Thema 3: Kijken vanop de aarde

3.1 Zon, maan en sterren bewegen

  • Aardrotatie: De aarde draait rond haar as.
  • Aardrevolutie: De aarde draait rond de zon.
  • De maan draait rond de aarde (en de zon).

1. De aarde beweegt rond haar as: de aardrotatie

  • Aarde beweegt om haar as.
  • Afwisseling licht/schaduw (dag/nacht).
  • Duurt 24 uur.
  • Uren daglicht verschillen naargelang plaats op aarde en tijdstip van het jaar.

I. De aarde draait rond haar as

  • Aarde draait in ca. 24 uur één keer rond haar eigen as = aardrotatie.
  • Aardas = denkbeeldige lijn tussen Noordpool en Zuidpool.
  • Waarneembaar: zon, maan, planeten en veel sterren komen op boven horizon en gaan weer onder.
  • Zon lijkt van oost naar west te bewegen.
    • In werkelijkheid draait de aarde van west naar oost.
    • Volledige rotatie van 360°360° duurt ca. 24 uur.
A. Kenmerken
  1. Waarnemingen
    • Noordelijk halfrond:
      • Beweging in tegenwijzerzin.
      • Van oost naar zuid naar west.
    • Zuidelijk halfrond:
      • Beweging in wijzerzin.
      • Van oost naar noord naar west.
    • Overdag.

1. Schijnbeweging en werkelijkheid

  • 's Nachts verplaatsen sterren en sterrenbeelden zich.
    • Noordelijk halfrond à tegenwijzerzin rond punt in de buurt van de Poolster.
    • Eén volledige cirkelbeweging = een dag, één volledige omtrek rond de Poolster.
  • Sterren = schijnbeweging.
  • Zon = schijnbeweging.

Schijnbewegingen vs Echte Beweging

  • Schijnbeweging à aarde draait rond haar eigen as.
  • Deze beweging = één dag = aardrotatie.
  • Alle plaatsen op aarde bewegen in oostelijke richting.
  • Niet de zon en de sterren bewegen, maar de aarde draait om haar as: aardrotatie.
  • Een rotatie duurt 24 uur = etmaal.
  • De denkbeeldige as waarrond de aarde draait gaat door de polen.
  • De zin van de aardrotatie is van west naar oost.
  • Een astronaut kijkt vanuit de ruimte naar de aardrotatie:
    • Met zicht op de N-pool, ziet hij de aarde draaien in tegenwijzerzin.
    • Poolster staat in verlengde van aardas, recht boven Noordpool.
    • Met zicht op de Z-pool, ziet hij de aarde draaien in wijzerzin.

Sterrendag of siderische dag

  • Tijd die aarde nodig heeft om 360°360° rond haar as te draaien is niet exact 1 dag.
  • 23 uur, 56 minuten en 4 seconden à sterren in exact dezelfde stand = Sterrendag of siderische dag.

Synodische dag of zonnedag

  • Synodische dag of zonnedag = precies 24 uur.
  • Zon op dezelfde plaats aan de hemel.
  • Tijdsduur dagelijks leven belangrijk.
  • In deze tijd heeft de aarde ongeveer 361°361° rond haar as gedraaid.
  • Extra graad omdat de aarde ook ongeveer één graad heeft afgelegd op haar baan rond de zon: 360°360° in 365 dagen.

Omtreksnelheid

  • Alle punten op het aardoppervlak draaien in één dag rond de aardas.
  • De evenaar legt een grotere afstand af dan plaatsen verder naar het noorden of zuiden.
    • Omtrek aarde verkleint richting Noordpool of Zuidpool.
    • Omtreksnelheid verschilt van plaats tot plaats.
      • 16661666 km/u, het grootst aan de evenaar à een punt legt meer dan 40.00040.000 km af in één dag.
      • Polen hebben de kleinste omtreksnelheid: 00 km/u.
      • België, op 51°51° N, heeft een snelheid van 1.0441.044 km/u.
      • Omtreksnelheid varieert met de breedtegraad.

