Samenvatting Communicatie On- en Offline
Communicatie On- en Offline
Identiteiten voor Ondernemingen en Merken
Monolitisch: Hetzelfde merk voor alle producten.
Branded: Verschillende producten krijgen verschillende merken; elk merk heeft een eigen branded identity.
Endorsed: Naast het individuele merk wordt ook de naam van de moederonderneming vermeld.
Winkelformule
Definitie: Geeft aan op welke doelgroep het winkelbedrijf zich richt en op welke behoeften van die doelgroep.
Soorten Imago's
Productimago
Merkimago
Gebruikersimago
Branche imago
Landimago
Lobbyen
Definitie: Proberen goede relaties op te bouwen met ambtenaren (overheid) en zorgen dat zij de standpunten goed begrijpen.
Functies van Interne Communicatie
Smeerfunctie: Interne communicatie met goed overleg.
Procesfunctie: Het proces van samenwerking verbeteren.
Bindfunctie: Het gevoel geven dat werknemers erbij horen; het 'wij'-gevoel.
Interne Communicatie Richtingen
Verticaal: Tussen meerderen en ondergeschikten, bijvoorbeeld met de manager.
Horizontaal: Tussen medewerkers op hetzelfde niveau, binnen de afdeling maar ook tussen verschillende afdelingen.
Diagonaal: Tussen medewerkers van verschillende afdelingen en met verschillende niveaus.
Top-down Communicatie
Definitie: Informatie stroomt van het management naar medewerkers, zonder veel ruimte voor inspraak.
Bottom-up Communicatie
Definitie: Het management luistert naar de werknemers; informatie stroomt van medewerkers naar het management, vaak met ideeën, feedback of initiatieven.
Leiderschapstijlen
Autoritaire Leiderschapsstijl: Communicatie is puur top-down.
Consultatieve Leiderschapsstijl: Managers raadplegen ook hun medewerkers (bottom-up).
Participatieve Leiderschapsstijl: Managers betrekken hun medewerkers bij de besluitvorming.
Management by Objectives Leiderschapsstijl: De doelstellingen worden samen met de medewerkers opgesteld.
OR
Betekenis: Ondernemingsraad
Soorten Voorlichting
Informatief
Persuasief: Overtuigen van iets
Educatief: Kennis vergroten
Onderdelen van een Logo
Een beeldmerk (ook wel vignet genoemd)
Een woordmerk: een herkenbare manier om de naam te schrijven
Soorten Institutionele Reclame
Image
Defensive
Financial
Issue
Eenmaligheid
Definitie: Iets dat maar één keer uitgevonden kan worden.
Inhoud van een Persmap
Een voorbeeldartikel
Een verkort persbericht
Contactgegevens
Soms een brochure over het product
Algemene informatie over het bedrijf
Soms illustraties
Flyer
Synoniem: Leaflet
Druktechnieken
Lithografie: Vlakdruk
Zeefdruk: Doordruk
Etsen: Diepdruk
Flexodruk: Hoogdruk
Offset: Vlakdruk
Corporate Communicatie Mix
Corporate PR
Firma-sponsoring
Institutionele reclame
Huisstijl
Soorten Marketingcommunicatie
Themacommunicatie
Actiecommunicatie
Above the Line
Definitie: Marketingcommunicatie waarbij media wordt gebruikt.
Below the Line
Definitie: Activiteiten buiten de reclamemedia.
Through the Line
Definitie: Combinatie van above en below the line; ook wel between the line genoemd.
Monomediaal Communicatie
Definitie: Communicatie waarbij één communicatiemedium gebruikt wordt om een boodschap over te brengen.
Voorbeelden: Een boek (alleen tekst), een radio-uitzending (alleen geluid).
Multimediale Communicatie
Definitie: Een boodschap verzenden via een kanaal met meerdere vormen van communicatie.
Voorbeelden: Een website met tekst, afbeeldingen, video's en audio; een presentatie met gesproken uitleg, dia's, filmpjes en animaties.
Crossmediale Communicatie
Definitie: Eén boodschap verzenden via meerdere kanalen; dezelfde boodschap, aangepast per medium.
Transmediale Communicatie
Definitie: Een verzameling van gerelateerde boodschappen verzenden via meerdere kanalen; elk medium vertelt een ander deel van het verhaal.
