Deel 3 cursus Spraak diagnostiek SKS 2025

Structurele Spraakklankstoornissen (S-SKS)

  • Etiologie: Bekend, veroorzaakt door orofaciale afwijkingen.
  • Oorzaken:
    • Velofaryngale stoornissen
    • Tongafwijkingen
    • Malocclusies (gebitsafwijkingen)
  • Spraakproductiemodel van Levelt: Gebruikt om problemen in de spraakproductie te lokaliseren.
    • Neurale signalen naar het perifere zenuwstelsel (motorische uitvoering).
    • Spieren van gelaat, mond en ademhalingssysteem worden aangestuurd.
  • Problemen bij S-SKS:
    • Motorische uitvoeringsproblemen.
    • Spiergroepen kunnen neurale signalen niet correct uitvoeren door structurele defecten.

Velofaryngale Stoornissen

  • Definitie: Overkoepelende term voor problemen met het velofaryngeaal afsluitmechanisme.
  • Velofaryngale Insufficiëntie: Structureel defect waardoor het velum te kort is voor afsluiting tegen de farynxachterwand.
  • Velofaryngale Dysfunctie: Kan blijven bestaan na chirurgisch herstel van orofaciale afwijking omdat het mechanisme dysfunctioneel blijft.
  • Oorzaken:
    • Vaak bij kinderen met schisis (lip-, kaak- en/of verhemeltespleet).
    • Submuceuze spleet: Congenitaal defect waarbij de onderliggende structuur van het palatum is aangetast.
  • Incidentie van Schisis: 1 à 2 op de 10001000 baby’s per jaar.
    • 85-95% is een geïsoleerde schisis.
  • Ontstaan van Geïsoleerde Schisis: Complex samenspel tussen genetische en omgevingsfactoren.
    • Omgevingsfactoren: Zuurstoftoevoer, voedingsstoffen, vitamines, temperatuur.
  • Ontwikkeling van Verhemelte, Bovenlip en Neus: Samensmelten van structuren tijdens het eerste trimester van de zwangerschap.
  • Schisisproblematiek: Onderbrekingen of vertragingen in de celmigratie of uitgroei van de verhemelteplaat.
  • Postoperatieve Velofaryngale Stoornissen: Soms na tonsillectomie of adenoïdectomie door traumatisch kwetsen van spiervezels.
  • Andere Oorzaken: Aangeboren te kort verhemelte of te diepe farynx.
Kenmerken van S-SKS bij Velofaryngale Stoornissen
  • Afhankelijk van: Aard en uitgebreidheid van de schisis, geassocieerde problemen (gehoorverlies, gebitsafwijkingen), compensatiemogelijkheden.
  • Spraakkenmerken:
    • Resonantiestoornissen: Hypernasaliteit door extra resonantieruimte.
    • Nasale Emissie: Neusluchtverlies tijdens het spreken, naso-faryngale ruis.
      • Farynxplastie kan nasale emissie (deels) elimineren.
    • Compensatiebewegingen: Grimassen om luchtuitstroom door de neus tegen te gaan (intrekken neusvleugels, fronsen voorhoofd).
    • Retro-articulatie of ‘schisisspraak’:
      • Substitutie van explosieven door glottisslagen.
      • Substitutie van fricatieven door faryngaal geruis.
      • Substitutie van orale medeklinkers door nasale equivalenten (bv. [t] en [d] door [n], [p] en [b] door [m]).
      • Moeilijkheden met medeklinkerverbindingen (bv. met [k], [t] en [s]).
    • Watervalprincipe: Kinderen met schisis kunnen moeite hebben met de ontwikkeling van het fonologisch systeem.
      • Beperkt fonetisch repertoire hindert het leren leggen van fonologische contrasten.
      • Verminderde gehoorscherpte bemoeilijkt de opbouw van mentale representaties van spraakklanken.
  • Na Tonsillectomie/Adenoïdectomie: Enkel resonantiestoornissen (hypernasaliteit).

