taaltrofee nederlands

  • stijlfiguren

  • alliteratie: dit is wanneer meerdere woorden vlak achter elkaar met dezelfde medeklinker beginnen.

  • chiasme: ook wel een kruisstelling genoemd. hierbij worden woorden of woordgroepen in een omgekeerde volgorde herhaald

  • hyperbool: om iets extra te benadrukken.

  • metafoor: dit is ook een vorm van beeldspraak, maar dan zonder 'als'. je vervangt het eigenlijke woord direct door een beeld.

—-

    semantisch verband,,

    betekenisrelatie tussen woorden

  • woorden over taalgebruik

  • bastaardwoord (daten): een woord dat we uit een andere taal hebben overgenomen, maar dat we een beetje hebben aangepast aan onze eigen spelling of uitspraak.

  • neologisme (woordschepping): gewoon een heel nieuw woord dat is verzonnen, vaak omdat er iets nieuws is (zoals techniek) waar we nog geen woord voor hadden.

  • vreemd woord: (selfie) een woord dat we letterlijk uit een andere taal hebben gepakt zonder de spelling aan te passen.

  • leenwoorden:(poort) klein beetje aanpassenn (port(en)→ poort(nl)) (vreemde afkomst niet herkennen)

  • verbanden tussen zinnen (tekstverbanden)

  • voorwaardelijk verband: dit geeft aan dat er eerst iets moet gebeuren voordat iets anders kan plaatsvinden.

  • oorzakelijk verband: dit geeft een oorzaak aan waar je zelf geen invloed op hebt. door a gebeurt b.

  • middel-doel: je gebruikt een bepaald middel om een specifiek doel te bereiken.

  • tegenstellend verband: twee dingen die tegenover elkaar staan. herkenbaar aan 'maar', 'echter', 'toch'.


  • nevenschikking: dit zijn twee hoofdzinnen die met elkaar verbonden zijn, meestal door 'en', 'of' of 'maar'. ze zijn allebei gelijkwaardig en kunnen eigenlijk ook als losse zinnen bestaan.

  • onderschikking: dit is een combinatie van een hoofdzin en een bijzin. de bijzin kan niet alleen staan en de persoonsvorm staat daar meestal helemaal achteraan.

  • actieve zin: de bedrijvende vorm. het onderwerp doet zelf de handeling. "de kat vangt de muis."

  • passieve zin: de lijdende vorm. je herkent dit aan het hulpwerkwoord 'worden' of 'zijn'. het onderwerp ondergaat de handeling. "de muis wordt gevangen door de kat."