Franse werkwoorden en samentrekkingen
Werkwoorden 'aller' en 'venir'
Aller (gaan):
- Je vais
- Tu vas
- Il va
- Elles vont
Venir (komen):
- Je viens
- Tu viens
- Nous venons
- Vous venez
Vraag: Herinneren we ons?
- On se rappelle?
Samentrekking van het lidwoord met 'à'
- Uitleg van de samentrekking van het voorzetsel 'à' (naar/in/bij) met bepaalde lidwoorden.
Enkelvoud
Mannelijk:
- à + le parc → au parc
- à + l'hôpital → à l'hôpital (geen samentrekking, want 'hôpital' begint met een klinker)
Vrouwelijk:
- à + la gare → à la gare (geen samentrekking)
- à + l'école → à l'école (geen samentrekking, want 'école' begint met een klinker)