PSD 2 in de praktijk

  1. Clusteren en classificeren KOP model en ICF model deel 1

Overzichtelijke samenvatting van info in fase van aanmelding en intake

Anders ga je jouw weg niet vinden en dus heel moeilijk om aan diagnostiek te beginnen.

  1. KOP model

K= O x P ( klachten zijn het gevolg van een wisselwerking tussen omstandigheden en de persoonlijke stijl waarmee een individu op die omstandigheden reageert.

  1. Situering KOP

Gebaseerd op de empirische cyclus

Kijkt naar welk rol het ikzelf een rol speelt in het probleem

2.2 Componenten KOP

K= Klachten (probleem, pathologie)

  • Gedachten (cognitief) : rumineren, te veel nadenken

  • Gewaarwordingen : fysiek

  • Gevoelens ( emoties)

  • Gedragingen of in relaties (interpersoonlijk)

O= Omstandigheden ( stressoren, tegenslagen)

Heden-Verleden

P= Persoonlijke copingsstijlen ( gewoonten en reacties )

  • Temperament (aangeboren)

  • Copingstijl

  • Zelfbeeld - beeld van anderen

  • Intelligentie

  • Hechtingsstijlen

Deel 2

Kinderen = prop model

  • problemen

  • Omgeving

  • Persoonlijke stijl

  1. ICF-model

3.1

Model kunnen geven en dingen op de juiste plaats zetten !!!!

Algemeen info ICF

ICD11

  • Classificatie systeem voor ziekten, aandoeningen en gezondheidstoestanden

  • Verschil DSM 5 : psychiatrisch handboek met diagnose

ICF

  • Classificatiesysteem om het functioneren en de beïnvloedende factoren te clusteren en te beschrijven vanuit 3 verschillende perspectieven (bio-psycho-sociaal)

  • Beschrijft hoe mensen omgaan met hun gezondheidstoestanden

2 systemen zijn complementair

MODEL

  1. Gezondheidstoestand, ziekten, aandoening ( gecodeerd met ICD11)

  2. De rest coderen met het ICF model

Componenten ICF

Zeer goed kennen en niks zelf proberen in te vullen