Samenvatting Communicatie On- en Offline

Communicatie On- en Offline

Identiteiten voor Ondernemingen en Merken

  • Monolitisch: Hetzelfde merk voor alle producten.

  • Branded: Verschillende producten krijgen verschillende merken; elk merk heeft een eigen branded identity.

  • Endorsed: Naast het individuele merk wordt ook de naam van de moederonderneming vermeld.

Winkelformule

  • Definitie: Geeft aan op welke doelgroep het winkelbedrijf zich richt en op welke behoeften van die doelgroep.

Soorten Imago's

  • Productimago

  • Merkimago

  • Gebruikersimago

  • Branche imago

  • Landimago

Lobbyen

  • Definitie: Proberen goede relaties op te bouwen met ambtenaren (overheid) en zorgen dat zij de standpunten goed begrijpen.

Functies van Interne Communicatie

  • Smeerfunctie: Interne communicatie met goed overleg.

  • Procesfunctie: Het proces van samenwerking verbeteren.

  • Bindfunctie: Het gevoel geven dat werknemers erbij horen; het 'wij'-gevoel.

Interne Communicatie Richtingen

  • Verticaal: Tussen meerderen en ondergeschikten, bijvoorbeeld met de manager.

  • Horizontaal: Tussen medewerkers op hetzelfde niveau, binnen de afdeling maar ook tussen verschillende afdelingen.

  • Diagonaal: Tussen medewerkers van verschillende afdelingen en met verschillende niveaus.

Top-down Communicatie

  • Definitie: Informatie stroomt van het management naar medewerkers, zonder veel ruimte voor inspraak.

Bottom-up Communicatie

  • Definitie: Het management luistert naar de werknemers; informatie stroomt van medewerkers naar het management, vaak met ideeën, feedback of initiatieven.

Leiderschapstijlen

  • Autoritaire Leiderschapsstijl: Communicatie is puur top-down.

  • Consultatieve Leiderschapsstijl: Managers raadplegen ook hun medewerkers (bottom-up).

  • Participatieve Leiderschapsstijl: Managers betrekken hun medewerkers bij de besluitvorming.

  • Management by Objectives Leiderschapsstijl: De doelstellingen worden samen met de medewerkers opgesteld.

OR

  • Betekenis: Ondernemingsraad

Soorten Voorlichting

  • Informatief

  • Persuasief: Overtuigen van iets

  • Educatief: Kennis vergroten

Onderdelen van een Logo

  • Een beeldmerk (ook wel vignet genoemd)

  • Een woordmerk: een herkenbare manier om de naam te schrijven

Soorten Institutionele Reclame

  • Image

  • Defensive

  • Financial

  • Issue

Eenmaligheid

  • Definitie: Iets dat maar één keer uitgevonden kan worden.

Inhoud van een Persmap

  • Een voorbeeldartikel

  • Een verkort persbericht

  • Contactgegevens

  • Soms een brochure over het product

  • Algemene informatie over het bedrijf

  • Soms illustraties

Flyer

  • Synoniem: Leaflet

Druktechnieken

  • Lithografie: Vlakdruk

  • Zeefdruk: Doordruk

  • Etsen: Diepdruk

  • Flexodruk: Hoogdruk

  • Offset: Vlakdruk

Corporate Communicatie Mix

  • Corporate PR

  • Firma-sponsoring

  • Institutionele reclame

  • Huisstijl

Soorten Marketingcommunicatie

  • Themacommunicatie

  • Actiecommunicatie

Above the Line

  • Definitie: Marketingcommunicatie waarbij media wordt gebruikt.

Below the Line

  • Definitie: Activiteiten buiten de reclamemedia.

Through the Line

  • Definitie: Combinatie van above en below the line; ook wel between the line genoemd.

Monomediaal Communicatie

  • Definitie: Communicatie waarbij één communicatiemedium gebruikt wordt om een boodschap over te brengen.

  • Voorbeelden: Een boek (alleen tekst), een radio-uitzending (alleen geluid).

Multimediale Communicatie

  • Definitie: Een boodschap verzenden via een kanaal met meerdere vormen van communicatie.

  • Voorbeelden: Een website met tekst, afbeeldingen, video's en audio; een presentatie met gesproken uitleg, dia's, filmpjes en animaties.

Crossmediale Communicatie

  • Definitie: Eén boodschap verzenden via meerdere kanalen; dezelfde boodschap, aangepast per medium.

