Na de Tweede Wereldoorlog wilden veel Aziaten onafhankelijkheid, mede door het verminderde prestige van de Europese mogendheden.
In Brits-Indië verliep de machtsoverdracht vreedzaam in 1947, waarna het land uiteenviel in Pakistan en India.
In Vietnam en Nederlands-Indië waren de Europeanen niet bereid hun macht op te geven, wat leidde tot oorlogen.
Dekolonisatie van Nederlands-Indië
Soekarno en Hatta riepen op 17 augustus 1945 de onafhankelijke republiek Indonesië uit.
De Nederlandse regering erkende de republiek niet, mede vanwege economische belangen.
Er ontstond een strijd om de macht, waarbij Indonesische jongeren geweld gebruikten tegen Nederlanders en collaborateurs tijdens de 'bersiapperiode'.
De term 'bersiapperiode' is bekritiseerd omdat het de nadruk legt op het geweld van Indonesiërs tegen (Indische) Nederlanders, terwijl er van meerdere zijden sprake was van grof geweld.
Nederland probeerde de overheersing te herstellen, maar besloot later tot onderhandelingen.
In 1947 volgde grootschalig militair ingrijpen door Nederland, waarbij veel geweld werd gebruikt.
Internationale druk dwong Nederland om Indonesië als onafhankelijke staat te erkennen.
Op 27 december 1949 erkende Nederland officieel de soevereiniteit van Indonesië.
Tijdens de dekolonisatieoorlog zijn aan Nederlandse zijde ongeveer 5.000 mensen gesneuveld, aan Indonesische zijde mogelijk meer dan 100.000 mensen.
Veranderde Visie op de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog
Aanvankelijk presenteerde de Nederlandse regering de acties in Indonesië als 'politionele acties' om de orde te herstellen.
Journalisten namen de berichten van de regering over, waardoor het beeld van terughoudendheid bleef bestaan.
Pas in 1969 werd er openlijk gesproken over misdaden door Nederlandse legereenheden.
Onderzoek bevestigde geweldsuitspattingen, maar beschouwde die als uitzonderingen.
In de 21e eeuw concludeerden historici dat het Nederlandse leger vaak extreem geweld had gebruikt.
In 2022 erkende de regering 'stelselmatig en wijdverbreid extreem geweld' en bood excuses aan.
Het beeld is veranderd van een beheerst optreden naar een onafhankelijkheidsoorlog met wreedheden aan beide kanten.
De Volksrepubliek China
China is nooit een westerse kolonie geweest, maar westerse landen probeerden er wel macht uit te oefenen.
In 1911 trad de keizer af, waarna een chaotische periode begon met Japanse bezetting en een burgeroorlog.
In 1949 riep Mao Zedong de Volksrepubliek China uit.
Mao wilde China in recordtijd tot een economische grootmacht maken, maar dit leidde tot hongersnoden.
Na Mao's dood in 1976 begon de welvaart te groeien door maatregelen tegen bevolkingsgroei en meer vrijheid voor ondernemers.
Het beleid van één kind per gezin werd ingevoerd om de bevolkingsgroei te beperken.
Tegenwoordig is China de tweede economie ter wereld.
Dekolonisatie van Afrika
Eind 19e eeuw hadden Europese landen bijna heel Afrika onderworpen tijdens de 'wedloop om Afrika'.
Na de Eerste Wereldoorlog veranderde er weinig, maar na 1950 kwam er een einde aan de koloniale overheersing door:
Contact van Afrikanen met westerse ideeën (nationalisme, gelijkheid, zelfbestuur).
Verzwakking van Europese landen door de Tweede Wereldoorlog.
Steun van de Sovjet-Unie aan Afrikaanse onafhankelijkheidsbewegingen om invloed te krijgen.
Rond 1960 werden veel Afrikaanse landen onafhankelijk ('jaar van Afrika').
Soms brak een bloedige oorlog uit, maar meestal was er sprake van een vreedzame machtsoverdracht.