THEMA 3 – LOGISTIEK & MARKETING
Level 5: Logistiek
Definitie Logistiek: Op het juiste moment, op de juiste plaats, de exacte hoeveelheid gevraagde goederen leveren tegen zo laag mogelijke kosten.
Plaats in het organogram: Logistiek staat naast Inkoop, Verkoop & Marketing, Administratie en Personeel.
Taken magazijnmedewerker:
Ontvangen & controleren
Opslaan
Orderpicken
Verpakken & verzenden
Voorraad beheren
Soorten magazijnen: Groothandel, Distributiecentrum, Public Warehouse, Groepagecentrum.
Interne transportmiddelen: Steekwagen, handpallettruck, motorpallettruck, vorkheftruck.
Goederenstroom (4 processen):
Ontvangst
Opslag
Orderpicking
Opsturen
Voorraadmethodes:
FIFO → First In First Out (voeding)
LIFO → Last In First Out
JIT → Just In Time (minimale voorraad)
Pictogrammen:
Oranje/zwart = gevarenpictogrammen (giftig, brandbaar…)
Zwart/wit = handlingpictogrammen (breekbaar, deze kant boven…)
Track & Trace: Volgen van een pakket (voordeel voor klant en bedrijf).
Level 6: Marketing
Marketing: Onderzoek doen naar behoeften van mensen en een strategie ontwikkelen om goederen/diensten te verkopen.
Marketingmix:
6 P’s: Product, Prijs, Plaats, Promotie, Presentatie, Personeel
4 C’s: Customer solution, Cost, Convenience, Communication
Assortiment:
Breedte = aantal productgroepen
Diepte = aantal varianten per groep
Distributie:
Direct: bedrijf → klant (webshop, eigen winkel)
Indirect: via tussenpersonen (groothandel, winkels)
Prijs: Strategie kiezen (goedkoopste vs premium)
Business Model Canvas (BMC): 9 bouwstenen om een businessmodel in één beeld te vatten (waardepropositie, klanten, kanalen, kosten, inkomsten…).
THEMA 4 – OVERHEID & ECONOMIE
Level 1
Overheidsinkomsten: Belastingen (BTW, personenbelasting, accijnzen, vennootschapsbelasting).
Overheidsuitgaven: Pensioenen, gezondheidszorg, onderwijs, infrastructuur, subsidies.
Subsidies: Geld van de overheid aan bedrijven, verenigingen of personen om bepaalde dingen te stimuleren (bijv. jeugdverenigingen, elektrische wagens, bedrijven in bepaalde regio’s).
Economische kringloop: Gezin → Bedrijven → Overheid → Buitenland.
Impact op prijzen:
Subsidies → prijs daalt
Belastingen (BTW, accijnzen) → prijs stijgt
Level 2
EU en jongeren:
Erasmus+ programma (studeren/stage in buitenland)
GDPR (privacywetgeving)
Roaming-regels (geen extra kosten meer binnen EU)
Internationale beslissingen van de overheid (bijv. wapenembargo, subsidies, steun aan bedrijven).
Belangrijk: Overheid probeert economie te sturen via belastingen, subsidies en regels.
THEMA 5 – INTERNATIONALE HANDEL
Level 1
Import = invoer van goederen uit buitenland
Export = uitvoer van goederen naar buitenland
Voordelen internationale handel:
Meer keuze voor consument
Lagere prijzen
Specialisatie per land
Nadelen:
Transportkosten + milieu-impact
Afhankelijkheid van andere landen
Extra kosten bij import buiten EU (invoerrechten + BTW)
Wisselkoers: Bepaalt de waarde van buitenlandse munten t.o.v. de euro → beïnvloedt prijzen sterk.
Big Mac Index: Vergelijkt koopkracht tussen landen via prijs van een Big Mac.
Belangrijke begrippen
Invoerrechten: Extra belasting bij import buiten EU
Made in Belgium: Producten die in België gemaakt worden
Lokaal aankopen: Voordelen voor milieu en economie (minder transport)