deel 3 tot p39
De Individuele Arbeidsverhoudingen: De Arbeidsovereenkomst
De individuele arbeidsovereenkomst wordt afgesloten tussen een werkgever en een werknemer.
Dit type overeenkomst wordt geregeld door de Wet van juli op de arbeidsovereenkomsten.
Deze wet heeft vroegere wetten betreffende specifieke groepen (zoals arbeiders en bedienden) gecoördineerd in één centrale tekst.
De regels met betrekking tot de individuele arbeidsovereenkomst beslaan drie fasen: het begin, de uitvoering en het einde van de overeenkomst.
Definitie en Essentiële Elementen
De arbeidsovereenkomst wordt gedefinieerd als de overeenkomst waarbij een werknemer zich ertoe verbindt om tegen een loon arbeid te verrichten onder het gezag van een werkgever.
Er zijn vier essentiële elementen die aanwezig moeten zijn:
De overeenkomst zelf (de juridische geldigheid).
Het uitvoeren van arbeid.
Het loon, ongeacht de specifieke vorm waarin dit wordt uitgekeerd.
Het ondergeschikt verband, ook wel het gezag genoemd.
Het Ondergeschikt Verband en Schijnzelfstandigheid
Het ondergeschikt verband of gezag is het cruciale criterium dat een arbeidscontract onderscheidt van andere contracten waarbij arbeid wordt verricht, zoals aanneming van werk of dienstverhuur als zelfstandige.
De Programmawet (1) van december (Titel XIII "Aard van de arbeidsrelaties", artikelen tot en met ) is opgesteld om onzekerheid over de kwalificatie van arbeidsrelaties weg te nemen en schijnzelfstandigheid te voorkomen.
De wet definieert de partijen als volgt:
Werknemer: De persoon die zich ertoe verbindt arbeid te verrichten onder het gezag van een andere partij (de werkgever) tegen betaling van een loon.
Zelfstandige: De natuurlijke persoon die een beroepsactiviteit uitoefent buiten elke band van ondergeschiktheid of gezag, en die niet verbonden is door een statuut.
Er is sprake van schijnzelfstandigheid wanneer een persoon als zelfstandige werkt (en dus geen gezagsband claimt), maar in werkelijkheid arbeid verricht tegen vergoeding onder gezag of verbonden is door een statuut.
Kwalificatie en Herkwalificatie van de Arbeidsrelatie
Partijen zijn vrij om de aard van hun arbeidsrelatie te kiezen, mits zij de openbare orde, de goede zeden en dwingende wetten respecteren.
De effectieve uitvoering van de overeenkomst moet echter overeenstemmen met de gekozen kwalificatie. Indien de feitelijke uitoefening de gekozen juridische kwalificatie uitsluit, krijgt de feitelijke situatie voorrang.
Een herkwalificatie vindt plaats in de volgende situaties:
Wanneer de feitelijke uitoefening voldoende elementen naar voren brengt die onverenigbaar zijn met de door partijen gekozen kwalificatie.
Wanneer de kwalificatie niet overeenstemt met de aard die wordt vermoed volgens de wet en dit vermoeden niet wordt weerlegd.
Het gevolg van herkwalificatie is de retroactieve toepassing van het bijbehorende socialezekerheidsstelsel vanaf het begin van de relatie, inclusief alle financiële gevolgen.
Criteria voor de Beoordeling van de Gezagsband
Er zijn vier algemene criteria om het bestaan of de afwezigheid van een gezagsband aan te tonen:
De wil van de partijen zoals uitgedrukt in hun overeenkomst.
De vrijheid van de werknemer om de werktijd te organiseren.
De vrijheid van de werknemer om de organisatie van het werk zelf te bepalen.
De mogelijkheid voor de werkgever om hiërarchische controle uit te oefenen.
Criteria die inherent zijn aan de uitoefening van een beroep op basis van wettelijke verplichtingen mogen niet in aanmerking worden genomen om de aard van de relatie te beoordelen.
Neutrale criteria (die op zichzelf niets bewijzen over de aard van de relatie):
De titel van de overeenkomst.
Inschrijving bij de sociale zekerheid (, , etc.).
Inschrijving bij de Kruispuntbank van Ondernemingen.
Inschrijving bij de BTW-administratie.
De wijze van aangifte van inkomsten bij de fiscale administratie.
Specifieke Regels voor de Transportsector
Volgens het Koninklijk Besluit () van oktober zijn er sectorale criteria vastgelegd voor de transportsector (Paritair subcomité voor wegvervoer en logistiek voor rekening van derden).
Familiale arbeidsrelaties zijn uitgesloten van dit vermoeden. Dit betreft:
Relaties tussen bloed- en aanverwanten tot de derde graad of wettelijk samenwonenden.
Relaties tussen een vennootschap en een natuurlijk persoon die een bloedverwant/aanverwant tot de derde graad is van de personen die samen meer dan van de aandelen bezitten.
Er bestaat een weerlegbaar vermoeden dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst als meer dan de helft van de volgende acht sectorspecifieke criteria vervuld zijn:
Gebrek aan financieel of economisch risico: Geen persoonlijke substantiële investeringen, geen deelname in winst of verlies, of het ontbreken van een financiële waarborg ( voor het eerste voertuig en per bijkomend voertuig).
Geen verantwoordelijkheid over financiële middelen: De uitvoerder heeft geen zeggenschap over het geld van de onderneming (vaak aangetoond door het ontbreken van een getuigschrift van vakbekwaamheid).
Geen beslissingsmacht over aankoopbeleid: De uitvoerder kan niet beslissen over de aankoop van vrachtwagens.
