ST2-H5-7-Leerdoelen-4H-2324
Tijdvak 5: Ontdekkers en Hervormers (1500 – 1600)
5.1 Renaissance
Renaissance: Periode van vernieuwing in de kunst en wetenschap, gericht op de klassieke oudheid.
Veranderend Mens- en Wereldbeeld:
De mens wordt gezien als zelfstandig en rationeel.
Er is een groeiende belangstelling voor de natuur en het individuele denken.
Hernieuwde Oriëntatie op de Oudheid:
Terugkeer naar de filosofie, literatuur en kunst uit de klassieke Romeinse en Griekse tijd.
Humanisten:
Wetenschappers en denkers zoals Erasmus die zich richten op humanisme, studie van de klassieke teksten en kritische reflectie op de maatschappij.
5.2 Europese Overzeese Expansie
Beginselen van de Europese Overzeese Expansie:
Ontdekkingsreizen die leidden tot een wereldwijde connectie.
Motieven voor Ontdekkingsreizen:
Economisch: Zoeken naar nieuwe handelsroutes en middelen.
Politiek: Concurrentie tussen Europese mogendheden.
Religieus: Verspreiding van het christendom.
Ontdekking van Amerika:
Oorzaken en gevolgen van deze gebeurtenis.
Grote sterfte onder indianen door ziekte en geweld.
5.3 Reformatie
Protestantse Reformatie:
Beweging die leidde tot splitsing van de katholieke kerk.
Kritiek op de Katholieke Kerk:
Misstanden zoals aflatenverkoop en corruptie.
Verschillen tussen Luther en Calvijn:
Luther: nadruk op geloof en genade.
Calvijn: nadruk op predestinatie en goddelijke soevereiniteit.
Reacties van de Paus en Karel V op Kritiek:
Strenge maatregelen en veroordelingen tegen hervormers.
5.4 Nederlandse Opstand
Politieke en Religieuze Oorzaken:
Verzet tegen Spaanse overheersing en katholieke dwang.
Belangrijke Gebeurtenissen:
1566: Beeldenstorm.
1568: Begin van de Opstand.
1581: Afscheiding van de Nederlanden.
1648: Vrede van Münster, einde van de oorlog.
Tijdvak 6: Regenten en Vorsten (1600 – 1700)
6.1 Wereldeconomie
Handelskapitalisme:
Nieuwe vormen van handel en investeringen.
Ontstaan van een Wereldeconomie:
Verbindingen tussen verschillende continenten.
VOC vs. WIC:
VOC: Focus op Aziatische handel.
WIC: Focus op de trans-Atlantische slavenhandel.
6.2 Gouden Eeuw
Staatkundige Situatie in de Republiek:
Bestuur gebaseerd op economische en politieke stabiliteit.
Bloeiende Economie:
Groei van de handel en de rijkdom van de steden.
Culturele Bloei:
Vooruitgang op het gebied van kunst, wetenschap en religie.
6.3 Absolutisme
Wat is Absolutisme?
Streven van vorsten naar absolute macht en controle.
Lodewijk XIV:
Verklaring van zijn macht: "L'état, c'est moi".
Hoe hij Frankrijk absoluut bestuurde.
6.4 Wetenschappelijke Revolutie
Nieuw Wereldbeeld:
Verschuiving naar empirisch onderzoek en rationalisme.
Ontwikkeling van de Wetenschap:
Overgang van religieuze naar wetenschappelijke verklaringen.
Gevolgen:
Toepassing van wetenschappelijke methoden en verbeterde technologieën.
Tijdvak 7: Pruiken en Revoluties (1700 – 1800)
7.1 Verlichting
Wat is Verlichting?
Rationeel optimisme en toepassing van rede.
Verbonden met de Wetenschappelijke Revolutie:
Beide benadrukken het belang van kennis en rationaliteit.
Nieuwe Denkbeelden:
Veranderingen op het gebied van godsdienst, politiek, en sociale structuren.
Belangrijke Verlichte Denkers:
Adam Smith, Jean-Jacques Rousseau, Montesquieu, John Locke, Voltaire.
7.2 Verlicht Absolutisme
Ancien Régime:
Kenmerken van het sociaal systeem in Frankrijk.
Verlicht Absolutisme:
Vorsten proberen het bestuur te moderniseren met verlichting.
Voorbeelden van Verlichte Vorsten.
7.3 Democratische Revoluties
Kenmerken van Democratische Revoluties:
Eisen van grondrechten en participatie in de politiek.
Verband met Verlichting:
Idealen van vrijheid en gelijke rechten.
Amerikaanse, Bataafse en Franse Revoluties:
Achtergronden, belangrijke gebeurtenissen en gevolgen.
7.4 Kolonialisme en Slavernij
Trans-Atlantische Slavenhandel:
Oorsprong en werking van de driehoekshandel.
Abolitionisme:
Beweging voor afschaffing van slavernij en de morele argumenten erachter.
Afschaffing van Slavernij in Nederland:
Stappen in het afschaffingsproces.
Algemeen
Tijdvakken van 5 t/m 7:
Belangrijke data en periodes verbinden.
Chronologische Volgorde van Gebeurtenissen:
Inzicht in historische tijdslijnen.
Toepassen van Historische Vaardigheden:
Critische analyse van bronnen.