UCLL Hogeschool Communicatie Notities voor Sociaal-Cultureel Werkers
UCLL HOGESCHOOL Communicatie Voor sociaal-cultureel werkers
1 Inhoud
COMMUNICATIE IN SOCIAAL-CULTUREEL WERK - INLEIDING …………………….. 6
WAAROM EEN VAK ‘COMMUNICATIE’ IN DE OPLEIDING GRADUAAT SOCIAAL-CULTUREEL WERK? ……….. 6
WAT BEDOELEN WE IN DIT VAK MET ‘COMMUNICATIE’? ………………………………………………… 6
BASISJARGON …………………………………………………………………………………….. 7
3 DE SYSTEMISCHE INTERACTIETHEORIE
WAAROM HET MODEL VAN ZENDER EN ONTVANGER INTERACTIE ONVOLDOENDE VERKLAART ……….. 9
DE AXIOMATHEORIE VAN PAUL WATZLAWICK EN MEDEWERKERS ……………………. 12
3.2.1 Een systemische invalshoek ………………………………………………………………. 13
3.2.2 Op zoek naar wetmatigheden in menselijke communicatie …………….. 13
3.2.3 De axioma’s (de 5 basisregels in communicatie) …………………………… 14
3.2.4 Enkele relevante begrippen in het kielzog van de axiomatheorie ………. 27
3.2.5 Enkele associaties bij het lineair en circulair model ………………. 29
4 GRONDHOUDING IN SOCIAAL-CULTUREEL WERK
EEN GRONDHOUDING IS … ……………………………………………………………………….. 33
ASPECTEN VAN EEN GRONDHOUDING …………………………………………………………… 35
4.2.1 Interesse en geraakt worden ………………………………………………………….. 35
EMPATHIE EN ASSERTIVITEIT ………………………………………………………………………. 35
AUTHENTICITEIT EN PROFESSIONALITEIT ……………………………………………………… 36
5 LUISTERVAARDIGHEID EN HET NUT VAN BEVRAGEN
INFORMATIE KRIJGEN, VERHELDEREN, BETER BEGRIJPEN …………………………………… 38
BELANGSTELLING UITEN, INSPELEN EN DOORVRAGEN …………………………………………. 39
EEN INTERPRETATIE TOETSEN …………………………………………………………………….. 39
6 TYPES VAN VRAAGGESPREKKEN: DIRECTIEF OF NIET-DIRECTIEF ………………………….. 41
7 SOORTEN VRAGEN ……………………………………………………………………………….. 42
GESLOTEN VRAGEN …………………………………………………………………………………….. 42
OPEN VRAGEN …………………………………………………………………………………………… 43
DIRECTE EN INDIRECTE VRAGEN …………………………………………………………………….. 44
ECHOVRAGEN, TUSSENWERPSELVRAGEN, DIEPGANGVRAGEN ……………………………… 44
8 CRITERIA VOOR GOEDE VRAGEN
RESPECT, BELANGSTELLING EN BEGRIP ……………………………………………………………….. 47
DUIDELIJKHEID, OBJECTIVITEIT, CONCREETHEID EN VOLLEDIGHEID ……………………. 47
9 TE MIJDEN VRAGEN ……………………………………………………………………………….. 48
MEERVOUDIGE VRAGEN ………………………………………………………………………………. 48
SUGGESTIEVE VRAGEN ……………………………………………………………………………… 48
RETORISCHE VRAGEN …………………………………………………………………………………. 48
KWETSENDE VRAGEN ………………………………………………………………………………….. 49
WAAROMVRAGEN ……………………………………………………………………………………… 49
10 DE KUNST VAN HET LUISTEREN: ACTIEF LUISTEREN
SITUATIES EN LUISTERDOELEN ………………………………………………………………………. 52
MEERWAARDE VAN GOED LUISTEREN …………………………………………………………….. 52
DE DRIE PIJLERS VAN GOED LUISTEREN ……………………………………………………….. 53
10.3.1 Onvoorwaardelijk aandacht geven …………………………………………………… 53
10.3.2 Stimulerend luisteren ……………………………………………………………………… 55
10.3.3 Inlevend luisteren ………………………………………………………………………….. 61
VALKUILEN BIJ LUISTEREN …………………………………………………………………………… 64
11 FEEDBACK - INLEIDING ………………………………………………………………………….. 67
12 EEN DEFINITIE VAN FEEDBACK …………………………………………………………………. 68
FEEDBACK MET WOORDEN, LICHAAMSTAAL, DOE TAAL ………………………………………… 68