Marketingdoelgroep
Definitie: Mensen aan wie je wilt verkopen en die het product gaan gebruiken.
Communicatiedoelgroep
Definitie: Reclame dat gericht wordt op mensen die het product kunnen door communiceren naar de marketingdoelgroep.
Uitvoeringspositionering
Definitie: Hoe een merk zijn strategische positionering concreet laat zien in gedrag, communicatie en beleving.
Merkpersoonlijkheid
Definitie: Het geheel van productkenmerken die klanten aan het merk toeschrijven.
Verkoopacties
Synoniem: Salespromotions
Hoofdsoorten van Salespromotions
Consumer promotions: Gericht op consumenten.
Trade promotions (ofwel handelspromotie): Gericht op de volgende schakels in het distributiekanaal.
Sales force promotions: Gericht op het verkopend personeel.
Manieren om een Verkoopgesprek te Houden
Standaardgesprek: Volgt steeds een vast patroon.
Spontaan gesprek: De inhoud van het gesprek hangt af van de situatie.
Gefaseerd gesprek: De verkoper volgt een structuur die bestaat uit een aantal fasen.
AIDA Model
Nodig voor: Een goede reclameboodschap
AIDA:
Aandacht
Interesse
Drang
Actie
Brochuresite
Definitie: Een site waar je wel door kunt bladeren, maar waar verder niets interactiefs aan is.
CMS
Betekenis: Content Management System
Definitie: Software waarbij je vrij eenvoudig de inhoud van een pagina kunt aanpassen.
Corporate Site
Definitie: Een site over de onderneming zelf en is vooral gericht op andere publieksgroepen.
Intranet
Definitie: Een intern computernetwerk voor het eigen personeel.
Extranet
Definitie: Een deel van het internet dat een organisatie afschermt met een inlogcode.
URL
Betekenis: Uniform Resource Locator
Definitie: Een internetadres.
Gamification
Definitie: Wanneer je een spelelement toevoegt aan je website.
Extra Eisen van Websites
Vertrouwen
Laat gebruikers aan het woord
Geef mogelijkheid voor productvergelijking
Is zeer duidelijk over verzendkosten en levertijd
Biedt bij bezorging ook afhaalmogelijkheden
VOCATIO Model
Nodig voor: Een ideaal verkoopgesprek
VOCATIO:
Verkenning
Omschrijving
Confrontatie
Argumentatie
Tegenwerpingen
Instemming
Orderverwerking
Brand Journey
Definitie: Een merkreis; een reis die je bedrijf maakt om een sterke, herkenbare merkidentiteit te creëren.
USP
Betekenis: Unique Selling Point
Definitie: Uniek verkoopargument
Negatieve Keywords
Definitie: Zoekwoorden waarbij je advertentie juist niet verschijnt.
Crowdsourcing
Definitie: Wanneer een bedrijf mensen erbij betrekt bij productverbetering of ontwerp van nieuwe producten.
Crowdfunding
Definitie: Wanneer iemand via sociale media geld probeert op te halen voor zijn idee.
Lokale Marketing
Definitie: Marketing gericht op je eigen regio.
Engagement
Definitie: Betrokkenheid
Seeding Agency
Definitie: Die zetten de viral uit bij een gerichte doelgroep, waarvan men verwacht dat die de boodschap snel zal verspreiden.
Word-of-Mouth Marketing
Definitie: Zorgen dat mensen over je aanbod gaan praten.
Valt onder word-of-mouth marketing:
Guerillamarketing
Buzz marketing
Virale marketing
Verdiende Media
Valt eronder: Publiciteit en mond-tot-mondreclame.
Rechtstreekse Reclame
Definitie: Klanten bereiken zonder media in te zetten, bijvoorbeeld via de brievenbus, de inbox of de telefoon.
Respons
Definitie: Antwoord.
One-on-One Communicatie
Definitie: Tweezijdige communicatie; de klant kan antwoorden.
Database Marketing
Definitie: Een database met adressen en kenmerken van huishoudens dat het mogelijk maakt om je boodschap heel precies te richten op een doelgroep.
