Untitled
Prenatale ontwikkeling
Bevruchting Één keer om de 28 dagen komt er een eicel vrij bij de vrouw en die wordt dan naar de eierstokken geleid. Het gele lichaam maakt dan hormonen aan die de innesteling van een bevruchte eicel in de baarmoederwand mogelijk maken. Eicellen overleven maar 1 dag nadat ze vrijgekomen zijn. Bij de man worden er dagelijks 300 miljoen spermacellen aangemaakt in de teelballen. Die bevinden zich in de balzak, buiten het lichaam. Elk spermacelletje ontwikkelt een staartje waardoor het naar de eicel kan zwemmen door de baarmoederhals en dan in de eierstokken, waar de bevruchting plaatsvindt. Het is een lange, vermoeiende weg waardoor er maar 300 – 500 spermacellen overleven. Spermacellen overleven nog tot 6 dagen nadat ze vrijgekomen zijn. Ze kunnen dus wachten op een eicel in de eierstokken.
Periode van de zygote De zygote is de bevruchte eicel. Deze periode duurt ongeveer 2 weken, van de bevruchting tot de innesteling in de baarmoederwand. Dat verloopt in 3 fasen (zie ook tekening): - Eerste duplicatie van de cel: gebeurt eerst traag, daarna sneller - Rond de 4de dag is er de blastocyst, een holle bal gevuld met vloeistof. De innerlijke cellen, de embryoblast, zullen de nieuwe organen worden. De buitenlaag, de trophoblast, zal zorgen voor voeding en bescherming. - Tussen de 7de en 9de dag is er de innesteling. De blastocyst gaat zich dan inplanten in de baarmoederwand. Het trophoblast gaat zich het snelst vermenigvuldigen en gaat het amnion (vlies) vormen, dat de ontwikkelende organen gaat omsluiten in vruchtwater zodat de temperatuur constant blijft en het gaat een soort kussen vormen als bescherming. Er zal een dooierzak gevormd worden die bloedcellen gaat aanmaken totdat de lever, milt en het beenmerg genoeg volgroeid zijn om deze functie over te nemen. Op het einde van de tweede week gaan de cellen van het trophoblast een ander beschermend membraan vormen, nl. de chorion die het amnion insluit. Vanuit het chorion gaan er bloedvaten ontspringen die zich in de baarmoederwand gaan weven. Dan begint de placenta zich te ontwikkelen. Dit orgaan zal zorgen voor voedsel en zuurstof en voor de afvoer van afvalstoffen. Er zal een membraan gevormd worden die de uitwisseling van substanties gaat toelaten, maar het zal voorkomen dat het bloed van het embryo en de moeder zich met elkaar gaan mengen. De placenta is verbonden met de navelstreng (30 tot 90 cm lang) die bestaat uit 1 ader (voor het bloed en de voeding) en 2 slagaders (voor de afvalstoffen).
