francais
het verband – le bandage
de (veiligheids)helm – le casque (de sécurité)
het ontsmettingsmiddel – le désinfectant
de handschoen – le gant
de hartmassage – le massage cardiaque
het gereedschap – l'outil (m)
de pleister – le pansement
het gips – le plâtre
de verpleger, de hulpverlener – le secouriste
de hulpdiensten – les (services de) secours (m)
de brandwonde – la brûlure
de wonde – la plaie
de veiligheid – la sécurité
de oplossing – la solution
de outfit – la tenue (vestimentaire)
het spoedgeval, de spoed – l'urgence (f)
het slachtoffer – la victime
(niet) bij bewustzijn, bewusteloos – (in)conscient(e)
inslikken – avaler
uitschakelen – débrancher
klimmen op – monter sur
flauwvallen – s'évanouir
verdrinken – se noyer
(zich) beschermen tegen – (se) protéger de
gebruikmaken van – se servir de
aanraken – toucher
struikelen – trébucher
pijn hebben aan – avoir mal à
in geval van – en cas de
het bewustzijn verliezen, flauwvallen – perdre connaissance