Wbp
Betekenis: Wet bescherming persoonsgegevens
Definitie: Deze wet bepaalt dat mensen verzet mogen aantekenen tegen gebruik van hun persoonsgegevens.
Opt-in Regeling
Definitie: Dat bedrijven alleen commerciële e-mails mogen sturen aan mensen en bedrijven die hiervoor toestemming hebben gegeven.
Relatiemanagement
Definitie: Het is een manier om zo veel mogelijk een directe relatie met je klanten aan te gaan en te onderhouden.
Relatie Marketing
Definitie: Het doel daarvan is om relaties met klanten op te bouwen en te onderhouden die in het belang zijn van beide partijen.
Postcodesegmentatie
Definitie: Dat is een database van kenmerken van bewoners van verschillende wijken en straten.
Respons
Definitie: Reactie.
Propositie
Definitie: Een kernboodschap die uitlegt waarom een klant voor jouw product of dienst moet kiezen.
DDMA
Betekenis: Data Driven Marketing Association
Definitie: Het is een belangenvereniging voor bedrijven die aan direct marketing doen of er direct bij betrokken zijn.
CPM
Betekenis: Cost Per Mile
Definitie: Kosten per 1000 bereikte personen uit je doelgroep.
Junkmail
Definitie: Dat bestaat uit folders en post die niet goed gericht zijn of waarmee andere gedragsregels overtreden worden.
Leadmanagement
Definitie: Het nabellen van mogelijke klanten met interesse.
Accountmanagement
Definitie: Dat is het onderhouden van de relatie met grote klanten in de zakelijke markt.
Relatietijdschrift
Definitie: Een manier om relaties te onderhouden in een tijdschrift met regelmatige publicatie, die betaald wordt door een bedrijf.
Andere namen voor relatietijdschriften:
Sponsored magazine
Customer media
Branded media
Content Marketing
Definitie: De bedrijf heeft de inhoud van de communicatie gebruikt om een goede indruk te maken.
Relatiebeheer
Definitie: Vastleggen, archiveren en toegankelijk maken van relatiegegevens.
ERP
Betekenis: Enterprise Resource Planning
Definitie: Deze CRM-programma is geschikt voor administratie en logistiek.
Klachtenmanagement
Definitie: Systematisch omgaan met klachten.
Klaagdrempels
Actiedrempel: Het is wanneer de klant zich afvraagt of het wel de moeite waard is om te klagen.
Entreedrempel: Hoe hoger de drempel, hoe moeilijker het is om het bedrijf te bereiken.
Communicatiedrempel: Iemand die in actie is gekomen en over de entreedrempel heengestapt is.
Geschillencommissie
Definitie: Het is een commissie om te vermijden dat klachten bij de rechter belanden.
ZBMO-model
Definitie: Een communicatieproces (zender-boodschap-medium-ontvanger).
Selectieve Blootstelling
Definitie: Is dat je vooral luistert naar dingen waar je het al mee eens bent.
Selectieve Aandacht
Definitie: Is dat je je op één ding richt en andere dingen om je heen minder opmerkt.
Selectieve Interpretatie
Definitie: Iets opvatten zoals jij het wilt begrijpen.
Selectieve Acceptatie
Definitie: Is dat je alleen info aanneemt die je goed uitkomt.
Selectieve Perceptie
Definitie: is dat je dingen ziet of hoort op een manier die past bij jouw mening of ervaringen.
Selectieve Herinnering
Definitie: Is dat je vooral onthoudt wat bij je mening of gevoelens past, en de rest vergeet.
Promotie
Definitie: Alle communicatie met een duidelijke commercieel doel: verkopen.
Massamedia
Definitie: Zijn middelen zoals televisie, radio, kranten en internet die informatie naar een groot publiek verspreiden.
Metacommunicatie
Definitie: Is communicatie over communicatie. Het gaat over hoe je iets zegt of hoe je de boodschap overbrengt, niet alleen over de inhoud zelf.
Multi-step Flow Theorie
Andere naam: Model van Rogers.
Kennisklooftheorie
Definitie: Het verschil tussen mensen met veel kennis en mensen met weinig kennis wordt steeds groter.
Many-to-Many Communicatie
Definitie: Betekent dat veel mensen tegelijk informatie met elkaar uitwisselen.
Conversatiemanagement
Definitie: Gesprekken in goede banen leiden.
