Het Gebit van Hond en Kat - Basisverzorging
Het Gebit van Hond en Kat - Basisverzorging
Inleiding
Meer dan driekwart van de volwassen huisdieren heeft tandproblemen.
Halitose (slechte adem) en pijn zijn veelvoorkomende symptomen.
Pijn kan leiden tot verminderde eetlust en agressief gedrag.
Pathogene micro-organismen kunnen in de bloedbaan terechtkomen en hart-, lever- en nierproblemen veroorzaken.
Daarom is gebitsverzorging van huisdieren essentieel.
Belang van Gebitsverzorging
Tandenpoetsen is de belangrijkste maatregel.
Andere opties zijn speciale voeding (T/D), enzymatische kauwstrips en mondwater.
De dierenverpleegkundige speelt een adviserende rol bij de opvoeding van de cliënt.
Tandenpoetsen moet al bij pups en kittens worden aangeleerd om te voorkomen dat tandplak zich vasthecht.
Het is belangrijk om dagelijks te poetsen voor een goed resultaat.
Signalen van Tand- of Tandvleesproblemen
Slechte adem.
Overmatig speekselen.
Moeilijkheden met eten.
1. Gebit Hond
Tandformule Hond
Melkgebit: 28 tanden
maxilla
mandibula
Volwassen gebit: 42 tanden
maxilla
mandibula
I: Incisoren (snijtanden), C: Canini (hoektanden), P: Premolaren (valse kiezen), M: Molaren (kiezen)
Deze tandformule geldt voor honden met een normale kaaklengte (mesocephalen).
Er zijn ook brachycephalen (kort bolvormig schedel) en dolichocephalen (smal langgerekt schedel).
Verschillende Hoofdvormen bij Honden
Mesocephalen: normaal, bijvoorbeeld Duitse herder, Ierse setter.
Brachycephalen: (let op BOAS), bijvoorbeeld Pekinees, Mopshond, Boxer.
Dolichocephalen: windhonden.
Anatomie van de Hondenkaak
Bovenkaak (Maxilla): Incisoren, Canini, Premolaren, Molaren.
Onderkaak (Mandibula): Incisoren, Canini, Premolaren, Molaren.
Ontwikkeling van het Hondengebit
Bij geboorte: tandloos.
Melktanden:
Incisoren: 4 - 6 weken.
Canini: 5 - 6 weken.
Premolaren: 6 weken.
Definitieve tanden (wisselen 3-7 maanden):
Incisoren: 3 - 5 maanden.
Canini: 4 - 6 maanden.
Premolaren: 4 - 5 maanden.
Molaren: 5 - 7 maanden.
Pups hebben een verhoogde behoefte om te kauwen tijdens het wisselen (losse tanden verwijderen).
Anatomie van Tanden
Carnivoren (vleeseters), zoals honden, hebben specifieke tandanatomie.
Kroon: boven tandvlees.
Tandhals: smaller bij de tandvleeslijn.
Wortel: in het kaakbeen.
Kroon: omgeven door email (mineralen).
Wortel: omgeven door cement (verkalkt bindweefsel).
Dentine: beenachtig materiaal.
Pulpaholte: bevat zenuwen, bloed- en lymfevaten.
Weefsels van het Paradontium
Gingiva: tandvlees -> gingivitis.
Cement: gemineraliseerd bindweefsel, bedekt de wortels.
Paradontaal ligament: verbinding tussen tanden en kaakbot.
Alveolair bot: kaakbot rondom de tanden.
Paradontitis: vergevorderd stadium -> verlies tand.
Paradontium: steunweefsel van de tand.
Morfologie van Snijtanden (I)
Grootte:
Melksnijtanden < blijvende snijtanden.
Bovensnijtanden > onderste snijtanden.
Snijtanden centraal < buitenste snijtanden.
Vorm:
Blijvende snijtanden bovenkaak: drie lobben.
Blijvende snijtanden onderkaak: twee lobben.
Slijtage:
Begint aan de hoofdlob en dan aan de zijlobben.
Doorsnede snijvlak: ovaal - rond - omgekeerd ovaal.
Snijtanden steeds korter.
Toename van de tussentandruimten.
Morfologie van Hoektanden (C)
Melkhaaktanden: klein en puntig.
Blijvende hoektanden: groot en kegelvormig, licht gebogen en zijdelings iets afgeplat.
Bovenste hoektanden achter de onderste.
Morfologie van Kiezen (P), (M)
M1 onderkaak en P4 bovenkaak sterkst ontwikkeld: voedsel verscheuren (scheurkiezen).
2 tot 3 wortels, beperkte kauwvlakken.
Leeftijdsbepaling door Gebit
Niet betrouwbaar door variatie in voeding, kauwen op stenen, ras.
