Energie nw tweede jaar trimester 2

Energie

Wat ga ik leren?

  • In dit thema leer ik energieomzettingen in systemen beschrijven.

  • Ik leer dat fotosynthese een typische energie- en stofomzetting in autotrofe organismen is.

  • Vragen die beantwoord zullen worden:

    1. Hoe komt energie voor op onze aarde?

    2. Wat is energie?

    3. In welke vormen komt energie voor op aarde?

  • Ik leg uit wat energie is en in welke vormen ze op aarde voorkomt.

  • Ik geef voorbeelden van energieomzettingen in systemen.

  • Ik leg uit dat er in systemen energiestromen zijn en er steeds een behoud van energie is.

  • Ik illustreer hoe we duurzaam kunnen omgaan met energie.

  • Wat hebben planten nodig om te overleven?

  • Ik leg het verschil tussen autotrofe en heterotrofe organismen uit.

  • Ik leg het belang van fotosynthese voor planten uit.

  • Ik leg uit hoe de fotosynthese verloopt in de bladgroenkorrels.

  • Wat is de functie van de plantendelen bij de fotosynthese?

  • Ik leg uit hoe planten micro- en macroscopisch zijn aangepast aan de fotosynthese.

  • Ik leg uit welke plantendelen betrokken zijn bij de fotosynthese.

Inhoud

1) Wat is energie?
2) Welke energievormen bestaan er?
3) Energiebronnen
4) (Niet-) hernieuwbare energie.

Wat is energie?

  • Een voorwerp dat niet beweegt bezit geen energie.

  • Bij een energieomzetting zoals bij een bal die valt en dan stil ligt, gaat de energie verloren.

  • Energie wordt zoals brandstof verbruikt in de motor van de auto.

Definitie van energie
  • Energie is een moeilijk te definiëren grootheid, want alles heeft energie.

  • Energie zit in elk systeem: in organismen, machines, ecosystemen, de atmosfeer, de aarde, technische installaties.

  • Ook iets wat niet leeft of beweegt, bezit energie.

  • Een systeem is het geheel dat onderzocht wordt en bestaat uit kleinere, met elkaar samenhangende onderdelen. Wat buiten het systeem valt, noem je omgeving.

  • Energie kan een systeem laten veranderen.

  • Die veranderingen kunnen in het systeem zelf en/of de omgeving plaatsvinden, zoals:

    • een stofomzetting

    • een vormverandering

    • een verplaatsing

    • afgifte van licht of warmte

  • Hoe meer energie een systeem bevat, hoe groter de verandering kan zijn.

Hoe noteer je energie?
  • Het symbool voor energie is E. De hoofdeenheid van energie is joule (J).

  • Afgeleide eenheden:

    • kilojoule (kJ)

    • calorie (cal)

    • kilocalorie (kcal)

  • Omdat energie in verschillende vormen voorkomt, is er geen vast meettoestel.

Welke energievormen bestaan er?

Diefenities van energievormen
  • Energievormen kunnen in elkaar worden omgezet. Hier zijn enkele voorbeelden met bijbehorende definities:

    • Kinetische energie: energie van een bewegend voorwerp.

    • Potentiële energie: energie die een voorwerp bezit als het zich op een hoogte bevindt of als het onder spanning staat, zoals een ingedrukte veer of een uitgerekte elastiek.

    • Chemische energie: energie die in stoffen opgeslagen zit, zoals in voedsel, batterijen en brandstoffen.

    • Stralingsenergie: energie afkomstig van een stralingsbron, zowel zichtbaar (bijvoorbeeld licht) als onzichtbaar (bijvoorbeeld wifi).

    • Thermische energie: energie die in de vorm van warmte voorkomt.

    • Elastische energie: energie die opgeslagen is in vervormde materialen, zoals een boog of een veer.

  • Zonne-energie, kernenergie, elektrische energie en windenergie zijn ook belangrijke energievormen.

Energiebronnen

Informatie over energiebronnen
  • Vossiele brandstoffen: eindige grondstoffen, ontstaan uit dode organismen na miljoenen jaren in de bodem.

  • Chemische energie van fossiele brandstoffen kan omgezet worden in:

    • thermische energie (bij verbranding)

    • elektrische energie (elektriciteitscentrale)

    • kinetische energie (voertuig of machine).

  • Fossiele brandstoffen zijn verantwoordelijk voor de klimaatopwarming door de verhoogde productie van CO2 en fijn stof.

Energieconsumptie wereldwijd in percentages
  • In % van de wereldwijde primaire energieconsumptie:

    • Nucleair

    • Hernieuwbaar

    • Fossiel

(Niet-) hernieuwbare energie

Definitie en verschil
  • Hernieuwbare energiebronnen zijn onuitputtelijk, zoals zonne-energie en windenergie.

  • Niet-hernieuwbare energiebronnen zijn eindig en raken op, zoals steenkool, aardolie en aardgas.

Voor- en nadelen van energievormen
  • Bij het ontwikkelen van duurzame energieoplossingen moeten we nadenken over zowel de voordelen als de nadelen:

    • Voordelen: geen of beperkte uitstoot van broeikasgassen, onuitputtelijke bronnen.

    • Nadelen: hoge kosten voor uitvoering, visuele impact van windmolens, afhankelijkheid van weer.

Duurzaamheid en energieverbruik

  • Het is belangrijk duurzamer om te gaan met energiebronnen, mensen moeten meer bewust worden van hun energieverbruik.

  • Kleine acties maken samen een groot verschil: zoals het gebruik van herbruikbare energiebronnen, letten op energielabels van apparaten, en investeringen in de energietransitie.

Tests en oefeningen

  • Er zijn tal van oefeningen en vragen om je begrip van energie en energieomzettingen te toetsen, zoals:

    • Het markeren van energievormen in systematische voorbeelden.

    • De energieomzettingen benoemen van alledaagse situaties.

    • Het evalueren van de energiemix in België over de jaren.

  • Het doel is dat studenten inzicht krijgen in de toepasbaarheid van deze concepten in realistische scenario's.