Transmediale Communicatie

  • Definitie: Een verzameling van gerelateerde boodschappen verzenden via meerdere kanalen; elk medium vertelt een ander deel van het verhaal.

Marketingdoelgroep

  • Definitie: Mensen aan wie je wilt verkopen en die het product gaan gebruiken.

Communicatiedoelgroep

  • Definitie: Reclame dat gericht wordt op mensen die het product kunnen door communiceren naar de marketingdoelgroep.

Uitvoeringspositionering

  • Definitie: Hoe een merk zijn strategische positionering concreet laat zien in gedrag, communicatie en beleving.

Merkpersoonlijkheid

  • Definitie: Het geheel van productkenmerken die klanten aan het merk toeschrijven.

Verkoopacties

  • Synoniem: Salespromotions

Hoofdsoorten van Salespromotions

  • Consumer promotions: Gericht op consumenten.

  • Trade promotions (ofwel handelspromotie): Gericht op de volgende schakels in het distributiekanaal.

  • Sales force promotions: Gericht op het verkopend personeel.

Manieren om een Verkoopgesprek te Houden

  • Standaardgesprek: Volgt steeds een vast patroon.

  • Spontaan gesprek: De inhoud van het gesprek hangt af van de situatie.

  • Gefaseerd gesprek: De verkoper volgt een structuur die bestaat uit een aantal fasen.

AIDA Model

  • Nodig voor: Een goede reclameboodschap

  • AIDA:

    • Aandacht

    • Interesse

    • Drang

    • Actie

Brochuresite

  • Definitie: Een site waar je wel door kunt bladeren, maar waar verder niets interactiefs aan is.

CMS

  • Betekenis: Content Management System

  • Definitie: Software waarbij je vrij eenvoudig de inhoud van een pagina kunt aanpassen.

Corporate Site

  • Definitie: Een site over de onderneming zelf en is vooral gericht op andere publieksgroepen.

Intranet

  • Definitie: Een intern computernetwerk voor het eigen personeel.

Extranet

  • Definitie: Een deel van het internet dat een organisatie afschermt met een inlogcode.

URL

  • Betekenis: Uniform Resource Locator

  • Definitie: Een internetadres.

Gamification

  • Definitie: Wanneer je een spelelement toevoegt aan je website.

Extra Eisen van Websites

  • Vertrouwen

  • Laat gebruikers aan het woord

  • Geef mogelijkheid voor productvergelijking

  • Is zeer duidelijk over verzendkosten en levertijd

  • Biedt bij bezorging ook afhaalmogelijkheden

VOCATIO Model

  • Nodig voor: Een ideaal verkoopgesprek

  • VOCATIO:

    • Verkenning

    • Omschrijving

    • Confrontatie

    • Argumentatie

    • Tegenwerpingen

    • Instemming

    • Orderverwerking

Brand Journey

  • Definitie: Een merkreis; een reis die je bedrijf maakt om een sterke, herkenbare merkidentiteit te creëren.

USP

  • Betekenis: Unique Selling Point

  • Definitie: Uniek verkoopargument

Negatieve Keywords

  • Definitie: Zoekwoorden waarbij je advertentie juist niet verschijnt.

Crowdsourcing

  • Definitie: Wanneer een bedrijf mensen erbij betrekt bij productverbetering of ontwerp van nieuwe producten.

Crowdfunding

  • Definitie: Wanneer iemand via sociale media geld probeert op te halen voor zijn idee.

Lokale Marketing

  • Definitie: Marketing gericht op je eigen regio.

Engagement

  • Definitie: Betrokkenheid

Seeding Agency

  • Definitie: Die zetten de viral uit bij een gerichte doelgroep, waarvan men verwacht dat die de boodschap snel zal verspreiden.

Word-of-Mouth Marketing

  • Definitie: Zorgen dat mensen over je aanbod gaan praten.

  • Valt onder word-of-mouth marketing:

    • Guerillamarketing

    • Buzz marketing

    • Virale marketing

Verdiende Media

  • Valt eronder: Publiciteit en mond-tot-mondreclame.

Rechtstreekse Reclame

  • Definitie: Klanten bereiken zonder media in te zetten, bijvoorbeeld via de brievenbus, de inbox of de telefoon.

Respons

  • Definitie: Antwoord.

One-on-One Communicatie

  • Definitie: Tweezijdige communicatie; de klant kan antwoorden.

Database Marketing

  • Definitie: Een database met adressen en kenmerken van huishoudens dat het mogelijk maakt om je boodschap heel precies te richten op een doelgroep.

