N34503-01A
Geest, Gedrag en Psychologische Wetenschap
- Een vriendin vertelde over een verjaardagsfeestje van haar achtjarige kind, waar de kinderen na het eten van taart, ijs en snoep tegen de muren opst stuiterden.
- Toen de vriendin vroeg of de docent psychologie het niet geloofde, antwoordde die dat wat mensen 'gezond verstand' noemen, fout kan zijn en noemde de platte aarde als voorbeeld.
- Het zou ook de opwinding over het feestje kunnen zijn, stelde de docent voor.
- De vriendin daagde uit om te bewijzen dat suiker kinderen niet hyperactief maakt, waarop de docent antwoordde dat de wetenschap zo niet werkt, maar dat een experiment uitgevoerd kan worden.
Kernvraag: Bewering testen dat suiker kinderen hyperactief maakt
- Mensen zien vaak alleen wat ze verwachten, dus verwachtingen over suiker en hyperactiviteit kunnen waarnemingen beïnvloeden.
- Er moet een experiment bedacht worden over suiker en hyperactiviteit waarbij ook rekening gehouden wordt met verwachtingen.
- Elk hoofdstuk in dit boek begint met een probleem om de lezer actief bij de psychologie te betrekken en kritisch te laten nadenken over belangrijke begrippen.
- Actief nadenken over de problemen zorgt dat begrippen meer betekenis krijgen en makkelijker onthouden worden.
- Het belangrijke concept dat wordt geïllustreerd door het probleem van de 'suikerkick' is het toepassen van de wetenschappelijke methode om de geest en het gedrag te onderzoeken.
Kernvraag 1.1: Wat is psychologie en wat is het niet?
- Slechts een minderheid van de psychologen houdt zich bezig met de diagnose en behandeling van geestelijke problemen.
- Psychoanalyse is een zeer gespecialiseerde en weinig toegepaste vorm van therapie.
- Het woord psychologie komt uit het Oudgrieks. Psyche betekent 'geest' en -logie betekent 'gebied van studie'.
- De letterlijke betekenis van psychologie is dus 'de studie van de geest'.
- Kernconcept 1.1: Psychologie is een breed veld, met vele specialismen, maar in wezen is psychologie de wetenschap van gedrag en geestelijke processen.
- Psychologie houdt zich niet alleen bezig met geestelijke processen, maar ook met gedragingen.
- Het terrein van de psychologie beslaat zowel interne geestelijke processen als externe, waarneembare gedragingen.
- De wetenschap van de psychologie is gebaseerd op objectieve, verifieerbare gebeurtenissen.
1.1.1 Psychologie: Meer dan je denkt
- Psychologie beslaat een breder terrein dan de meeste mensen beseffen.
- Niet alle psychologen werken als therapeut.
- Velen werken in het onderwijs, het bedrijfsleven, de sport, gevangenissen, de politiek, kerken, de reclame en marketing, en aan de afdelingen psychologie van opleidingen in het beroepsonderwijs en universitair onderwijs.
- Anderen werken voor adviesbureaus en de rechtbank.
- In deze omgevingen verrichten psychologen uiteenlopende taken, zoals onderwijs geven, onderzoek doen, en apparatuur beoordelen en ontwerpen.
- Psychologie is in drie groepen in te delen: experimenteel psychologen, docenten psychologie en toegepast psychologen.
- Er bestaat wel enige overlap tussen deze groepen, omdat veel psychologen tijdens hun werk verschillende functies uitoefenen.
- Experimenteel psychologen (soms onderzoekspsychologen genoemd) vormen de kleinste van de drie groepen. Ze voeren echter het meeste onderzoek uit dat nieuwe psychologische kennis creëert.
- Een experimenteel psycholoog zou bijvoorbeeld de effecten van suiker op hyperactiviteit kunnen onderzoeken.
- Docenten psychologie werken binnen een grote diversiteit aan opleidingen en doen ook wetenschappelijk onderzoek.
- Toegepast psychologen passen de kennis die door experimenteel psychologen is vergaard, toe om problemen van mensen op te lossen.
- Ze werken op de meest uiteenlopende plekken, bijvoorbeeld op scholen, in klinieken, bij bedrijven, welzijnsorganisaties, op luchthavens en in ziekenhuizen.
- Alles bij elkaar werkt de meerderheid van psychologen met een universitaire opleiding voornamelijk als toegepast psycholoog.