Tot ongeveer 7 jaar te schatten:
1,5 j: hoofdlob I1 onderkaak afgesleten.
2,5 j: hoofdlob I2 onderkaak afgesleten.
3,5 j: hoofdlob I1 bovenkaak afgesleten.
4,5 j: hoofdlob I2 bovenkaak afgesleten.
5,5 j: hoofdlob I3 onderkaak afgesleten.
6 j: hoofdlob I3 bovenkaak afgesleten.
7 j: wrijfvlak I1 onderkaak is omgekeerd ovaal.
Gebitsslijtage bij Honden
Het lichaam reageert op slijtage door aanmaak van dentine aan de bovenkant van de mergholte. Open wortelkanaal lijdt tot ontsteking.
2. Gebit Kat
Tandformule Kat
Melkgebit: 26 tanden
maxilla
mandibula
Volwassen gebit: 30 tanden
maxilla
mandibula
Canini hebben groeven, de premolaren en molaren hebben geen maalvlakken (geen maaltanden).
Ontwikkeling van het Kattengebit
Bij geboorte: tandloos.
Melktanden:
Incisoren: 3 - 4 weken.
Canini: 3 - 4 weken.
Premolaren: 6 weken.
Definitieve tanden (wisselen 3,5 - 6 maanden):
Incisoren: 3,5 - 5,5 maanden.
Canini: 5,5 - 6,5 maanden (groeven).
Premolaren: 4 - 5 maanden.
Molaren: 5 - 6 maanden.
Meer variatie tijdens het wisselen bij de kat.
Leeftijdsbepaling door Gebit bij Katten
Helemaal niet betrouwbaar, zeker bij volwassen dieren!
3. Dental Chart
Identificatiesysteem
Elk gebitselement wordt aangeduid met 3 cijfers.
De cijfers worden apart uitgesproken.
Het eerste cijfer geeft aan in welk kwadrant de tand zich bevindt.
De volgende twee cijfers geven de volgorde in het gebit aan (van mediaan naar distaal).
Kwadranten
Hond:
1ste kwadrant: Rechts bovenkaak.
2de kwadrant: Links bovenkaak.
3de kwadrant: Links onderkaak.
4de kwadrant: Rechts onderkaak.
Kat:
1ste kwadrant: Rechts bovenkaak.
2de kwadrant: Links bovenkaak.
3de kwadrant: Links onderkaak.
4de kwadrant: Rechts onderkaak.
Anatomische Oriëntatie
Occlusaal: kauwvlak van gebitselementen.
Incisiaal: snijdende rand.
Bucaal: aan de wangzijde.
Labiaal: naar de lipzijde gericht.
Palatinaal: vlak aan kant van het gehemelte.
Mesiaal: vlak dat naar andere tand/kies staat, richting lippen.
Distaal: andere kant van eerder genoemde vlak, richting keel dus.
Linguaal: tongzijde.
4. Tandafwijkingen
Standafwijkingen.
Persisterend melkgebit.
Tandfracturen.
Cariës.
Tandfistel.
Tandplak.
Tandsteen.
Paradontitis.
FCGS (Feliene chronische gingivo-stomatitis).
FORL (Feliene odontoclastische resorptieletsels).
Standafwijkingen
Beet: occlusie.
Rasgebonden.
Normale beet: scharend gebit.
Scharend gebit: normale stand van de tanden bij de hond (boventanden juist over de ondertanden).
Tanggebit: bij sommige rassen wordt dit aanvaard (boventanden juist op de ondertanden).
Varkensgebit (Brachygnatus inferior: verkorte onderkaak):
Bovenkaak langer dan onderkaak → malocclusie Þ snijtanden en kiezen abnormale slijtage.
Boven-voorbijters/bovenbeet.
Erfelijk gebrek! Dwergpoedel/Yorkshire terrier.
Snoeksgebit (Brachygnatus superior: verlengde onderkaak):
Onderkaak langer dan bovenkaak.
Normaal bij aantal brachycefale rassen.
Onder-voorbijters/onderbeet.
Erfelijk gebrek bij andere rassen! Vaak bij Perzische katten, Bulldog/Boxer.
Persisterend Melkgebit
Sommige melktanden vallen niet uit en de blijvende tand breekt door.
Meestal hoektand.
Groei en inplanting blijvende tand verstoren.
Behandeling: persisterende melktand verwijderen.
Tandfracturen
Door het kauwen op harde voorwerpen.
Meestal hoektand.
Niet zo erg bij pups en kittens.
Bij volwassen honden en katten geen probleem tenzij de pulpaholte open is.
Behandeling: wortelkanaalbehandeling (ontzenuwen en defect dichten) of extractie of nieuwe kroon.
Cariës
Necrose van het tandweefsel.
Kan alle delen van de tand aantasten (glazuur, dentine).
Af en toe bij de hond en zeldzaam bij de kat.