Wbp

  • Betekenis: Wet bescherming persoonsgegevens

  • Definitie: Deze wet bepaalt dat mensen verzet mogen aantekenen tegen gebruik van hun persoonsgegevens.

Opt-in Regeling

  • Definitie: Dat bedrijven alleen commerciële e-mails mogen sturen aan mensen en bedrijven die hiervoor toestemming hebben gegeven.

Relatiemanagement

  • Definitie: Het is een manier om zo veel mogelijk een directe relatie met je klanten aan te gaan en te onderhouden.

Relatie Marketing

  • Definitie: Het doel daarvan is om relaties met klanten op te bouwen en te onderhouden die in het belang zijn van beide partijen.

Postcodesegmentatie

  • Definitie: Dat is een database van kenmerken van bewoners van verschillende wijken en straten.

Respons

  • Definitie: Reactie.

Propositie

  • Definitie: Een kernboodschap die uitlegt waarom een klant voor jouw product of dienst moet kiezen.

DDMA

  • Betekenis: Data Driven Marketing Association

  • Definitie: Het is een belangenvereniging voor bedrijven die aan direct marketing doen of er direct bij betrokken zijn.

CPM

  • Betekenis: Cost Per Mile

  • Definitie: Kosten per 1000 bereikte personen uit je doelgroep.

Junkmail

  • Definitie: Dat bestaat uit folders en post die niet goed gericht zijn of waarmee andere gedragsregels overtreden worden.

Leadmanagement

  • Definitie: Het nabellen van mogelijke klanten met interesse.

Accountmanagement

  • Definitie: Dat is het onderhouden van de relatie met grote klanten in de zakelijke markt.

Relatietijdschrift

  • Definitie: Een manier om relaties te onderhouden in een tijdschrift met regelmatige publicatie, die betaald wordt door een bedrijf.

  • Andere namen voor relatietijdschriften:

    • Sponsored magazine

    • Customer media

    • Branded media

Content Marketing

  • Definitie: De bedrijf heeft de inhoud van de communicatie gebruikt om een goede indruk te maken.

Relatiebeheer

  • Definitie: Vastleggen, archiveren en toegankelijk maken van relatiegegevens.

ERP

  • Betekenis: Enterprise Resource Planning

  • Definitie: Deze CRM-programma is geschikt voor administratie en logistiek.

Klachtenmanagement

  • Definitie: Systematisch omgaan met klachten.

Klaagdrempels

  • Actiedrempel: Het is wanneer de klant zich afvraagt of het wel de moeite waard is om te klagen.

  • Entreedrempel: Hoe hoger de drempel, hoe moeilijker het is om het bedrijf te bereiken.

  • Communicatiedrempel: Iemand die in actie is gekomen en over de entreedrempel heengestapt is.

Geschillencommissie

  • Definitie: Het is een commissie om te vermijden dat klachten bij de rechter belanden.

ZBMO-model

  • Definitie: Een communicatieproces (zender-boodschap-medium-ontvanger).

Selectieve Blootstelling

  • Definitie: Is dat je vooral luistert naar dingen waar je het al mee eens bent.

Selectieve Aandacht

  • Definitie: Is dat je je op één ding richt en andere dingen om je heen minder opmerkt.

Selectieve Interpretatie

  • Definitie: Iets opvatten zoals jij het wilt begrijpen.

Selectieve Acceptatie

  • Definitie: Is dat je alleen info aanneemt die je goed uitkomt.

Selectieve Perceptie

  • Definitie: is dat je dingen ziet of hoort op een manier die past bij jouw mening of ervaringen.

Selectieve Herinnering

  • Definitie: Is dat je vooral onthoudt wat bij je mening of gevoelens past, en de rest vergeet.

Promotie

  • Definitie: Alle communicatie met een duidelijke commercieel doel: verkopen.

Massamedia

  • Definitie: Zijn middelen zoals televisie, radio, kranten en internet die informatie naar een groot publiek verspreiden.

Metacommunicatie

  • Definitie: Is communicatie over communicatie. Het gaat over hoe je iets zegt of hoe je de boodschap overbrengt, niet alleen over de inhoud zelf.

Multi-step Flow Theorie

  • Andere naam: Model van Rogers.

Kennisklooftheorie

  • Definitie: Het verschil tussen mensen met veel kennis en mensen met weinig kennis wordt steeds groter.

Many-to-Many Communicatie

  • Definitie: Betekent dat veel mensen tegelijk informatie met elkaar uitwisselen.

