Untitled

Inhibitie van de celwandsynthese

  • Vijf mogelijke werkingsmechanismen van antibiotica:

    1. Celwandsynthese inhibitie

    2. Membraanwerking

    3. Eiwitsynthese

    4. DNA-RNA synthese

    5. Folaat (foliumzuur) synthese

Beta-lactam Antibiotica

  • Kenmerk:

    • Bevatten een betalactamring.

  • Vier groepen:

    1. Penicilline

    2. Cefalosporines

    3. Carbapenem

    4. Monobactam

  • Diergeneeskunde: Penicilline en cefalosporines zijn belangrijk; carbapenems en monobactams zijn cruciaal voor nosocomiale infecties (in het ziekenhuis opgelopen infecties).

  • Definitie nosocomiaal: Infecties die in een ziekenhuis ontstaan.

Penicilline

  • Soorten penicilline:

    • Natuurlijke penicilline:

      • Voorbeeld: Penicilline G

    • Orale penicilline:

      • Voorbeeld: Penicilline V

    • Beta-lactamaseresistente penicilline:

      • Voorbeeld: Methicilline (belangrijk voor MRSA; Methicilline wordt niet meer gebruikt in klinieken, Cloxacilline wel).

    • Aminopenicilline:

      • Breedspectrum, gericht tegen gram-negatieven, maar gevoelig voor beta-lactamase.

    • Combinatie van aminopenicilline met een beta-lactamase-inhibitor:

      • Voorbeeld: Amoxicilline + clavulaanzuur, of Ampicilline + clavulaanzuur.

Beta-lactamase

  • Classificatie:

    • Métallobetalactamase

    • Serine-betalactamase:

  • Werking:

    • Breken de betalactamring waardoor het antibioticum inactief wordt en niet kan binden aan transpeptidase.

Cefalosporines

  • Kenmerken:

    • Bevatten zesringstructuur met twee R-groepen, wat zorgt voor variatie.

    • Hogere generaties zijn resistenter tegen beta-lactamase en hebben bredere werking tegen gram-negatieven.

  • Generaties:

    1. Eerste generatie:

      • Voorbeeld: Cefalexin.

    2. Tweede generatie:

      • Voorbeeld: Sefty of für.

    3. Derde en vierde generatie:

      • Worden voornamelijk in humane geneeskunde gebruikt, vooral voor meningitisbehandeling, maar worden niet in de diergeneeskunde gebruikt.

Glycopeptiden

  • Structuur:

    • Bevat aminozuren en suikers; grote molecule.

  • Werkingsmechanisme:

    • Bindt aan de vierde en vijfde D-alanine in peptidoglycaan.

  • Activiteit:

    • Enkel actief tegen gram-positieven.

    • Voorbeeld: Vancomycine.

  • Toediening:

    • Slechte orale absorptie; hoofdzakelijk intraveneus of intramusculair toepasbaar.

  • Gebruik:

    • Als laatste redmiddel tegen MRSA en Clostridium Difficile.

Andere Antibiotica

Bacitracine

  • Structuur:

    • Peptidebanden met ringstructuur.

  • Werkingsmechanisme:

    • Bindt met bactoprenol-difosfaat, belemmert de transport van peptidoglycaan.

  • Activiteit:

    • Enkel actief tegen gram-positieven; gebruikt bij darminfecties bij konijnen.

Daptomycine

  • Structuur:

    • Amphifiele structuur met zowel hydrofiele als lipofiele delen.

  • Werkingsmechanisme:

    • Verstoort de celmembraan van gram-positieven.

  • Activiteit:

    • Actief tegen gram-positieven zoals MRSA en VRE.

Polymyxine E (Colistine)

  • Structuur:

    • Positief geladen aminozuren met lipofiele keten.

  • Werkingsmechanisme:

    • Bindt aan lipopolysacchariden (LPS) in de gram-negatieve bacteriële celwand.

  • Activiteit:

    • Actief tegen gram-negatieven zoals E. coli en Salmonella.

Eiwitsynthese

  • Ribosomen:

    • 70S ribosomen, bestaan uit 50S en 30S subeenheden.

  • Antibiotica die eiwitsynthese beïnvloeden:

    • Mupyrosine: blokkeert het binden van aminoacyl tRNA aan de ribosomen.

    • Tetracyclines: blokkeren de binding van aminoacyl-tRNA aan de A-site.

    • Aminoglycosiden: verstoren de initiatie en elongatiefase van eiwitsynthese.

    • Macroliden: blokkeren de translocatiefase van eiwitsynthese.

    • Oxazolidinones (bijv. Linezolid): blokkeren de initiatiefase.

Folaat Synthese

  • Mechanisme:

    • Bacteriën maken dihydrofolaat aan via enzymen, wat nodig is voor DNA en RNA synthese.

  • Antibiotica die folaat synthese inhiberen:

    • Sulfonamiden en trimetoprim: werken op verschillende stappen van folaat synthese; synergistische werking.

Antibioticaresistentie

  • Mechanismen van resistentie:

    • Inactivatie van antibiotica (bijv. beta-lactamase).

    • Verandering van doelen (bijv. punten in eiwitsynthese).

    • Verminderde opname via porines of effluxpompen.

  • Voorbeeld MRSA:

    • Bacterie heeft een gen dat codeert voor een andere penicilline-bindend eiwit (PBP2A) dat minder goed bindt aan penicillines.

Thermotherapie van antibiotica en de rol in de volksgezondheid

  • Dynamiek van antibioticagebruik:

    • Het belang van optimalisatie van antibioticumtherapie, rekening houdend met populatie- en microbioomgevolgen van antibioticabeheer.