Licht en Kleuren

Licht

1.1 Zien en kleuren

  • Doel: Leren hoe je voorwerpen en kleuren kunt zien.

Zonder licht

  • Zonder licht is het helemaal donker.

Lichtbronnen

  • Directe lichtbron:

    • Produceert het licht zelf.

  • Indirecte lichtbron:

    • Kaatst het licht alleen terug.

Terugkaatsing

  • Diffuse terugkaatsing

    • Voorbeelden: beamer, digibord.

Lichtstralen en lichtbundels

  • Evenwijdige lichtbundel

  • Divergente lichtbundel

  • Convergente lichtbundel

Kleuren zien

  • Kleuren van het spectrum:

    • Rood, oranje, geel

    • Groen

    • Blauw, violet

Leerdoelen

  • Je kent nu de betekenis van de volgende begrippen:

    • Directe en indirecte lichtbron

    • Direct en indirect licht

    • Lichtstraal en lichtbundel

    • Diffuse terugkaatsing

    • Divergente, evenwijdige en convergente lichtbundel

    • Absorberen

  • Je kunt met het begrip diffuse terugkaatsing beschrijven hoe je een voorwerp ziet.

  • Je kunt met de begrippen absorptie en diffuse terugkaatsing uitleggen in welke kleur je een voorwerp ziet in wit licht