Celcultuur

Inleiding

==Wat zijn de voordelen van cel- en weefseltechnologie?==

  • controle van de omgeving
    • fysiochemische parameters: pH, temperatuur, osmotische druk, zuurstof en koolstofdioxide
    • fysiologische parameters: voedingsstoffen (+ percentage serum)
    • temp: incubator +- 1graad
    • verschillende kikkers=> verschillend bloed
    • pH: neutraal bij mens, cellen klein pH bereik => strenge controle
    • osmotische druk isotoom bv NaCl 0,9%, lucht 21% O2 en 0,03% CO2
      • buffer: bicarbonaat
    • alles strikt gecontroleerd => stabiel houden van omgeving
  • karakterisatie en homogeniteit
    • redelijk homogeen
    • opletten bij passage: aanmaak cryostok
    • cellen isoleren bv enkel fibroblasten → andere eigenschappen door fleswisseling
    • overbrengen 1 cultuurfles naar andere, anders cellen dood
    • cellen los door trypsine
    • slechts deel overbrengen: andere fles experimenten of met trypsine losmaken en invriezen in vloeibare stikstof
    • na aantal passages cellen slecht en oud
    • niet telkens terug cryostok nemen, want anders steeds verschillende cellen dan oorspronkelijke
    • als cellen oud zijn groeien ze heel traag => terug jonge cellen uit cryostok
    • cryostok: uit jonge cellen die nog dicht bij oorspronkelijke zijn, lijken nog op oorspronkelijke, (3-4 passages), na 40 geen zin meer, overleven niet
      • eig veranderen, dus verschillende uitkomsten
  • kostprijs (vs proefdierexperiment)
    • miniaturisatie: kleine hoeveelheden monster en reagentia
    • proefdier experimenten heel duur
    • goedkoop, proefdier duurder en meer exp met kleine hoeveelheid, weinig reagentia
  • Ethiek
    • geen proefdier
    • geen opoffering
    • kan je ook kopen

==Wat zijn de beperkingen van cel- en weefseltechnologie?==

  • expertise
    • aseptisch werken
    • tragere groei dan meeste bacterien en schimmels
    • moeilijk om kiemvrij te houden, vaak besmetting (aseptisch= zonder besmetting)
  • hoeveelheid
    • laboschaal: max 10^9 cellen => gram cellen
    • industriele schaal vereist opschaling
    • max 1 gram is te weinig
    • moeilijk om in labo grote hoeveelheid te maken
    • industrie: heel moeilijk onder controle, opschaling veel problemen bv grotere vat
    • minder O2 in suspensie, kunnen kapot gaan wegens rondzwieren tegen wand
  • instabiliteit
    • normale cellen, beperkte levensduur ( senescentie)
    • bepaalde levensduur, sterven af
    • tumor cellen?
  • cultuuromgeving vs in vivo
    • 2D (in vivo: 3D) (bv. in lichaam verbonden aan weefsel)
    • cel-cel en cel-matrix interacties
    • cellen zijn beweeglijk
    • snelle celdeling ( snelle groei wegens extreme goeie omstandigheden)
    • 1 of 2 celtypes blijven over ( trage groeiers niet verspreid)
    • oversimplificatie van cultuurmedium ( geen neurotransmitters, O2 concentratie lager)
    • zenuwtelsel en endocriene organen ontbreken
    • cellulaire metabolisme is meer constant ( overleven van cellen die snel en weinig eten)
    • energiemetabolisme: glycolyse ( minder citroenzuurcyclus, meer energie)

Definities

==Bespreek orgaanculturen==

  • voordeel: cellulaire interacties
  • nadelen :
    • telkens vers weefsel nodig
    • reproduceerbaarheid
  • angiogenese: bloed uit bloedvaten
  • placenta makkelijk BV vormen
    • niet rigide=> cultuurmedium en fibrine
    • belangrijk dat voedingsstoffen er zijn
    • incubatie => uitgroei BV
  • probleem orgaanculturen: altijd vers weefsel, altijd verschillend
  • controle inbouw bij experiment
  • weefsel in cultuur blijven houden en experiment uitoefenen

==Bespreek explant culturen==

= rechtstreeks geisoleerd uit organisme

bv huidbiopten, spierbiopten en tumorweefsel

  • Werkwijze
    • chirurgisch uitsnijden → grote hoeveelheid weefsel
    • naaldbiopt
  • Voordelen:
    • cel-cel en cel- matrix interacties behouden
    • makkelijk manipuleerbaar
  • nadelen:
    • beperkt houdbaar
    • cellen kunnen de-differentieren
  • weefsel niet volledig behouden, welke cellen groeien eruit hechten aan plastic
    • cellen aan buitenkant en plastic contact → eruit groeien
    • weefsel beperkt houdbaar
    • cellen die eruit komen kunnen de-differentieren → eigenschappen van cellen veranderen
    • bv spiercel moet controleren , niet mogelijk: eigenschap weg, niet meer uitvoeren, leeft gewoon, specifieke eigenschappen kwijtraken