- Experimenteel psychologen (soms onderzoekspsychologen genoemd) vormen de kleinste van de drie groepen. Ze voeren echter het meeste onderzoek uit dat nieuwe psychologische kennis creëert.
Specialisaties in de toegepaste psychologie
- Arbeids- en organisatiepsychologen (vaak A&O-psychologen genoemd) hebben zich gespecialiseerd in aanpassingen aan de werkplek die de productiviteit en de arbeidsmoraal van werknemers moeten maximaliseren.
- Sportpsychologen helpen atleten hun prestaties en motivatie te verbeteren, door trainingssessies te plannen en door hen te leren hun emoties onder druk te beheersen.
- Schoolpsychologen zijn deskundig op het gebied van lesgeven en leren. Ze diagnosticeren leer- en gedragsproblemen en adviseren leraren, ouders en leerlingen.
- Klinisch psychologen en counselors helpen mensen zich aan te passen op sociaal en emotioneel gebied, of om moeilijke keuzes in relaties, hun carrière of opleiding te maken.
- De specialistenopleiding tot klinisch psycholoog omvat in Nederland in totaal minimaal tien jaar: vier jaar universiteit (een master psychologie of orthopedagogiek), twee jaar de postuniversitaire opleiding tot gezondheidszorgpsycholoog en vier jaar de specialistenopleiding tot klinisch psycholoog.
- Forensisch psychologen leveren hun psychologische expertise aan het wets- en rechtssysteem.
- Forensisch psychologen kunnen gevangenen in penitentiaire of tbs-inrichtingen testen om vast te stellen of ze vrijgelaten kunnen worden of fit genoeg zijn om voor de rechtbank te verschijnen.
- Omgevingspsychologen proberen de interactie met onze omgeving en het milieu te verbeteren. Ze bestuderen bijvoorbeeld de invloed van groene ruimten in de binnenstad op de schoolprestaties van kinderen of verzinnen manieren om milieuvriendelijk gedrag te stimuleren, zoals recycling.
- Gerontopsychologen vormen een van de nieuwste vakgroepen in de psychologie. Ze helpen ouderen hun gezondheid en welzijn te behouden en effectief te leren omgaan met leeftijdgerelateerde problemen.
1.1.2 Psychologie is geen psychiatrie
- Vrijwel alle psychiaters behandelen psychische stoornissen.
- Psychiatrie is een medisch specialisme en maakt geen deel uit van de psychologie.
- Psychiaters hebben een medische opleiding (geneeskunde) genoten en hebben daarnaast een gespecialiseerde opleiding achter de rug in de behandeling van geestelijke en gedragsmatige problemen, meestal met behulp van geneesmiddelen.
- Daardoor richten psychiaters zich voornamelijk op de behandeling van mensen met ernstiger psychische stoornissen dan psychologen en doen zij dit vanuit een medische invalshoek: zij zien deze mensen als ‘patiënten’ met een geestelijke ‘ziekte’.
- De psychologie beslaat het hele terrein van het menselijk gedrag en de geestelijke processen, van hersenfuncties tot en met sociale interacties. Voor de meeste psychologen ligt de nadruk in hun opleiding op onderzoeksmethoden, in combinatie met het bestuderen van bijvoorbeeld een van de bovengenoemde specialismen.
- In Nederland wordt er op gezette tijden over gediscussieerd of psychologen ook medicijnen mogen voorschrijven, maar tot op heden mag dat niet.
1.1.3 Kritisch nadenken over psychologie en pseudopsychologie
- Veel mensen zoeken hun toevlucht in het paranormale om de ‘mysterieuze krachten van de geest’ te begrijpen. Men wendt zich bijvoorbeeld tot horoscopen, handlezing, en dergelijke.
- Er is ook geen feitelijke basis voor grafologie (de zogenoemde handschriftanalyse), waarzeggerij of subliminale berichten die ons gedrag zouden beïnvloeden.
- Dit valt allemaal onder het kopje pseudopsychologie: niet-onderbouwde psychologische aannamen die als wetenschappelijke waarheden worden gepresenteerd.
- Je wilt belangrijke besluiten op het gebied van gezondheid en welzijn immers niet baseren op onjuiste informatie.
- Wat is kritisch denken?
- Wat is de bron?
- Is de bewering redelijk of extreem?
- Kritische denkers zijn sceptisch over beweringen die als 'doorbraak' of 'revolutionair' worden aangemerkt.