Situatieanalyse
Definitie: Is het startpunt van het proces van planning voor de marketing. Het beschrijft waar het bedrijf zich bevindt.
Externe Analyse
Definitie: Daarbij horen alle punten die de organisatie zelf niet kan beheersen of maar in beperkte mate kan beïnvloeden.
Twee niveaus van externe analyse:
Macro-omgeving: Omgevingsfactoren waar de organisatie zelf geen invloed op kan hebben. De macro-omgevingsfactoren kun je onthouden aan 'DESTEP': Demografie, Economie, Sociaal-culturele factoren, Technologie, Ecologie en Politiek- juridische factoren.
Meso-omgeving: Bestaat uit marktpartijen (leveranciers, concurrenten en klanten), de stakeholders en andere publieksgroepen. Zij beïnvloeden de onderneming en de onderneming zelf doet haar best om deze groepen in haar omgeving te beïnvloeden.
Interne Analyse
Definitie: Je licht je eigen onderneming op door alle punten die beheersbaar of beïnvloedbaar zijn door het eigen bedrijf. Hoort bij micro-omgeving.
SWOT-matrix
Definitie: Is een schema om sterktes, zwaktes, kansen en bedreigingen van een organisatie in kaart te brengen.
Gap Analyse
Nederlandse vertaling: Strategische kloof-analyse
Definitie: Het vergelijkt de huidige situatie met de gewenste situatie om te zien wat er nog mist of beter kan.
Prognose
Definitie: Het laat zien wat er gaat gebeuren als hetzelfde beleid wordt voortgezet.
Ist en Soll
Definitie: Betekent moet zijn, de gewenste situatie.
SMART
Gebruik: Om doelstellingen op te stellen.
Planningshorizon
Definitie: De vraag wanneer je je doelstelling wilt bereiken.
Drie niveaus:
Strategische planning: Is voor de lange termijn (een jaar of meer).
Tactische planning: Is voor de middellange termijn.
Operationele planning: Is voor de korte termijn.
Draaiboek
Definitie: Je geeft erin aan welke deelactiviteiten op welke datum door wie verricht moeten worden.
Communicatieanalyse
Definitie: Je analyseert de omgeving en gaat na wat de concurrentie doet.
Bureauonderzoek
Definitie: Onderzoek waarbij je informatie online probeert te zoeken.
Veldonderzoek
Definitie: Is een onderzoek dat je zelf doet wanneer je informatie online ontbreekt.
Planningcyclus
Definitie: Je loopt een aantal fases door en de keren steeds weer terug.
De planningcyclus:
Beginsituatie omschrijven (situatieanalyse)
Doelstellingen formuleren (strategische plan)
Organiseren in taken (tactische plan)
Uitvoeren
Evalueren
Niveaus van Merkbekendheid
Top of Mind Awareness: Dat is er bij mensen die een merk als eerste spontaan noemen; dat merk staat bij hen nummer één.
Ongeholpen Merkbekendheid: Dat is er bij overige merken die mensen spontaan noemen.
Geholpen Merkbekendheid: Het bestaat uit herkenning van een merk of product als iemand anders dat noemt of laat zien.
5 B's
Definitie: Een koopbeslissingsproces
5 B's:
Bewustwording
Belangstelling
Beoordeling
Besluit
Bevestiging
Substitutie-effect
Definitie: Klanten vervangen de ene aanbieder door de andere. Je hebt klanten van de concurrentie weggelokt.
Uitbreidingseffect
Definitie: Klanten werven die het product nog helemaal niet kochten.
Intermediaire Doelgroep
Definitie: Ze zijn opinieleiders, die de uiteindelijke gebruikers sterk beïnvloeden.
Primaire Communicatiedoelgroep
Definitie: Het bestaat uit de mensen die de aanbieder het best kent, en die het meest gemotiveerd kunnen zijn om het product te kopen.
Secundaire Communicatiedoelgroep
Definitie: Het bestaat uit alle andere mogelijke klanten.
Beslissingsstructuur
Definitie: Is een manier om op basis van een voorwaarde een keuze te maken tussen verschillende acties.
DMU
Betekenis: Decision Making Unit
Definitie: Dat is wanneer inkoopbeslissingen bij een zakelijke klant genomen worden door een groep mensen.
