ppp hst 9, 1e jaar niv 2
Bewegingsapparaat
Thema 1: Gezond bewegen in de zorg
Hst 9 Persoonlijke basiszorg deel 2
Door: Anita Visker
Inhoud
Inleiding
Botten
Soorten weefsel
Bouw van het bot
Botverbindingen
Gewrichten
Schedel
Wervelkolom
Schoudergordel
Bekkengordel
Ledematen
Spieren
Functie van spieren
Eigenschappen van spieren
Lichamelijke klachten
Inleiding
Het bewegingsapparaat omvat alle onderdelen van het lichaam die beweging mogelijk maken, inclusief botten, gewrichten, banden en spieren.
Dit hoofdstuk behandelt de verschillende manieren waarop botten aan elkaar zijn verbonden, de structuur van de wervelkolom, en hoe verkeerde belasting lichamelijke klachten kan veroorzaken.
De functie en opbouw van spieren, evenals belangrijke spiergroepen, worden eveneens besproken.
Botten
Skelet
Het skelet bestaat uit 206 botten die steun en vorm bieden aan het lichaam.
Functies van het skelet:
Stevigheid en vorm
Bescherming van kwetsbare organen (hersenen, hart)
Aanhechtingsplaats voor spieren
Vorming van bloedcellen in het beenmerg
Voorraadplaats voor kalk
Soorten weefsel
Botweefsel
Botweefsel: Bevat weinig cellen, veel lijmstoffen en kalkzouten, hard en stevig.
Kraakbeenweefsel: Meer lijmstoffen dan kalkzouten, flexibel.
Leeftijdsafhankelijke veranderingen
Bij baby's: meer lijmstoffen, minder breekbaar.
Bij ouderen: minder lijmstoffen, meer kalkzouten, verhoogd risico op breuken.
Bouw van het bot
Botweefsel is het sterkste steunweefsel van het lichaam.
Structuur van een bot:
Beenvlies (periost): Bedekt het bot en bevat bloedvaten en zenuwen.
Osteoblasten: Cellen verantwoordelijk voor dikte-groei.
Binnenin: Sponsachtig weefsel (spongiosa) met rood beenmerg.
Groei en veroudering
Botten groeien in lengte en breedte via groeischijven.
Veroudering leidt tot osteoporose: grotere poreusheid en breekbaarheid.
Botverbindingen
Soorten verbonden botten:
Gewrichten (articulatio)
Kraakbenige verbindingen (junctura cartilaginea)
Naadverbindingen (sutura)
Vezelverbindingen (junctura fibrose)
Gewrichten
Functie van gewrichten
Gewrichten verbinden botten en maken beweging mogelijk.
Gewrichten worden beschermd door kraakbeen en smeren met synovia.
Soorten gewrichten
Stijf gewricht: Beperkte beweging (handwortel).
Rolgewricht: Een bot draait om een ander.
Scharniergewricht: Beweging in één richting (knie).
Kogelgewricht: Beweging in meerdere richtingen (heup).
Zadelgewricht: Beweging in twee richtingen (duim).
Schedel
Beschermt de hersenen en zintuigen.
Bestaat uit:
Aangezichtsschedel: onderkaak, bovenkaak, jukbeenderen.
Schedeldak: voorhoofdsbeen, wandbeenderen.
Schedelbasis: Bevat verbindingen tussen hersenen en ruggenmerg.
Wervelkolom
AS van het geraamte, bestaat uit 32 wervels met een dubbele S-vorm.
Wervels
Elke wervel heeft een wervellichaam, wervelboog, en doornuitsteeksels.
Tussenwervelschijven zorgen voor schokdemping.
Schoudergordel
Bevat sleutelbeenderen en schouderbladen, verbindt de arm met de romp.
Het schoudergewricht is zeer beweeglijk door spieractie.
Bekkengordel
Bevat heupbeenderen, verbonden via kraakbeenverbinding.
De bekkenhoek is breder bij vrouwen, een aanpassing voor de zwangerschap.
Ledematen
Arm
Opperarmbeen vormt gewricht met schouderblad.
Onderarm bestaat uit ellepijp en spaakbeen, die draaien voor handbeweging.
Been
Dijbeen is het zwaarste bot, vormt gewricht met heupbeen.
Kniewringen bij dijbeen en scheenbeen, knieschijf kan breken.
Handen en Vodden
Bestaan uit botten verbonden door gewrichten.
De voeten zijn minder beweeglijk maar dragen het lichaamsgewicht.
Spieren
Beweging vindt plaats door samentrekken van spierweefsel.
Spieren werken meestal samen met elkaar: antagonisten en synergisten.
Functie van spieren
Beweging: maakt bewegingen mogelijk.
Tonus handhaven: spanning in spieren.
Temperatuur reguleren: vrijgeven van warmte.
Bescherming: van kwetsbare delen.
Eigenschappen van spieren
Spiervezels trekken samen na zenuwprikkeling.
Elke spier heeft zuurstof en brandstof nodig voor samentrekking.
Lichamelijke klachten
Klachten ontstaan door overbelasting: piekbelasting, langdurige dynamische of statische belasting.
Voorbeelden: rugpijn door slechte houding, nek- en schouderklachten door overbelasting.
Specifieke klachten
Rugklachten: door slechte houding en tillen - kan leiden tot hernia.
Nek- en schouderklachten: door verkeerde werkhouding of inspanning.
Spier- en peesletsel: door negatieve houding tijdens werk.