HC6_zwart_wit

Frontaalkwab en Aandacht

  • Frontaalkwab

    • Zetel van de ziel; belangrijk voor regulatie van gedrag.

    • Onderdrukt ongewenst gedrag en speelt een rol bij:

      • Intelligentie

      • Langetermijnplanning

      • Doelgericht denken

      • Cognitieve flexibiliteit

      • Sociaal gedrag

      • Beslissen op basis van rationele criteria

Phineas Gage en Prefrontale Cortex

  • Phineas Gage (1868):

    • Lijdt aan decorumverlies en planningsproblemen na hersenbeschadiging.

  • Prefrontale cortex groeit tot in de midden twintig.

Structuur van de Frontaalkwab

  • Neemt 1/3 tot 1/2 van de cerebrale cortex in beslag.

  • Wordt onderverdeeld in:

    • Dorsale PFC

    • Ventrale/orbital/inferior PFC

    • Mediale prefrontale cortex (inclusief anterieure cingulate cortex)

Executieve Functies (EF)

  • Inclusief regulatie, controle en monitoring van gedrag.

    • Voorbeelden van EF:

      • Remmen van impulsief gedrag

      • Plannen en flexibiliteit in strategiegebruik.

      • Beslissingen nemen over risico's en beloningen.

Neurobiologie van Executieve Functies

  • Verbindingen met andere hersengebieden:

    • Basale ganglia voor respons inhibitie.

    • Limbisch systeem voor emotie-regulatie.

    • Cerebellum voor timing en output monitoring.

ADHD: Kernsymptomen

  • Inattentie/concentratieproblemen:

    • Overmatige afleidbaarheid, moeite met aandachtvasthouding.

  • Hyperactiviteit:

    • Overmatige beweging.

  • Impulsiviteit:

    • Handelen op basis van beperkte evaluatie van situaties.

Neurofysiologische Verschillen bij ADHD

  • Verminderd glucose- en zuurstofverbruik in de prefrontale cortex.

  • Verminderde bloedtoevoer naar frontaalkwab en basale ganglia.

Causaliteitsvraag rond ADHD

  • Ongelijkheid in hersenanatomie: ADHD < Controle.

  • Er is grote interindividuele variatie in hersenkenmerken.

Reïficatie in de Psychiatrie

  • Het fenomeen waarbij probleemgedrag als een zelfstandige aandoening wordt beschouwd.

  • Impact: Reduceert kijk op gedrag tot een diagnose (ADHD) en negeert externe factoren.

Context-denken versus Stoornis-denken

  • Belang van contextuele factoren zoals:**

    • Levensomstandigheden

    • Omgeving en sociale media

    • Invloed van de maatschappij op gedragingen.