Rotatiesnelheid

  • Rotatiesnelheid = omtreksnelheid
  • Hoeksnelheid
  • Ecuador is ongeveer 4000040 000 km / 24 u = 16661666 km / u
  • Rotatie / dag: 360°360° / 24 u = 15°15° / u
  • Beweegt een inwoner van België met een grotere rotatiesnelheid dan een inwoner van Ecuador?
    • Nee, de omtreksnelheid is in Ecuador groter en de hoeksnelheid is hetzelfde.

2. Gevolgen van de aardrotatie

Afwisseling dag en nacht

  • Door aardrotatie wordt één helft van de aarde belicht door de zon = dagkant van de aarde.
  • De andere helft krijgt geen licht = nachtkant.
  • De lengte van dag en nacht varieert van dag tot dag en van plaats tot plaats.
    • De aardas staat schuin ten opzichte van de zon.
  • Omdat de aarde een bolvorm heeft, kan de zon maar de helft verlichten.
  • Gevolg: door de aardrotatie is er een dagelijkse afwisseling van dag (belichte helft) en nacht.

Culminatiehoogte

  • Zon à legt een boog af gedurende dag.
  • Hoogste punt dagboog = culminatiehoogte.
    • Invallend zonlicht met de grootste hoek ten opzichte van de horizon.
  • Op noordelijk halfrond, vanaf Kreeftskeerkring tot Noordpool, culmineert de zon in het zuiden.
  • Op zuidelijk halfrond, vanaf Steenbokskeerkring tot Zuidpool, culmineert ze in het noorden.
  • Tussen de keerkringen culmineert de zon half jaar in noorden en half jaar in zuiden.
  • Culminatiehoogte van een plaats = 90°90° - de afstand van die plaats tot de plaats waar de zon loodrecht in valt.

Afbuiging van de winden

  • Wind = luchtverplaatsing van hogedrukgebied naar lagedrukgebied aan het aardoppervlak.
  • Normaal, zonder aardrotatie, zouden winden in rechte lijn naar lagedrukgebied stromen.
  • Verschil in omtreksnelheid tussen plaatsen doet winden op aarde afbuigen = corioliseffect.
    • Noordelijk halfrond buigen winden af naar rechts.
    • Zuidelijk halfrond buigen ze af naar links.
    • Zeestromen worden op dezelfde manier afgebogen door corioliseffect van aardrotatie.

3. Plaatsbepaling

  • Via GPS = Global Positioning System = exacte plaatsbepaling.
  • 2 coördinaten: lengte en breedte, uitgedrukt in ° en ‘.
  • Afstand weergeven tussen 2 nullijnen: nulmeridiaan (lengte) en evenaar (breedte).
  • De nauwkeurige ligging van een punt wordt bepaald door 2 coördinaten: breedte en lengte.
  • Kenmerken:
    • Meridiaan → halve cirkels, tussen de polen, even groot à nullijn = nulmeridiaan of meridiaan van Greenwich.
    • Parallel → volledige cirkels, evenwijdig met de evenaar, kleiner naar de polen toe à nullijn = evenaar.

Plaats bepalen op aarde

  • Geografische ligging van een plaats op aarde = referentiekader.
  • Elk punt op aarde beschrijft tijdens rotatie een cirkel.
  • Breedtecirkels of parallellen à bepalen de breedteligging.
    • Langste parallel = evenaar of nulcirkel.
    • Varieert van 0° (evenaar) tot 90°90° N of 90°90° S (Noord- of Zuidpool).
  • Halve cirkels van Noordpool tot Zuidpool die loodrecht op de evenaar staan = meridianen of lengtelijnen.
  • Sinds 1884 is de meridiaan van Greenwich de nulmeridiaan.
    • lengteligging
    • Varieert van 0° (meridiaan van Greenwich) tot 180°180° W of 180°180° E.
  • Met behulp van breedte- en lengteligging kunnen geografische coördinaten van een plaats op aarde worden bepaald.

