geschiedenis A2
Wat is Geschiedenis?
Oorzaken en Gevolgen
Geschiedenis bestudeert belangrijke veranderingen en continuïteiten.
Vergelijken van verschillende tijdperken.
Vaststellen van waarheidsgetrouwe informatie met behulp van bronnen.
Focus op oorzaken en gevolgen van gebeurtenissen in dit leerjaar.
Historisch Denken
Hoofdstukken in de Forum-opdrachtenboeken bevatten een sectie over ‘Historisch denken’.
Dit legt uit hoe men goede geschiedschrijving kan maken.
Leerling leert omgaan met bronnen en de betrouwbaarheid ervan te beoordelen.
Bewijzende bronnen
Beschrijvende bronnen
Aandacht voor veranderingen, continuïteiten, waarden en normen van mensen in verschillende tijdperken.
Vergelijken van tijden of situaties om verschillen en overeenkomsten vast te stellen.
Voorbeeld van Oorzaken en Gevolgen
Slechte voeding leidt tot ziekte:
"Slechte voeding leidde ertoe dat mensen ziek werden."
"Omdat de mensen slechte voeding aten, werden ze ziek."
"Mensen werden ziek doordat ze slechte voeding aten."
"Door het slechte voedsel ontstonden er ziekten."
Het belang van oorzaken in de geschiedenis:
Voorkomen van herhaling van negatieve gebeurtenissen, zoals oorlogen.
Historische gebeurtenissen hebben geen automatisch gevolg.
Definitie van Oorzaken en Gevolgen
Oorzaak: iets dat een gebeurtenis veroorzaak.
Gevolg: iets dat volgt op een bepaalde gebeurtenis.
Voorbeeld: "Slechte voeding was de oorzaak van ziekten."
Oorzaken kunnen leiden tot verschillende gevolgen.
Honger kan leiden tot opstand, maar ook tot migratie naar landen met betere voedselvoorzieningen.
Relaties tussen Oorzaken en Gevolgen
Een oorzaak heeft niet altijd één vast gevolg, een gevolg heeft niet altijd één vaste oorzaak.
Gebruik het meervoud: 'oorzaken' of 'gevolgen' in plaats van 'de oorzaken' of 'de gevolgen'.
Voorbeeld: Hongersnood in Ierland 1845 – 1849 leidde tot massale migratie naar de VS.
Meningsverschillen als Oorzaken
Voorbeeld van de Amerikaanse burgeroorlog:
Meningsverschil tussen partijen over fabrieken als omstandigheid, geregistreerd als een langer bestaande oorzaak.
De moord op een president als een directe aanleiding voor de burgeroorlog.
Soorten Gevolgen
Bedoelde en onbedoelde gevolgen:
Einde van de Eerste Wereldoorlog leidde tot onbedoelde gevolgen zoals het stijgen van Hitler aan de macht en de uitbraak van de Tweede Wereldoorlog.
Tijdvakken
Tijdvak 1: Jagers & Boeren
Periode: tot 800 v.C.
Kenmerken:
Jager-verzamelaars
Eerste boeren
Eerste stedelijke beschavingen
Wat we hebben geleerd: overgang van jager-verzamelaars naar landbouw.
Vragen: "Welke andere oude culturen zijn er geweest, behalve Egypte? Hoe werden die geregeerd?"
Tijdvak 2: Grieken & Romeinen
Periode: 800 v.C.-500 n.C.
Kenmerken:
Griekse stadstaat
Romeinse wereldrijk
Jodendom en christendom
Wat we hebben geleerd: leven in het Romeinse rijk, Griekse cultuur, godsdienst, en wetenschap.
Vragen: "Hoe gingen de Grieken en Romeinen om met politiek?"
Tijdvak 3: Monniken & Ridders
Periode: 500-1000
Kenmerken:
Europa wordt christelijk
De islam
Hofstelsel en horigheid
Wat we hebben geleerd: hoe horige boeren leefden en het christendom verspreid werd.
Vragen: "Hoe bestuurden vorsten hun landen in deze tijd in Europa en het Arabische Rijk?"
Tijdvak 4: Steden & Staten
Periode: 1000-1400
Kenmerken:
Opkomst van handel en ambacht
Steden met stadsrecht
Strijd tussen kerk en staat
Wat we hebben geleerd: ontstaan van steden en de macht van de kerk.
Vragen: "Hoe werden de steden in de Middeleeuwen bestuurd?"
Tijdvak 5: Ontdekkers & Hervormers
Periode: 1400-1600
Kenmerken:
Ontdekkingsreizen
Renaissance
Reformatie
Wat we hebben geleerd: opstanden en de invloed van de Reformatie.
Vragen: "Waarom kwam er oorlog in Nederland? Welke gevolgen had de oorlog?"
Tijdvak 6: Regenten & Vorsten
Periode: 1600-1700
Kenmerken:
Absolutisme
Gouden Eeuw
Handelskapitalisme
Wat we hebben geleerd: macht en rijkdom in de Nederlandse Republiek.
Vragen: "Hoe werd Nederland geregeerd?"
Tijdvak 7: Pruiken & Revoluties
Periode: 1700-1800
Kenmerken:
Verlichting
Democratische revoluties
Wat we hebben geleerd: politieke gevolgen van verlichte ideeën.
Vragen: "Hoe veranderde de Verlichting de politiek?"
Tijdvak 8: Burgers & Stoommachines
Periode: 1800-1900
Kenmerken:
Industriële Revolutie
Sociale kwestie
Wat we hebben geleerd: veranderingen in leven en werk door de Industriële Revolutie.
Vragen: "Hoe kregen de burgers meer macht na Napoleon?"
Tijdvak 9: Wereldoorlogen & Crisis
Periode: 1900-1950
Kenmerken:
Eerste en Tweede Wereldoorlog
Totalitaire systemen
Wat we hebben geleerd: gevolgen van de economische crisis en de Duitse bezetting van Nederland.
Vragen: "Hoe verliepen de wereldoorlogen?"
Tijdvak 10: Televisie & Computer
Periode: 1950-nu
Kenmerken:
Koude Oorlog
Dekolonisatie
Wat we hebben geleerd: migratie, culturele veranderingen, en de Europese eenwording.
Vragen: "Hoe stonden Oost en West tegenover elkaar in de Koude Oorlog?"