Periode van het embryo Deze periode duurt van de innesteling tot de 8ste week van de zwangerschap. Gedurende deze 6 weken gebeuren de snelste prenatale veranderingen en wordt er een basis gelegd voor alle lichaamsstructuren en de organen. 1) De laatste helft van de eerste maand In de eerste week van deze periode vormt de embryoblast 3 lagen van cellen - Ectoderm: zenuwstelsel en huid o Zenuwstelsel ontwikkelt zich het snelst o Ectoderm vouwt om voor de neurale buis te vormen die het ruggenmerg en de hersenen gaat vormen - Mesoderm: spieren, skelet, hart en bloedvaten - Endoderm: spijsverteringsstelsel, longen, urinewegen en klieren Na 3,5 weken gaan neuronen ontwikkelen in de neurale buis die zich gaan verplaatsen naar hun permanente locaties waar ze de grootste delen van de hersenen gaan vormen. Op het einde van de eerste maand bestaat het embryo uit miljoenen georganiseerde groepjes van cellen die elk een specifieke functie hebben. 2) Tweede maand De groei verloopt snel. De ogen, oren, neus, nek, armen, benen, vingers en tenen gaan zich ontwikkelen. Ook de interne organen gaan groeien: het hart gaat verschillende kamers ontwikkelen en de lever en milt hebben geen dooierzak meer nodig en nemen de taak over van het aanmaken van bloedcellen. Het embryo reageert op aanraking en het kan bewegen, maar dat is nog niet voelbaar voor de moeder. Periode van de foetus Deze periode loopt van de 9de week tot het einde van de zwangerschap en is daarmee de langste periode. Gedurende deze “groei- en afwerkingfase” groeit het organisme zeer snel. 1) Derde maand De organen, spieren en het zenuwstelsel worden georganiseerd en verbonden met elkaar. De foetus gaat daardoor bewegen met de benen, de mond openen, de teentjes krullen, … en dat noemt men “georganiseerde bewegingen” en ze worden gestuurd door het brein. De longen nemen toe en beginnen samen te trekken als voorbereiding om te ademen. Na 12 weken zijn de genitale delen gevormd en kan het geslacht bepaald worden. De nagels van vingers en tenen en oogleden die open en toe gaan worden gevormd. Ook de hartslag kan men nu horen m.b.v. een stethoscoop. 2) Tweede semester In het midden van het tweede semester (17 – 20 weken) is de foetus groot genoeg zodat de bewegingen voelbaar worden voor de moeder. Op de huid zien we nu vernix en lanugo: - Vernix: het is een soort huidsmeer, een witte kaasachtige stof die de huid beschermd tegen kloven door lang in het vruchtwater te zijn - Lanugo: wit donshaar dat ervoor zorgt dat de vernix op de huid blijft zitten Op het einde van het tweede semester zijn veel organen goed ontwikkeld. De meeste neuronen zitten dan op de juiste plaats in de hersenen. Naast neuronen zijn er ook nog glia-cellen die de neuronen voeden en steunen en die blijven aan een snel tempo toenemen, ook na de geboorte. Daardoor wordt het gewicht van de hersenen 10x zo zwaar vanaf de 20ste week. De foetus kan nu ook al “zien” en “horen” (vb.: horen hard toegooien van een deur: kind gaat stampen omdat het geschrokken is / zien kind gaat het fel licht afweren met de armen bij een echo). 3) Derde semester De leefbaarheidgrens is hier bereikt: een kind dat te vroeg geboren wordt kan toch nog overleven (vanaf 22 – 26 weken). De longen en de temperatuurregeling is dan nog niet ontwikkeld omdat het kind nog niet zelf heeft leren ademen of de temperatuur heeft moeten regelen. De hersenen ontwikkelen en er is sprake van “states”. De foetus is nu langere tijd wakker: 11% wakker (28 weken) en 16% wakker (38 weken). Tussen de 30 en 34 weken tonen foetussen een ritmische afwisseling tussen “slapen” en “wakker zijn”. Hier begint ook het begin van de persoonlijkheid. Als de foetus actief is, zal het een actievere baby zijn, het zal beter kunnen omgaan met frustratie (1jaar) en het zal minder angstig zijn (2jaar). Als de foetus rustig is zal het een rustigere baby zijn. De verklaring hiervoor is dat foetale activiteit een aanwijzing is voor een gezonde neurologische ontwikkeling. De foetus krijgt ook een voorkeur voor bepaalde geuren en smaken omdat het het vruchtwater inslikt en dat bevat bepaalde geuren en smaken. Er gaat ook een grotere reactie komen op externe stimulatie (vb.: pijn, de stem van de moeder horen, …). In de achtste maand ontstaat er een vetlaagje bij de baby, zodat het zelf de temperatuur zal kunnen regelen. Ook ontvangt de foetus antilichamen van het bloed van de moeder die de baby zal beschermen tegen ziektes. Dit gebeurt omdat het immuunsysteem van de pasgeboren baby nog niet zo goed werkt in het begin. De laatste weken nemen de meeste baby’s een positie in met het hoofdje naar beneden, door de vorm van de baarmoeder en doordat het hoofdje zwaarder is dan de voeten. De groei vertraagt en de foetus is klaar om geboren te worden