Conversatiemanagement

  • Definitie: Gesprekken in goede banen leiden.

Situatieanalyse

  • Definitie: Is het startpunt van het proces van planning voor de marketing. Het beschrijft waar het bedrijf zich bevindt.

Externe Analyse

  • Definitie: Daarbij horen alle punten die de organisatie zelf niet kan beheersen of maar in beperkte mate kan beïnvloeden.

  • Twee niveaus van externe analyse:

    • Macro-omgeving: Omgevingsfactoren waar de organisatie zelf geen invloed op kan hebben. De macro-omgevingsfactoren kun je onthouden aan 'DESTEP': Demografie, Economie, Sociaal-culturele factoren, Technologie, Ecologie en Politiek- juridische factoren.

    • Meso-omgeving: Bestaat uit marktpartijen (leveranciers, concurrenten en klanten), de stakeholders en andere publieksgroepen. Zij beïnvloeden de onderneming en de onderneming zelf doet haar best om deze groepen in haar omgeving te beïnvloeden.

Interne Analyse

  • Definitie: Je licht je eigen onderneming op door alle punten die beheersbaar of beïnvloedbaar zijn door het eigen bedrijf. Hoort bij micro-omgeving.

SWOT-matrix

  • Definitie: Is een schema om sterktes, zwaktes, kansen en bedreigingen van een organisatie in kaart te brengen.

Gap Analyse

  • Nederlandse vertaling: Strategische kloof-analyse

  • Definitie: Het vergelijkt de huidige situatie met de gewenste situatie om te zien wat er nog mist of beter kan.

Prognose

  • Definitie: Het laat zien wat er gaat gebeuren als hetzelfde beleid wordt voortgezet.

Ist en Soll

  • Definitie: Betekent moet zijn, de gewenste situatie.

SMART

  • Gebruik: Om doelstellingen op te stellen.

Planningshorizon

  • Definitie: De vraag wanneer je je doelstelling wilt bereiken.

  • Drie niveaus:

    • Strategische planning: Is voor de lange termijn (een jaar of meer).

    • Tactische planning: Is voor de middellange termijn.

    • Operationele planning: Is voor de korte termijn.

Draaiboek

  • Definitie: Je geeft erin aan welke deelactiviteiten op welke datum door wie verricht moeten worden.

Communicatieanalyse

  • Definitie: Je analyseert de omgeving en gaat na wat de concurrentie doet.

Bureauonderzoek

  • Definitie: Onderzoek waarbij je informatie online probeert te zoeken.

Veldonderzoek

  • Definitie: Is een onderzoek dat je zelf doet wanneer je informatie online ontbreekt.

Planningcyclus

  • Definitie: Je loopt een aantal fases door en de keren steeds weer terug.

  • De planningcyclus:

    • Beginsituatie omschrijven (situatieanalyse)

    • Doelstellingen formuleren (strategische plan)

    • Organiseren in taken (tactische plan)

    • Uitvoeren

    • Evalueren

Niveaus van Merkbekendheid

  • Top of Mind Awareness: Dat is er bij mensen die een merk als eerste spontaan noemen; dat merk staat bij hen nummer één.

  • Ongeholpen Merkbekendheid: Dat is er bij overige merken die mensen spontaan noemen.

  • Geholpen Merkbekendheid: Het bestaat uit herkenning van een merk of product als iemand anders dat noemt of laat zien.

5 B's

  • Definitie: Een koopbeslissingsproces

  • 5 B's:

    • Bewustwording

    • Belangstelling

    • Beoordeling

    • Besluit

    • Bevestiging

Substitutie-effect

  • Definitie: Klanten vervangen de ene aanbieder door de andere. Je hebt klanten van de concurrentie weggelokt.

Uitbreidingseffect

  • Definitie: Klanten werven die het product nog helemaal niet kochten.

Intermediaire Doelgroep

  • Definitie: Ze zijn opinieleiders, die de uiteindelijke gebruikers sterk beïnvloeden.

Primaire Communicatiedoelgroep

  • Definitie: Het bestaat uit de mensen die de aanbieder het best kent, en die het meest gemotiveerd kunnen zijn om het product te kopen.

Secundaire Communicatiedoelgroep

  • Definitie: Het bestaat uit alle andere mogelijke klanten.

Beslissingsstructuur

  • Definitie: Is een manier om op basis van een voorwaarde een keuze te maken tussen verschillende acties.