==Bespreek primaire celculturen==

= cellen rechtstreeks afkomstig van een bepaald orgaan of weefsel, meestal een heterogene mix van verschillende celtypes

  • Voordelen
    • Co-cultuur → cel-cel interacties
    • ene celtype kan groeifactoren uitscheiden voor andere celtype
  • Nadelen
    • instabiel

samenstelling van primaire cultuur veranderd in tijd

  • Groeien in celcultuur → niet meer de eerste, maar 2e, 3e,
    • mix bv placenta, spiercellen, BW-cellen
    • dichter bij in vivo want verschillende soorten in interactie
  • weefsel → prim celcultuur, scheiden groeifactoren uit → ver van oorspronkelijke situatie, overheersing van 1 type → instabiel, cellen kunnen veranderen en samenstelling ook

==Bespreek eindige celculturen==

  • na subcultivatiev prim celcultuur
  • beperkt aantal celdelingen na in kweek brengen
    • verkorting uiteinde van chromosomen (telomeren) na celdeling
    • <→ stamcellen: verhoogde expressie van telomerase
    • max 60 keer delen = Hayflick limiet
  • bep einddatum
    • groei stopt doordat telomeren zijn op chromosomen en korter worde

==Bespreek geimmortaliseerde cellijn==

cellen die oneindig lijken te delen

= continue cellijn => monolaag of celsuspensie

  • onstaan
    • in vivo (kankercellen)
    • spontaan (mutaties)
    • geinduceerd ( transformatie)
  • continue cellijn blijven groeien
  • tranfsormeren
    • bv virus, hybridoma (kankerverwekkende stof)
    • cel scheiden
    • in cultuurfels
    • normale cel groeit, monolaag

==Bespreek organotypische celculturen==

  • gedeeltelijke reassociatie om 3D structuur te creeren
  • creeren van model voor cell interacties
  • geen weefselstructuur
  • probleem normale cellen
    • groeien 2D

    => bouwpakket voor 3D structuur

  • van vivo naar vitro
  • geen BW, gwn 2 cellagen boven mekaar
  • filter-wall insert

==Bespreek de cel- en weefselculturen==

  • org cultuur na gebruik in vuilbak

  • prim cultuur: cellen uit weefsel

    • explant cultuur of in stukjes verdelen van weefsel
    • ook prim celcultuur, maar gedisspcieert, mengcultuur
    • bij beiden krijg je cellen
    • => subcultivatie/passeren naar nieuwe cultuurfles
    • normaal→ oneindig => transformeren

==Bespreek de evolutie van een cellijn==

  • deel cellen dood door uit weefsel in cultuur
  • afdode,→ daling aantal cellen
  • knik→ rechte lijn
  • begin inmengcultuur
  • na 1-2 => 1 celtype alleen aanwz => rechte lijn
  • 1 groeit goed=> cellijn
  • knik naar boven
  • senesecentie: telomeren delen niet meer, niet meer goed groeien, celdood
  • voorkomen
    • 1) in begin cryostok maken wnnr je 1 type cel hebt
    • 2) nieuw weefsel => veel variatie
    • 3) transformatie: continu maken => rechte lijn met hogere groeisnelheid

Soorten cellen en culturen

==bespreek het migreren van cellen uit weefsel==

  • voordelen
    • meeste cellen migreren (vnl embryonale cellen)
    • nuttig bij kleine hoeveelheden weefsel
  • nadelen
    • slechte adheieve eigenschappen van sommige cellen
    • selectie op basis van uitgsroei
  • procedure
    • breng weefsel in petriplaat en was met steriel PBS
    • snijdt weefsel in stukjes van 1mm
    • cellen migreren uit weefsel => explant cultuur
    • trypsine aggresief=> weinig cellen
    • in cultuurfles weinif cellen => nooit uitgroeien tot monolaag, gwn uitsterven
    • klein weefsel beter explant cultuur
    • nadeel: alleen buitrnkant zal groeien
    • PBS : fosfaat gebufferde zoutopl
    • isotone opl op neutrale pH
    • vet wegsnijden => stukje met cellen buiten anders niet goedd vasthechten
    • 25m fles: opp waar cel op groeit
    • overnacht incuberen met dunne laagje 40% serum
    • veel serum: overmaat tov cellen
    • alle cellen even veel kans om te groeien en aanhechte
    • afhalen en nieux medium met 10-20%
    • plaats waar cellen vasthechten = substraat
    • na 1w cellen los=> selecteren en in cultuur
      • cellen migreren uit weefsel