Genetische predispositie (samen met traumatische letsels, tandsteen en onvoldoende hard voedsel).
Streptococcen in de mondholte + suikers uit de voeding → organische zuren Þ demineraliseren tandsubstantie.
Meestal achterste molaren.
Symptomen:
Bruine verkleuring en ruwer tandoppervlak.
Geen pijn tot pulpaholte is aangetast kauwen langs één zijde weigeren van hard voedsel plots janken bij kauwen.
Behandeling: bij erge letsels dienen de aangetaste tanden verwijderd te worden.
Preventie: voldoende hard voedsel, weinig suikers en tanden poetsen.
Tandfistel
Ontsteking door infectie van de tandwortel van P4 (soms M1) van de bovenkaak.
Vorming van etter.
Vormt knobbel onder het oog.
Kan openbreken waardoor continu kleine hoeveelheden etter naar buiten kunnen vloeien (fistel).
Tandplak
Bacteriën (mond: 300 species!!!) voeden zich met achtergebleven voedselresten. Tandplak is een dun laagje bacteriën, virussen en speeksel dat in tandsteen verandert als de tanden niet binnen 24 uur worden gepoetst.
Afvalproducten van deze bacteriën vormen ruw laagje op de tanden en kiezen -> biofilm -> tandplak.
Wanneer mineralen uit het speeksel zich hieraan hechten mineraliseert deze plak en wordt deze harder: tandsteen.
Tandsteen
Belangrijkste gebitsprobleem hond.
Oudere en kleine honden.
Begint met tandplak (voedselresten en speeksel) waarin stoffen neerslaan.
Tandsteen niet weg te poetsen; vorming van gele, bruine of andere kleuren die verschillen van het parelwit van de tand. In dit stadium is reiniging door een specialist noodzakelijk.
Symptomen: mondgeur, gingivitis, parodontitis, loszitten tanden.
Paradontitis
Ontsteking (= itis) rondom (= para) de tand (= odont) oftewel de ontsteking van de weefsels rondom de tand.
Samenspel van aandoeningen die het periodontium aantasten (ondersteunende weefsels van de tand).
Erger bij oudere en kleinere dieren (poedels en yorkshire Terriers).
Eerst tandplak door bacteriën ⇝ gingivitis ⇝ periodontitis.
Vervolgens mineralisatie van tandplak tot tandsteen (niet irritant, maar wel ideaal oppervlak voor bacteriën).
Factoren die plakvorming bevorderen:
Tandsteen.
Malocclusie, persisterende melktanden.
Voedsel en haar tussen de tanden.
Factoren die weerstand tegen infectie verminderen:
Ziekte.
Nutrionele imbalans.
Immunodeficiëntie.
Symptomen:
Halitose; Terugtrekking van het tandvlees kan leiden tot ernstige ziekten die pijn, slechte adem en chronische infecties combineren en tanden, botten, neus, hart, lever en nieren kunnen beschadigen.
> speekselproductie.
< voedselopname.
Pijn bij kauwen.
Vermageren.
Diepte pockets.
Tandvlees recessie.
Ruimte tussen wortels van 1 tand.
Tand beweeglijk.
Alveolair beenverlies.
Stadia:
Gingivitis: Variërend van roze tot rood, gezwollen en ontstoken tandvlees. Het tandvlees komt los van de tand waardoor er tandplak ontstaat tussen tand en tandvlees; roodheid en oedeem aan tandvleesrand; Bloeden bij proben; Geen verlies vasthechting.
Stage 1 periodontitis (early): tandplak inflameert het tandvlees en bloedt makkelijk; Minder dan 25% verlies vasthechting; Minimale tandvlees recessie; Tand niet beweeglijk.
Stage 2 periodontitis (moderate): Tandsteen en tandplak vorming onder de rand van het tandvlees. Begin van botoplossing; Matig verlies vasthechting tand Matige pocketvorming. Terugtrekking van het tandvlees kan leiden tot ernstige ziekten die pijn, slechte adem en chronische infecties combineren en tanden, botten, neus, hart, lever en nieren kunnen beschadigen; 25-50% verlies botondersteuning; Lichte beweeglijkheid.
Stage 3 periodontitis (advanced): Uitgebreide ontsteking van het tandvlees en losse gebitselementen. Slechte adem; Vergevorderd verlies aanhechting; Diepe pockets en vergevorderde tandvlees recessie; >50% verlies botondersteuning; Tand zeer beweeglijk.
Stage 4 periodontitis (end-stage): botoplossing veroorzaakt loszittende kiezen; Verlies tand
Gevolgen:
Lokaal:
Abcedaties BREUK: een tand die een stuk ontbreekt of zichtbare scheuren vertoont. Als de wortels worden blootgesteld, kan het infecties en pijn veroorzaken.