DMU

  • Betekenis: Decision Making Unit

  • Definitie: Dat is wanneer inkoopbeslissingen bij een zakelijke klant genomen worden door een groep mensen.

Segmentatiecriteria

  • Definitie: Zijn kenmerken waarmee een markt wordt opgedeeld in doelgroepen, zoals demografisch (leeftijd, geslacht), geografisch (regio), psychografisch (levensstijl) en gedragsmatig (koopgedrag).

Kwantitatief Onderzoek

  • Definitie: Je ondervraagt veel mensen. Daardoor kun je de resultaten getalsmatig verwerken. Een enquête of survey is kwantitatief.

Kwalitatief Onderzoek

  • Definitie: Het gaat over de meningen en trends die je bij een beperkt aantal mensen meet. Dat kan bestaan uit diepte-interviews.

Nulmeting

  • Definitie: Is een eerste meting om de beginsituatie vast te leggen. Zo kun je later zien wat er is veranderd na een actie of verbetering.

Effectonderzoek

  • Definitie: Onderzoekt de resultaten van een maatregel of interventie, door te kijken of deze de gewenste veranderingen heeft veroorzaakt.

Copy Test

  • Definitie: Hiermee meet je het effect van een bepaalde uiting.

Posttest

  • Definitie: Je gaat na of de proces- en effectdoelstelling gehaald zijn.

Panel

  • Definitie: Het bestaat uit een kleine steekproef van de communicatiedoelgroep.

Specialismen

  • Definitie: Iets waarin iemand gespecialiseerd is.

Belangenorganisaties

  • Definitie: Ze zijn groepen die opkomen voor de belangen van een bepaalde groep mensen of een bepaald doel, bijvoorbeeld via lobby, acties of campagnes.

VEA

  • Betekenis: Vereniging van Communicatie Adviesbureaus

DDMA

  • Definitie: Het is de belangenorganisatie van bureaus op het terrein van direct marketing.

SI’BON

  • Definitie: Is een koepelorganisatie voor signbedrijven voor binnen- en buitenreclame.

ADCN

  • Betekenis: Art Directors Club Nederland

  • Definitie: Het is op het peil houden en verbeteren van de creativiteit in de Nederlandse reclame.

Marketingbriefing

  • In de marketingbriefing over de onderneming en haar marketingstrategie moeten aan de orde komen:

    • Waar de onderneming voor staat (missie, identiteit, gewenst imago)

    • Productinformatie

    • Marktinformatie

    • Positionering en marketingstrategie

    • Beschrijving marketingdoelgroep

Communicatiebriefing

  • Definitie: Die kun je uitvoeren door het marketingcommunicatieplan en reclameplan toe te lichten.

  • De onderdelen van zo'n briefing zijn:

    • Communicatiedoel en -doelgroep

    • Richtlijnen voor toon en vormgeving

    • Mediumvoorkeuren

    • Budget

    • Tijdsplanning

Inhoudsbriefing

  • Definitie: Gaat over de inhoud van de reclameboodschap. Die inhoud moet natuurlijk aansluiten bij de propositie.

Media Planner

  • Definitie: Het baseert zich bij het inplannen op de resultaten van mediaonderzoek: hoeveel mensen uit welke segmenten kijken, luisteren en lezen, hoe laat, hoe lang en wat zijn de gevolgen voor het koopgedrag.

Mediumbereik

  • Definitie: Is het aantal mensen dat via één specifiek medium (zoals een krant, website of radiozender) wordt bereikt.

Reclamebereik

  • Definitie: Is het aantal mensen dat een specifieke reclame-uiting daadwerkelijk heeft gezien of gehoord.

Waste

  • Definitie: Dat is wanneer het bereik van een medium groter is dan de dekking van de gewenste doelgroep.

Brutobereik

  • Definitie: Is het totaal aantal keren dat je boodschap wordt gezien of gehoord, inclusief herhalingen door dezelfde personen.

Nettobereik

  • Definitie: Is het aantal unieke mensen die de boodschap hebben gezien of gehoord, dus zonder dubbele telling.

Contactfrequentie

  • Andere naam: OTS (Opportunity To See)

Effectief Bereik

  • Definitie: Het bestaat uit het aantal mensen uit de doelgroep dat een boodschap in de frequentie heeft ontvangen die effectief is.

Mediaselectie

  • Definitie: Is het kiezen van de juiste media (zoals tv, radio, internet) om je boodschap effectief te verspreiden naar de gewenste doelgroep, rekening houdend met bereik, kosten en doelstellingen.

