LICHT
Lichteffecten = hoe het licht wordt gebruik
Clair-obscur = heftige lichtinval
Eigen schaduw = schaduw van het object dat staat afgebeeld
Glimlicht = glanzende lichte vlek
Silhouet = schaduwbeeld
Slagschaduw = schaduw die een object werpt op een ondergrond of een ander voorwerp
Strijklicht = Gebundeld licht scherend van van een kant over het oppervlak van een kunstwerk laten vallen
Reflectie/reflecterend = Gebundeld licht scherend van van een kant over het oppervlak van een kunstwerk laten vallen
Lichtrichting/lichtinval = de richting waaruit het lichtop een afgebeeld tafereel valt
Diffuus = geen duidelijke contour lijn
Meelicht = Meelicht maakt de dingen plat
Tegenlich = een techniek waarin de lichtbron recht tegenover de kijker staat, waardoor het onderwerp als silhouet wordt uitgelicht
Zijlicht = licht dat van de zijkant komt
Lichtsoort = natuurlijk of kunstlicht
Kunstlicht = dingen die licht geven zoals lamp die door de mens zijn gemaakt
Natuurlijk licht = o.a. zonlicht