HET BELANG VAN FEEDBACK ……………………………………………………………………………. 69
13 HET JOHARI-VENSTER ………………………………………………………………………….. 70
14 BELANGRIJKE VUISTREGELS ………………………………………………………………………. 73
TIPS OM FEEDBACK TE GEVEN …………………………………………………………………….. 73
TIPS OM FEEDBACK TE ONTVANGEN …………………………………………………………………. 75
15 SPECIFIEKE FEEDBACK VAARDIGHEDEN …………………………………………………….. 77
WAARDERING GEVEN EN WAARDERING KRIJGEN ………………………………………………… 77
16 BRONNENLIJST …………………………………………………………………………………….. 79
Communicatie in Sociaal-Cultureel Werk - Inleiding
Waarom een vak ‘Communicatie’ in de opleiding graduaat sociaal-cultureel werk?
Sociaal-cultureel werkers zijn voornamelijk communicators.
Ze moeten mensen, organisaties en beleidsmakers bereiken, beïnvloeden, en met hen samenwerken.
Ze zijn cruciaal in sociale verandering van individuen.
Inzicht in communicatie helpt bij het begeleiden van sociale veranderingen en bij het uitbreiden van vaardigheden.
Wat bedoelen we in dit vak met ‘communicatie’?
Communicatie komt van het Latijnse 'communio', wat verwijst naar gemeenschap en het delen met elkaar.
Het omvat niet alleen formele communicatie in organisaties, maar ook informele interacties tussen mensen.
Interessanter is om te kijken naar interpersoonlijke interacties en invloed binnen sociale systemen.
Basisjargon
'Buiten kant': Waarneembaar gedrag (bijv. knipperen, zuchten).
'Binnen kant': Onzichtbare gedachtengangen, emoties en intents, etc.
'Interactiepartner': Degene met wie je de interactie hebt (de ander).
'Context': De situatie waarin interactie plaatsvindt, inclusief ruimte en tijd.
'Metacommunicatie': Communicatie over communicatie, waarbij men de interactie vanuit een hoger perspectief beoordeelt.
De Systemische Interactietheorie
Waarom het model van zender en ontvanger interactie onvoldoende verklaart
Dit model is te eenvoudig, omdat het slechts actie en reactie tussen zender en ontvanger vastlegt zonder rekening te houden met complexe context effecten.
Het beschrijft verschillende soorten storingen: storingen bij zender/ontvanger, storingen in het kanaal, en ruis.
Het beperkt de studie van communicatie tot één richting en houdt geen rekening met symmetrische beïnvloeding.
De axioma- theorie van Paul Watzlawick
Watzlawick bestudeerde ongezonde communicatie en kwam met axioma's die principes zijn in interactie.
Axioma's (5 basisregels in communicatie):
Je kan niet niet-communiceren: Alles wat we doen of niet doen is communicatie en heeft effect.
Communicatie is gelaagd: Elke interactie heeft een inhoudelijke en relationele dimensie.
Mijn waarheid is niet dé waarheid: Perspectieven beïnvloeden de interpretatie van betekenis.
Mensen beïnvloeden met en vooral zonder woorden: Lichaamstaal speelt een belangrijke rol naast verbale communicatie.
Interacties zijn symmetrisch of complementair: Dit definieert hoe mensen elkaar leiden en volgen in gesprekken.
Deze axioma's helpen ons de complexiteit van menselijke interactie te begrijpen en verbeteren onze communicatievaardigheden.