Geschiedenis

Hoofdstuk 6

6.1 Van nomaden in de woestijn tot heersers over een uitgestrekt gebied

Vraag 1: Hoe veranderde de samenleving op het Arabisch Schiereiland in het begin van de middeleeuwen?

Nomadische herders en handelaars:

Arabisch Schiereiland --> woestijnen --> nomadische Arabieren --> herders rijden --> kamelen, geiten, schapen

sommige overleven aan handel van veeteelt

kamelen leer verkocht → transit handel

karavanen vervoerden wierook, mirre, zijde, specerijen, stoffen, ivoor, goud, slaven --> Mesopotamië, Egypte, Romeinse Rijk, Byzantijnse Rijk

groepen arabieren=stammen

stamleider= sjeik --> onafhankelijk, geen gemeenschappelijk bestuur, geen gemeenschappelijke wetten

geloofden → polytheïsme

Mohammed, Mekka en Medina:

Eerste middeleeuwen

oasis,woestijn= belangrijke handelscentra transit markt

oasis groeide tot steden → onder leiding 1 stam

deel arabieren = sedentair

Mekka= Oasisstad → gedomineerd door Qoeraisjstam

Mekka= bedevaartsplaats met heiligdom van stam goden

7de eeuw= Mohammed bracht monotheisme → opkomst Islam

niet alle inwoners accepteerde → Mohammed en zijn volgers→ vluchten→ Medina

Bouwde daar eerste Moskee

Mohammed herveroverde na jaren strijd

Mohammed= Wereldlijke, religieuze leider

Vraag 2: Hoe kregen de Arabieren een uitgestrekt gebied onder controle?

Één leider, één wet:

Mohammed en kaliefen= Mohammed volgers= wereldlijke en religieuze leiders

7e eeuw=Mohmmed heeft stammen verenigd op Arabisch Schiereiland --> territoriale eenheid

1 wet =sharia --> sharia:gebaseerd op Koran en uitspraken van Mohammed --> islam beïnvloedt religieus en wereldlijk leven Arabieren.

Veroveringen:

Arabische legers veroverden 7e-8e eeuw: uitgestrekt gebied buiten Arabisch Schiereiland --> Oostelijk en zuidelijk deel van mediterrane wereld, Mesopotamië en Perzië onder Arabische controle --> Veroveringen als heilige oorlog, jihad: islam opleggen aan niet-gelovigen --> Economische motieven: buit, controle over vruchtbare landbouwgronden en handelswegen --> Succes verhoogde prestige en macht militaire leiders en strijders --> Arabische territorium indrukwekkend op kaart --> Nooit een eenheidsrijk: verschillende delen door eigen kaliefen bestuurd --> Steden en gebieden die niet verzetten: belastingen betalen, zelfstandigheid behouden --> Grote rivaliteit tussen gebieden, bevolkingsgroepen en kaliefen.

Vraag 3 :Hoe ontstond er een mengcultuur in de Arabische wereld?

De islam als dominante religie

veroverde gebieden → vormden arabische bezitters kleine toplaag

oorspronkelijke bevolking onder druk gezet om bekeren tot Islam

Als godsdienst trouw blijven → extra belastingen, minderwaardig beschouwd

groot deel bevolking werd Moslim

Arabische taal

taal van Koran

voor nieuwe Moslims= religieuze taal

diende voor communicatie tussen verschillende gebieden

taal verdrong Noord-Afrika, Spanje het latijn in Nabije- oosten het grieks als gemeenschappelijke taal

Arabisch=cultuur taal

Rijke mengcultuur

Arabische overheersers maken kennis met perzische, Griekse, Latijnse culturen via veroveringen

Arabieren namen hun kunst,cultuur uitingen over

Arabieren= weinig bouw ervaring

Grieks-byzantijnse, Romeinse traditie monumenten optrekken voor hun

Moslims mogen geen levende wezens afbeelden→ ontwikkelden eigen sierkunst

sierkunst Moslims= Geometrische figuren, bloemenmotieven, arabesken

Wetenschap

Arabische geleerde= sterk geïnteresseerd in wetenschap

Bagdad in 9de eeuw= centrum van geleerdheid

Kalief bracht belangrijkste Arabische geleerden bij elkaar→ maakten kennis met Perzische, Indiase wetenschappen: Astronomie, Wiskunde

Kalief gaf opdracht= Constantinopel Werken van Griekse filosofen op te sporen→ vertalen hele bibliotheek van alexandria naar Arabisch

!