4. Tijd meten op aarde

Zonnetijd

  • Zonnetijd à zon op hoogste punt = middag = 12 uur.
  • Alle plaatsen op dezelfde lengtelijn hebben op hetzelfde moment middag volgens zonnetijd.
  • Doordat de aarde van west naar oost draait, is het eerst middag in het oostelijk halfrond, dan op de nulmeridiaan van Greenwich en dan in het westelijk halfrond.
  • Alle punten op eenzelfde meridiaan hebben dezelfde tijd ten opzichte van de zon = zonnetijd.

Universele Tijd

  • Zonnetijd is niet praktisch à daarom gebruikt men conventionele tijd.
  • Daarom is de aarde in 24 uurgordels ingedeeld à Tijdzones.
  • Binnen één uurgordel gebruikt iedereen dezelfde tijd.
  • Uurgordels lopen evenwijdig met de nulmeridiaan en zijn elk 15°15° breed.
  • De nulmeridiaan ligt in het midden van de eerste uurgordel.
    • Tijd in deze uurgordel = GMT of Greenwich Mean Time, of UT of universele tijd (UTC).
    • In uurgordels ten oosten van UT is het later (UT+1, UT+2 …).
    • In uurgordels ten westen van UT is het vroeger (UT-1, UT-2 …).

Tijdzones

  • Landen passen soms grenzen van uurgordels aan à ze volgen niet meer de lengtelijnen.
    • Om economische en politieke redenen of om binnen een land overal dezelfde tijd te gebruiken.
    • Voorbeelden:
      • China heeft meer dan drie uurgordels op zijn grondgebied, maar gebruikt in heel China dezelfde tijdzone (UT+8).
      • India ligt in twee uurgordels, maar gebruikt tijdzone UT+5.30.
      • België ligt in uurgordel UT, maar gebruikt om economische en politieke motieven de tijdzone UT+1.
  • De aarde roteert in 24 uur over 360°360°. Tijdens 1 uur over 15°15°.
  • Bij een verplaatsing naar het oosten wordt het later en moeten we dus uren bijtellen.
  • Bij een verplaatsing naar het westen wordt het vroeger en moeten we dus uren aftrekken.
  • De 180°180°-meridiaan is de datumgrens.

Zomertijd en wintertijd

  • Om daglicht beter te gebruiken, passen sommige landen, waaronder België, zomer- en wintertijd toe.
  • Uurgordels en tijdzones in de atlas geven altijd de wintertijd weer.
  • België = UT+1.
  • Eind maart schakelt België over op zomertijd = één uur later = UT+2 tot eind oktober.
  • Zomertijd staat ter discussie.
  • De klok wordt één uur achteruit gezet van 03:00 naar 02:00 uur.
    • Een uur eraf = dus één uur meer slapen! (in het najaar)
  • De klok wordt één uur vooruit gezet van 02:00 naar 03:00 uur.
    • Een uur erbij = dus één uur minder slapen! (in het voorjaar)
  • De verandering van uur gebeurt in de nacht van zaterdag tot zondag in het laatste weekend van maart en oktober.

Spelen met tijd: Zomertijd/wintertijd in België

  • Tot 1914: België hanteerde de tijd van Groot-Brittannië = GMT.
  • 1914: Duitse bezetting = Duitse tijd = GMT + 1.
  • 1916: Invoering door de Duitsers in bezet België à klok 1 uur vooruit = zomertijd om energie te besparen.
  • Na WO I: België hanteerde tijd van GB met zomertijd (+ 1 uur).
  • WO II: Opnieuw Duitse tijd = GMT + 1 met zomertijd = GMT + 2 in de zomer à Na WO II werd de zomertijd afgeschaft = België = GMT + 1.
  • Sinds 1977 is er zomertijd = 1 uur later: economische crisis à energie besparen.
Argumenten voor permanente zomertijd
  • Voordelen:
    • 's Avonds langer licht.
    • Minder elektriciteit verbruiken.
  • Nadelen:
    • Slecht voor bioritme: te laat gaan slapen.
    • In de winter later licht à meer ongevallen.
    • Avondspits is het warmste moment van de dag à meer ozon.
    • 2 uur voor op astronomische tijd = België (zelfde tijd als GB).
Argumenten voor permanente wintertijd
  • Voordelen:
    • Beter voor gezondheid: bioritme.
  • Nadelen:
    • Kortere zomeravonden = vroeger donker.
    • Zomer vroeg licht = verloren uren.