- Wat is het bewijsmateriaal?
- Anekdotisch bewijsmateriaal: Getuigenissen die de ervaringen van iemand of enkele personen schetsen, maar ten onrechte voor wetenschappelijk bewijs worden aangezien.
- Kan de conclusie zijn beïnvloed door bias?
- Bias: Een vooroordeel, vervorming of vertekening van een situatie, meestal op basis van persoonlijke ervaringen en waarden.
- Emotionele bias: De neiging om oordelen te vellen gebaseerd op attitudes en gevoelens, in plaats van op een rationele analyse van het bewijsmateriaal.
- Confirmation bias (bevestigingsbias): De neiging om informatie die niet bij je opvattingen aansluit te negeren of te bekritiseren en om in plaats daarvan informatie te zoeken waar je het wel mee eens bent.
- Worden veelvoorkomende denkfouten vermeden?
- Vaak kan gezond verstand een stelling zowel ondersteunen als onderuithalen.
- Een tweede voorbeeld van een logische denkfout doet zich voor als we aannemen dat als twee dingen tegelijkertijd voorkomen, het een het ander moet veroorzaken. Dit staat bekend als de correlatie-causaliteit-denkfout.
- Zijn voor het oplossen van het probleem verschillende invalshoeken nodig?
Kernvraag 1.2: Wat zijn de zes belangrijkste perspectieven van de psychologie?
- De moderne psychologie is vormgegeven door haar geschiedenis, die zo’n 25 eeuwen teruggaat tot de Griekse filosofen Socrates, Plato en Aristoteles. Deze wijzen speculeerden over bewustzijn en gekte, en stelden dat emoties het denken kunnen verstoren en dat onze waarnemingen slechts interpretaties zijn van de ons omringende wereld.
- In Azië verkenden volgers van yoga en het boeddhisme het bewustzijn, dat ze via meditatie probeerden te beheersen. Tegelijkertijd ontstonden in Afrika andere verklaringen voor persoonlijkheid en psychische stoornissen vanuit traditionele spirituele opvattingen.
- Voor middeleeuwse christenen was de menselijke geest, net als de geest van God, een mysterie dat stervelingen niet in twijfel dienden te trekken.
- Kernconcept 1.2: Zes belangrijke perspectieven domineren het snel veranderende veld van de moderne psychologie: het biologische, cognitieve, behavioristische, whole-person-, ontwikkelings- en socioculturele perspectief. Alle kwamen voort uit radicaal nieuwe ideeën over geest en gedrag.
1.2.1 Scheiding van lichaam en geest en het moderne biologische perspectief
- De zeventiende-eeuwse Franse filosoof René Descartes stelde het eerste radicaal nieuwe idee voor dat uiteindelijk leidde tot de moderne psychologie: een scheiding tussen de spirituele geest en het fysieke lichaam.
- Descartes behoorde tot het rationalisme, een filosofiestroming die de ratio – het denken – als enige middel zag om aan wetenschap en filosofie te doen.
- Een (Britse) filosofiestroming, het empirisme, formuleerde echter veel kritiek op Descartes. Empiristen zien het denken namelijk als onnodig en zelfs storend in wetenschap en filosofie. Zij beweren dat waarnemingen, ervaringen en experimenten de enige ware bronnen van kennis zijn.
- John Locke, beweerde dat de mens bij de geboorte een tabula rasa is: een onbeschreven blad dat door ervaring, leerprocessen en opvoeding persoonlijkheid en vaardigheden (zoals intelligentie) krijgt.
- Vierhonderd jaar later vormt Descartes’ revolutionaire perspectief de basis voor het moderne biologische perspectief. Moderne biologisch psychologen hebben lichaam en geest opnieuw samengevoegd. Zij beschouwen de geest tegenwoordig als een product van de hersenen.
- Daarom zoeken biologisch psychologen naar de oorzaken van ons gedrag in het zenuwstelsel, het endocriene stelsel (hormoonstelsel) en de genen.
Twee variaties op het biologische thema
- De biologische psychologie wordt gecombineerd met de biologie, de neurologie en andere disciplines die geïnteresseerd zijn in processen in de hersenen tot het nieuwe vakgebied van de neurowetenschap.
- Volgens de evolutionaire psychologie komt een groot deel van het menselijk gedrag voort uit overgeërfde neigingen; dit standpunt wordt in hoge mate ondersteund door recent onderzoek in de genetica.