Hoofdstuk 7

7.1 Leven en werken in de stad.

Vraag 1: Hoe produceerden de boeren in de tweede middeleeuwen voldoende landbouwoverschotten om de stedelijke bevolking te voeden?

Meer produceren

Einde Eerste middeleeuwen=West-Europa klimaatverbetering

warmer weer= betere oogsten

betere oogsten→ bevolkingsgroei

Begin 2de middeleeuwen= klimaat verslechterde

klimaat verslechterde= slechte oogsten

oplossing= meer land nodig → ontiginnen

ontginnen= bossen,heides… omzetten in vruhtbaar landbouwgebied

vlaanderen= niet genoeg vruchtbare grond→ veel boeren migreren

Beter produceren

akkers efficiënter bewerken= ontwikkeling betere landwerkbouwtuigen (keerploeg,..)

gebruik ijzer voor gereedschap

gebruik paarden ,karren, graanmolens

bemesting= maakte akkers vruchtbaarder

drieslagstelsel voorkwam uitputting grond

Naar een open landbouwsamenleving!l

Landbouwinnovaties --> Toename landbouwproductie, overschotten --> Bevolkingsgroei niet iedereen nodig in landbouw→ Beroepsspecialisatie =Vaklui (timmermannen, smeden, molenaars) --> landbouwOverschotten verkocht op markt --> Evolutie naar open landbouwsamenleving

De keerzijde van de groei

Ontbossing --> Tekort aan constructiehout, verkleining jachtgebieden

landbouw= Graanteelt gericht

van uit steden veel graan aanvraag --> Hoge graanprijzen --> Stedelingen besteden grootste deel inkomen aan brood --> Weinig geld over voor andere voedingsmiddelen --> Eenzijdige voeding --> Toename gevoeligheid voor ziekten

Vraag 2: Welke rol speelde de stedelijke bevolking in de open landbouwsamenleving van de Tweede Middeleeuwen?

Leven en werk in de stad

Landbouw Verandering --> Ambachtslui migreren naar steden --> Productie niet langer zelfvoorzienend --> Ambachtslui werken voor loon --> Handelaars brengen voedsel en grondstoffen naar steden --> Ambachtslui verwerken grondstoffen tot producten --> Producten verhandeld op lokale en regionale markten, en geëxporteerd --> Langeafstandshandel voor luxeproducten --> Stad wordt belangrijk knooppunt in open landbouwsamenleving

Oude en nieuwe steden

Verstedelijking --> Heropleving vervallen steden, opkomst nieuwe steden --> Sterkste verstedelijking in Zuidelijke Nederlanden, Noord-Italië, Arabisch Zuid-Spanje --> Dichtbevolkte steden --> Transportafhankelijkheid --> Groei langs bevaarbare waterwegen en kruispunten van landwegen --> Militaire macht in burcht zorgt voor veiligheid en handelsgaranties.

Vraag 3: Hoe pasten de steden in Vlaanderen in een netwerk van langeafstandshandel?

Over land

Langeafstandshandel bloeit --> Rijke Europese steden vragen luxeproducten --> Handel voornamelijk over rivieren en landwegen --> Ontmoetingsplaatsen zoals jaarmarkten van de Champagne --> Noordelijke handelaren verkopen Vlaams luxelaken --> Italiaanse handelaren bieden zijde, kleurstoffen, specerijen aan uit het Oosten.

Over zee

Toename zeeroutes --> Nieuwe schepen met groter laadvermogen en zeewaardigheid --> Zeehandel vergemakkelijkt --> Noord-Europa importeert zuiderse producten zoals wijn, vruchten, fijn leder --> Italiaanse handelaars komen rechtstreeks naar Brugge --> Handelsschepen uit Engeland en het Noorden arriveren in Brugge --> Brugge wordt belangrijk handelsknooppunt voor maritieme handel in Noordwest-Europa --> Vertegenwoordigers van belangrijke Italiaanse handelssteden openen handelshuizen en wisselkantoren.

Geldhandel

Steden --> Lonenuitbetaling en aankopen met geld --> Geldeconomie verdringt ruilhandel --> Problemen in langeafstandshandel --> Noodzaak zilveren munten --> Terugkeer gouden munten --> Opkomst wisselbrief --> Belangrijkere rol wisselkantoren en banken.

Hoofdstuk 8

8.1 Nieuwe rijken, nieuwe armen

Vraag 1:Hoe veranderde het leven in de stad de sociale verhoudingen?