Spot

  • Definitie: Een spot is de tijdsruimte waarin een commercial (het korte reclamefilmpje) wordt uitgezonden.

Kijkdichtheid

  • Definitie: Dat is het percentage mensen dat een minimaal deel van een programma bekijkt.

GRP

  • Betekenis: Gross Rating Points

Luisterdichtheid

  • Definitie: Het percentage mensen dat een minimaal deel van een programma beluistert.

GA

  • Betekenis: Gewone Advertentie

IM

  • Betekenis: Ingezonden Mededeling

  • Definitie: Een advertentie op een redactionele pagina.

VP

  • Betekenis: Voor Pagina

Insteker

  • Definitie: Een blaadje dat lijkt op een foldertje door de bus, maar komt bij een bepaalde doelgroep binnen.

Vakbladen

  • Definitie: Zijn tijdschriften die gericht zijn op specifieke beroepsgroepen en bevatten vakgerelateerde informatie en nieuws. Ze zijn geschikt voor (segmenten van) de zakelijke markt.

Publiekstijdschriften

  • Definitie: Zijn tijdschriften die zich richten op een breed publiek en algemene onderwerpen behandelen, zoals nieuws en entertainment. Ze zijn geschikt voor de consumentenmarkt.

Advertorial

  • Definitie: Is een advertentie die eruitziet en leest als een artikel of redactionele content, maar in werkelijkheid bedoeld is om een product of dienst te promoten. Het combineert elementen van reclame en journalistieke inhoud.

Abri

  • Definitie: Het zijn panels en staande biljethouders voor affiches van hetzelfde formaat. De staande houders worden ook mupi genoemd.

Broadcasting

  • Definitie: Uitzenden naar een groot publiek.

Banner

  • Definitie: Een banner (in het Nederlands banier) is een rechthoekige vlag of wimpel.

Uitgevers (Publishers)

  • Definitie: Eigenaren van websites die links willen opnemen.

Adsense

  • Definitie: Is een advertentieprogramma van Google waarmee website-eigenaren geld kunnen verdienen door advertenties op hun site te tonen. Ze krijgen betaald als bezoekers op die advertenties klikken.

CTR

  • Betekenis: Click-Through Rate

  • Definitie: Dat is het percentage bezoekers dat op een link van een bepaalde advertentie klikt.

Adwords

  • Definitie: Is het advertentieplatform van Google waarmee bedrijven betaalde advertenties kunnen plaatsen in de zoekresultaten en op websites. Ze betalen meestal per klik op hun advertentie.

CPE

  • Betekenis: Cost Per Engagement

  • Definitie: Je betaalt me elke retweet, klik of reactie.

NOM

  • Betekenis: Nationaal Onderzoek Multimedia

SKO

  • Betekenis: Stichting Kijkonderzoek

JIC

  • Betekenis: Joint Industry Committees

Doelgroeponderzoek

  • Definitie: Je wilt allerlei kenmerken van ontvangers in kaart brengen (mediagedrag, consumptiegedrag, gebruiksgedrag, welstandsklasse enzovoort).

Decision Makers

  • Definitie: Zijn mensen die binnen een bedrijf of organisatie de beslissingen nemen, bijvoorbeeld over aankopen, investeringen of strategische keuzes.

Tijdsbestedingsonderzoek

  • Definitie: Het laat onder andere zien hoeveel tijd mensen uit verschillende doelgroepen gemiddeld aan media besteden.

Mediabelevingsonderzoek

  • Definitie: De mediabeleving wordt onderzocht. Wat doen mensen met de media, wat vinden ze ervan, hoe waarderen ze de media.

Media-inflatie

  • Definitie: Mediamoeheid.

Timing

  • Definitie: Het bestaat uit het moment waarop je de boodschap uitzendt en de periode waarover je dat doet.

Dragers

  • Definitie: Zijn de middelen of kanalen waarmee een boodschap wordt overgebracht, zoals tv, radio, kranten of websites.

Uses

  • Definitie: Zijn de mensen die deze dragers gebruiken of bereiken, dus de kijkers, luisteraars of lezers.

Mediaonderzoek

  • Onderdelen mediaonderzoek:

    • Doelgroeponderzoek naar kenmerken per marktsegment, waaronder ook decision-makers onderzoek.

    • Onderzoek naar bereik per medium en drager per doelgroep.

    • Onderzoek naar mediabeleving en effectiviteit van plaatsen in een medium.