passe recent

Deel 1: De Blauwe Werkwoorden (Passé Simple)

De passé simple is een tijd die je alleen leest in boeken. Je gebruikt hem nooit als je praat. Daarom zien de vormen er soms raar uit.

Hier zijn de moeilijkste en belangrijkste uit jouw tekst. Ik heb de regelmatige werkwoorden (die eindigen op -a, zoals regarda) even overgeslagen tenzij ze belangrijk zijn voor het verhaal, en vooral gefocust op de onregelmatige.

De belangrijkste onregelmatige (leer deze goed, want die herken je vaak niet!):

Vorm in tekst (Passé Simple)

Infinitief (Hele ww)

Betekenis

aperçus

apercevoir

opmerken / zien

fit

faire

doen / maken

vit

voir

zien

répondit

répondre

antwoorden

prit

prendre

nemen

se mit (à)

se mettre (à)

beginnen (met)

vint / revint

venir / revenir

komen / terugkomen

voulut

vouloir

willen

s'enfuit

s'enfuir

vluchten

lut

lire

lezen

fut

être

zijn

eut

avoir

hebben

joignit

joindre

toevoegen (zich voegen bij)

fallut

falloir

moeten (il fallut = het was nodig)

faillit

faillir

bijna iets doen (hij werd bijna...)

Een paar regelmatige, maar belangrijke voor het verhaal:

Vorm in tekst

Infinitief

Betekenis

ordonna

ordonner

bevelen / opdracht geven

sonna

sonner

luiden (de klok)

noua

nouer

knopen (een touw)

lança

lancer

gooien

disparurent

disparaître

verdwijnen

cria

crier

roepen / schreeuwen

se tut

se taire

zwijgen (zijn mond houden)


Deel 2: Het Verhaal (Vertaling & Samenvatting)

Dit verhaal heet "Mademoiselle Cocotte". Het is een nogal zielig en luguber verhaal. Hier is wat je moet weten per stukje:

Deel 1: De Gekke Koetsier
De verteller ziet bij een inrichting (asiel) een man die een denkbeeldige hond roept: "Cocotte, mijn kleine Cocotte". De dokter legt uit: die man is François, een koetsier die gek is geworden nadat hij zijn hond heeft verdronken.
Flashback (terug in de tijd): François was een simpele, brave dienaar bij rijke mensen. Op een dag begon een zwerfhond hem te volgen. Eerst negeerde hij het beest, maar de hond bleef maar achter hem aanlopen.

Deel 2: De ontmoeting met Cocotte
De hond zag er verschrikkelijk uit: graatmager en hongerig. François probeerde haar eerst weg te jagen, maar de hond bleef wachten. Uiteindelijk kreeg hij medelijden. Hij aaide haar, gaf haar de naam Cocotte, gaf haar eten en liet haar in de stal slapen. Ze werden beste vrienden.

Deel 3: Het probleem
De bazen vonden het goed dat hij de hond hield. Cocotte werd weer gezond en dik. Maar er was één groot probleem: Cocotte werd "verliefd" op alle honden in de buurt. Ze trok honderden honden aan. Het werd een plaag: overal zwierven honden rond het huis, ze groeven de tuin kapot en blaften de hele nacht. Het was een ramp.

Deel 4: De opdracht
Cocotte kreeg constant puppy's (die François dan moest verdrinken). Het personeel (de kokkin, de tuinman) werd gek van al die hondenoverlast. De baas werd woedend en gaf François een bevel: "Je moet van die hond af, of je wordt ontslagen."
François probeerde haar weg te geven en zelfs ver weg achter te laten (in Parijs), maar Cocotte kwam altijd terug.

