gotiek, meer nadruk op decoratie.
  • Kenmerkend element: Visblaasmotief (flamboyant), vlamachtige decoratie op gevels en traceringen.
  • Voorbeelden: Kathedraal Rouin, Tour de Beurur, Abdij van Vendôme.
    • Rouin: Gevel gedecoreerd met traliewerken, maaswerk, opengewerkte wimbergen.
    • Tour de Beurur: Decoratieve elementen, visblaasmotieven, pinakels.
    • Abdij van Vendôme: Visblaasmotieven.
  • Periode: Eind 14e, 15e, begin 16e eeuw in Frankrijk.
  • Oorzaak: Moeilijke tijd door 100-jarige oorlog, minder bouwactiviteit.
  • Navolging: Meer in Duitsland en Frankrijk dan in Frankrijk zelf.

Sem-Baklou

  • Visblaasmotieven in interieur (triforium, ramen).
  • Standaard elementen: Bundelpijlers, triforium, lichtbeuk.

Verspreiding van Gotiek

  • Over bijna heel Europa, maar niet overal populair (minder in Spanje en Italië door traditie antieke oudheid en begin renaissance).
  • Vooral in Engeland en Duitsland, eerst navolging Franse gotiek, daarna eigen ontwikkeling.
  • Vanaf 2e helft 13e eeuw, vooral rayonante en flamboyante kritiek.
  • Reden: Franse hof wordt modieus, heersers willen het nadoen (kleding, ceremonieel, literatuur, architectuur).
  • Architecten: Soms aangenomen omdat ze in Parijs waren geweest en de nieuwste architectuur hadden gezien.
  • Architectuurtekeningen: Makkelijker verspreiden en nadoen van ontwerpen.

Kathedraal van Kentbury in Engeland

  • Vroeg voorbeeld van gotiek overname (1174 herbouwd).
  • Reden: Aartsbisschop Thomas de Beckett vermoord, veel pelgrims, kathedraal moet worden uitgebreid.
  • Architect: Guillaume de Saint, herbouwt koor naar voorbeelden kathedraal van Laon en Notre Dame in Parijs.
  • Kenmerken
    • driedelige opstand (arcade, triforium, lichtpeuken).
    • Triforium is diep, typisch Engels.
      • massieve karakter Romijnse architectuur.
    • Kruisribgewelven en spitsbogen.
  • Monnik schrijft dat er meer decoratie komt (beeldhouwwerk, meer zuilen, marmeren scholen, sluitstenen).
  • Guillaume de Sans overlijdt. Werk wordt overgenomen door William The Englishman (uitbreiding kapel, corona).
  • Elementen van gotiek, geopende ramen, Trivorium en lichtbeuk, maar veel toevoegingen voor uitbreiding.
  • Decoratieve elementen in de gewelven

Kathedraal van Lienke Crazy volts

  • Tirse Rhôt
  • 4 gewelfdelen gaan niet naar naar de overkant, maar stoppen in het midden.
  • Gewelven -> meer decoratief
  • Massieve muurdiktes wordt aangehouden
  • Breedte wordt aangehouden

Kathedraal van Selsbree (1220-1266)

  • Verticaliteit wordt onderbroken

Westminster Abbey (1245)

  • Rivaliteit met Franse Kathedralen

Perpendicular Style

Gotiek in het Heilige Roomse Rijk

  • Sceptisch tegenover gotiek, te Frans.
  • Uitzondering: Dom van Maagdenburg (1208), gotische elementen in koor (embratorium, straalkapellen), maar opstand redelijk massief.
  • St. K. Y. Jork in Limburg-Anderlaan: Gotisch interieur (spitsbogen, kruisribgewelven, bundelpijlers), maar vierdelige opstand.
  • Sint Elizabeth in Markburgh aan der Laan (1236-1283): Venster traceringen overgenomen van Reims, opdeling van de muur, niet net zoals Saint Chapel-> twee licht beuken op elkaar geplaatst
  • Dom van Keulen: Kathedraal van Amiens als voorbeeld, smalle arcades, bundelpijlers, verlicht triforium, grote lichtbeuk, aanhoudende bouw heeft lang geduurd, en is nooit afgekomen.
  • Dom van Straatsburg (1240-1277): Driedelige opstand, spitsbogen en kruisribgewelven en bundelpijlers, maar op de façade wordt geprobeerd zoveel mogelijk open te werken.
  • Sint Vitus in Praag
    • Koninrijk Boheme en Keizer Karel

Peter Parler

*Is een beeldhouwer

Benedict Riet

  • Gaat datzelfde idee toepassen met waardoor je de speelsheid van die ribben die ruimte eigenlijk organisch en beweeglijk gaat maken.
    • Vladiislavzaal ruimte voor toernooien