Segmentatiecriteria
Definitie: Zijn kenmerken waarmee een markt wordt opgedeeld in doelgroepen, zoals demografisch (leeftijd, geslacht), geografisch (regio), psychografisch (levensstijl) en gedragsmatig (koopgedrag).
Kwantitatief Onderzoek
Definitie: Je ondervraagt veel mensen. Daardoor kun je de resultaten getalsmatig verwerken. Een enquête of survey is kwantitatief.
Kwalitatief Onderzoek
Definitie: Het gaat over de meningen en trends die je bij een beperkt aantal mensen meet. Dat kan bestaan uit diepte-interviews.
Nulmeting
Definitie: Is een eerste meting om de beginsituatie vast te leggen. Zo kun je later zien wat er is veranderd na een actie of verbetering.
Effectonderzoek
Definitie: Onderzoekt de resultaten van een maatregel of interventie, door te kijken of deze de gewenste veranderingen heeft veroorzaakt.
Copy Test
Definitie: Hiermee meet je het effect van een bepaalde uiting.
Posttest
Definitie: Je gaat na of de proces- en effectdoelstelling gehaald zijn.
Panel
Definitie: Het bestaat uit een kleine steekproef van de communicatiedoelgroep.
Specialismen
Definitie: Iets waarin iemand gespecialiseerd is.
Belangenorganisaties
Definitie: Ze zijn groepen die opkomen voor de belangen van een bepaalde groep mensen of een bepaald doel, bijvoorbeeld via lobby, acties of campagnes.
VEA
Betekenis: Vereniging van Communicatie Adviesbureaus
DDMA
Definitie: Het is de belangenorganisatie van bureaus op het terrein van direct marketing.
SI’BON
Definitie: Is een koepelorganisatie voor signbedrijven voor binnen- en buitenreclame.
ADCN
Betekenis: Art Directors Club Nederland
Definitie: Het is op het peil houden en verbeteren van de creativiteit in de Nederlandse reclame.
Marketingbriefing
In de marketingbriefing over de onderneming en haar marketingstrategie moeten aan de orde komen:
Waar de onderneming voor staat (missie, identiteit, gewenst imago)
Productinformatie
Marktinformatie
Positionering en marketingstrategie
Beschrijving marketingdoelgroep
Communicatiebriefing
Definitie: Die kun je uitvoeren door het marketingcommunicatieplan en reclameplan toe te lichten.
De onderdelen van zo'n briefing zijn:
Communicatiedoel en -doelgroep
Richtlijnen voor toon en vormgeving
Mediumvoorkeuren
Budget
Tijdsplanning
Inhoudsbriefing
Definitie: Gaat over de inhoud van de reclameboodschap. Die inhoud moet natuurlijk aansluiten bij de propositie.
Media Planner
Definitie: Het baseert zich bij het inplannen op de resultaten van mediaonderzoek: hoeveel mensen uit welke segmenten kijken, luisteren en lezen, hoe laat, hoe lang en wat zijn de gevolgen voor het koopgedrag.
Mediumbereik
Definitie: Is het aantal mensen dat via één specifiek medium (zoals een krant, website of radiozender) wordt bereikt.
Reclamebereik
Definitie: Is het aantal mensen dat een specifieke reclame-uiting daadwerkelijk heeft gezien of gehoord.
Waste
Definitie: Dat is wanneer het bereik van een medium groter is dan de dekking van de gewenste doelgroep.
Brutobereik
Definitie: Is het totaal aantal keren dat je boodschap wordt gezien of gehoord, inclusief herhalingen door dezelfde personen.
Nettobereik
Definitie: Is het aantal unieke mensen die de boodschap hebben gezien of gehoord, dus zonder dubbele telling.
Contactfrequentie
Andere naam: OTS (Opportunity To See)
Effectief Bereik
Definitie: Het bestaat uit het aantal mensen uit de doelgroep dat een boodschap in de frequentie heeft ontvangen die effectief is.
Mediaselectie
Definitie: Is het kiezen van de juiste media (zoals tv, radio, internet) om je boodschap effectief te verspreiden naar de gewenste doelgroep, rekening houdend met bereik, kosten en doelstellingen.