Oefening

  • Athene = 2 uur later t.o.v. Londen = 1 uur later t.o.v. Brussel (+ 1).
  • Bogota = - 5 = 5 uur vroeger t.o.v. Londen = 6 uur vroeger t.o.v. Brussel.
  • Sydney = + 11 = 11 uur later dan Londen = 10 uur later t.o.v. Brussel.
  • Buenos Aires: 10 uur in Buenos Aires = UT-3 en België = UT +1
    • 3 uur vroeger dan Verenigd Koninkrijk
    • 4 uur vroeger dan België
    • 10 uur + 4 uur = 14 uur in België.
  • Nairobi: 10 uur
    • Nairobi UT + 3
    • België= UT +1
    • Nairobi is het 2 uur later dan in België
    • In België is het 8 uur.
  • Shanghai: 10 uur
    • Shanghai: UT +8
    • België: UT +1
    • In Shanghai is het 7 uur later
    • In België is het 3 uur

Datumgrens

  • Tijdsverschil tussen nulmeridiaan en meridiaan van 180°180° = 12 uur.
  • Tijdsverschil in oostelijke richting op de 180°180°-meridiaan = 12 uur later dan nulmeridiaan.
  • Verschil in westelijke richting, op de 180°180°-meridiaan 12 uur vroeger.
  • Uurgordel UT+12 en UT-12 is dezelfde.
  • 180°180° E en 180°180° W = dezelfde lengtelijn.
  • = Tijdsverschil van 24 uur.
  • 180°180°-meridiaan is de datumgrens.
  • Datumgrens is hertekend à loopt zoveel mogelijk door de oceaan.
  • Elke nieuwe datum op aarde begint officieel op de Line-eilanden in Kiribat.
  • Nulmeridiaan, 180°180° oosten à tijdverschil 12 uur.
  • Nulmeridiaan, 180°180° westen à tijdverschil 12 uur.
  • Ter hoogte van de 180°180°- meridiaan geeft dit een verschil van 24 uur.
  • 180°180°-meridiaan is de datumgrens.
  • Waar ligt deze grens? In de Grote Oceaan

Noord -en Zuidpool?

  • Alle tijdzones komen daar samen.
  • Zuidpool: tijd van de landen met onderzoeksstations.

Controlevragen

Waar of niet waar:

  1. De zon draait rond de aarde
    • Niet waar: De aarde draait om de zon. De zon maakt een schijnbeweging, maar in werkelijkheid is het de aarde die rond haar eigen as draait.
  2. Het hoogste punt van de dagboog bevindt zich bij ons altijd in het zuiden
    • Waar.
  3. De Noord- en de Zuidpool draaien even snel om de aardas als plaatsen op de evenaar
    • Niet waar: Plaatsen aan de evenaar draaien met een grotere omtreksnelheid rond de aardas dan plaatsen op hogere breedte.

2. De aarde beweegt rond de zon: de aardrevolutie

  • Beweging van de aarde om de zon.
  • Ellipsbaan.
  • Schuine stand van de aardas ten opzichte van het eclipticavlak.

Gevolgen?

  1. Seizoenen
  2. Culminatiehoogte
  3. Klimaatgordels op basis van culminatiehoogte

O. Kenmerken van de aardrevolutie

  • Aardrevolutie duurt ca. 365 dagen en 6 uur.
  • Kalenderjaar = 365 dagen
  • Verschil tussen werkelijke revolutietijd en kalenderjaar: om de 4 jaar opgelost door schrikkeldag, 29 februari = extra dag februari.
  • Elk jaar deelbaar door 4 = schrikkeljaar.
  • Eeuwjaren moeten deelbaar zijn door 400 om een schrikkeljaar te zijn.
  • Variatie in Culminatiehoogte zon + lengte dagbogen
    • elke dag + overal.
  • Variatie nachtelijke sterrenhemel loop jaar.
    • Deze bewegingen zijn gevolg van de beweging van de aarde rond de zon = aardrevolutie.
  • Baan aarde rond zon = lichtjes ellips- of ovaalvormig.
  • Noordelijk halfrond = beweegt de aarde in tegenwijzerzin.
  • Door vorm baan is afstand tussen aarde en zon niet altijd even groot.
    • Begin januari: aarde dichtst bij de zon = perihelium.
    • Begin juli: aarde verst van de zon = aphelium.
  • Dagbogen verschillen op drie manieren van elkaar:
    • Culminatiehoogte: in de zomer is de culminatiehoogte groter dan in de winter.
    • Lengte van de dag: aantal uren dat zon boven horizon komt.
    • Windrichting van begin en einde van de dagboog: richting waar zon opkomt en ondergaat.