==geef de celdissociatie technieken en bespreek ze==

  • mechanisch: procedure

    • met scalpels → zeven → op en neer zuigen met pipet of naald (trituratie)
    • voordeel: ideaal voor zacht weefsel
    • nadeel: lage opbrengst
    • met 2 scalpels: weefsel zeven
    • kleine sukjes met cellen
    • trituratie: met pipet op en neer zuigen stukje xeefsel
    • => mech krachten => botsen en los geraken
    • BSS= balans salt solution: isotoon
    • goed voor hersenweefsel
    • voordeel: weinig beschadigen
    • <→ niet alle cellen komen los
    • lage opbrengst
  • enzymatisch

    • trypsine : 2 methoden
    • warm en koud
    • eiwitbrug kapot door trypsine
    • calc soms gebroken door EDTA
  • warme trypsine od trypsine -EDTA

    • trypsine = protease
    • EDTA= chelator van Ca en Mg
    • voordeel:
    • op koerte tijd veel cellen
    • meer representatief voor weefdel
    • nadeel:
    • bij langere tijd celschade
    • moeilijk bij oud weefsel
      • collagenese, hyaluronidase
    • enzym. cellen losmaken
    • hoog rendement
    • cellen aan binnenkant ook los
    • meer representatief

==bespreek integrinen en de functies van CAM==

==bespreek de soorten cellen in kweek==

==bespreek de immortalisatie van cellen==

Subcultivatie

wanneer moet men het medium verversen

bespreek confluentie

bespreek de procedure voor subcultivatie

bespreek oogsten van cellen; zowel mechanisch als enzymatisch

bespreek tellen van cellen

bespreek procedure voor uitzaaien van cellen

Cryoperservatie van dierlijke cellen

bespreek de basisregels van cryoperservatie en mechanisme

bespreek de celdichtheid, invriesmedium en invriessnelheid bij cryoperservatie

bespreek de invriesmaterialen van cryoperservatie

bespreek vitrificatie

Materialen en media

bespreek glas als substraat

bespreek plastiek als substraat

wat zijn multiwellplaten en petriplaten

bespreek flessen en de verschillende soorten

bespreek microcarriers

bespreek inserts

geef de toepassingen van inserts

bespreek hollow fibers en zijn toepassingen

bespreek fysiologische zoutoplossingen in media

bespreek antibiotica en antimyotica in media

bespreek serum

bespreek serum-vrije medium

bespreek ph en osmolariteit in medium

hoe behandeld men het kweekoppervlak

Cultuuromgeving

bespreek CO2 incubatoren

bespreek de onderdelen van de laminaire luchtstroomkast

bespreek de verschillen tussen de types LAF kasten

bespreek de typen microscopie en de toepassingen

Sterilisatie en desinfectie

wat is besmetting

wat is een infectie

wat is sterilisatie

wat is desinfectie

wat is een antisepticum

wat is een desinfectans

wat betekent statisch

wat betekent cidaal

wat is de sterility assurance level

geef de gevoeligheid van kiemen tegen doding

geef de 2 types sterillisatieprocessen

bespreek stroomsterilisatie

bespreek het sterilisatieproces en de validatie van de autoclaaf

geef de validatie van sterilisatieprocessen

bespreek droge hitte sterilisatie

bespreek gassterilisatie

bespreek niet-ioniserende straling

bespreek ioniserende straling

bespreek gamma straling

bespreek vloeistoffiltratie

Bioveiligheid

bespreek de risicoklassen

bespreek risicobeheersing

Contaminaties

bespreek de bronnen van contaminatie

bespreek de types van contaminaties

geef de detectietechnieken

Karakterisering

geef de types van genetische karakterisering

geef de isoenzymologie

Gespecialiseerde systemen

geef de stimuli die inwerken op een cel

bespreek de 3D structuren

bespreek microfluids

bespreek de cellulaire label-vrije technologie

Toepassingen

bespreek de nadelen van in vitro

bespreek lost in translation

bespreek in vitro toxicologie

bespreek cytotoxiciteit

bespreek genotoxiciteit

bespreek lokale tolerantie

Elisa

wat zijn antilichamen

wat is monoclonale antilichaamproductie

wat is secundaire antilichaamproductie

wat zijn immunoassays (+ eigenschappen)

wat zijn de 2 type methodes

bespreek de precipitatie methodes

bespreek de gelebale antilichaam methoden

wat is ELISA

bespreek directe vs indirecte ELISA

geef de stappen van ELISA