Flashcards AK

  • circulair

Een gesloten kringloop waarin zo veel mogelijk wordt hergebruikt en zo min mogelijk afval is.

  • compactestadbeleid

Beleid om meer woningen te bouwen in en dicht tegen de stad aan.

  • dagelijkse voorziening

Voorziening waarvan je (bijna) dagelijks gebruikmaakt, zoals een supermarkt.

  • duurzame stad

Toekomstbestendige stad waar zo min mogelijk vervuilen en zo veel mogelijk recyclen en gebruikmaken van duurzame energie centraal staan.

  • gespecialiseerde voorziening

Voorziening waar je maar (heel) weinig gebruik van maakt, zoals een musicaltheater.

  • herinrichting

Een gebied opnieuw inrichten, vaak met verandering van het ruimtegebruik.

  • hittestress

Lichamelijke klachten die worden veroorzaakt door extreme hitte.

  • huishoudverdunning

Afname van het gemiddelde aantal mensen dat samen in een huis woont.

  • inrichting

Het gebruik van de ruimte voor wonen, werken, verkeer en recreatie.Heet ook ruimtegebruik.

  • leefbaarheid

Mate waarin een gebied geschikt is om er te leven.

  • re-urbanisatie

Bevolkingsgroei in een stad na een periode van suburbanisatie.

  • ruimtegebruik

Zie inrichting.

  • ruimtelijke ordening

Het maken van plannen voor de inrichting van een gebied.

  • smart city

Stad waarin de overheid slimme, digitale technologieën inzet om de dienstverlening aan de burgers te verbeteren.

  • sociale huurwoning

Goedkope huurwoning voor mensen met een laag inkomen.

  • verdichting

Binnen de bestaande steden bijbouwen in lege of in onbruik geraakte gebieden om zo de ruimte in de stad efficiënter te benutten.

  • vergroening

Meer groen aanbrengen in de woonomgeving.

  • vertical farm

Het op verschillende verdiepingen telen van gewassen of het houden van dieren.

  • woningdichtheid

Het aantal woningen per vierkante kilometer.

 

  • bevolkingskrimp

Bevolkingsafname.

  • bio-industrie

Andere naam voor intensieve veeteelt,omdat het dier een ‘machine’ is en de stal de ‘fabriek’.

  • draagvlak

Het aantal mogelijke klanten (of bezoekers) dat binnen de reikwijdte van een voorziening woont.

  • drempelwaarde

Het minimum aantal mogelijke klanten (of bezoekers) dat een voorziening nodig heeft om te kunnen blijven bestaan.

  • grondgebonden

Agrarische productie die plaatsvindt op het land in de directe omgeving van het boerenbedrijf, zoals akkerbouw.

  • intensieve akkerbouw

Akkerbouw met inzet van veel kapitaal en kennis per hectare om een hoge opbrengst te halen.

  • intensieve landbouw

Landbouw met inzet van veel kapitaal en kennis per hectare of dier om een hoge opbrengst te halen.

  • intensieve veeteelt

Veeteelt met inzet van veel kapitaal en kennis per dier om een hoge opbrengst te halen.

  • intensivering

De productie per hectare of per dier vergroten met machines, kunstmest, bestrijdingsmiddelen en beter zaai- of pootgoed.

  • landelijk gebied

Gebied met weinig bebouwing en veel open ruimte. Heet ook platteland.

  • leefbaarheid

Mate waarin een gebied geschikt is om er te leven.

  • niet-grondgebonden

Agrarische productie die onafhankelijk van het land uitgevoerd kan worden, zoals de bio-industrie.

  • platteland

Zie landelijk gebied.

  • reikwijdte

De maximale afstand die mensen willen reizen om van een voorziening gebruik te maken.

  • schaalvergroting

Productie in steeds grotere eenheden (in de landbouw: meer dieren of gewassen) om op die manier de productiekosten te verlagen en de opbrengsten te vergroten.

  • specialisatie

Zich binnen een bedrijf of gebied steeds meer toeleggen op één activiteit of product. In de landbouw: de keuze voor het verbouwen van één gewas of het houden van één diersoort.

  • spreidingsbeleid

Beleid om woningen (en werkplekken en voorzieningen) gelijkmatiger over Nederland te verdelen.

  • vertical farm

Het op verschillende verdiepingen telen van gewassen of het houden van dieren.

 

  • file

Langzaam rijdend of stilstaand verkeer.

  • forens

Iemand die in een andere plaats woont dan waar hij werkt.

  • infrastructuur

Alle voorzieningen die nodig zijn om personen, goederen of informatie te vervoeren.

  • mobiliteit

De verplaatsing van mensen en goederen met behulp van een vervoermiddel.

  • openbaar vervoer (ov)

Personenvervoer volgens een dienstregeling met trein, bus, boot, metro of (snel)tram.

  • spits

De periode op een dag met het meeste verkeer, meestal in de ochtend en aan het einde van de middag.

  • vervoersarmoede

Wanneer iemand door beperkte verplaatsingsmogelijkheden niet kan deelnemen aan ‘normale’ dagelijkse activiteiten, zoals boodschappen doen, onderwijs volgen of werken.

  • woon-werkverkeer

Reizen tussen woonplaats en werkplek.

 

  • autoluw

Als er in een gebied weinig auto’s kunnen of mogen komen.

  • bedrijfsverzamelgebouw

Groot gebouw waar verschillende startende en kleine bedrijven bij elkaar zitten om de kosten te delen en te profiteren van elkaars ondersteuning.

  • circulair

Een gesloten kringloop waarin zo veel mogelijk wordt hergebruikt en zo min mogelijk afval is.

  • creatieve industrie

Sector die zich bezighoudt met ontwerpen en innoveren.

  • creatieve stad

Stad met een hoog aandeel werkenden in de creatieve industrie. Vaak zijn het mensen met een hoge opleiding.

  • duurzame stad

Toekomstbestendige stad waar zo min mogelijk vervuilen en zo veel mogelijk recyclen en gebruikmaken van duurzame energie centraal staan.

  • herinrichting

Een gebied opnieuw inrichten, vaak met verandering van het ruimtegebruik.

  • hittestress

Lichamelijke klachten die worden veroorzaakt door extreme hitte.

  • kennisstad

Stad als brandpunt voor onderwijs en onderzoek met veel bedrijven en organisaties op het gebied van kennis en innovatie.

  • klimaatbestendige inrichting

Inrichting die wateroverlast, droogte en hitte vermindert.

  • klimaatneutraal

Als niet wordt bijgedragen aan klimaatverandering.

  • selectieve migratie

Migratie op basis van bijvoorbeeld leeftijd, inkomen en/of geslacht.

  • smart city

Stad waarin de overheid slimme, digitale technologieën inzet om de dienstverlening aan de burgers te verbeteren.

  • verdichting

Binnen de bestaande steden bijbouwen in lege of in onbruik geraakte gebieden om zo de ruimte in de stad efficiënter te benutten.

  • woningbezetting

Het gemiddelde aantal mensen dat samen in een huis woont.