Geschiedenis Nederlandse Antillen HDFST 4(1)
Hoofdstuk 4: Europese, Amerikaanse en Aziatische migranten
Planters en handelaren op Curaçao
De West-Indische Compagnie (WIC) had bij de inname van Curaçao in 1634 onmiddellijk te maken met voedselproblemen.
Een mogelijke oplossing was het patroonschap, waarbij particuliere ondernemers tussen 1660 en 1725 het recht kregen om volksplantingen te stichten.
Veel Sefardische Joden en Protestantse landbouwers kwamen uit de Republiek, maar hun landbouwplannen waren niet succesvol door droogtes en misoogsten.
Plantages op Curaçao
In de 18e en 19e eeuw waren er meer dan 100 plantages op het eiland, variërend van tientallen tot 1000 hectare.
De opbrengsten van deze plantages waren minimaal, met veeteelt die steeds belangrijker werd.
Voedselgewassen zoals maïs werden voor lokaal gebruik verbouwd, maar de teelt van agave en aloë vera mislukte.
Droogte was een grote rem op landbouwontwikkeling; het bezit van een plantage fungeerde vooral als statussymbool en was nooit echt winstgevend.
De rol van de handel
In tegenstelling tot de landbouw, nam de handel in belang toe.
Na de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) speelde de WIC een belangrijke rol in de trans-Atlantische slavenhandel.
Vanaf de 18e eeuw namen particuliere handelaren, vooral Joden, deze rol over.
Bonaire
Bonaire, in bezit van de WIC, werd gebruikt voor houtkap en zoutwinning.
Na 1868 was er vrije vestiging mogelijk, wat leidde tot de aankoop van grote delen door rijke Curaçaose kooplieden, die een nieuwe klasse van planters vormden.
Er ontstond ook een kleine middenklasse van nakomelingen van ambtenaren en soldaten; de bevolking nam tot 1925 toe. Na de komst van de olie-industrie op Curaçao daalde de bevolking op Bonaire door migratie.
Aruba: 1636 tot eind 18de eeuw
In eerste instantie vond er geen kolonisatie plaats op Aruba.
Indianen uit Venezuela mochten kleine stukjes grond houden in ruil voor diensten aan de overheid.
Aruba: kolonisatie
Eind 18de eeuw begon de kolonisatie van Aruba, met migratie vanuit Curaçao die leidde tot bevolkingsgroei.
Vanaf circa 1850 begon succesvolle aloë vera teelt.
Tussen 1824 en 1915 zorgden goud- en fosfaatwinning voor tijdelijk werk.
Na 1900 migreerden veel mensen naar plantages in Cuba en Colombia.
Europeanen op de Bovenwinden - Deel 1
De Zeeuwen waren de eerste kolonisten op Sint Eustatius in 1636; het eiland werd een depot voor slavenhandel door de WIC.
Sint Maarten, ingenomen door de WIC in 1630, kende voortdurende plunderingen en machtswisselingen.
Europeanen op de Bovenwinden - Deel 2
Na een periode van welvaart in de 18e eeuw verarmde Sint Eustatius en verloor het zijn functie als stapelmarkt.
Begin 19e eeuw was de bevolking gedaald tot 1437.
Sint Maarten
Sint Maarten fungeerde voornamelijk als zoutdepot. De economische ontwikkeling werd verstoord door machtswisselingen.
Er was een combinatie van landbouw voor eigen gebruik en het verbouwen van handelsgewassen.
Saba
Saba werd omstreeks 1640 gekoloniseerd vanuit Sint Eustatius, met kleinschalige akkerbouw en veeteelt.
Er was een meerderheid van Engelsen, Ieren en Schotten onder de blanke bevolking.
Samenvatting
De handel was de belangrijkste economische pijler van de Antilliaanse economie met Curaçao en Sint Eustatius als centra voor doorvoerhandel.