Schrikkeljaar: een correctie

  • 1 omwenteling rond de zon = 365 dagen, 5 uur, 48 minuten en 45,245,2 seconden.
    • Romeinen: om de 4 jaar schrikkeljaar
    • 5 uur en 48 minuten is geen 6 uur
    • Oplossing normaal jaar = 365 dagen
    • om de 4 jaar = 366 dagen (schrikkeljaar) à februari 29 dagen (= schrikkeldag)
    • Eeuwjaren = 365 dagen
    • Eeuwjaren deelbaar door 400 = 366 dagen (schrikkeljaar)
  • 2016 = 366 dagen
  • 1900 = 365 dagen
  • 2000 = 366 dagen
  • 2019 = 365 dagen
  • 2021 = 365 dagen
  • Dagboog → schijnbare beweging zon
  • Figuur 1.28 De dagbogen van de zon in het zuiden van België (49° N).
    • 22 december: laagste culminatie, kortste dag en langste nacht. Zon komt op in SE en gaat onder in SW.
    • 21 maart en 23 september: dag nacht = 12 uur. Zon komt op in E en gaat onder in W.
    • 21 juni: hoogste culminatie, langste dag en kortste nacht. Zon komt op in NE en gaat onder in NW.

De aardrevolutie A. Kenmerken

  1. Waarneming:

    • In de loop van een jaar zien we de zon niet altijd op dezelfde hoogte boven de horizon klimmen.
    • Gevolg hiervan zijn de seizoenen.
    • 21/6: begin zomer. Zon komt op in NE en gaat onder in NW.
    • 21/3 + 23/9: lente-herfst. Zon komt op in E en gaat onder in W.
    • 22/12: begin winter. Zon komt op in SE en gaat onder in SW.
  2. Verklaring:

  • Vorm van de beweging = ellipsbaan
  • Aphelium: 4 juli; Afstand = 152.106 km
  • Perihelium: 3 januari; Afstand = 147.106 km

Aphelium

  • Aphelium = zon verst verwijderd
  • 152100000152 100 000 km
  • Rond 4 juli

Perihelium

  • Perihelium = punt dichts bij de zon gelegen
  • 147100000147 100 000 km
  • Rond 3 januari
Schuine stand van de aardas ten opzichte van het eclipticavlak
  • De aardas is de denkbeeldige lijn die de Noordpool met Zuidpool verbindt.
  • Hij staat schuin op het eclipticavlak en blijft tijdens de hele omwenteling rond de zon evenwijdig aan zichzelf.
  • Hierdoor verandert tijdens het jaar het gedeelte van de aarde dat door de zon belicht wordt.
  • Dit geeft het ontstaan aan de seizoenen
  • Op de snijpunten van het eclipticavlak met de aardcirkel liggen de keerkringen.
  • De poolcirkels liggen op de snijpunten van de aardcirkel en de loodrechte op het eclipticavlak.

21 juni: begin van de zomer

  • Op welke parallel vallen de stralen loodrecht in? Kreeftskeerkring
  • Valt de schaduwlijn samen met de aardas? Nee
  • Wat betekent dit voor de lengte van dag en nacht?
    • Aan de evenaar: dag = nacht
    • In NH: dag > nacht
    • In ZH: dag < nacht
    • In NP-gordel: Pooldag
    • In ZP-gordel: Poolnacht
  • In het noordelijk halfrond: begin van de zomer
  • In het zuidelijk halfrond begin van de winter
  • Vanaf 21 juni tot 22 december worden op het noordelijk halfrond de dagen korter, en op het zuidelijk halfrond worden de dagen langer.