Spot
Definitie: Een spot is de tijdsruimte waarin een commercial (het korte reclamefilmpje) wordt uitgezonden.
Kijkdichtheid
Definitie: Dat is het percentage mensen dat een minimaal deel van een programma bekijkt.
GRP
Betekenis: Gross Rating Points
Luisterdichtheid
Definitie: Het percentage mensen dat een minimaal deel van een programma beluistert.
GA
Betekenis: Gewone Advertentie
IM
Betekenis: Ingezonden Mededeling
Definitie: Een advertentie op een redactionele pagina.
VP
Betekenis: Voor Pagina
Insteker
Definitie: Een blaadje dat lijkt op een foldertje door de bus, maar komt bij een bepaalde doelgroep binnen.
Vakbladen
Definitie: Zijn tijdschriften die gericht zijn op specifieke beroepsgroepen en bevatten vakgerelateerde informatie en nieuws. Ze zijn geschikt voor (segmenten van) de zakelijke markt.
Publiekstijdschriften
Definitie: Zijn tijdschriften die zich richten op een breed publiek en algemene onderwerpen behandelen, zoals nieuws en entertainment. Ze zijn geschikt voor de consumentenmarkt.
Advertorial
Definitie: Is een advertentie die eruitziet en leest als een artikel of redactionele content, maar in werkelijkheid bedoeld is om een product of dienst te promoten. Het combineert elementen van reclame en journalistieke inhoud.
Abri
Definitie: Het zijn panels en staande biljethouders voor affiches van hetzelfde formaat. De staande houders worden ook mupi genoemd.
Broadcasting
Definitie: Uitzenden naar een groot publiek.
Banner
Definitie: Een banner (in het Nederlands banier) is een rechthoekige vlag of wimpel.
Uitgevers (Publishers)
Definitie: Eigenaren van websites die links willen opnemen.
Adsense
Definitie: Is een advertentieprogramma van Google waarmee website-eigenaren geld kunnen verdienen door advertenties op hun site te tonen. Ze krijgen betaald als bezoekers op die advertenties klikken.
CTR
Betekenis: Click-Through Rate
Definitie: Dat is het percentage bezoekers dat op een link van een bepaalde advertentie klikt.
Adwords
Definitie: Is het advertentieplatform van Google waarmee bedrijven betaalde advertenties kunnen plaatsen in de zoekresultaten en op websites. Ze betalen meestal per klik op hun advertentie.
CPE
Betekenis: Cost Per Engagement
Definitie: Je betaalt me elke retweet, klik of reactie.
NOM
Betekenis: Nationaal Onderzoek Multimedia
SKO
Betekenis: Stichting Kijkonderzoek
JIC
Betekenis: Joint Industry Committees
Doelgroeponderzoek
Definitie: Je wilt allerlei kenmerken van ontvangers in kaart brengen (mediagedrag, consumptiegedrag, gebruiksgedrag, welstandsklasse enzovoort).
Decision Makers
Definitie: Zijn mensen die binnen een bedrijf of organisatie de beslissingen nemen, bijvoorbeeld over aankopen, investeringen of strategische keuzes.
Tijdsbestedingsonderzoek
Definitie: Het laat onder andere zien hoeveel tijd mensen uit verschillende doelgroepen gemiddeld aan media besteden.
Mediabelevingsonderzoek
Definitie: De mediabeleving wordt onderzocht. Wat doen mensen met de media, wat vinden ze ervan, hoe waarderen ze de media.
Media-inflatie
Definitie: Mediamoeheid.
Timing
Definitie: Het bestaat uit het moment waarop je de boodschap uitzendt en de periode waarover je dat doet.
Dragers
Definitie: Zijn de middelen of kanalen waarmee een boodschap wordt overgebracht, zoals tv, radio, kranten of websites.
Uses
Definitie: Zijn de mensen die deze dragers gebruiken of bereiken, dus de kijkers, luisteraars of lezers.
Mediaonderzoek
Onderdelen mediaonderzoek:
Doelgroeponderzoek naar kenmerken per marktsegment, waaronder ook decision-makers onderzoek.
Onderzoek naar bereik per medium en drager per doelgroep.
Onderzoek naar mediabeleving en effectiviteit van plaatsen in een medium.