- Volgens de evolutionaire psychologie hebben invloeden in de omgeving de stamboom van de mens ‘gesnoeid’, waarbij de individuen met de meest adaptieve psychische en lichamelijke kenmerken bevoordeeld werden, want ze leefden langer en waren daardoor beter in staat zich voort te planten en zo hun eigen kenmerken door te geven. Darwin noemde dit natuurlijke selectie.
1.2.2 Het begin van de wetenschappelijke psychologie en het moderne cognitieve perspectief
- De Duitse wetenschapper Wilhelm Wundt dacht dat het mogelijk was de menselijke geest op eenzelfde manier te simplificeren als het periodiek systeem de scheikunde had vereenvoudigd.
- Wilhelm Wundt had wel een baanbrekend inzicht: de wetenschappelijke methoden zoals die in de natuur- en scheikunde werden toegepast, konden ook gebruikt worden om zowel de geest als het lichaam te bestuderen.
*Wundt en zijn studenten deden ook onderzoek waarbij getrainde vrijwilligers hun sensorische en emotionele reacties op verschillende prikkels beschreven, een techniek die introspectie wordt genoemd.
De erfenis van Wundt: structuralisme
- Wundts pupil Edward Bradford Titchener bracht de zoektocht naar de elementen van het bewustzijn naar de Verenigde Staten, waar hij het structuralisme begon te noemen.
- Dit was een passende term, want Titchener had net als Wundt als doel de meest elementaire ‘structuren’ of onderdelen van de geest aan het licht te brengen.
- Gestaltpsychologen concentreerden zich daarom op het geheel van onze bewustzijnservaringen als meer dan de som van de delen en probeerden te begrijpen hoe we ‘perceptuele gehelen’ vormen.
- William James beargumenteerde dat de benadering van de Duitser veel te beperkt was. De psychologie moest zich richten op de functie van het bewustzijn en niet alleen op de structuur ervan.
- Heel toepasselijk leidden James’ opvattingen tot een richting in de psychologie die het functionalisme genoemd werd.
Het moderne cognitieve perspectief
- Net als in het perspectief van de structuralistische school, de functionalistische school en de Gestaltpsychologie wordt in het cognitieve perspectief ook de nadruk gelegd op cognitie: geestelijke activiteiten zoals waarnemingen, interpretaties, verwachtingen, overtuigingen en herinneringen.
- Tegenwoordig kan het cognitieve perspectief gebruikmaken van objectievere observatiemethoden dan vroeger, dankzij de verbluffende ontwikkelingen op het gebied van brain imaging-technieken. Daardoor kunnen wetenschappers de hersenen tijdens allerlei mentale processen bestuderen.
1.2.3 Het behavioristische perspectief: nadruk op waarneembaar gedrag
- Rond 1900 werd een bijzonder radicale en opstandige groep wetenschappers bekend, de zogenoemde behavioristen, doordat ze het met vrijwel iedereen oneens waren.
- De Amerikaan John B. Watson, een vroege leider van de behavioristische beweging, betoogde dat een werkelijk objectieve psychologische wetenschap zich uitsluitend met waarneembare gebeurtenissen zou moeten bezighouden: fysieke stimuli vanuit de omgeving en de waarneembare reacties van het organisme daarop.
- De Amerikaan B.F. Skinner, een andere invloedrijke behaviorist, heeft dit perspectief misschien wel het beste samengevat toen hij aanvoerde dat het verleidelijke concept van de ‘geest’ tot cirkelredeneringen in de psychologie leidde.
- Het behavioristische perspectief vroeg vooral aandacht voor de manier waarop ons handelen wordt gevormd door de consequenties ervan.
- Een grote verdienste van behavioristen is dat we nu veel beter begrijpen dat krachten vanuit de omgeving van invloed zijn op het vermogen tot leren.
1.2.4 De perspectieven vanuit de gehele persoon: psychodynamisch, humanistisch, en karaktertrekken en temperament
- Aan het begin van de twintigste eeuw oefenden de Weense arts Sigmund Freud en zijn volgelingen ook kritiek uit op Wundt en het structuralisme. Zij ontwikkelden een methode voor het behandelen van psychische stoornissen die op weer een ander radicaal idee was gebaseerd: dat persoonlijkheid en psychische stoornissen voornamelijk ontstaan uit processen in de onbewuste geest, en niet in het bewustzijn.