Deel 5 & 6: De verdrinking
De baas stelde een ultimatum: "Als die hond morgen niet weg is, lig jij eruit." François had zijn baan nodig. Met pijn in zijn hart besloot hij Cocotte te verdrinken.
Hij stond vroeg op, nam een touw en ging naar de rivier. Cocotte was blij en kwispelde, ze dacht dat ze gingen wandelen. François knoopte een zware steen aan haar halsband. Hij kuste haar huilend gedag en gooide haar in het water. Ze probeerde te zwemmen, keek hem wanhopig aan ("menselijke blik"), maar de steen trok haar naar de bodem. Ze verdronk.

Het einde (De horror)
François was kapot van verdriet en werd bijna gek.
Maanden later, in juni, zwom François met een collega in de rivier de Seine. Ze zagen een groot, rottend lijk van een dier drijven. François maakte er eerst grappen over ("Kijk, die is niet vers meer!"). Hij zwom ernaartoe om het te bekijken.
Toen zag hij de halsband. Hij las de naam op het plaatje: "Mademoiselle Cocotte, van koetsier François".
Het was zijn eigen hond, die na al die tijd als lijk teruggedreven was naar hem.
Hij begon te gillen, zwom als een gek naar de kant en rende naakt de velden in. Hij was definitief krankzinnig geworden.


Deel 3: Tips voor het Mondeling (Simpel Frans)

Jij moet dit vertellen. De truc is: Gebruik NOOIT de Passé Simple.
Gebruik in plaats daarvan de Passé Composé (ik heb gedaan = j'ai fait) en de Imparfait (het was/hij deed gewoonlijk = c'était/il faisait).

Hier is een "spiekbriefje" met simpele zinnen die je kunt gebruiken om het verhaal te vertellen:

1. Introductie:

  • L'histoire parle d'un homme qui s'appelle François. (Het verhaal gaat over...)

  • Il est cocher (koetsier). Il est gentil mais un peu simple.

2. De hond:

  • Un jour, un chien commence a suivre François.

  • Le chien est maigre et triste.

  • François adopte le chien et l'appelle "Cocotte".

3. Het probleem:

  • Cocotte devient grosse et belle.

  • Mais il y a un problème : elle attire tous les chiens du quartier.

  • C'est une catastrophe pour la maison. Il y a trop de chiens.

4. De beslissing:

  • Le patron est fâché (boos). Hij zegt: "Il faut tuer le chien ou tu pars."

  • François ne veut pas perdre son travail.

  • Alors, il décide de noyer Cocotte (Cocotte verdrinken).

5. De actie:

  • Il jette Cocotte dans la rivière avec une pierre (met een steen).

  • Elle meurt. François est très triste.

6. Het einde:

  • Quelques mois plus tard (een paar maanden later).

  • François nage dans la rivière avec un ami.

  • Il voit un chien mort dans l'eau.

  • Il regarde le collier (de halsband). C'est Cocotte !

  • François devient fou (wordt gek).

Extra tips voor jou:

  • Keep it simple: Maak korte zinnen. Onderwerp + Werkwoord + Rest. (Bijv: Il voit le chien. i.p.v. ingewikkelde constructies).

  • Connectors: Gebruik woorden als: D'abord (eerst), Puis (toen), Ensuite (vervolgens), À la fin (op het einde).

  • Weet je een woord niet? Omschrijf het. Weet je "palefrenier" niet? Zeg "l'ami de François". Weet je "charogne" (kadaver) niet? Zeg "le chien mort".

Veel succes! Als je dit schema aanhoudt, laat je zien dat je het verhaal begrijpt zonder dat je struikelt over die moeilijke grammatica.

 

"C'est l'histoire de François. Il est cocher.
Un jour, un chien le suit. Le chien s'appelle Cocotte.
François et Cocotte deviennent amis.
Mais il y a un grand problème.
Beaucoup de chiens viennent dans la maison pour Cocotte.
Le patron est très fâché. Il dit : « Le chien doit partir ! »
François est triste. Il doit tuer Cocotte.
Il jette Cocotte dans la rivière avec une pierre.
Quelques mois plus tard, François nage dans la rivière.
Il voit le cadavre de Cocotte.
C'est horrible. François devient fou."