Scheikunde H1 t/m H5

Hoofdstuk 1:

fasedriehoek

vaste fase → gas fase = sublimeren

gas fase → vloeibare fase = condenseren

vloeibare fase → vaste fase = stollen

vaste fase → vloeibare fase = smelten

vloeibare fase → gas fase = verdampen

gas fase → vaste fase = rijpen

pH

zuur = 0 tot 7

neutraal = 7

base = 7 tot 14

een pH-indicator is een hulpmiddel om de pH van een oplossing te meten

Kelvin en Celsius

kelvin → celsius = - 273

celsius → kelvin = + 273

Soorten mengsels

oplossing = heldere vloeistof met daarin een opgeloste stof. Bv : thee

suspensie = troebele vloeistof met daarin zwevende vaste deeltjes Bv: jus d’orange

emulsie = troebele vloeistof met daarin zwevende vloeistof druppels van een andere stof. Bv: olie in water

(on)verzadigd

verzadigd → er kan niets meer oplossen

onverzadigd → er kan nog iets oplossen

Hydrofoob en hydrofiel

hydrofoob → houdt niet van water

hydrofiel → houdt van water

de kop is de hydrofiel en de staart is de hydrofoob, de kop blijft vast aan een micel

Hoofdstuk 2:

Moleculen en bindingen

molecuul → 2 of meer atomen aan elkaar

verbinding → 2 of meer soorten aan elkaar

Uitzonderingen

alle atomen zijn elementen op 7 uitzonderingen na:

H → H2

O → O2

F → F2

Br → Br2

I → I2

N → N2

Cl → Cl2

deze mogen NOOIT alleen staan zonder dat tweetje

grieks tellen

1 = mono

2 = di

3 = tri

4 = tetra

5 = penta

6 = hexa

7 = hepta

8 = octa

9 = nona

10 = deca

uitgangen

1e

2e

3e

zuurstof

oxide

O

zwavel

sulfide

S

fluor

fluoride

F

broom

bromide

Br

chloor

chloride

Cl

groepen PS

groep 1 → alkali metalen (reageert met water)

groep 2 → aard alkali metalen

groep 17 → halogenen

groep 18 → edelgassen (reageert met bijna niets)

Hoofdstuk 3

covalentie

covalentie → het aantal bindingen dat een atoom aan kan gaan

de rechterkolom heeft een covalentie van 0 met elke kolom naar links komt er een covalentie bij

protonen

een protoon is positief geladen, afgekort p+. Het aantal protonen kun je zien aan het getal links in de hoek

elektronen

een elektroon is negatief geladen, afgekort e-. De elektronen zijn gelijk aan het aantal protonen

neutronen

een neutron is neutraal geladen, afgekort n0. Ze zorgen ervoor dat de positieve protonen bij elkaar kunnen blijven in de atoomkern

atoombouw

protonen = p+

neutronen = n0

elektronen = e-

elektronen zijn verdeeld over schillen / banen, de schillen hebben een letter: K, L, M, N etc… In de eerste schil maximaal 2, in de tweede schil 8, in de derde schil ook 8, en in de vierde schil 18. Dit noem je het atoommodel van Bohr

isotopen

isotopen zijn atomen waarvan het aantal protonen in de atoomkernen hetzelfde is, maar het aantal neutronen verschilt

atoommassa

massa p+ = 1,66 × 10 -24

massa e- = 1,66 × 10 -24

massa n0 = 9,1 × 10 -28

de massa ( 1,66 × 10 -24 )noemen we de atomaire massa eenheid, met als eenheid de letter u van unit

molecuulmassa

de gemiddelde massa’s van de verschillende atoomsoorten in het molecuul bij elkaar opgeteld

edelgasconfiguratie

als je twee niet-metaalatomen bij elkaar doet, hebben ze beide elektronen tekort. Als ze samenwerken, door de buitenste schillen in elkaar te schuiven, dan hebben ze beide een volle buitenste schil. En als alle niet-metaalatomen in dat samenwerkingsverband een volle buitenste schil hebben, dan is een molecuul geboren

atoombindingen

de overlap tussen de twee schillen is een atoombinding. Daarin kunnen maximaal 3 elektronen van het ene atoom met 3 elektronen van het andere atoom overlappen

Hoofdstuk 4

wet van massabehoud

de massa van alle aanwezige stoffen vóór de reactie moet gelijk zijn aan de massa van alle aanwezige stoffen ná de reactie

ontbrandingstemperatuur

een verbrandingsreactie verloopt alleen als de ontbrandingstemperatuur bereikt is; als de temperatuur lager is dan verloopt de reactie niet

verbranding

een verbranding is een reactie met zuurstof waarbij vuurverschijnselen waarneembaar zijn. Bij een verbranding ontstaan de oxides van de afzonderlijke atoomsoorten

oxidatie

een oxidatie is een reactie met zuurstof zonder vuurverschijnselen. Bij een oxidatie ontstaan de oxides van de afzonderlijke atoomsoorten

reagentia

met een reagens kun je een andere stof aantonen. reagentie zijn specifiek en gevoelig, ze tonen één andere stof aan én je hebt niet veel van de stof nodig om aan te tonen

Hoofdstuk 5

exotherm

wanneer er een chemische reactie plaatsvindt zijn er twee mogelijkheden. Een daarvan is exotherm. Het betekent dat er energie vrijkomt in de vorm van warmte / licht / beweging / geluid / elektriciteit

endotherm

dit is de andere mogelijkheid, er is energie nodig in de vorm van warmte / licht / beweging / geluid / elektriciteit

activeringsenergie

dit is de energie die nodig is om de reactie op gang te brengen. Om de reactie op gang te brengen moet er energie waren toegevoegd aan de stoffen in de vorm van warmte / licht / beweging / geluid / elektriciteit

typen ontledingen

fotolyse → licht

thermolyse → warmte

elektrolyse → elektriciteit