Mykeense Beschaving en de Dark Ages

Historische Context van de Myceense Cultuur

  • Ontstaan en Locatie: Terwijl op Kreta de Minoïsche beschaving bloeide, ontwikkelde de Myceense cultuur zich op het Griekse schiereiland (het vasteland). Deze cultuur wordt beschouwd als de directe voorloper van de antieke Griekse beschaving.

  • De Achaiërs: Rond 17001700 - 1600v.Chr.1600\,v.\,Chr. werd het vasteland overspoeld door Indogermaanse stammen uit het noorden. Zij vestigden zich onder andere aan de kusten van de Peloponnesus. Deze volkeren staan bekend als de Achaiërs.

  • Naamgeving: De cultuur is vernoemd naar de stad Mykene, waar in de 19de19^{de} eeuw de eerste archeologische resten werden aangetroffen.

  • Bloeiperiode: Tussen 14001400 en 1200v.Chr.1200\,v.\,Chr. kenden de Mykeners een periode van grote welvaart, die voornamelijk gebaseerd was op een zeer goed georganiseerde scheepvaart.

  • Ondergang en de Dark Ages: Het overwicht van de Mykeners was relatief kort. Tussen 11501150 en 1000v.Chr.1000\,v.\,Chr. vielen nieuwe volkeren, waaronder de Doriërs, vanuit het noorden binnen. Dit leidde tot een chaotische en gewelddadige periode waarin veel cultuur verloren ging. Deze periode staat bekend als:

    • De Dorische periode.

    • De ‘Dark Ages’ van Griekenland.

  • Herstel: Pas vanaf de 9de9^{de} eeuw v.Chr.v.\,Chr. keerde de stabiliteit terug, wat het begin markeerde van de Archaïsche Griekse cultuur.

De Homerische Epen: Ilias en Odyssee

  • Definitie: De Ilias en de Odyssee zijn twee heldendichten die worden toegeschreven aan de dichter Homeros.

  • Ontstaan: Hoewel toegeschreven aan één persoon, zijn deze werken geleidelijk ontstaan binnen een mondelinge vertelcultuur. Ze werden uiteindelijk in de 8ste8^{ste} eeuw v.Chr.v.\,Chr. voor het eerst neergeschreven.

  • Culturele Impact: Ze vormen het begin van de Westerse literatuurgeschiedenis. De vertelstof uit deze epen is gedurende de hele kunstgeschiedenis herhaaldelijk als thema gebruikt.

  • Historische Reflectie: De epen vermelden belangrijke Myceense centra (zoals "Tiryns met de machtige wallen") en weerspiegelen de krijgerscultuur van de Myceense beschaving en de daaropvolgende Dark Ages.

  • Inhoud van de Ilias:

    • Beschrijft het laatste jaar van de Trojaanse oorlog.

    • De aanleiding van de oorlog was het terughalen van Helena, de mooiste vrouw op aarde.

    • Centraal staat de ‘wrok’ van Achilles, de grootste Griekse held, die op een zeker moment weigert verder te vechten.

  • Inhoud van de Odyssee:

    • Beschrijft de bewogen en sluwe terugtocht van de held Odysseus van Troje naar huis.

    • Odysseus ontmoet onderweg legendarische wezens zoals cyclopen en sirenes.

Relatie tussen de Minoïsche en Myceense Cultuur

  • Politieke Interactie: Er waren nauwe, vaak vijandige contacten. Aanvankelijk hadden de Minoïers de overhand, maar na de instorting van de paleizencultuur op Kreta rond 1400v.Chr.1400\,v.\,Chr. namen de Mykeners de macht over.

  • Artistieke Invloed: De Mykeense kunst was sterk beïnvloed door de Minoïsche kunst. De Mykeners imiteerden de Minoïsche stijl, maar met duidelijke verschillen:

    • De uitvoering was vaak minder vloeiend en stroever.

    • De thematiek verschoof: bij de Mykeners stonden jacht en oorlog centraal, terwijl de Minoïers meer natuurgerichte motieven gebruikten.

Architectuur en de Tholos

  • Definitie van een Tholos: Een circulair gebouw met een conisch of rond koepelgewelf.

  • Functie: In de Helladische (Myceense) cultuur werd dit type gebouw gebruikt als graftombe. In latere perioden van de Griekse geschiedenis werd de term ook gebruikt om een ronde tempel aan te duiden.

Evoluties in de Kunst tijdens de Dark Ages

  • Vroege Fase (Protogeometrisch): De vloeiende natuurmotieven uit de Minoïsche en Myceense tijd verdwenen. Ze maakten plaats voor eenvoudigere, geometrische motieven.

  • Latere Fase (Geometrisch): De geometrische patronen werden gaandeweg complexer.