Geen inspraak in prijsafrekening: De uitvoerder heeft geen invloed op de kostprijs van de transportopdracht (tenzij via objectieve transportbeurzen).
Geen resultaatsverbintenis: De uitvoerder is niet persoonlijk verantwoordelijk voor het resultaat (het aankomen van de goederen).
Geen mogelijkheid tot aanwerving: De uitvoerder kan geen eigen personeel of chauffeurs inzetten.
Zich niet manifesteren als onderneming: Men treedt niet naar buiten als transportonderneming richting derden (behalve voor commerciële afspraken over reclame op het materieel).
Niet werken in eigen ruimtes of met eigen materiaal: Rijden met vrachtwagens die eigendom zijn van de opdrachtgever of door hem gefinancierd worden.
De Administratieve Commissie ter regeling van de Arbeidsrelatie (CAR)
De CAR maakt deel uit van de Federale Overheidsdienst () Sociale Zekerheid en bepaalt bij onduidelijkheid of iemand als zelfstandige of werknemer moet worden beschouwd.
In de commissie zetelen vertegenwoordigers van de Sociale Zekerheid, de Werkgelegenheid, het en de .
Er zijn twee types procedures:
Het advies: Een niet-bindende uitspraak van de CAR.
De rulingbeslissing: Een voorafgaande, bindende beslissing.
Een aanvraag kan eenzijdig of gezamenlijk gebeuren. Bij een eenzijdige aanvraag wordt de andere partij binnen de dagen op de hoogte gebracht.
Een beslissing kan gevraagd worden:
Bij de start als zelfstandige (bij aansluiting of binnen ).
Bij onzekerheid over het statuut (voorafgaand aan de relatie of binnen na aanvang).
Uitzonderingen waarbij geen beslissing kan worden genomen:
Lopende onderzoeken door sociale zekerheidsinstanties of strafrechtelijke onderzoeken.
Zaken die reeds aanhangig zijn bij de arbeidsrechtbank of waarover de rechtbank al geoordeeld heeft.
Beslissingen zijn bindend voor de federale statuten (, , , etc.) voor een periode van .
De beslissing verliest haar kracht als de uitvoeringsvoorwaarden wijzigen of als de verstrekte informatie onvolledig of onjuist was.
Beslissingen zijn niet bindend voor rechters. Tegen een beslissing kan binnen beroep worden aangetekend bij de arbeidsrechtbank.
Vermoeden bij Vervoerders
De wet stelt dat bepaalde vervoerders onweerlegbaar als werknemer worden beschouwd voor de sociale zekerheid, zelfs zonder gezagsband:
Vervoerders van personen of goederen in opdracht van een onderneming, indien zij geen eigenaar zijn van het voertuig, of indien de aankoop/financiering door de opdrachtgevende onderneming wordt gefinancierd of gewaarborgd.
Geldigheidsvereisten van de Arbeidsovereenkomst
Net als elk ander contract moet een arbeidsovereenkomst voldoen aan vier voorwaarden om geldig te zijn:
Bekwaamheid (Juridische bekwaamheid).
Wilsovereenstemming (Onderlinge toestemming).
Geoorloofd voorwerp.
Geoorloofde oorzaak.
Indien niet aan deze vereisten wordt voldaan, kan de volledige nietigheid van de overeenkomst worden ingeroepen.
Bekwaamheid
Partijen moeten handelingsbekwaam zijn (meerderjarig, zijnde de leeftijd van , en niet onbekwaam verklaard).
Voor minderjarigen gelden bijzondere regels voor het afsluiten/beëindigen van contracten.
Onbekwaamverklaarden zijn personen onder bewindvoering door een beslissing van de vrederechter.
Gehuwden: Beide echtgenoten kunnen zelfstandig een contract afsluiten. De Familierechtbank kan echter ingrijpen als het beroep nadeel berokkent aan de morele of materiële belangen van het gezin of de kinderen. Echtgenoten beschikken vrij over hun loon, tenzij de rechtbank anders machtigt wegens het niet bijdragen aan huwelijkslasten.
Onderlinge Toestemming en Wilsgebreken
Toestemming kan uitdrukkelijk of stilzwijgend zijn, maar mag niet aangetast zijn door wilsgebreken:
Dwaling: Een verkeerde voorstelling van essentiële elementen (aard van werk of persoon). Moet determinerend en verschoonbaar zijn. Voorbeeld: een tolk die het verkeerde dialect spreekt.
Geweld/Dwang: Fysieke of psychische bedreiging die indruk maakt op een redelijk mens. Moet determinerend zijn.
Bedrog: Opzettelijke misleiding (bijv. liegen over ervaring). Moet determinerend zijn, maar hoeft niet verschoonbaar te zijn voor het slachtoffer.
Benadeling/Misbruik van omstandigheden: Misbruik van een zwakke positie voor onevenredig voordeel. Specifiek wettelijk geregeld voor minderjarigen zonder ouderlijke toestemming.
Voorwerp en Oorzaak
Het Voorwerp: De inhoud van de overeenkomst (arbeid presteren vs. loon betalen). Het moet bepaald (duidelijk wat de taken/loon zijn) of bepaalbaar (volgens barema's) zijn, mogelijk zijn (bijv. bezit van rijbewijs), en geoorloofd zijn.
De Oorzaak: De reden van de partijen (loon/arbeid ontvangen). Deze moet geoorloofd zijn (niet strijdig met openbare orde of goede zeden). Voorbeelden van ongeoorloofde oorzaken zijn indienstneming voor de smokkel van explosieven voor een aanslag of indienstneming voor het leven.