Configure authentication for Azure Kubernetes Service" (AKS),
Best practice: Gebruik Microsoft Entra ID voor centrale identity management.
Voordelen:
Automatische updates bij wijziging in gebruiker/groep.
Roles/ClusterRoles kunnen worden toegekend aan Entra ID-gebruikers of -groepen.
Authenticatieproces:
Developer logt in met Entra ID.
Entra ID geeft een access token uit.
Developer voert een commando uit (bv.
kubectl create pod).Token wordt gevalideerd, RBAC-regels toegepast.
Toegang verleend op basis van groepslidmaatschap en RBAC.
🔧 Kubernetes Role-Based Access Control (RBAC)
Gebruik RBAC om toegang te beperken tot minimale permissies.
Bindings verbinden gebruikers/groepen met specifieke rollen in namespaces of op cluster-niveau.
RBAC + Entra ID zorgt voor dynamisch en veilig toegangsbeheer.
🛡 Azure Role-Based Access Control (Azure RBAC)
Twee toegangsmodellen nodig:
Azure resource access (bv. AKS beheren via portal/CLI).
Kubernetes API access, beheerd via:
Kubernetes RBAC (traditioneel)
Azure RBAC-integratie (voor kubernetes authorization)
🧩 Pod-Managed Identities
Geen vaste credentials in pods!
Gebruik pod-managed identities om tokens real-time aan te vragen via Microsoft Entra ID.
🧪 Modes:
Standard mode (met MIC & NMI):
MIC beheert identity toewijzing bij pod creatie.
NMI valideert en vraagt tokens op.
Managed mode (alleen NMI):
Identiteiten worden vooraf toegewezen via
az aks pod-identity add.Geen MIC nodig → minder permissies nodig.