Bio 1.1 p70-71

Enzymen

1. Wat is een enzym?

  • Het menselijk lichaam kan worden gezien als een gigantische fabriek.

    • In elke cel zijn duizenden machines actief.

    • Deze machines zijn verantwoordelijk voor:

      • Het afbreken van stoffen.

      • Het opbouwen van nieuwe moleculen.

      • Het vrijmaken van energie.

  • Deze reacties verlopen razendsnel, goed geordend, en op het juiste moment.

  • Enzymen fungeren als de onzichtbare werknemers die deze reacties mogelijk maken.

1.1 Definities van Enzymen
  • Enzym = biokatalysator.

    • Een enzym versnelt een chemische reactie zonder zelf verbruikt te worden.

    • Biokatalysator:

      • ‘Bio’ verwijst naar de aanwezigheid in levende organismen.

      • ‘Katalysator’ verwijst naar het versnellen van reacties zonder zelf op te raken.

  • Substraat: De stof waarop het enzym werkt.

  • Product: De stof(fen) die na de reactie ontstaan.

2. Reactiemechanisme van Enzymen

  • substraat + enzym met elkaar reageren:

    • enzym herkent het substraat

    • bindt het substraat vast

    • verandert het chemisch

    • laat dan de nieuwe stof los: het product

  • Het enzym werkt specifiek op:

    • Eén bepaalde stof of een kleine groep verwante stoffen.

  • Na de reactie blijft het enzym onveranderd en kan het opnieuw een substraat aanpakken.

3. Substraatspecificiteit

  • Enzymen zijn niet willekeurig, maar zeer kieskeurig.

  • Ze werken meestal slechts op één specifiek substraat of een kleine groep substraten die veel op elkaar lijken: substraatspecificiteit

  • substraatspecificiteit maakt enzymen krachtig en veilig:

    • Ze doen alleen wat nodig is voor de functie in het lichaam.

    • Bijvoorbeeld: een enzym dat vetten afbreekt moet dat alleen in de darmen doen, niet in de ooglens of zenuwcellen.

4. Voorbeeld van een enzym: Lactase

  • Lactase komt voor in de dunne darm.

  • Het enzym breekt lactose (melksuiker) af in kleinere suikers die door het lichaam kunnen worden opgenomen.

  • Bij mensen met lactose-intolerantie:

    • Ontbreekt lactase of werkt niet goed.

    • Hierdoor kan lactose niet worden afgebroken.

    • Lactose blijft in de darm en begint te gisten.

  • Gevolgen van lactose-intolerantie:

    • Buikpijn.

    • Krampen.

    • Gasvorming.

    • Opgeblazen gevoel.

  • Dit voorbeeld toont aan hoe een klein enzym een groot effect kan hebben op het dagelijks leven.