21/22 maart en 22/23 september

  • 22/23 september: begin van de herfst.
  • herfstpunt: De aarde staat dan op de aardbaan in het herfstpunt = het snijpunt van de hemelevenaar met het eclipticavlak.
  • 21 maart: begin van de lente
  • lentepunt: De aarde staat dan op de aardbaan in het lentepunt = het snijpunt van de hemelevenaar met het eclipticavlak.
  • Op welke parallel vallen de stralen loodrecht in? Evenaar
  • Valt de schaduwlijn samen met de aardas? Ja
  • Wat betekent dit voor de lengte van dag en nacht?
    • Aan de evenaar: dag = nacht
    • In NH: dag = nacht
    • In ZH: dag = nacht
    • In NP-gordel: dag = nacht
    • In ZP-gordel: dag = nacht
  • in het noordelijk halfrond: begin van de lente
  • in het zuidelijk halfrond begin van de herfst

22 december: begin van de winter.

  • Op welke parallel vallen de stralen loodrecht in? Steenbokskeerkring
  • Valt de schaduwlijn samen met de aardas? Nee
  • Wat betekent dit voor de lengte van dag en nacht?
    • Aan de evenaar: dag = nacht
    • In NH: dag < nacht
    • In ZH: dag>nacht
    • In NP-gordel: Poolnacht
    • In ZP-gordel: Pooldag
  • In het noordelijk halfrond: begin van de winter
  • In het zuidelijk halfrond begin van de zomer
  • Vanaf 22 december tot 21 juni worden op het noordelijk halfrond de dagen langer en op het zuidelijk halfrond worden de dagen korter.
  • ev = evenaar: dag=nacht
  • KKK = Kreeftskeerkring
  • SKK = Steenbokskeerkring
    • pooldag: ZH<NH
    • poolnacht: ZH>NH

Controlevraag: Waar of niet waar

  1. De aardrevolutie is het draaien van de aarde om haar as
    • Niet waar: de aardrevolutie is de beweging van de aarde rond de zon.
  2. Als de aarde in het perihelium staat, is dit in België de zomerperiode
    • Niet waar: de aarde staat rond 3 januari in het perihelium en dan is het in België winter.
  3. De zon komt bij ons het hele jaar door op in het oosten en gaat onder in het westen
    • Niet waar: rond 21 december komt de zon op in SE en gaat onder in SW. Rond 21 juni komt de zon op in NE en gaat onder in NW.

Temperatuurgordels op basis van de zonnestand

  • Veranderingen in culminatiehoogte volgens breedteligging = zeer belangrijk voor het leven op aarde.
    • Bepalen de hoeveelheid zonne-energie die op verschillende breedteliggingen en gedurende de seizoenen valt.
    • Aan de hand van deze veranderingen kan de aarde in drie gordels worden opgedeeld.

Intertropen

  • Ligging: tussen de keerkringen.
  • Belangrijkste kenmerk: de zon staat er tweemaal per jaar in een loodrechte of zenitale stand.
    • Op de keerkringen is er één dag waarop de zon loodrecht culmineert: op 21 juni op de Kreeftskeerkring en op 22 december op de Steenbokskeerkring.
  • Weinig verandering in de lengte van dag en nacht.
  • Grote hoeveelheden zonne-energie à hoge temperaturen.
  • Seizoenen onderverdeeld in droog en nat, niet in winter en zomer.

Polaire gordels

  • Ligging: tussen de polen en de poolcirkels.
  • Kenmerk: grote verschillen in hoeveelheid zonlicht in de loop van het jaar.
    • Poolzomer, met dagen tot 24 uur zonlicht + poolwinter, met dagen van 0 uur zonlicht.
    • Middernachtzon = 24 uur zonlicht duurt één dag aan de poolcirkel en tot 6 maanden aan de pool.
    • De zon staat er het hele jaar lager, wat resulteert in minder zonne-energie.