Drie standen

Eerste middeleeuwen --> Mensen in landbouwnederzettingen --> Grootgrondbezitters domineren --> Grote sociale ongelijkheid --> Drie standen: clerus, adel, boeren --> Standenmaatschappij --> Privileges voor geestelijken en adel (geen belastingen, eigen rechtbanken) --> Legitimatie van ongelijkheid door religie en traditie.

De nieuwe derde stand

Tweede middeleeuwen --> Economische veranderingen --> Sociale verhoudingen veranderen --> Grondbezit niet meer enige bepalende factor --> Opkomst van nieuwe beroepsactiviteiten in steden --> Nieuwe vormen van rijkdom, macht, en armoede --> Nieuwe groepen binnen derde stand --> Opkomst van grote ondernemers en kooplui --> Import grondstoffen, verwerking door ambachtslui, verkoop eindproducten --> Elite vormt patriciërsstand --> Ambachtslui werken in ateliers onder ambachtsmeesters --> Organisatie in ambachten reguleert werk, kwaliteit, prijzen, lonen --> Solidariteit binnen ambachten --> Dagloners en marginalen vormen deel van stadsbevolking.

Hoofdstuk 9

9.1 Geloof, kunst en geleerdheid in de stad

Vraag 2: Hoe beleefden de mensen het christendom in de middeleeuwse stad?

Architectuur

12e-13e eeuw: grote bouwwerven in Europese steden --> indrukwekkendste: gotische kathedralen --> Stadsbewoners investeren winsten uit ambachten en handel in kerkenbouw --> Kerken ter ere van God en heiligen, tonen rijkdom en prestige van stad --> Gespecialiseerde ambachtslui en kunstenaars werken intensief samen --> Nieuwe technieken: groter, hoger, meer licht in kerken --> Oudere romaanse kerken: bescheiden, zwaar, sober --> Gotische kathedralen: monumentaler, lichter door skeletbouw

Beeldhouwkunst

Portalen van gotische kerken versierd met beeldhouwwerken --> Scènes uit de Bijbel afgebeeld --> Romaans: niet realistisch, schrikwekkende hel en verdoemenis --> Gotisch: realistischer, liefdevoller christendom.

Hoofdstuk 10

9.1 De strijd om de macht

Vraag 1:Hoe evolueerde de macht van de koningen in de tweede middeleeuwen?

Een moeilijk begin

Franse geschiedenis: koninklijke macht opgebouwd in middeleeuwen --> 9e eeuw: Frankenrijk valt uiteen --> Westelijk deel wordt koninkrijk Frankrijk --> Koning heeft aanvankelijk weinig macht --> Karel de Grote's opvolging: koning als leenheer, leenmannen beheren grote delen van rijk --> Hertogen en graven leggen eed van trouw af, beloven raad en daad --> In praktijk: leenmannen gedragen zich als zelfstandige vorsten --> Frankrijk wordt feodaal koninkrijk: macht versnipperd over koning, leenmannen, achterleenmannen --> Alleen regio rond Parijs: koning heeft echt macht --> Elders afhankelijk van trouw van leenmannen, die vaak te wensen overlaat --> Sommige leenmannen, zoals graaf van Vlaanderen, hebben meer macht dan de koning --> 1066: Hertog Willem van Normandië verovert Engeland --> Willem: leenman van Franse koning als hertog, rivaal als koning van Engeland --> Huwelijkspolitiek en militaire acties: Normandisch-Engelse hertogen-koningen veroveren meer dan de helft van Frankrijk in een eeuw --> In theorie leen van Franse koning, in realiteit zelfstandig.

De koning grijpt de macht

12e-13e eeuw: Franse koning verwerft meer macht --> Sacraal koningschap: prestige als vertegenwoordiger van God op aarde --> Kroning en zalving versterken koninklijke autoriteit --> Dynastie geluk in erfopvolging: mannelijke erfgenamen voorkomen burgeroorlogen --> Gerichte huwelijkspolitiek: macht over leengebieden terug in handen van koninklijke familie --> Rang als leenheer biedt kansen voor interventie in leengebieden --> Verzet van graven en hertogen onderdrukt door koninklijke militaire macht --> Ca. 1300: koning van Frankrijk controleert grootste deel van koninkrijk --> Frankrijk op weg naar een eengemaakt territoriaal koninkrijk.

Een nieuwe bestuursvorm

Koningen brengen meer territoriale eenheid --> Ontwikkelen nieuwe vorm van koninklijk bestuur --> Feodaal koninkrijk: clerus en adel ondersteunen koning --> Territoriaal koninkrijk: koning neemt zelf macht in handen --> Minder beroep op clerus en adel, meer op ambtenaren --> Ambtenaren: administratie, belastinginning, koninklijke rechtspraak --> Ambtenaren betaald met belastinggeld, werken voor koning --> Koninklijk leger verandert: minder troepen van leenmannen, meer huurlingen --> Huurlingen betaald met belastingen --> Ontwikkelingen mogelijk door economische veranderingen en geldeconomie in tweede middeleeuwen.

