2.9 Modellen voor beleidsbepaling

Rol van de Centrale Bank en Monetair Beleid

  • Centrale banken hebben de taak om prijzen stabiel te houden.

  • Ze beïnvloeden de maatschappelijke geldhoeveelheid via rente en het opkopen van staatsobligaties.

  • Centrale banken gebruiken modellen om beslissingen te nemen over hun monetair beleid.

  • Economie is geen exacte wetenschap; beslissingen vereisen een combinatie van gedachte-experimenten, formules en inzicht.

  • Het leggen van verbanden en vooruitkijken is cruciaal.

  • Modellen zijn hulpmiddelen, maar mogen niet de leidraad zijn van het beleid.

  • Modellen zijn gebaseerd op een eenzijdige visie op de economie en wiskundige principes.

  • Er is te weinig discussie over het belang en de bruikbaarheid van deze modellen.

Inflatie Verwachtingen vs. Realiteit

  • Grafieken tonen aan dat de inflatieverwachtingen van centrale bankiers vaak niet overeenkomen met de daadwerkelijke inflatie.

  • Voorbeeld 1 (2013-2018): De Europese Centrale Bank (ECB) verwachtte steeds dat de inflatie terug zou keren naar 2%, maar dit gebeurde niet.

  • Voorbeeld 2 (Sinds 2020): De inflatie in de eurozone liep op, maar de ECB bleef verwachten dat deze terug zou keren naar 2%.

  • In september 2021 werd verwacht dat de inflatie in Q1 2022 op 2% zou staan, maar deze was ongeveer 5% (een verschil van 3%).

Modellen van Centrale Banken

  • Centrale banken bepalen hun beleidsrente aan de hand van wiskundige modellen.

  • Drie modellen:

    • R-ster (neutrale of natuurlijke rente)

    • NeyRO (Non-accelerating Inflation Rate of Unemployment)

    • Output Gap

  • Centrale bankiers proberen de toekomst te voorspellen om daarop te kunnen inspelen.

  • Ze gebruiken variabelen die vaak geschat moeten worden.

R-ster (Neutrale Rente)

  • De reële evenwichtsrentestand die de economie op de lange termijn in evenwicht houdt.

  • De R-ster meet of de centrale bank de economie stimuleert of afremt.

  • Als de reële rente onder de R-ster ligt, stimuleert de ECB de economie.

  • Als de rente hoger is dan de R-ster, wordt de economische groei afgeremd.

  • Als de rente gelijk is aan de R-ster, is er evenwicht.

  • Voorbeeld: Als de ECB de rente verhoogt om de economische groei af te remmen, maar de evenwichtsrente daalt, hoeft de rente minder hard verhoogd te worden.

  • De ECB kijkt naar de verhouding van inflatie op jaarbasis ten opzichte van de rentestand aan het einde van het jaar.

  • Rekvoorbeeld: Rente is 2%, inflatie is 6%. De officiële rentestand is 2% - 6% = -4%.

  • Als dit lager is dan de geschatte R-ster, moet de rente verder omhoog.

  • De R-ster en de inflatie moeten beide geschat worden.

  • Schattingen van de R-ster in de VS kunnen variëren met 8%.

  • Voorbeeld: Bij 6% inflatie en 2% rente (-4% officieel):

    • Bij een R-ster van -8% moet de ECB 4% harder stimuleren.

    • Bij een R-ster van 0% moet de ECB 4% minder hard stimuleren.

  • De inflatie binnen de eurozone varieert per land. In september 2022 was de algemene Harmonized Index of Consumer Prices (hCPI) 9.9%, maar in Frankrijk 6.9% en in Nederland 24.2%.

  • De R-ster verandert door het handelen van de centrale bank, gebaseerd op eigen schattingen.

NeyRO (Natuurlijke Werkloosheid)

  • Heeft te maken met werkloosheid en inflatie.

  • Er is altijd een natuurlijke werkloosheid (frictie, seizoen, structureel).

  • NeyRO geeft het punt van werkloosheid aan waarop de inflatie stabiel blijft.

  • Centrale banken proberen de werkloosheid terug te brengen naar de NeyRO.

  • De prijs van geld moet zo afgesteld worden dat NeyRO precies op dat niveau uitkomt.

  • Als de werkloosheid boven de NeyRO ligt, is er lage inflatie of deflatie.

  • Als de werkloosheid onder de NeyRO ligt, ontstaat er inflatie.

  • Het evenwichtsniveau van de werkloosheid is een theoretisch concept en moet geschat worden.

  • In de VS is het verschil ongeveer 2%, wat kan leiden tot miljoenen Amerikanen zonder werk.

  • Grafiek laat zien dat de reële werkloosheid oploopt tussen 1973 en 1999, terwijl de schatting van de NeyRO een behoorlijke standaardafwijking heeft.

  • Er is discussie over de theorie dat hogere werkloosheid zorgt voor lagere loonstijgingen en deflatie.

  • Technologische ontwikkelingen of klimaatverandering kunnen leiden tot hogere structurele of seizoenswerkloosheid.

Output Gap

  • Meet de conjunctuurstand van de economie.

  • Laat zien hoe hard de economie groeit en hoeveel harder deze kan groeien zonder te snel of te langzaam te groeien.

  • Het verschil tussen wat de economie nu creëert en wat ze in een ideale wereld zou kunnen creëren.

  • Meet hoe dicht de reële economie bij het ideale scenario is van evenwichtige activiteit.

  • Bij te veel of te weinig output ontstaat een gap.

  • Positieve output gap: vraag groter dan capaciteit, hogere inflatie, lagere werkloosheid.

  • Negatieve output gap: lage vraag, overschot aan producten, lagere inflatie, hogere werkloosheid.

  • Groei economie=yGroei\ economie = y

  • Houdbare economische groei=yHoudbare\ economische\ groei = y^*

  • Als yy^* > y, moet de groei aangejaagd worden en kan de rente omlaag.

  • Als yy^* < y, moet de groei vertraagd worden en moet de rente omhoog.

  • De Output gap moet geschat worden. Dit begint bij de huidige groei van de economie.

  • De economische groei over een bepaalde periode wordt vaak bijgesteld.

  • Diverse instituten berekenen de groei binnen een bepaalde periode en komen soms tot andere inzichten.

  • De ideale houdbare economische groei is lastig te schatten.

  • De potentiële output van de economie kan niet rechtstreeks gemeten worden, alleen ingeschat.

  • Onderzoek heeft aangetoond dat de Output gap misschien beïnvloed wordt door de inflatie.

  • Stagflatie (economische neergang en hoge inflatie) is niet in lijn met de Output gap.

Kritiek op Modellen

  • Geen van de modellen houdt rekening met schuld of geldhoeveelheid.

  • Geldcreatie heeft een directe invloed op de inflatie.

  • Centrale banken zijn afhankelijk van veel variabelen en discutabele modellen.

  • De modellen berusten op een hoge mate van vingerspitzengefühl.

  • De centrale bank maakt haar monetair beleid op basis van deze modellen, economische theorie en visie.

Conclusie

  • Inflatie en economische groei kunnen nooit met zekerheid voorspeld worden.

  • Alles wat de centrale bank doet, heeft invloed op eerdere voorspellingen.

  • Beslissingen kunnen pas achteraf beoordeeld worden.

  • In een perfecte situatie zou de economische groei overeenkomen met de capaciteit, de werkloosheid laag zijn en de rente gelijk zijn aan een neutrale rente.

  • De kans dat dit ooit gebeurt, is nihil.