frans

commencerbeginnen
passerdoorbrengen
avoir l’aireruit zien
avoir le temps (de)tijd hebben (om)
avoir envie (de)zin hebben (om)
se reposeruitrusten
se retrouverelkaar treffen
je me lèveik sta op
jouer à la consolegamen
discuterkletsen
rigolerlachen
appelerbellen
faire les magasinswinkelen
faire du sportsporten
faire la grasse matinéeuitslapen
je pourraiik zal kunnen
l’entrée vde ingang
le coursde les
l’épisode mde aflevering
jusqu’àtot
chez moibij mij
plutôtnogal
tardlaat
tôtvroeg
déjàal
durhard, moeilijk
mort(e)dood
fatigué(e)moe
prochain(e)volgende
c’étaithet was
le débuthet begin
la viehet leven
l’argent mhet geld
le temps librede vrije tijd
la foisde keer
le jeuhet spel
le magazinehet tijdschrift
selonvolgens
aiderhelpen
réfléchirnadenken
lirelezen
haut(e)hoog
chaqueieder
commeals, zoals
parfoissoms
en plusbovendien
l’écran mhet scherm
l’avis mde mening
le championde kampioen
l’entraînement mde training
il fautje moet
j’avaisik had
connaîtrekennen
mêmezelfs
suivrevolgen
garder (quelqu’un)(op iemand) passen
espérerhopen
aller au restaurantnaar het restaurant gaan
aller à la salle de sportnaar de sportschool gaan
faire du fitnessfitnessen
sortiruitgaan
faire la vaisselleafwassen
faire les coursesboodschappen doen
ça me rend foudaar word ik gek van
plein (de)een heleboel
d’abordten eerste
interessant(e)interessant
passionnant(e)boeiend
pas malniet slecht
nul(le)waardeloos
ennuyeux, -eusesaai
terriblevreselijk
l’étoile vde ster
le moyenhet middel
le scientifiquede wetenschappen
la trottinettede step
l’entreprise vhet bedrijf
l’espace mde ruimte
le commercede handel
il finirahij zal eindigen
à l’intérieurbinnen
polluant(e)vervuilend

\