  • Stijlbreuk rond 700v.Chr.700\,v.\,Chr.: Door toenemende handel met Egypte en het Nabije Oosten veranderde de stijl opnieuw. De geometrische patronen maakten plaats voor een vloeiende stijl met hybride fabeldieren zoals griffioenen en sfinxen.

Analyse van Myceense Bouwwerken en Artefacten

Burcht van Mykene
  • Datering: ±1600\pm 1600 - 1300v.Chr.1300\,v.\,Chr.

  • Cultuur: Mykeense cultuur.

  • Kenmerk: De burcht staat bekend om haar ‘cyclopische’ muren. Dit zijn dubbele muren opgebouwd uit enorme, onregelmatige stenen blokken die zonder het gebruik van metselspecie op elkaar zijn gestapeld. Vanwege de immense omvang dacht men later dat de muren door Cyclopen (reuzen uit sagen) waren gebouwd.

Leeuwenpoort van de Burcht te Mykene
  • Constructie: De belangrijkste toegang tot de burcht. De poort bestaat uit vier massieve steenblokken; het grootste blok weegt ongeveer 20ton20\,ton.

  • Ontlastingsdriehoek: Om de druk op de latei (de horizontale bovenbalk) te verminderen, is er boven de poort een driehoek van meer dan 3meter3\,meter hoog uitgespaard door overkraging van de steenlagen.

  • Reliëf: Deze driehoek is opgevuld met een dunne kalkstenen plaat waarop twee leeuwen in reliëf zijn afgebeeld. De leeuwen staan half opgericht met hun voorpoten op voetstukken, met in het midden een zuil.

  • Ontbrekende elementen: De koppen van de leeuwen ontbreken; deze waren oorspronkelijk afzonderlijk gemonteerd en waarschijnlijk gemaakt van een ander materiaal, zoals brons.

  • Religieuze betekenis: De leeuw wordt vaak geassocieerd met de vrouwelijke hoofdgodin. De poort had waarschijnlijk een religieuze functie binnen de burcht.

Tholos of Koepelgraf (Schatkamer van Atreus)
  • Datering: 125012501220v.Chr.1220\,v.\,Chr.

  • Locatie: Griekenland.

  • Architectuur: Gebouwd rond een heuvel. De toegang bestaat uit een lange weg, de dromos, die leidt naar een monumentale poort.

  • Interieur: De centrale ruimte is een ronde zaal (tholos) met een zijvertrek.

  • Gewelf: De koepel is een schijngewelf, gevormd door ringvormig gelegde steenlagen die elkaar steeds verder overdragen (overkraging).

  • Functie: De koepelzaal diende voor begrafenisplechtigheden, terwijl het zijvertrek de eigenlijke grafruimte was voor de koninklijke klasse. Hier werden grafgiften geplaatst, waaronder gouden dodenmaskers en sieraden met Kretenzische invloeden.

Fresco: Twee vrouwen op een strijdwagen
  • Locatie: Burcht van Tiryns.

  • Datering: ca.1200v.Chr.ca.\,1200\,v.\,Chr.

  • Kenmerken: Vertoont duidelijke Minoïsche invloeden, maar de stijl is stroever en minder spontaan. De focus ligt op oorlogsthema's in plaats van de natuur.

Masker van Agamemnon
  • Materiaal: Uitgeklopt plaatgoud.

  • Datering: ca.1550v.Chr.ca.\,1550\,v.\,Chr.

  • Vindplaats: Een schachtgraf te Mykene (putten uitgehakt in rotsen).

  • Symboliek: De gewoonte om dodenmaskers te gebruiken is mogelijk overgenomen uit Egypte en weerspiegelt de wens om de vergankelijkheid te overwinnen en eeuwigheid te bereiken.

  • Stijl: Het stelt een bebaard gezicht voor en is een vroege poging tot individuele portrettering.

Keramiek uit de Dark Ages

Geometrische krater van de Dipylon-begraafplaats
  • Locatie: Athene, nabij de Dipylonpoort.

  • Datering: ca.740v.Chr.ca.\,740\,v.\,Chr.

  • Afmetingen: Tussen 1m1\,m en 1.5m1.5\,m hoog.

  • Functie:

    • Diende als grafmarkeerder (voordat er standbeelden op graven werden geplaatst).

    • Gebruikt voor plengoffers: het uitgieten van vloeistoffen (wijn, water, melk) als offer voor de doden.

  • Ontwerp: De vazen hebben vaak geen bodem, zodat de vloeistof direct in het graf kon dringen.

  • Decoratie: Versierd met geometrische lijnmotieven en abstracte, gestileerde figuren van mensen, dieren of scènes uit begrafenisrituelen.