Frans (copy)

Défi 5: Passons aux passions

Mission 1: Accro à YouTube, toi aussi?

Plaire (Bevallen):

- Betekenis en Gebruik:

  • Het werkwoord betekent 'bevallen' of 'aanstaan'

  • Constructie: Plaire à quelqu’un (iemand bevallen)

  • Het gebruikt een COI (meewerkend voorwerp)

    • Lui = hem/haar

    • Leur = hen

    • Voorbeeld: Ce chanteur me plait (me = COI)

- Vervoegingen:

Tijd

Je/j’

Tu

Il/elle/on

Nous

Vous

Ils/elles

Indicatif présent

Plais

Plais

Plaît

Plaisons

plaisez

Plaisent

Passé composé

Ai plu

As plu

A plu

Avons plu

Avez plu

Ont plu

Imparfait

Plaisais

Plaisais

Plaisait

Plaisions

Plaisiez

Plaisaient

Futur simple

Plairai

Plairas

Plaira

Plairons

Plairez

Plairont

Conditionnel présent

Plairais

Plairais

Plairait

Plairions

Plairiez

plairaient

Impératif

/

Plais

/

Plaisons

Plaisez

/

Séduire (Verleiden):

- Betekenis en Gebruik:

  • Het werkwoord betekent 'verleiden'.

  • Constructie: Séduire quelqu’un (iemand verleiden).

  • Het gebruikt een COD (lijdend voorwerp):

    • Le = hem

    • La = haar

    • Les = hen

- Vervoegingen:

Tijd

Je/j’

Tu

Il/elle/on

Nous

Vous

Ils/elles

Indicatif présent

Séduis

Séduis

Séduit

Séduisons

Séduisez

Séduisent

Passé composé

Ai séduit

As séduit

A séduit

Avons séduit

Avez séduit

Ont séduit

Imparfait

Séduisais

Séduisais

Séduisait

Séduisions

Séduisiez

Séduisaient

Futur simple

Séduirai

Séduiras

séduira

Séduirons

Séduirez

Séduiront

Conditionnel présent

Séduirais

Séduirais

Séduirait

Séduirions

Séduiriez

Séduiraient

Impératif

/

Séduis

/

Séduisons

Séduisez

/

L’adjectif possessif (Het bezittelijk bijvoeglijk naamwoord):

- Vormenoverzicht:

Vertaling

Mannelijk enkelvoud

Vrouwelijk enkelvoud

Meervoud

C’est …

Mijn

Mon

Ma

Mes

À moi

Jouw

Ton

Ta

Tes

À toi

Zijn/haar

Son

Sa

Ses

À lui/elle

Onze/ons

Notre

Notre

Nos

À nous

Jullie/uw

Votre

Votre

Vos

À vous

Hun

Leur

Leur

Leurs

À eux/elles

- Belangrijke Regels:

  • Als een vrouwelijk woord begint met een klinker of een stomme 'h', gebruik je de mannelijke vorm (mon, ton, son) om uitspraakredenen

  • Het bezittelijk naamwoord past zich aan het zelfstandig naamwoord aan (het bezit), niet aan de bezitter

Le pronom possessif (Het bezittelijk voornaamwoord):

- Vormenoverzicht:

Vertaling

Mannelijk enkelvoud

Vrouwelijk enkelvoud

Mannelijk meervoud

Vrouwelijk meervoud

De/het mijne

Le mien

La mienne

Les miens

Les miennes

De/het jouwe

Le tien

La tienne

Les tiens

Les tiennes

De/het zijne/hare

Le sien

La sienne

Les siens

Les siennes

De/het onze

Le nôtre

La nôtre

Les nôtres

Les nôtres

Die/dat van u/jullie

Le vôtre

La vôtre

Les vôtres

Les vôtres

De/het hunne

Le leur

La leur

Les leurs

Les leurs

- Gouden Regel: Het bezittelijk voornaamwoord kijkt naar het bezit, niet naar de bezitter

Mission 2: Nous sommes fans, donc nous adorons!

