deel 4
Intensivering Landbouw
- Langduriger beschikbaarheid grond noodzakelijk.
- Pachtwet noodzakelijk door toenemend gebruik kunstmest.
- Belemmeringen privé grondbezit door versnippering bij opvolgende generaties.
- Ruilverkaveling belangrijk om versnippering tegen te gaan.
- Toenemende bevolkingsdruk leidt tot intensivering en privatisering van grond.
- Landhervorming, bezetting, ruilverkaveling.
Kapitaal
- Ontstaat door investeren van arbeid in grondverbetering en areaaluitbreiding.
- Vergroting van de kudde.
- Toenemende voervoorziening.
- Ander productiedoel, bijvoorbeeld melk in plaats van vlees.
- Loon uit nevenberoep in bedrijf investeren.
- Kinderen vaak kapitaal ouders op hun oude dag.
- Bruidsschat: "geld trouwt geld".
- Kapitaal in natura en in geld.
- Kapitaal kan dienen om productie uit te breiden en risico te verminderen.
- Beschikbaarheid van kapitaal uit eigen bedrijf, van derden (buurman, familie, bank), rijk westers land.
- Westerse landbouw is kapitaalsintensief.
- Ontwikkelingslanden halen veel kapitaal uit het buitenland, wat kan leiden tot te grote plannen en ruwe ingrepen.
Arbeid
- Alleen aangewend als een behoefte wordt bevredigd; heeft een grensnut.
- Grensnut bepaald door aard van het werk, verdienste, alternatieve aanwending van tijd.
- Alternatieve aanwending: vrije tijd, beunhazen, werkloosheid.
- In de westerse wereld is er een tekort aan arbeid; arbeidskosten stijgen.
- Compensatie door hogere arbeidsproductiviteit: mechaniseren, motoriseren en automatiseren.
- Arbeid vervangen door kapitaal => noodzaak tot bedrijfsvergroting => prijsstijging van kapitaal en grond.
- Deeltijdboeren (postbodeboeren) alternatieve aanwending voor arbeid.
- Verbreding, vergaande specialisatie, meer uniformiteit, gemakkelijkere schaalvergroting.
- Toename kwetsbaarheid van bedrijven door afhankelijkheid van derden.
- In ontwikkelingslanden is arbeid goedkoop maar de arbeidsproductie per persoon is laag.
Arbeidspieken
- Grasoogst op melkveebedrijven.
- Voeren (mestkalveren, varkens, kippen).
- Scheren (schapen in Australië).
- Spenen kalveren (beef ranches).
- Drenken (sommige nomaden in droge tijd).
- Arbeidsproductiviteit: verhouding tussen productie en geleverde arbeid; hoog in westerse landen door mechanisatie.
- Arbeidsvervangende mechanisatie leidt tot hogere kapitaalsbehoefte.
- Arbeidsproductiviteit wordt berekend over bij productie betrokken mensen.
- Nationale arbeidsproductiviteit kan lager zijn door werklozen en administratie.
- Ontwikkelingslanden hebben minder mechanisatie => lagere arbeidsproductiviteit.
- Verborgen werkloosheid en lagere arbeidsproductiviteit door ondervoeding en ziekten.
Grond, Kapitaal en Arbeid
- Intensief of extensief gebruiken.
- Varkensmestbedrijf: grond- en arbeidsextensief, kapitaalintensief.
- Modern melkveebedrijf: tamelijk grond- en arbeidsintensief, kapitaalintensief.
- Rundveeranch (Latijns-Amerika) / schapenranch (Australië): zeer arbeids- en kapitaalsextensief, erg grondintensief.
- Begrippen intensief en extensief hebben geen duidelijke kwantitatieve grenzen en worden vaak verkeerd gebruikt.
Energie
- Primaire functie landbouw: omzetting diverse energievormen in geschikte energievorm voor de mens.
- 2000 kcal/dag, 0,83 g eiwitten/kg lg/dag.
- Landbouw gebruikt zonne-energie, menselijke en dierlijke energie, fossiele energie.
- Productie opdrijven door meer fossiele energie te gebruiken.
- Grondbewerking, transport, huisvesting, verwarming, productie van meststoffen en bestrijdingsmiddelen.
- Industriële bewerking: landbouwproducten, grondstoffen veehouderij.
- Energieverliezen bij conversie plantaardige naar dierlijke producten (mest, warmte, slachtafval).
- Bij intensieve landbouwvormen is de verhouding fossiele/voedsel energie hoger.
- Westerse landen: weinig mensen werken in de landbouw, ontwikkelingslanden: veel meer.
- Gebrek aan goedkope energie remt ontwikkeling.
- Weinig gebruik maken van fossiele energie lagere afhankelijkheid bij oliecrisis.
Infrastructuur
- Fysische infrastructuur: Wegen, spoorwegen, telefoon, waterbeheersing.
- Gezondheidszorg, werktuigenvoorziening, onderwijs, krediet, kunstmatige inseminatie, markt.