Aruba kende tijdelijke welvaart door goudwinning, terwijl Saba als vergeten eiland werd beschouwd.
De elites op de eilanden
Curaçao had een Joodse en Protestantse elite; Aruba had weinig echte elites.
Bonaire had tot 1868 geen gegoede klasse, terwijl Sint Eustatius na 1800 de meeste handelaren verloor.
De elite op de Antillen
De elite verschilde per eiland:
Curaçao had rijke burgers en plantagehouders.
Aruba kende geen echte elite door geringe welvaart.
Bonaire ontbrak aan een gegoede klasse tot 1868.
Sint Eustatius verloor zijn rijke klasse na 1800.
Saba had een elite van kleine boeren en scheepseigenaren.
Een gespleten samenleving
Vragen vooraf
Reflecteer op de vraag hoe de gespleten samenleving op Curaçao is ontstaan en of deze nog steeds aanwezig is.
Europese cultuur versus Afrikaanse cultuur
De Europese elite minachtte alles wat Afrikaans of Creools was en zag zichzelf als de brenger van beschaving.
Voorbeelden van verboden Afrikaanse gewoonten zijn de tambu-dans, het spreken van Guené, en het gebruik van Papiaments in het onderwijs.
Vasthouden aan Europese cultuur
De eilanden kenden een vasthoudendheid aan Europese cultuuridealen, met variaties in invloed: Bovenwindse eilanden meer Engels, Aruba meer Venezolaans, en Curaçao/Bonaire voornamelijk Nederlands.
Latijns-Amerikaanse invloed op Curaçao
Vanaf de late 19de eeuw nam de Latijns-Amerikaanse invloed toe door de terugkeer van Joodse handelaren en refugia uit Venezuela, met een focus op literatuur en cultuur.
Tweespalt tussen culturen
De overheid en elite onderdrukten Afrikaanse gewoonten; er was een sterke scheiding tussen de elite en de gewone bevolking, die langzaam begon te veranderen na de emancipatie in 1863.
Sociale ongelijkheid
Nieuwe mechanismen zoals Paga tera en gedwongen winkelnering hielden de sociale ongelijkheid in stand, zonder dat er echte veranderingen in de koloniale samenleving plaatsvonden.
Industrialisatie trekt nieuwe bevolkingsgroepen aan
Industrialisatie op Curaçao en Aruba
De komst van de Koninklijke Shell in 1918 en de opening van een raffinaderij in 1928 op Aruba brachten grote veranderingen teweeg.
Breuk in de geschiedenis
De vestiging van nieuwe bedrijven leidde tot een enorme bevolkingsgroei. De oude raciale structuren werden onder druk gezet en er ontstond een toename van multiculturalisme.
Olie-elite
Tot de jaren ‘60 bestond de olie-elite uit buitenlanders, die zich sociaal en geografisch onderscheidden van de lokale bevolking.
Afname olie-industrie
De sluiting van de Shell en Lago in 1985 leidde tot veranderingen in de lokale economie en een afname van de olie-elite.
Migranten op Curaçao en Aruba
Er kwamen diverse groepen arbeidsmigranten, zoals vrouwen uit verschillende Caraïbische landen en mensen uit India en China, die de lokale economische structuur beïnvloedden.
Kansrijk en kansarm
Er was een kloof tussen kansrijke en kansarme migranten, met weinig mogelijkheden voor de laatste groep.
Beperkte kansen
Migranten uit ontwikkelingslanden ondervonden diverse beperkingen, zoals geen snelle toegang tot werkvergunningen en beperkte kansen in de arbeidsmarkt.
Andere groepen
Migranten uit India en China kwamen vaak als ondernemers naar de eilanden en introduceerden nieuwe bedrijfstakken.
Europese Nederlanders: nieuwe Macamba�27s
Een aanzienlijke groep werkende Nederlanders, variërend van stagiaires tot gepensioneerden, vestigde zich op Curaçao, wat leidde tot culturele spanningen.