- We gebruiken de term psychodynamisch voor die ideeën van Freud en alle neofreudiaanse theorieën die ontstonden uit het idee dat de geest (psyche) – vooral de onbewuste geest – een reservoir van energie (dynamica) voor de persoonlijkheid is. Volgens de psychodynamische psychologie is deze energie datgene wat ons motiveert.
- De methode werd oorspronkelijk ontwikkeld als medische techniek voor de behandeling van psychische stoornissen. Psychoanalytici leggen de nadruk op de analyse van dromen, versprekingen (de zogenoemde ‘freudiaanse verspreking’) en op een techniek die vrije associatie wordt genoemd, om aanwijzingen te verkrijgen voor de onbewuste conflicten en verlangens waarvan wordt gedacht dat ze door het bewustzijn worden gecensureerd.
- Als reactie op de nadruk van psychoanalytici op duistere krachten in het onbewuste, sloeg de humanistische psychologie een nieuwe weg in.
- De radicaal nieuwe invalshoek die werd ontwikkeld door humanistische therapeuten legde de nadruk op de positieve kant van onze natuur: onze mogelijkheden, groei en potentie.
- Vanuit het humanistische perspectief hebben de opvattingen die je hebt over jezelf en je fysieke en emotionele behoeften een grote invloed op je gedachten, emoties en handelingen, die op hun beurt allemaal invloed hebben op de ontwikkeling van je potentieel.
- Het fundamentele idee dat deze psychologische stroming van andere onderscheidt, luidt als volgt: verschillen tussen mensen ontstaan uit verschillen in stabiele kenmerken en neigingen, die karaktertrekken en temperamenten worden genoemd.
- Van al deze individuele karaktereigenschappen wordt verondersteld dat ze op zijn minst voor een deel biologisch van aard zijn en naar verwachting tamelijk consistent in de tijd en in verschillende situaties.
1.2.5 Het ontwikkelingsperspectief: veranderingen die ontstaan door nature en nurture
- Volgens het ontwikkelingsperspectief is psychologische verandering het gevolg van een interactie tussen de erfelijke eigenschappen die in onze genen zijn vastgelegd en de invloed van onze omgeving.
- Het grote idee dat bepalend is voor het ontwikkelingsperspectief is dit: mensen veranderen op voorspelbare wijze naarmate de invloeden van erfelijkheid en omgeving zich in de loop van de tijd ontplooien.
- In het verleden richtte een groot deel van het onderzoek in de ontwikkelingspsychologie zich op kinderen, deels omdat die zo snel en op nogal voorspelbare wijze veranderen. Recenter zijn ontwikkelingspsychologen hun aandacht steeds meer gaan richten op tieners en adolescenten, en is aangetoond dat ontwikkelingsprocessen gedurende het gehele leven doorgaan.
1.2.6 Het socioculturele perspectief: het individu in context
- Het socioculturele perspectief stelt het idee van de sociale invloed centraal.
- Vanuit deze invalshoek verdiepen socioculturele of crossculturele psychologen zich in onderwerpen als aardig vinden, liefhebben, vooroordelen, agressie, gehoorzaamheid en conformisme.
- Cultuur, een complexe mix van taal, opvattingen, gewoonten, waarden en tradities, heeft een diepgaande invloed op ons allemaal.
- Sociocultureel psychologen geven de psychologie een krachtig bijkomend concept: de kracht van de situatie. Volgens dit standpunt kunnen de sociale en culturele situatie waarin de persoon is ingebed, soms sterker zijn dan alle andere factoren die het gedrag beïnvloeden.
Kernvraag 1.3: Hoe vergaren psychologen nieuwe kennis?
Een van de grootste intellectuele prestaties van de mensheid is de wetenschappelijke methode, een manier om ideeën over de werkelijkheid te testen.
- Kernconcept 1.3: Net als onderzoekers in alle andere vakgebieden gebruiken psychologen de wetenschappelijke methode om hun ideeën empirisch te toetsen.
- In de wetenschap noemen we deze verklaringen theorieën, een woord dat vaak verkeerd begrepen wordt.
1.3.1 Vier stappen van de wetenschappelijke methode
- Het toetsen van een wetenschappelijke theorie geschiedt in vier methodische stappen:
- Een hypothese ontwikkelen
- Elk wetenschappelijk onderzoek begint met het formuleren van een specifiek idee of een vermoeden over een onderdeel van een bredere theorie.
- Een hypothese ontwikkelen