Arabisch-Israëlisch Conflict en Midden-Oosten Geschiedenis

De Juni- of Zesdaagse Oorlog (1967)

  • Tijdsbestek: De oorlog vond plaats van 5 juni tot 10 juni 1967 en duurde slechts zes dagen.

  • Betrokken Partijen: Een conflict tussen Isra#l en de Arabische buurlanden Egypte, Syri# en Jordani$.

  • Oorzaken van het conflict:

    • Herstel van eer: De Arabische landen streefden ernaar de militaire nederlaag van 1948 ongedaan te maken.

    • Niet-erkenning: De Arabische staten weigerden de staat Isra#l officieel te erkennen.

    • Militaire escalatie: Egypte stuurde grootschalige troepenmachten naar de Sina#-woestijn.

    • Blokkade: Egypte sloot de Straat van Tiran af. Hierdoor werd de toegang van Isra#l tot de Rode Zee geblokkeerd, wat door Isra#l als een directe oorlogsdaad (casus belli) werd beschouwd.

    • Retoriek: Arabische leiders uitten expliciete dreigementen om de staat Isra#l te vernietigen.

  • Verloop van de strijd:

    • Op 5 juni 1967 lanceerde Isra#l een verrassingsaanval op de Egyptische luchtmacht. Binnen enkele uren werden honderden Egyptische vliegtuigen op de grond vernietigd.

    • Dit resulteerde in volledige Isra#lische controle over het luchtruim, waarna Isra#l de grondaanval inzette tegen Egypte, Jordani$ en Syri#.

Gebiedsuitbreiding en de VN-Resolutie 242

  • Veroverde gebieden door Isra#l:

    • Sina#-woestijn: Veroverd op Egypte.

    • Gazastrook: Veroverd op Egypte.

    • Westelijke Jordaanoever (Westbank): Veroverd op Jordani$.

    • Oost-Jeruzalem: Veroverd op Jordani$.

    • Golanhoogvlakte: Veroverd op Syri#.

  • Gevolgen van de overwinning:

    • Het totale grondgebied van Isra#l werd aanzienlijk groter.

    • Honderduizenden Palestijnen sloegen op de vlucht, wat leidde tot een verergering van het vluchtelingenvraagstuk.

    • Isra#l weigerde de bezette gebieden volledig te ontruimen vanwege drie hoofdredenen:

      1. De behoefte aan veilige, verdedigbare grenzen.

      2. De overtuiging van historische rechten op dit specifieke gebied.

      3. De vestiging van vele kibboetsim (gemeenschappelijke landbouwdorpen) in deze gebieden.

  • Resolutie 242 van de Verenigde Naties:

    • Bepaalde dat Isra#l de bezette gebieden moest ontruimen.

    • Stelde dat de Arabische staten Isra#l moesten erkennen.

    • In de praktijk bleek de uitvoering problematisch omdat beide kampen het niet volledig eens waren over de praktische toepassing van de resolutie.

De Frontlijnstaten en de Uitputtingsoorlog (1969-1970)

  • Definitie Frontlijnstaten: Dit zijn de Arabische landen die direct aan Isra#l grenzen en daardoor het meest intensief betrokken waren bij de militaire conflicten.

    • De vier frontlijnstaten zijn: Egypte, Syri#, Jordani$ en Libanon.

  • De Uitputtingsoorlog (1969-1970):

    • Concept: Een oorlogsvorm waarbij men de tegenstander niet direct probeert te verslaan in ##n slag, maar langzaam probeert te verzwakken.

    • Partijen: Egypte versus Isra#l.

    • Locatie: De gevechten vonden voornamelijk plaats langs het Suezkanaal.

    • Egyptische doelen:

      1. Isra#l zowel militair als economisch uitputten.

      2. De Sina#-woestijn terugkrijgen.

      3. Isra#l dwingen zich terug te trekken uit alle sinds 1967 bezette gebieden.

    • Resultaat: In 1970 werd een staakt-het-vuren bereikt. Er was geen duidelijke overwinnaar en de Sina# bleef voorlopig onder Isra#lische controle.

De Koude Oorlog en de Rol van de Supermachten

  • Houding van de Verenigde Staten (VS):

    • Steunden Isra#l door de levering van wapens en financi#le hulp.

    • Beschouwden Isra#l als een strategische bondgenoot tijdens de Koude Oorlog.

    • Hanteerden een Containment-politiek in het Midden-Oosten om de verspreiding van het communisme in de regio in te dammen.

  • Houding van de Sovjet-Unie (SU):

    • Steunde Egypte en Syri#.

    • Leverde moderne wapensystemen.

    • Stuurde militaire adviseurs naar de regio.

  • De koers van Gamal Abdel Nasser: De Egyptische leider Nasser vond dat het Midden-Oosten een ongebonden politiek moest voeren. Om die reden weigerde hij aanvankelijk partij te kiezen in het wereldwijde Koude Oorlog-conflict.

De Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO)

  • Oprichting: De PLO werd opgericht in 1964.

  • Leiding: Yasser Arafat.