Grenzen aan de koninklijke macht

Vernieuwingen in koninklijk bestuur vroegst doorgevoerd in Engeland --> Spanningen ontstaan: adel gefrustreerd door ondermijnde machtspositie, clerus bedreigd door pogingen om belastingvrijstelling te omzeilen, steden ontevreden door gebrek aan inspraak ondanks bijdragen aan schatkist --> 13e eeuw: koning Jan zonder Land verliest bijna alle Engelse bezittingen in Frankrijk door militaire nederlagen --> Oorlogen putten schatkist uit, koning zwakker dan ooit --> Eist geld voor nieuwe oorlogen, maar vertegenwoordigers van clerus, adel en steden eisen onderhandelingen en toegevingen --> Magna Carta (1215): koning erkent oude rechten van drie standen, belooft geen belastingen te heffen zonder hun toestemming, en staat controle op koninklijk beleid toe --> Overleg tussen koning en standen ontwikkelt zich tot parlement in de daaropvolgende eeuwen.

Vraag 2: Waarom botsten de ambities van de kerk met die van de wereldlijke macht?

Koning, keizer en kerk

Sacraal koningschap: koning als plaatsvervanger van God op aarde --> Levert vorsten groot prestige en macht --> Koningen beheersen kerk: benoemen bisschoppen en schakelen hen in bestuur in --> Duitse koning/keizer sinds 10e eeuw: schakelt bisschoppen en abten als leenmannen in --> Dood van abt/bisschop: koning bepaalt opvolger en daarmee wereldlijke macht --> Koning heeft belang bij deze benoemingen --> 11e eeuw: ambitieuze pausen in Rome streven naar controle over kerk, willen zelf bisschoppen benoemen --> Ambities van koning/keizer en paus botsen eind 11e eeuw --> Strijd levert geen oplossing, maar paus geleide kerk wint aan invloed in West-Europa.

Vraag 3:Hoe ontwikkelden steden zich tot een politieke macht?

Een nieuwe politieke macht

Eerste middeleeuwen: macht gebaseerd op grondbezit --> Grondbezitters oefenen gezag uit op bewoners --> Opkomst van steden in tweede middeleeuwen onder heerschappij van lokale heren, vaak grootgrondbezitters --> Stedelingen komen in opstand voor zelfbestuur en commerciële vrijheid --> Vorming van communes in 11e eeuw --> In Vlaanderen steunen graven steden in strijd tegen grondheren --> Bondgenootschap met steden vermindert macht van leenmannen --> Graven verlenen privileges aan steden, vastgelegd in plechtige keuren --> Steden mogen schepenen aanstellen voor lokale rechtspraak, innen van belastingen en tolheffing, bouwen stadsmuren en poortgebouwen, en organiseren stedelijk leger --> Steden worden grotendeels onafhankelijk --> Privileges bewaard in belfort, symbool van stedelijke macht.

Politieke spanningen in stad

Stadsbestuur: politieke ongelijkheid, enkel patriciërs zetelen --> Spanningen in Vlaamse steden: ambachtslui en dagloners voelen zich uitgebuit, eisen controle en inspraak --> Zoeken steun bij graaf, die eigen politieke agenda heeft: streven naar autonome vorststatus --> Graaf werkt samen met koning van Engeland tegen Franse koning --> Steden, vooral ambachtslui, afhankelijk van Engelse wol, steunen graaf --> Franse koning Filips de Schone woedend, neemt graaf van Vlaanderen gevangen --> Franse koning voert streng bewind met hoge belastingen in Vlaamse steden --> Brugge: gewelddadige rellen, ambachtslui doden honderden Fransen en Fransgezinde patriciërs --> Franse koninklijk leger grijpt in, maar Slag bij Kortrijk loopt anders dan verwacht --> Ambachten krijgen privileges en plaats in stadsbestuur in ruil voor steun aan graaf in vroege 14e eeuw.

