Frans voor Medisch Administratief Assistent - Dossier 1 & 2
Zichzelf en anderen voorstellen: Dossier 1
Methoden om jezelf voor te stellen:
Je suis[Naam] (Ik ben…).Je m’appelle[Naam] (Ik heet…).Je me présente ...[Naam] (Ik stel me voor…).Moi, c’est[Naam] (Ik, dat is… / Ik ben…).
Iemand anders voorstellen:
Voici[Naam] (Dit is…). Voorbeeld:Voici mon mari Jacques.Je te présente[Naam] (Ik stel je … voor - informeel).Je vous présente[Naam] (Ik stel u/jullie … voor - formeel).
Reageren op een kennismaking:
Enchanté(e)(Aangenaam).Très heureux / heureuse(Zeer verheugd).Ravi(e) de vous rencontrer(Blij u te ontmoeten).
Voorbeelden uit de transcriptie:
Bonjour. Je me présente … Léon Vrin.Salut ! Tu t’appelles comment ? — Moi, c’est Philippe. Et toi ?Monsieur Robert, je vous présente ma collègue, Sabine Des Forges.
Grammatica: Persoonlijke voornaamwoorden en Werkwoorden
Persoonlijke voornaamwoorden (Le pronom personnel sujet):
je / j’(ik) - Gebruikj’voor een klinker of een stomme h (bijv.J’aime,J’habite).tu(jij).il(hij).elle(zij).on(men / we / men).nous(wij).vous(u / jullie).ils(zij - mannelijk meervoud of gemengd).elles(zij - vrouwelijk meervoud).
Het werkwoord 'être' (zijn):
je suistu esil / elle / on estnous sommesvous êtesils / elles sont
Het werkwoord 'avoir' (hebben):
j’aitu asil / elle / on anous avonsvous avezils / elles ontBelangrijke opmerking: In het Frans wordt
avoirgebruikt om leeftijd uit te drukken. Bijv.J’ai ans(Ik ben jaar).
Regelmatige werkwoorden op -ER (o.a. parler, aimer, habiter):
Stam (infinitief min -er) + uitgangen:
je…-etu…-esil / elle…-enous…-onsvous…-ezils / elles…-ent
Het werkwoord 's'appeler' (heten):
je m’appelletu t’appellesil / elle / on s’appellenous nous appelons(let op: één 'l')vous vous appelez(let op: één 'l')ils / elles s’appellent
Landen, Nationaliteiten en Talen
Deelnemers aan de internationale conferentie:
Vincent Goulois: vertegenwoordigtla France(Frankrijk). Spreekt Frans, Engels en een beetje Spaans.Wilma Walsteijn: komt uitles Pays-Bas(Nederland). Werkt in Amsterdam. Spreekt Nederlands, vloeiend Engels en Duits, en een beetje Frans.Peter Pauwels: isbelge(Belg). Woont in Brussel. Moedertaal is Nederlands, spreekt goed Frans en Engels.Eveline Widmer: issuisse(Zwitserse). Is tweetalig: Duits en Italiaans. Spreekt een beetje Frans en Engels.Paul Rodgers: vertegenwoordigtle Canada. Is geboren in deEtats-Unis(VS). Woont in Montréal. Spreekt Frans, Engels en heeft noties Chinees.Jamilla Benjabi: van Marokkaanse origine (Maroc). Woont in België. Moedertaal is Arabisch. Spreekt Frans en begrijpt een beetje Engels.
Taalniveaus en werkwoorden:
Ma langue maternelle est ...(Mijn moedertaal is…).Je parle couramment ...(Ik spreek vloeiend…).Je parle bien ...(Ik spreek goed…).Je parle un peu ...(Ik spreek een beetje…).J’ai des notions de ...(Ik heb basiskennis van…).Je comprends un peu ...(Ik begrijp een beetje…).Je suis bilingue(Ik ben tweetalig).