Tongafwijkingen

Het Ontstaan van Verschillende Soorten Tongafwijkingen
  • Tongankylose: Aangeboren, te kort tongfrenulum, belemmert verticale beweeglijkheid.
  • Macroglossie: Te grote tong, aangeboren (congenitale hypertrofie) of verworven (infecties, tumoren).
    • Subjectieve beoordeling: Kan groter lijken door hypotonie (bv. bij syndroom van Down).
  • Microglossie en Aglossie: Zeer zeldzaam, aangeboren of gevolg van trauma, infectie of chirurgie.
Kenmerken van S-SKS bij Tongafwijkingen
  • Tongankylose of Macroglossie: Interdentaliteit en addentaliteit van apico-alveolaire klanken, open mondgedrag, mondademen.

Malocclusies

Het Ontstaan van Malocclusies
  • Beschrijving: In 3 vlakken: Sagittale, verticale en dwarsvlak.
  • Invloed op Spraak: Sagittale over- of onderbeet (klasse II en klasse III) en verticale open beet.
  • Oorzaken:
    • Genetisch bepaald.
    • Functionele oorzaak: Verkeerd gebruik van orofaciale spieren beïnvloedt het orofaciale skelet.
  • (Oro)myofunctionele Stoornissen/Afwijkende Mondgewoonten:
    • Zuiggewoonten (speen- of duimzuigen), bijtgewoonten (nagelbijten).
    • Open mondgedrag en mondademen.
    • Lage tongpositie in rust.
    • Infantiel slikken.
Kenmerken van S-SKS bij Malocclusies
  • Apico-alveolaire klanken interdentaal of addentaal.
  • Lateraal sigmatisme.
  • Bilabiale klanken labiodentalisatie.

Spraakklankstoornissen samengaand met Gehoorstoornissen (A-SKS)

Het Ontstaan van SKS Samengaand met Gehoorstoornissen
  • Etiologie: Duidelijk, veroorzaakt door licht tot ernstig slechthorendheid.
  • Spraakproductiemodel van Levelt: Problemen in de auditieve verwerking.
  • Audiolinguale Feedback: Vanaf 6 maanden stuurt het horen de spraak, kind luistert naar eigen spraak en vergelijkt met omgeving.
  • Problemen bij A-SKS: Auditieve perceptie- en verwerkingsproblemen (input-zijde).
Kenmerken van A-SKS
  • Huidige vroegdetectie: Kinderen worden zo goed mogelijk auditief gecorrigeerd (hoortoestel, CI).
  • Weerspiegeling: A-SKS weerspiegelen moeilijk te onderscheiden spraakklanken.
  • Veel voorkomende fouten:
    • Distorties van consonanten en vocalen: Fricatieven [s], [f] en [∫], verminderde klinkerdifferentiatie (neiging naar schwa).
    • Substituties (stemhebbend-stemloos, fricatieven) en omissies (vnl. fricatieven).
    • Vertraagde/verstoorde mondelinge taalontwikkeling.
    • Vertraagde/verstoorde fonologische ontwikkeling.
    • Verstemlozing, clusterreductie en finale consonantdeletie.
    • Problemen in prosodie (laag tempo, pauzes, monotoon).
    • Resonantie (hypernasaliteit).

Assessment en Differentiaaldiagnose bij SKS

  • Klinisch Redeneren: Gebruik in logopedische diagnostiek en behandeling.
  • Stroomdiagram: Weergave van logopedisch handelen.
  • Diagnostische Fase:
    1. Anamnese & interview
    2. Screening (algemeen/specifiek)
    3. Diagnostische procedures/instrumenten
    4. Interpretatie & besluitvorming
  • Specifieke diagnostiek van S-SKS bij schisis: Behandeld in fase 2 (therapie).

Anamnese & Interview

  • Doel: Achtergrondinformatie en voorgeschiedenis voor een volledig onderzoek.
  • Methoden:
    • Schriftelijke anamneselijsten.
    • Verslagen van andere deskundigen.
    • Anamnesegesprekken met cliënt, ouders en betrokkenen.
  • Elementen:
    • Reden van aanmelding.
    • Gehoor (screening).