  • Doelen:

    • Het bundelen van de verschillende Palestijnse verzetsorganisaties (zoals Al Fatha en Hezbollah).

    • Het verkrijgen van meer internationale steun en hulp voor de Palestijnse kwestie.

  • Strategie na 1967:

    • Omdat de Palestijnen zich internationaal genegeerd voelden na de Zesdaagse Oorlog, grepen sommige groepen naar geweld buiten Isra#l om aandacht te vragen.

    • Acties: Vliegtuigkapingen, aanslagen en gijzelingen.

  • Zwarte September (1970):

    • In Jordani$ was de PLO zo machtig geworden dat ze het gezag van Koning Hoessein bedreigde.

    • Het Jordaanse leger viel de PLO aan.

    • Gevolgen: Duizenden doden, de PLO werd uit Jordani$ verdreven en de organisatie verhuisde haar hoofdkwartier naar Zuid-Libanon.

De Jom Kippoeroorlog (Oktoberoorlog) 1973

  • Oorzaken:

    • Egypte en Syri# wilden de in 1967 verloren gebieden (waaronder de Sina#) heroveren.

    • De aanval werd gepland op 6 oktober 1973, op Jom Kippoer (Grote Verzoendag), de heiligste dag in het Jodendom.

  • Verloop:

    • Egypte en Syri# boekten aanvankelijk grote successen door het verrassingselement.

    • Isra#l wist zich te herstellen met grootschalige steun van de Verenigde Staten.

    • Uiteindelijk sloeg Isra#l de aanvallen af.

  • Gevolgen:

    • Er kwam een staakt-het-vuren onder toezicht van de VN.

    • Olieboycot: De Arabische landen sloten de "oliekraan" voor landen die Isra#l ondersteunden. Dit leidde tot een scherpe stijging van de olieprijzen werelwijd.

    • De wereld realiseerde zich dat Isra#l niet onoverwinnelijk was.

    • Het conflict vormde de aanzet tot latere vrede.

Vredesproces: Camp David en het Verdrag van 1979

  • Bezoek Anwar Sadat (1977): Sadat bezocht als eerste Arabische leider Isra#l. Zijn redenen waren:

    • Be#indigen van de voortdurende oorlogen.

    • Herstel van de zware economische schade in Egypte.

    • De Sina# terugkrijgen zonder geweld.

    • Verbeteren van de relatie met de VS.

  • Camp David-akkoorden (1978): President Jimmy Carter (VS) bemiddelde tussen Sadat en de Isra#lische premier Menachem Begin.

  • Het Vredesverdrag (26 maart 1979):

    • Egypte: Erkende Isra#l officieel en beloofde geen oorlog meer te voeren.

    • Isra#l: Trok het leger terug en gaf de Sina# binnen drie jaar terug aan Egypte.

    • Er werden afspraken gemaakt over Palestijns zelfbestuur, maar deze werden nauwelijks uitgevoerd.

  • Kritiek en weerstand: Het verdrag werd afgekeurd door de PLO, andere Arabische landen en islamistische extremisten in Egypte. Men verweet Sadat dat hij alleen handelde en de Palestijnse kwestie niet had opgelost. Egypte werd tijdelijk uit de Arabische Liga gezet en de eenheid van Arabische staten werd verbroken.

  • Moord op Sadat: In 1981 werd Anwar Sadat tijdens een militaire parade vermoord door Egyptische extremisten.

Intifada en de Oslo-akkoorden

  • De Eerste Intifada (1987-1993):

    • Dit was een Palestijnse opstand tegen de Isra#lische bezetting in de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever.

    • Vormen van verzet: Demonstraties, stakingen, boycots en burgerlijke ongehoorzaamheid.

  • Oslo-akkoorden (Washingtonakkoord) 1993:

    • Ondertekend door Yitzhak Rabin en Yasser Arafat, onder bemiddeling van Bill Clinton.

    • Afspraken:

      1. Wederzijdse offici#le erkenning tussen Isra#l en de PLO.

      2. Beperkt Palestijns zelfbestuur in delen van de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever.

      3. Toekomstige onderhandelingen over gevoelige kwesties zoals Jeruzalem, vluchtelingen en nederzettingen.

Aanvullende Historische Feiten

  • Jordani$ als Koorddanser (1990-1991): Tijdens de Golfoorlog moest Jordani$ balanceren tussen:

    • Economie: Afhankelijkheid van Irak voor goedkope olie en handel.

    • Internationale politiek: De relatie met de VS en het Westen behouden.

    • Binnenland: Steun van de Jordaanse en Palestijnse bevolking voor Saddam Hoessein.

  • Saddam Hoessein: De ex-dictator van Irak werd op 5 november 2006 ter dood veroordeeld wegens misdaden tegen de mensheid.

  • Suezcrisis context: De nationalisatie van de maatschappij die het Suezkanaal beheerde, leidde tot een aanval van Engeland en Frankrijk (naast de bouw van de Aswandam).

  • Kibboetsim: De trek van Palestijnen uit het gebied versterkte de positie van de Joden, die in de verlaten gebieden collectieve landbouwgemeenschappen (kibboetsim) stichtten.