Samenvatting van Tacitus' Annales over de Romeinse geschiedenis

De Opkomst van Octavianus

  • Na de moord op Caesar (44 v.Chr.):

    • Verlies van macht door de Senaat, geleid door Cicero.
    • Marcus Antonius, medeconsul van Caesar, lijkt aan de macht te komen met steun van Caesars legers.
    • Octavianus (schoonzoon van Caesar) in eerste instantie niet gerespecteerd; pas geadopteerd door Caesar.
  • Verslagen door de Senaat:

    • Legers van Antonius verloren in Modena (43 v.Chr.).
    • Octavianus wordt erfgenaam van Caesar, maar is ook een bedreiging voor de Senaat.
  • Vorming van het tweede driemanschap:

    • Antonius, Octavianus, en Lepidus sluiten samenwerkingsverband; trekken de macht naar zich toe.
    • Bloedbad onder aanhangers van de Caesarmoordenaars (Cicero wordt gedood).
  • Slag bij Philippi (42 v.Chr.):

    • Definite verslagen van de moordaanslag leiders.
  • Machtsverdeling:

    • Octavianus en Antonius verdelen macht; Lepidus wordt achtergesteld.
    • Antonius claimt het Oosten, gaat om met Cleopatra; verliest sympathie in Rome.
    • Octavianus claimt het Westen, ziet dat Antonius Rome in gevaar brengt en verstoot zijn zus voor Cleopatra.
  • Zeeslag bij Actium (31 v.Chr.):

    • Octavianus wint, einde van de Romeinse Republiek.

Octavianus naar Augustus

  • Zorg voor Legitimiteit:

    • Octavianus zoekt wettelijke basis voor zijn macht na de uitgeschakeling van Antonius.
    • In 27 v.Chr. roept hij de Senaat bijeen om af te treden, maar de Senaat smeekt hem te blijven.
  • Eretitel Augustus:

    • Octavianus krijgt de titel Augustus, wat zijn hogere status bevestigt.
    • Provincies worden tussen senatoriale en keizerlijke verdeeld, met controle over de legers.
  • Volmachten:

    • Imperium proconsulare en tribunic potestas geven hem de basis van toekomstige keizers.

De Julisch-Claudische Dynastie

  • Dynastieke kenmerken:

    • Augustus opzet een systeem van adoptie om erfopvolging te regelen.
    • Dit maakt het moeilijk voor de Senaat om de opvolger niet te erkennen.
  • Tiberius:

    • Opvolger van Augustus; bekwaam maar achterdochtig.
    • Negeert de Senaat, velen worden aangeklaagd voor 'majesteitsschennis'.
  • Caligula:

    • Keteider, op een verschrikkelijke manier; bekend om verspilling en wreedheid.
    • Dood kwam als een verlossing voor Rome.
  • Claudius:

    • Volgt op Caligula, bekwaam maar kritiek op invloed van zijn vrouw Agrippina.
    • Voeg Britannia als provincie toe aan het rijk.
  • Nero:

    • Geadopteerd door Claudius, maar leeft in de schaduw van zijn moeder.
    • Om zijn positie te versterken, laat hij zijn moeder vermoorden.
  • Agrippina en de Vervlogen Invloed:

    • Nero's vrouw en haar invloed toenemende.
    • Zegening door de Senaat op haar huwelijk.parameters en haar impact op het feminist beeld.
  • Nero's Vervvloeiende Beheer:

    • Zijn wreedheid en decadentie komen langzaam aan de oppervlakte.
    • Relatie met Poppaea Sabina; zijn invloed gaat van de hand.
    • Octavia als slachtoffer van twijfels en wreedheid van Nero.

De Brand van Rome

  • De Grote Brand (64 n.Chr.):

    • Duurde meerdere dagen; grote delen van Rome verwoest.
    • Geruchten dat Nero de brand gesticht had om zijn nieuwe paleis, de Domus Aurea, te bouwen.
    • Antieke bronnen: Romeinse aristocraten zagen onwettig gedrag; in realiteit kan het een ongeluk zijn geweest.
  • Christenvervolging:

    • Nero wijst de christenen als zondebokken aan voor de brand.
    • Velen werden op gruwelijke wijze vervolgd.

Het Einde van Nero

  • Revolutie en Vernietiging:
    • Vinden dat Nero's tijd is op; uiteindelijk zelfmoord op 9 juni 68 n.Chr.
    • Einde van de Julisch-Claudische Dynastie; periode erna definieert de chaos in Rome.