HC1: 1798-1848
De koning is onschendbaar; hij mag geen politieke uitspraken doen.
Het kabinet is eindverantwoordelijk en dus heeft de koning toestemming van het kabinet nodig voor een toespraak.
LUK1: Kennistentamen
Werking van bestuur op lokaal, regionaal en landelijk niveau en de EU (D5 van de Landelijke Kennisbasis)
Wording van de Nederlandse …?
LUK2: Didactisch product
Aandacht voor burgerschap en burgerschapsvorming bijv. op MBO
Stadhouders
In 1748 kwamen alle gewesten onder de Stadhouder Willem IV.
In 1751 werdt het stadhouderschap erfelijk.
Er kwam een maatschappelijke toplaag waar veel mensen voordeel kregen bij het steuen van het Huis Oranje, ofwel de prinsgezinden.
1787 Oranjerestauratie
Er kwam meer verzet tegen de oranjerestauratie, vooral vanuit de burgerij.
Het ging er een beetje hetzelfde aantoe als bij de Amerikaanse Revolutie.
Verlichtingsideeën werden heel belangrijk.
Patriotten
Protestbeweging tegen de prinsgezinden.
Zij wilden medezeggenschap van burgers in het lokale bestuur.
Oude rechten en privileges van steden en gewesten moesten worden hersteld t.k.v. de stadhouder.
Ten derde wilden ze exercitiegenootschappen ofwel het recht om een eigen burgermilitie op te richten. Dat leidde tot een aantal schermutselingen tussen de twee partijen. Patriotten waren vaak van de bovenlaag van de middenklasse.
De patriotten verloren de strijd tegen het grote leger van de stadhouder.
Velen van hen vluchtten naar Frankrijk en kwamen in contact met revolutionaire leiders.
In 1795 werd de Republiek bezet door het Franse Revolutionaire leger.
Willem V vlucht naar Engeland, terwijl het bestuur in de steden in revolutionaire handen waren.
Dit leidde tot de stichting van de Bataafse Republiek.
In datzelfde jaar werd de verklaring van de rechten van de mens en burger geschreven.
Dit was het oerdocument van de staatsregeling van 1798.
Nederland werd een eenheidsstaat
Alle Nederlanders werden gelijk voor de wet.
Er kwam een scheiding van kerk en staat.
Er was een Principe van Volks-regering bij vertegenwoordiging
Er was Vrijheid van Drukpers
Vrijheid van vergadering
Vrijheid van godsdienst
Uit lidmaatschap bij de Kerk volgen geen burgerlijke voordelen of nadelen.
Afschaffing van heerlijke rechten en titels.
Rechtspraak en uitoefening enkel op kracht van de Wet
Rechten van gevangenen
rechten van gearesteerden
Etc.
Bataafse republiek
Frankrijk ging zich steeds meer bemoeien met de Republiek.
In 1806 werd Lodewijk Napoleon de koning, die de Franse belangen moest behartigen.
Hij heeft de Natievorming versterkt. Zo heeft hij pogingen gedaan om het lager onderwijs wettelijk te regelen. Ook kwam er een Rijksmuseum, en werd Nederland gestandaardiseerd.
Armenzorg werdt ook gerealiseerd. Hij wilde sociaaleconomische wantoestanden te bestrijden.
Vanaf 1810 werd Nederland ingenomen door Frankrijk. Dat heeft zo’n 3 jaar geduurd.
Toen Napoleon terrein begon te verliezen, ging Nederland nadenken over een periode na Napoleon.
Gijsbert Karel van Hogendorp heeft met een aantal denkers een nieuwe grondwet gemaakt in 1814/1815. Nederland zou een constitutionele monarchie moeten worden, met de koning als bindmiddel. (Lodewijk Napoleon).
Er moesten twee uitgangspunten zijn:
Trias Politica
Sterke Provinciale Staten
Willem I, zoon van Willem V wordt de eerste koning van Nederland.
Dat ging niet zo goed, hij zag zichzelf nog als absoluut vorst.
Hij wilde Nederland groter maken in Europa.
Ook wilde hij allerlei dingen om terug te draaien wat in de Staatsregeling was besproken.
Grondwet van 1814
Veel macht voor de Koning.
“Koninklijk besluit”
Grondwet van 1815
Deze grondwet riep weerstand op bij Zuid-Nederland.
De onderwijstaal was bijvoorbeeld een dingetje.
Tevens was de rol van religie in het zuiden veel groter dan in het noorden.
Dat zorgde voor onrust en uiteindelijk de belgische opstand in 1830.
Er kwamen veldslagen en het zuiden riep de onafhankelijkheid uit.
Tiendaagse Veldtocht 1831 > Willem II.
In 1839 erkent Nederland België.
In 1840 treedt Willem I af.
In de 18e eeuw waren voornamelijk Verlichting en democratische revoluties belangrijk.
In de 19e eeuw kwamen Nationalisme, industrialisatie, modern imperialisme en democratisering om de hoek kijken. Ook vindt hier de opkomst van de ismes plaats.
In 1840 was Nederland zo goed als failliet. De staatschuld was enorm. En Willem I ging weg door een schandaal, namelijk een huwelijk met iemand van een lagere stand.
Willem II was makkelijk beïnvloedbaar. Er waren veel twijfels over hem.
In de grondwet van 1840 zie je duidelijk de contouren die later naar voren zullen komen in 1848.
Zo wordt er voor het eerst strafrechtelijke ministeriële verantwoordelijkheid ingevoerd.
Ook werd het ministeriële contraseign ingevoerd > wetten en besluiten van dek oning mederondertekenen.
Maar Thorbecke en zijn negen mannen vonden dit nog niet ver genoeg gaan.
Hij wilde de grondwet nog meer liberaliseren.
Zo moesten er rechtstreekse verkiezingen komen, evenals een districtenstelsel.
De koning wordt onschendbaar.
Er waren ook tegenstanders. Liever een sterke koning dan een sterk parlement.
Revolutiejaar 1848
Er was veel onvrede in Europa en er braken meerdere revoluties uit.
Tijdens een vergadering van 40 minuten heeft Willem II toegestemd met de grondwet.
Er kwam vrijheid van godsdienst, onderwijs, drukpers en vereniging en vergadering.
Dit worden de klassieke grondrechten genoemd. In 1984 kwamen hier de sociale grondrechten bij.
Kamerleden kregen het recht om de regering te controleren via Interpellatie en Enquête.
Ook kregen zij het recht van amendement.
7,3% van de volwassen mannen mocht stemmen, omdat er belastingcensus werd toegepast.
De eerste kamer mag alleen goedkeuren of afkeuren.