b5-geheugen-samenvatting-algemene-psychologie

B5: Geheugen - Algemene Psychologie

Definitie Geheugen

  • Geheugen komt in beeld wanneer informatie blijvend in de hersenen is: Onthouden, verdraaien, vergeten.

  • Geheugen functioneert als een cocktail: nieuwe herinneringen worden ingeweven met bestaande herinneringen.

  • Geheugen als informatieverwerkingssysteem:

    • Coderen: Omzetten van informatie naar een geheugenrepresentatie.

    • Opslaan: Duurzaam maken van het geheugenspoor.

    • Ophalen: Actief terughalen van opgeslagen informatie.

Geheugentypes

  • Geheugen is een parapluterm die verschillende geheugentypes omvat.

Eerste Geheugenonderzoek

  • Ebbinghaus (19de eeuw): Grondlegger van geheugenonderzoek.

    • Onderzoekers vragen: Hoeveel vergeten we en hoe snel?

    • 'Ah ja gevoel': Tijdelijk vergeten maar later herinneren.

  • Gebruik van zinloze lettergrepen om voorkennis uit te schakelen (bijv. kep, zob, naf).

  • Onderzoek naar verdeling van leer- en testintervallen.

    • Verminderen van oplaadbeurten bij herhalen.

  • Hij stelde de vergeetcurve op.

Functies van het Geheugen

  • Geheugen bestaat uit drie essentiële functies:

    1. Encodering: Proces van informatie omzetten in geschiktere representatie.

    2. Opslag: Het vastzetten van informatie in het geheugen.

    3. Ophalen: Het actief terughalen van informatie.

Vergelijking Geheugen en Computer

  • Informatie komt binnen, wordt opgeslagen, en later opgehaald.

  • Oorzaken van geheugenproblemen:

    • Informatie bereikt geheugen niet.

    • Geheugensporen vervagen of verdwijnen.

  • Voorbeelden:

    • ADHD: Slechte focus beïnvloedt codering.

    • Dementie: Moeite om aandacht te houden en te onthouden.

    • Depressie: Ophaalproblemen door energietekort.

Hoe Vormen We Herinneringen?

Geheugenstadia (Atkinson & Shiffrin)

  • Sensorisch geheugen: Kort termijn behoud van zintuiglijke informatie.

    • Experiment (George Sperling): Capaciteit van sensorisch geheugen is 12 items: Bij 0,05 sec kunnen slechts 3-4 letters onthouden worden.

    • Duurtijd: < 1 tot 4 seconden, afhankelijk van het zintuig.

Korte Termijn/Werkgeheugen

  • Werkgeheugen heeft minder capaciteit dan sensorisch geheugen:

    • Capaciteit: Ongeveer 7 items (Miller).

    • Chunking en herhaling zijn belangrijke strategieën:

      • Chunking: Groeperen van informatie in betekenisvolle eenheden.

      • Herhaling: Oppervlakkige en diepe herhaling.

Langetermijngeheugen

  • Overdracht van KTG naar LTG:

    • Primacy-effect en recentheidseffect bij seriële positiecurve.

    • Informatieoverdracht vereist:

      • Vlugge opslag in eerste netwerk.

      • Langzame vervlechting in tweede netwerk (relevantie van hippocampus en slaap).

Capaciteit van Langetermijngeheugen

  • Onbeperkt: Geschat op basis van het aantal neuronen en verbindingen.

  • Onderzoek (Brady et al.): Gedwongen keuze taken voor het onthouden van afbeeldingen met hoge precisie.

Structuur van Langetermijngeheugen

  • Declaratief geheugen: Kennis en ervaringen die we hebben opgedaan (semantisch en episodisch).

  • Niet-declaratief geheugen: Onbewuste, procedurele kennis (bijv. motorische vaardigheden).

Pathologie van Geheugen

  • Problemen in impliciet, semantisch, of episodisch geheugen kunnen optreden bij verschillende aandoeningen zoals Alzheimer, fronto-temporale dementie.

Toepassing in het Dagelijks Leven

  • Voorbeeld van blind typen: motorische vaardigheden zonder exacte blootstelling aan het materiaal.

  • Herinneringen worden gevormd door ervaringen en interacties met de omgeving.