Le pronom personnel (Persoonlijke voornaamwoorden):

- Overzichtstabel:

Onderwerp (Sujet)

COD (Lijdend voorwerp)

COI (Meewerkend voorwerp)

Wederkerend (Reflechi)

Beklemtoond (Tonique)

je

me

me

me

moi

tu

te

te

te

toi

il / elle / on

le / la

lui

se

lui / elle

nous

nous

nous

nous

nous

vous

vous

vous

vous

vous

ils / elles

les

leur

se

eux / elles

- Hoe vind je het juiste voornaamwoord?

  • COD: Stel de vraag: onderwerp + werkwoord + wie/wat (qui/quoi)?

    • Gebruik bij werkwoorden zonder voorzetsel (bijv. regarder quelqu'un).

  • COI: Stel de vraag: onderwerp + werkwoord + aan wie/voor wat (à qui/pour quoi)?

    • Gebruik bij werkwoorden met het voorzetsel à (bijv. parler à quelqu'un).

  • Reflechi: Gebruik bij wederkerende werkwoorden met 'se' (bijv. se laver, se dépêcher).

  • Tonique: Gebruik na voorzetsels zoals avec, pour, sans, chez (bijv. avec moi, pour lui).

Mission 3: Les ados passionnés - Het gebruik van Y en EN

Het voornaamwoord Y:

- Vervangt:

  • À + een ding: Il a pensé à ses problèmes -> Il y a pensé.

  • Een plaats of richting: Ingeleid door voorzetsels zoals à, sous, dans, sur.

    • Voorbeeld: Je vais à la mer -> J'y vais.

  • Uitzondering: Bij à + een persoon gebruik je het COI (lui/leur) of een pronom tonique (penser à lui).

Het voornaamwoord EN:

- Vervangt:

  • De + plaats: Il rentre de Paris -> Il en rentre.

  • De + ding of dier: Tu as peur du crocodile? -> J'en ai peur.

  • Een hoeveelheid of delend lidwoord (du, de la, de l', des):

    • Bij een hoeveelheid moet je het getal of het specifieke woord aan het eind herhalen of preciseren.

    • Voorbeeld: Tu as un stylo? -> Oui, j'en ai un.

  • Uitzonderingen:

    • Vervang een bepaald lidwoord (le, la, les) nooit door en; gebruik dan de gewone COD-voornaamwoorden.

    • Bij de + persoon gebruik je een pronom tonique (de lui / d'elle).

Plaats van Y en EN in de zin:

- Bij een persoonsvorm: Voor het vervoegde werkwoord.

- Bij een infinitief: Voor de infinitief.

- Bij een verleden tijd (zoals passé composé): Voor het hulpwerkwoord (avoir of être).

- Bij een positieve imperatief: Achter het werkwoord met een koppelteken.

- Bij een negatieve imperatief: Voor het vervoegde werkwoord.

Défi 6: Ça y est, ce sont les vacances

Mission 2: Les vacances les plus cool… ou pas?

Imparfait vs. Passé Composé:

- Imparfait wordt gebruikt voor:

  • Beschrijvingen in het verleden.

  • Gewoontes of routines in het verleden.

  • De situatie of context schetsen.

  • Een actie die al bezig was op een bepaald moment.

- Le passé composé wordt gebruikt voor:

  • Gebeurtenissen die elkaar opvolgen (een chronologie).

  • Feiten.

  • Specifieke acties.

  • Wanneer de duur precies is of wanneer men exact weet wanneer het plaatsvond.

Le Participe Passé (Het voltooid deelwoord):

- Met het hulpwerkwoord AVOIR:

  • Het voltooid deelwoord krijgt geen aanpassing aan het onderwerp.

- Met het hulpwerkwoord ÊTRE:

  • Het voltooid deelwoord past zich aan in geslacht (genre) en getal (nombre) aan het onderwerp.

  • Dit geldt voor werkwoorden uit het "huisje van être" en wederkerende werkwoorden.

  • Aanpassingen:

    • Mannelijk enkelvoud: + /

    • Vrouwelijk enkelvoud: + e

    • Mannelijk meervoud: + s

    • Vrouwelijk meervoud: + es