Vragen stellen en Identificatie
Vraagwoorden:
Quel / Quelle / Quels / Quelles(Welk / Welke):Mannelijk enkelvoud:
Quel(bijv.Quel est votre nom ?).Vrouwelijk enkelvoud:
Quelle(bijv.Quelle est votre adresse ?).Mannelijk meervoud:
Quels(bijv.Quels médecins ?).Vrouwelijk meervoud:
Quelles(bijv.Quelles sont vos coordonnées ?).
Comment(Hoe).Où(Waar).Quel âge avez-vous ?(Hoe oud bent u?).
De Identiteitskaart (La carte d’identité):
Nom de famille: Achternaam (bijv. Blum).Prénom: Voornaam (bijv. Vanessa).Adresse: Adres (straat, nummer, postcode, stad).Nationalité: Nationaliteit (bijv. Française).Pays: Land (bijv. La France).Ville: Stad (bijv. Lyon).Profession / Métier: Beroep (bijv. infirmière).Date de naissance: Geboortedatum (bijv. ).Né(e) le ...: Geboren op …Genre: Geslacht (fémininofmasculin).
Lidwoorden (Articles)
Onbepaald lidwoord (Article indéfini):
Mannelijk enkelvoud:
un(bijv.un ballon).Vrouwelijk enkelvoud:
une(bijv.une photo).Meervoud:
des / de / d’(bijv.des enfants). Wordt in het Nederlands vaak niet vertaald.
Bepaald lidwoord (Article défini):
Mannelijk enkelvoud:
le(ofl’voor klinker/h).Vrouwelijk enkelvoud:
la(ofl’voor klinker/h).Meervoud:
les.
Medische Woordenschat: Lichaamsdelen en Beroepen
Het menselijk lichaam (Le corps humain):
la tête(het hoofd)le cou(de nek)le bras(de arm)le coude(de elleboog)le poignet(de pols)la main(de hand)le doigt(de vinger)le pouce(de duim)le torse / la poitrine(de borstkas)le ventre(de buik)le dos(de rug)la jambe(het been)la cuisse(het dijbeen)le genou(de knie)la cheville(de enkel)le pied(de voet)l’orteil / le doigt de pied(de teen)l’œil / les yeux(het oog / de ogen)le nez(de neus)de mond(la bouche)l’oreille(het oor)les dents(de tanden)la gorge(de keel)l’estomac(de maag)le poumon(de long)le cerveau(de hersenen)
Medische beroepen en plaatsen:
l’infirmier / l’infirmière(de verpleegkundige)le dentiste(de tandarts)le pharmacien(de apotheker)le cardiologue(de cardioloog)le pédiatre(de pediater/kinderarts)le dermatologue(de dermatoloog)l’ophtalmologiste(de oogarts)le chirurgien(de chirurg)la gynécologue(de gynaecoloog)le psychiatre(de psychiater)le traumatologue(de traumatoloog)la salle d’attente(de wachtkamer)
Dossier 2: Getallen en Spellen
Het Alfabet en Spellen (Épeler):
A [a] -
accueillirB [be] -
la banqueC [se] -
la compagnieD [de] -
les dossiersE [ə] -
l'employéG [ʒe] -
le gérantH [aʃ] -
l'huissierJ [ʒi] -
le jour ouvrableW [dublə ve] -
le wagonY [i ɡrɛk] -
le yaourt
Getallen (Les nombres):
: zéro
: un, : deux, : trois, : quatre, : cinq, : six, : sept, : huit, : neuf, : dix
: onze, : douze, : treize, : quatorze, : quinze, : seize, : dix-sept, : dix-huit, : dix-neuf, : vingt
: vingt et un, : vingt-deux
: trente, : quarante, : cinquante, : soixante
Belgisch Frans vs. Frans-Frans:
:
septante(BE) /soixante-dix(FR):
septante et un(BE) /soixante et onze(FR):
quatre-vingts(beide):
quatre-vingt-un(beide):
nonante(BE) /quatre-vingt-dix(FR):
nonante et un(BE) /quatre-vingt-onze(FR)
: cent