Biologie van Planten - Diversiteit en Morfologie
Evolutie van Planten
Evolutie van de landplanten
Onderwerp: Landplanten, Varens, en Zaadplanten
Colleges gegeven door Peter van Tienderen en practica door Patrick Meirmans en Peter Assink
Data van colleges en tentamenvragen:
- Maandag 3/3: H28 - Evolutie van de landplanten
- Dinsdag 4/3: H29 - Varens en zaadplanten
- Maandag 10/3: Werkcollege + Tentamenvragen
Bronnen
"Life: the Science of Biology" (Sadava)
Colleges inclusief PowerPoints
Praktica
Video's over levenscycli
Quizzes
Evolutie van Planten
- Oorsprong van Planten
- Planten ontstaan evolutionair uit prokaryote cellen door endosymbiose van proteobacteriën en cyanobacteriën.
- Belangrijke stappen in de evolutie:
- Groeisysteem van een prokaryoot leidde tot het eerste eukaryote organisme.
- Genetische assimilatie van endosymbionten resulteerde in de vorming van mitochondriën en chloroplasten.
- Bewijzen van endosymbiose:
- Organellen hebben eigen circulaire DNA en aparte eiwitsynthesemachines.
- Specifieke membranen vergelijkbaar met bacteriën.
Kenmerken van Landplanten
- Wat maakt landplanten bijzonder?
- Ontwikkeling van embryonale stadia omgeven door ouderlijk weefsel.
- Dominantie van de diploïde fase (sporofyt) in de levenscyclus.
- Specifieke aanpassingen aan het leven op land:
- Cuticula ter bescherming tegen uitdroging.
- Gereguleerde gaswisseling via huidmondjes (stomata).
- Veranderingen in fotosynthesecapaciteiten en chlorofyl-productie.
Generatiewisseling in Planten
- Generatiewisseling
- Planten doorlopen een complext leven dat afwisselend haploïde (gametofyt) en diploïde (sporofyt) generaties omvat.
- Belangrijke termen:
- Haploïde (n) = gametofyt
- Diploïde (2n) = sporofyt
- Bij meeldraden en archegonia ontwikkelen zich gameten door mitose en vindt bevruchting plaats in aanwezigheid van water.
Homospory en Heterospory
Homospory
Planten die één soort sporen produceren die zich ontwikkelen tot zowel mannelijke als vrouwelijke gametofyten.
Heterospory
Planten die twee verschillende soorten sporen produceren (megaspore en microspore) die leiden tot aparte vrouwelijke en mannelijke gametofyten.
Aanpassingen aan het Leven op Land
- Belangrijke aanpassingen
- Uiterst variabele celwanden en cuticula om desiccatie tegen te gaan.
- Gaswisseling via huidmondjes in plaats van alleen diffusie door water.
- Licht- en voedingsstoffen zijn anders verdeeld, wat leidt tot een specifieke morfologie van bladeren en wortels.
- Gravitropisme: het vermogen van planten om op de zwaartekracht te reageren met structuren die hen helpen groeien richting water en licht.
Belangrijkste Planten Taxonomische Groepen
Diverse Planten groepen:
Levermos: 8000 soorten
Mos: 15000 soorten
Hauwmossen: 100 soorten
Lycophyten: 1200 soorten
Varens en paardenstaarten: 11500 soorten
Naaktzadigen: 1020 soorten
Bedektzadigen: >380,000 soorten
Vaatplanten
Bevatten tracheide cellen voor transport en sterkere celwanden.
Ontwikkeling van een vaatbundelsysteem met gespecialiseerde structuren voor verschillende functies.