Hoofdstuk 11

11.1 Vreemd en (on)aantrekkelijk

Grenzen verleggen

Begin tweede middeleeuwen: Europa ondergaat energieboost --> Grote ontginningen, ontwikkeling stedelijke handelseconomie, aanhoudende bevolkingsgroei, opkomst vorstelijke macht, groeiende impact van de kerk --> Mix van machtshonger, zoektocht naar nieuwe inkomstenbronnen, verspreiding van christendom en avontuur leidt tot expansie --> Legers veroveren nieuwe territoria --> Migranten zoeken nieuwe woongebieden voor nieuw leven als landbouwer of ambachtsman --> Handelaars zoeken ver weg naar grondstoffen, producten en afzetgebieden --> Missionarissen bekeren vreemde vorsten en onderdanen --> Diverse initiatieven en motieven werken op elkaar in --> Expansie leidt vaak tot gewelddadige confrontaties, maar resulteert in groter christelijk Europa met contacten ver daarbuiten.

Vraag 2: Hoe veranderden de contacten met de Arabische cultuur de geleerde cultuur in christelijk Europa?

Leren van de buren

Reconquista en kruistochten: Europese christenen tegenover Arabische moslims --> Ondanks politieke en religieuze vijandschap ontstaan boeiende culturele contacten tussen beide samenlevingen --> Ontwikkeling van kritisch denken in West-Europa stimuleert nieuwsgierigheid bij geleerden --> Contacten met Arabische wereld tonen hoger niveau van wetenschappelijke ontwikkeling --> Arabische wetenschappers absorberen en verrijken wetenschappelijke erfenis van klassieke oudheid --> Sommige christelijke geleerden reizen naar mediterrane wereld, bestuderen Griekse en Arabische werken, en laten Latijnse vertalingen maken --> Arabische kennis draagt sterk bij aan ontwikkeling van wetenschappen in West-Europa, vooral op vlak van wiskunde, astronomie, geografie en geneeskunde.yud

Vraag 3: Hoe passen buiten-Europese samenlevingen in het referentiekader van de zeven tijdvakken?

Buiten Europa

In de tweede middeleeuwen verlegde Europa zijn grenzen en kwamen de Europeanen met andere mensen en culturen in contact [v r a a g 1]. Toch bleef het grootste deel van de wereld voor hen totaal onbekend gebied. De Europeanen hadden er geen benul van dat er, verspreid over die wereld, heel verschillende buiten-Europese samenlevingen bestonden [D30]. Pas vele eeuwen later leerden ze die kennen.De meeste van die samenlevingen lieten geen geschreven bronnen na. We kennen ze voornamelijk door archeologischeen monumentale bronnen, soms door eeuwenlang mondeling overgeleverde verhalen.In het referentiekader van de zeven tijdvakken behoren die buiten-Europese samenlevingen tot het tijdvak van de middeleeuwen. Dat toont aan hoezeer dat referentiekader op het Europese verleden is gericht. De buiten-Europese samenlevingen leken immers nauwelijks of niet op de samenleving van middeleeuws Europa

Hoofdstuk 14

14.1 Rijkdom, macht en praal

Vraag 1: Hoe vormden de Bourgondische Nederlanden een overgang van de middeleeuwen naar de vroegmoderne tijd?

Nieuwe machtverhoudingen

Koning van Frankrijk wil al twee eeuwen koninklijke macht in hele koninkrijk doen gelden --> Unieke kans om graafschap Vlaanderen onder controle te krijgen wanneer graaf Lodewijk van Male alleen een dochter als erfgename heeft --> Huwelijkspolitiek: koning laat zoon, Filips de Stoute, hertog van Bourgondië, trouwen met gravendochter --> Na overlijden van schoonvader wordt hertog van Bourgondië ook graaf van Vlaanderen --> Hertog van Bourgondië en opvolgers breiden gebied steeds verder uit door huwelijken, erfenissen, schenkingen, aankopen en veroveringen --> Streven naar territoriale eenmaking van Nederlanden, poging tot vormen nieuw vorstendom met henzelf als vorst --> Machtsstreven botst met rijke Vlaamse steden, die politiek onafhankelijk willen blijven --> Stedelijke autonomie verzwakt door vorstelijke machtspolitiek, verlies van privileges.

Nieuwe hofcultuur

Bourgondische hertogen wilden niet voor koningen onderdoen --> Uitdrukking van ambitie via oogverblindende en geldverslindende hofcultuur --> Topkunstenaars en gespecialiseerde ambachtslui vervaardigen indrukwekkende meesterwerken voor het hof --> Luisterrijke feesten zijn integraal onderdeel van hofleven in de Nederlanden --> Componisten, muzikanten en zangers worden aangetrokken en rijkelijk betaald --> Na 1450 zijn componisten uit de Nederlanden toonaangevend in heel Europa.