Fistels naar de neusholte; Kieswortelontsteking is een pijnlijke aangelegenheid. Onmiddelijke behandeling is nodig om de pijn weg te nemen en het risico op orgaanschade te verminderen.
Pathologische fractuur mandibula.
Systemisch:
Uitzaaiing bacteriën naar andere organen: Zeer uitgebreide tandvlees- en botontsteking. Veel losse Kiezen (pijnlijk). Ernstig stinkende adem door bacteriële infectie
Hartkleppen
Nieren = Ernstige tandvlees- en botontsteking veroorzaakt zeer losse kiezen; Wacht niet, onmiddelijk behandelen! Behalve zeer pijnlijk, loopt uw huisdier risico op complicaties als gevolg van infectie. Complicaties zijn o.a. kaakfracturen, hartklepontsteking en nierfalen.
Longen.
FCGS (Feliene Chronische Gingivo-Stomatitis)
Afwijkende reactie op tandplakopbouw.
Extreme ontsteking in verhouding tot de hoeveelheid tandplak op de tanden.
Ontsteking niet alleen op tandvlees maar ook zacht mondweefsel.
Pijnlijk -> niet meer eten.
Behandeling:
Medicatie: bijvoorbeeld cortisone, NSAID’s, pijnremmers… (moeilijk).
Voorkeursbehandeling: volledige extractie.
FORL (Feliene Odontoclastische Resorptieletsels)
> 1/3 van onze volwassen huiskatten.
Exacte oorzaak nog onbekend.
2de meest voorkomende orale probleem bij Fe naast parodontitis.
Oplossen van de tandwortels.
odontoclasten (cellen die betrokken zijn bij de tandafbraak) gaan de tand resorberen (afbreken).
ontstaan van resorptielesies (gaatjes tand).
begint aan de buitenzijde van de wortel (het wortelcement) -> uitbreiding -> aantasting tandbeen (dentine).
resorptie zal steeds verder gaan richting de kroon (het glazuur) en uiteindelijk het wortelkanaal (pulpa).
Tandbeen rondom het wortelkanaal wordt pas in het allerlaatste stadium aangetast.
CORL (caniene odontoclastische resorptie letsels) Bestaat ook bij honden
5. Preventie en Behandeling
Preventie
Tandplak/steen:
Preventie: poetsen, enzymatische kauwstrips, specifieke voeding….
Behandeling (kort): detartratie, tandextractie….
Detartratie
Bij oudere patiënten: kan de anesthesie een risico inhouden!
Thuiszorg: onmiddellijk starten de dag na de detartratie.
Poetsen
Dagelijks poetsen: geeft echt resultaat -> mechanische werking!
Zachte tandenborstel (humaan of DGK).
Tandpasta voor hond/ kat -> geen humane tandpasta (F) -> werkt eerder als stimulatie/beloning: de borstel is het belangrijkste!
Cirkelvormige bewegingen.
Gewenning (starten pup/kitten: 8 tot 12 weken: eerste socialisatieperiode).
Starten met vingers/ vingerborstel/gaasje -> opbouwen tot correcte borstel.
Eventueel starten met buccale zijde maar opbouwen tot ook de linguale/palatale zijde.
Snijtanden zijn het gevoeligst.
Ondersteuning bij het Poetsen
Veterinary Oral Health Council (VOHC) goedgekeurde producten zijn effectief.
Enigen die echt werken: http://www.vohc.org/allacceptedproducts.html
Speciaal Ontwikkelde Voeding
Afname hoeveelheid beschikbaar calcium.
Natriumpolyfosfaat: maakt Calcium onbruikbaar ->vermindering omzetting van tandplak naar tandsteen.
Zink: houdt Ca in opgeloste vorm vast -> onbruikbaar voor vorming tandsteen.
Behoud gezonde bacterieflora in de mondholte:
Zink.
Polyfenolen → Reductie halitose.
Varia:
Eucalyptus: voorkomen halitose + antiseptische werking.
Groene thee: antibacteriële werking.
Essentiële vetzuren: antibacteriële werking + voorkomen halitose.
Behandeling
Tandsteen.
Detartratie.
Verwijderen van tandsteen.
Volledige narcose.
Mechanisch (met tangen, haakjes en krabbers).
Ultrasoon.
Polijsten.
Polijstpasta.
Extractie. BREUK: een tand die een stuk ontbreekt of zichtbare scheuren vertoont. Als de wortels worden blootgesteld, kan het infecties en pijn veroorzaken.
Samenvatting Gebitsverzorging
Voorkomen tandplak door poetsen.
Eenvoudig aan te leren.
Speciale tandpasta (met enzymes).
Dagelijks!
Extra’s ter preventie van tandplak:
Kauwstrips (mechanische en enzymatische werking).
Aangepaste voeding