Intermediaire gordel

  • Ligging: tussen de keerkringen en de poolcirkels.
  • Nooit een zenitale zonnestand.
  • Elke dag zonsopgang en zonsondergang.
  • Winters: korte dagen + lage culminatiehoogte + weinig zonne-energie.
  • Zomers: lange dagen + hoge culminatiehoogte.
  • Vier seizoenen: lente en herfst zijn overgangsseizoenen.

P. Het ontstaan van de seizoenen

  • Seizoenen op aarde worden beïnvloed door de positie van de aarde in haar baan rond de zon + de plaats op aarde.
  • Verschillende belangrijke breedtecirkels: Noordpoolcirkel, Kreeftskeerkring, evenaar, Steenbokskeerkring, zuidpoolcirkel.

Controlevraag: Waar of niet waar

  1. De aardrevolutie is het draaien van de aarde om haar as
    • Niet waar: de aardrevolutie is de beweging van de aarde rond de zon.
  2. Als de aarde in het perihelium staat, is dit in België de zomerperiode
    • Niet waar: de aarde staat rond 3 januari in het perihelium en dan is het in België winter.
  3. De zon komt bij ons het hele jaar door op in het oosten en gaat onder in het westen
    • Niet waar: rond 21 december komt de zon op in SE en gaat onder in SW. Rond 21 juni komt de zon op in NE en gaat onder in NW.

Q. De seizoenen op aarde

Intertropen

  • In het gebied tussen de Kreeftskeerkring en de Steenbokskeerkring (de intertropen) staat de zon tweemaal per jaar loodrecht = de zon staat in het zenit.
  • Op de keerkringen zelf is er één dag met een loodrechte zonnestand.
    • De zon heeft in dit gebied altijd een grote culminatiehoogte.
    • De lengte van de dag verandert niet zoveel in de loop van het jaar: op de evenaar is het altijd 12 uur dag en 12 uur nacht.
    • Grote hoeveelheid zonne-energie à het hele jaar door is het warm.
    • Intertropen à warme klimaten.
  • Op plaatsen tussen de poolcirkels en de polen à zon heeft het hele jaar door een kleine culminatiehoogte.
    • De zomer wordt er niet warm.
    • De lengte van de dag en nacht verschilt erg veel tussen de zomer en de winter.
    • Vooral koude klimaten voor à de hoeveelheid zonne-energie is erg laag
    • In de zomer gaat in het gebied tussen de poolcirkels en polen de zon in een bepaalde periode meer dan 24 uur niet onder de horizon = middernachtzon of pooldag.
    • Op de poolcirkel zelf duurt de pooldag één dag = de eerste dag van de zomer.
    • Op de Noordpool en Zuidpool duurt dit zes maanden: van het begin van de lente tot het begin van de herfst.
  • In de winter komt de zon in een bepaalde periode niet boven de horizon = poolnacht.
    • Op de poolcirkel duurt de poolnacht 24 uur en valt op de eerste dag van de winter.
    • Op de Noordpool en Zuidpool duurt de poolnacht zes maanden: van het begin van de herfst tot het einde van de winter. Op de Noordpool is dit van september tot maart, op de Zuidpool is dit van maart tot september.
  • Gebieden tussen de keerkringen en de poolcirkels op beide halfronden hebben wisselende lengtes van dag en nacht + verschillende culminatiehoogtes.
    • Seizoenen met verschillende temperaturen: zomer warm en winter koud = voornamelijk gematigde klimaten.
    • De indeling in klimaatzones is gebaseerd op de stand van de zon aan de hemelkoepel.

Controlevraag: Waar of niet waar

  1. In Kinshasa (D.R. Congo) duurt op 21 juni de dag langer dan de nacht
    • Niet waar: Kinshasa ligt aan de evenaar en daar zijn de dagen even lang als de nachten = 12 uur dag en 12 uur nacht.
  2. Op de evenaar staat de zon altijd in het zenit
    • Niet waar: in het gebied tussen de Kreeftskeerkring en de Steenbokskeerkring, de intertropen, staat de zon tweemaal per jaar loodrecht dus in het zenit.
  3. Je reist in juli naar de evenaar. De dagen zijn daar dan korter dan in