- Infrastructuur voor waterbeheersing beïnvloedt periode en tijdsduur waarop land bewerkt kan worden.
- Mechanisatie veeteeltbedrijven is afhankelijk van werktuigenbedrijf in de buurt.
- Intensievere productie vraagt betere infrastructuur.
- Bij gebrekkige infrastructuur is het vaak onverantwoord om productie sterk te intensiveren.
- Infrastructuur wordt vooral bepaald door politieke factoren.
Markt
- Markt: alle mogelijkheden om output af te zetten en input te verkrijgen.
- Onderdeel van infrastructuur.
- Aanvang afzet overschotten (zelfvoorzienende bedrijven).
- Meer input nodig bij stijging productie => producten vermarkten voor inkomsten => afhankelijkheid van markt.
- Aankoop input op tijd tegen lonende prijs.
- Hoe intensiever de productie, hoe sterker ontwikkeld het marktwezen moet zijn.
- Aan- en verkoopcoöperaties.
- Contractteelt is belangrijk als producten weinig houdbaar zijn en er veel producenten en consumenten zijn.
- Afstand tot markt speelt een rol bij bedrijfssysteem.
- Dicht bij markt: consumptiemelk, verder weg: room voor boterbereiding, nog verder weg: ghee.
- Voorkeuren consument zijn belangrijk.
Culturele en Religieuze Factoren
- Moslimwereld: jaarlijks feest waarbij elk gezin een schaap slacht.
- Kerstbomen op 27 december onverkoopbaar.
- Taboes: varkensvlees voor Joden en Islamieten, paardenvlees in Nederland, heilige koe in India.
- Slachtverbod => runderen afschrijven tot nul.
- Status (symbool): rijpaard.
- Nomaden: groot aantal dieren als statussymbool.
- Dieren voor recreatieve en sportieve doeleinden.
Politieke Factoren
- Invloed op alle productiefactoren, vooral de sociaal-economische.
- Percentage granen in krachtvoer (EG-beslissing).
- Frankrijk: belastingfaciliteiten aan boeren om ontvolking van het platteland tegen te gaan.
- Ontwikkelingslanden: verplicht verbouwen van gewassen voor export.
- Politieke actie heeft grote invloed op landbouw.
- Actueel: duurzame dierlijke productie nastreven.
- Veehouderij binnen een plattelandsontwikkeling: Economie, Milieu, Sociaal, Dierwelzijn.
- Mensen zijn vooral uit op goedkoop voedsel en voedselzekerheid.
Bedrijfssystemen
- Definitie: wijze van produceren waarbij doeleinden van boer, functies van dier, mogelijkheden van milieu optimaal gecombineerd zijn.
- Verschillende bedrijfssystemen afhankelijk van milieumogelijkheden.
Onafhankelijke Systemen
- Bedrijfssystemen onafhankelijk van akkerbouw: nomadisme, ranching.
- Te zware gronden of te weinig water voor akkerbouwgewassen.
- Nomadisme en ranching op laagwaardige gronden.
- Aantal dieren niet hoog.
Complementaire Systemen
- Veehouderij ten behoeve van de akkerbouw (vooral bevloeiingsgebieden in Azië).
- Dieren leveren trekkracht en mest ten behoeve van akkerbouw.
- Afvallen akkerbouw dienen als voeding voor trekdieren.
Veehouderij in Boomculturen
- Runderen onder kokospalmen, schapen/geiten in rubberplantages.
- Gemeenschappelijk grondgebruik door dier en plant.
- Voer voor dier, mest voor boom.
- Wiedfunctie (arbeidsbesparing).
- Wel concurrentie voor zonlicht tussen boom en bodembedekker.
- Alley Farming: rijen voedselgewassen, tussenrijen leguminosen.
Benutting van Afvallen en Bijproducten
- Afvallen akkerbouw voor dieren: direct of indirect.
- Laagwaardige afvallen: stro, kaf, koffieafval, grazen van stoppel (lage voederwaarde, hoge transportkosten).
- Hoogwaardige afvallen: koek, schilfers of schroot van oliehoudende zaden en vruchten.
- Afvallen voedselgewassen: zemelen, pulp van citrus, aardappelen, rijsteslijpmeel.
- Wereldhandel: vervoeren grote afstanden, samenstellen mengvoeders.
- Consument: kostprijs grondstoffen voedingsindustrie lager, afvallen brengen geld op.
Concurrerende Systemen
- Concurrentie op niveau van grondgebruik: akkerland gebruikt voor voedergewassen (maïs, luzerne, weidegras).
- Economie bepaalt wat er geteeld wordt (prijsverhouding, efficiëntie van omzetting).
- Concurrentie vooral bij herkauwers.
- Concurrentie op niveau van gebruik van de producten: menselijke consumptie of veevoer.
Bewerkingen
- Eenvoudige bewerkingen (dorsen, kaas/boter maken): door boer zelf, afvallen blijven ter plaatse.
- Moeilijker bewerkingen (ginning, oliepersen): vaak centraal, afvallen komen vaak niet meer terug op bedrijf.
- Nadelig voor bodemvruchtbaarheid.
Bespreking Enkele Bedrijfssystemen
- Nomadisme.
- Ranching (+ feedlot).
- Gemengd gezinsbedrijf.
- Intensief melkveebedrijf.
Nomadisme
- Seizoenale begrazing gronden met zeer lage draagcapaciteit.
- Nomadisme is een weldoordacht bedrijfssysteem.
- Onderscheid tussen nomadisme (geen vast kamp) en transhumance (zomer- en winterkamp).
- Ingewikkeld trekgedrag.
- Bepalende factoren: (drink)water, gras.
- Balans water en vegetatie is belangrijk.
- Nomadisme gebaseerd op communaal grond- en waterbezit en privé veebezit.
Waarom Veel Vee?
- Leven van veeproducten.
- Kwaliteit voer laag => vee heeft geringe productie.
- Risicobeperking door dieren te laten grazen in verschillende kuddes.
- Nomadisme: veel grond nodig, vegetatie kwalitatief en kwantitatief geen hoge producties => gevoelig voor overbevolking.
- Niet mogelijk om productie verhogen door mechanisatie of aankoop krachtvoer.
- Nomade zit klem tussen uitbreiding van eigen nomadische bevolking en oprukkende sedentaire landbouwende bevolking.
- Verlies aan graasgronden => nomaden kunnen geen stand houden.
- Verbeteringen werken soms averechts (uitbreiding drinkwater => verwoestijning).
Ranching en Feedlot
- Ranching commercieel, nomadisme is subsistence.
- Ranching: grond en vee eigendom, nomadisme: grond communaal.
- Ranching: arbeidsextensief, nomadisme: arbeidsintensief.
- Ranching: runderen of schapen, nomadisme: meerdere soorten.
- Kenmerkend: in stand houden van dierstapel in moeilijke tijden.
- Ranching: grote variaties mogelijk, afhankelijk van regenval.
- Wolschapen bij betere voervoorziening.
- Vleesvee bij betere voervoorziening.
- Op ranch worden dieren meestal niet slachtrijp gemaakt.
- Ranch levert niet slachtrijp af; feedlotvoer is te duur voor opfok.
Gemengd Gezinsbedrijf (sedentair)
- Binnen bedrijf akkerbouw en veehouderij.
- Benodigde arbeid binnen het gezin (tot 20 personen, drie generaties).
- Gemengd gezinsbedrijf is kwantitatief het belangrijkste in tropen.
- Akkerbouw en veeteelt zijn complementair.
- Vee zorgt voor cash inkomsten.
- Knelpunten: arbeidspieken.
- Gezinsarbeid hoeft niet goedkoper te zijn.
- Flexibiliteit door verschillende diersoorten en variatie in aantal dieren.
- Erfdieren (kippen, geiten, cavia's, konijnen).
Intensieve Melkveebedrijven
- Vooral in West-Europa, Noord-Amerika, Nieuw-Zeeland.
- Overbrenging van deze systemen lukt matig.
- Kleinschalige melkveehouderij op gemengde bedrijven is vaak wel succesvol gebleken.
- Melkveehouderij in Nieuw-Zeeland en Australië anders ontwikkeld dan in Nederland (dure arbeid).
- Goedkope grond, geen huisvesting nodig, geen gebruik van dure kunstmest en krachtvoer.
- Melk grotendeels voor export.
- Lang groeiseizoen van gras.
Verschillen
- Nederland: hoogste veebezetting, zeer grote import mengvoer, hoog kunstmestgebruik.
- New York State (NYS): verbouwt zelf het voer met minder kunstmest.
- Nieuw-Zeeland (N.Z.): koeien kleiner en lichter, lagere melkgift, voerbehoefte per koe is lager.
- N.Z.: low input <> low output systeem, Nederland: high input <> high output systeem.
- Netto resultaten verschillen niet veel.
- Beoordeling productiviteit ook bij ontwikkelingshulp steeds vanuit bedrijfssysteem beoordelen.
- Het gaat niet om zo hoog mogelijke productie, maar om zo hoog mogelijke productiviteit (verhouding tussen opbrengsten en kosten).
Opinie: 'Tijd voor honden- en kattenschaamte'
- Huisdieren zijn voor een belangrijk deel verantwoordelijk voor de vleesconsumptie op de wereld.
- Honden zouden poepen, waardoor de stikstofnorm in het duingebied zou worden overschreden.
- Vleesproductie veroorzaakt uitstoot van broeikasgassen, namelijk in de vorm van onder meer methaan van herkauwers.
- Huisdieren zijn voor een groot deel van dit probleem verantwoordelijk.
- De kat overschaduwt elke andere oorzaak van vogelsterfte.
- Ecologische pootafdruk huisdieren.