Samenvatting Communicatie in de GGZ

Inleiding

  • Communicatie in de Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) heeft specifieke uitdagingen.

  • De cursus behandelt basisprincipes en focust op de psychiatrisch verpleegkundige als werkinstrument.

  • Aandacht voor psychische noden van de cliënt is belangrijk voor een diepgaande connectie.

  • Psychiatrische gespreksvoering en de omstandigheden voor een succesvol gesprek worden besproken, inclusief het 5G schema.

De Psychiatrisch Verpleegkundige

De Psychiatrisch Verpleegkundige als Werkinstrument

Houding en Uiterlijk
  • Wederkerigheid in communicatie is essentieel.

  • Non-verbale communicatie speelt een grote rol en kan leiden tot misvattingen.

  • Verpleegkundigen dragen geen uniform en gaan in burgerkledij naar de stage.

  • Do's: Verzorgd uiterlijk.

  • Don'ts: Uitdagende/aanstootgevende kleding, kleding met prints/teksten die een mening uiten.

  • Neutrale en professionele houding uitstralen.

Grondhouding
  • De grondhouding (basishouding) is de persoonlijke en beroepsmatige instelling t.o.v. de cliënt.

  • Gedrag wordt bepaald door gedachten en gevoelens.

  • Oprechtheid in houding en woorden is noodzakelijk.

  • Cliënten wensen een menselijke, vertrouwelijke en empathische relatie, gecombineerd met professionaliteit.

  • Carl Rogers benoemt drie voorwaarden (grondhoudingen) voor een therapeut/verpleegkundige:

    1. Onvoorwaardelijke acceptatie

    2. Echtheid/congruentie

    3. Empathie

Onvoorwaardelijke Acceptatie
  • Waardering geven → respect, empathie en echtheid te tonen.

  • De hulpverlener streeft naar een goede, helpende relatie waarin de cliënt zichzelf durft te zijn.

  • De cliënt accepteren met alle goede en slechte aspecten.

  • De ander in zijn waarde laten, respect voor eigenheid → niet dat alles wordt goedgekeurd, maar dat de eigenheid van de persoon wordt gerespecteerd.

  • De verpleegkundige onderzoekt de betekenis van gedrag en geeft betekenis aan gedachten en gevoelens.

  • Onbevooroordeeld zijn en een positieve ingesteldheid hebben t.o.v. de cliënt.

  • Empathische grondhouding is de methode om dit te bereiken.

Echtheid / Congruentie
  • Echtheid = belangrijkste basishouding → echt zijn betekent jezelf zijn in het contact.

  • Authentiek en transparant zijn in de relatie met de cliënt + eerlijk en echt zijn tegenover zichzelf

  • Inzicht hebben in eigen functioneren, persoonlijkheid, sterktes en valkuilen.

  • Echtheid en transparantie is niet hetzelfde als alles zeggen wat je denkt.

  • Gedisciplineerde spontaniteit: wat gezegd wordt, staat ten dienste van het therapeutisch proces.

  • Voorbeeld: Zeg niet "Ik vind je afschuwelijk dik". Echtheid mag nooit ten koste gaan van een ander.

  • Wat je verbaal en non-verbaal uit, moet overeenstemmen met wat je denkt en voelt.

  • Bewust kiezen welke gedachten en gevoelens je wel/niet uit.

  • Om echt te kunnen zijn is het van belang:

    • Over goede zelfkennis beschikken.

    • Weten hoe je overkomt en wat je uitstraalt.

    • Eerlijk durven zijn in het contact met jezelf.

    • Durven voelen en bespreken met het team wat een cliënt bij jou teweegbrengt (emotioneel).

    • Durven kritisch reflecteren over wat cliënten aanbrengen.

    • Durven jezelf in te leven in je eigen gevoelens en gedachten en deze bespreekbaar te maken.

Empathie
  • = ‘je inleven of invoelen’.

  • Bereidheid en vermogen om je in de gevoelens, gedachten en belevingswereld van de ander in te leven.

  • cliënt van binnenuit proberen te begrijpen.

  • Effect: de cliënt voelt zich gewaardeerd en aanvaard, en vindt zichzelf de moeite waard.

  • Oog hebben voor het hele (levens)verhaal van de cliënt.

  • Nieuwe, genuanceerde inzichten kunnen de cliënt tot nadenken stemmen en mogelijkheden openen voor een oplossing van zijn problemen.

  • Eigen referentiekader (waarden en zienswijzen) aan de kant leggen.

  • Vertrekken vanuit het referentiekader en de belevingswereld van de cliënt.

  • Nodige nabijheid bieden met respect voor de professionele afstand in de relatie met de cliënt.

  • Meevoelend zijn zonder volledig samen te vallen met de cliënt, om het complete overzicht te behouden.

Tools van de Psychiatrisch Verpleegkundige

Hanteren van Stiltes in het Gesprek
  • Soms zinvol om tijdens een gesprek een korte stilte of pauze in te lassen.

  • Geeft de patiënt de ruimte om gevoelens of gedachten onder woorden te brengen, vooral in combinatie met een uitnodigende, aandachtige, geduldige afwachtende houding.

  • Gun de patiënt bedenktijd.

  • Soms is het niet mogelijk stiltes toe te laten (bv. bij manische of achterdochtige mensen).

  • Respecteer het als stiltes niet op hun plaats zijn.

Hoop Geven
  • Een verpleegkundige is ook een “hoop”-verlener.

  • Vraag de cliënt: “Waar hoopt u op?”

  • Hoop wekken is het doen toenemen van hoopvolle gedachten.

  • Aandacht besteden aan positieve kwaliteiten.

  • Vragen: “Wanneer ging iets beter en waardoor kwam dit?”

  • Cliënten vergeten vaak hun competenties door de context waarin ze zich bevinden.

  • Samen concrete, realistische en haalbare doelen formuleren, liefst in positieve bewoordingen.

  • De verpleegkundige zelfvertrouwen moet hebben en geloven in zijn eigen deskundigheid, de aangeboden interventie, de goede afloop, én dit bescheiden en zelfbewust kan uitstralen.

Niet Minimaliseren
  • Problemen van de cliënt niet minimaliseren, ook al willen we dat de cliënt zich zo snel mogelijk weer beter zou voelen.

  • Voorbeelden wat niet te doen:

    • Verdrietige, sombere mensen → “Kop op” “Laat de moed niet zakken” of “Het komt wel allemaal in orde.”

    • Psychotische mensen → “Je beeldt je deze zaken in, ze zijn niet echt. Je hoeft er dus helemaal geen angst voor te hebben.” of “Het zal wel snel weer beter worden.”

  • Deze reacties hebben meestal een omgekeerd effect bij intens verdriet of een psychose → kunnen zich ongehoord en onbegrepen voelen.

  • Realiseren dat gevoelens op zich geen problemen zijn waarvoor wij als verpleegkundigen een oplossing moeten bieden.

  • Gevoelens, ook hevige, even laten bestaan, zolang de situatie niet uit de hand dreigt te lopen.

  • De cliënt krijgt de mogelijkheid om zijn gedachten en gevoelens onder woorden te brengen (zie ook het 5 G schema).

  • Soms zal de cliënt zelf ook enkele dooddoeners formuleren zoals: “ Er zijn anderen met zwaardere problemen” of “Ach, ik heb nog een fijn gezin en werk”.

  • Laat het verdriet beter bestaan.

  • Door de cliënt vroegtijdig op te beuren of mee te gaan met de cliënt in het bagatelliseren van zijn problemen, maak je de drempel voor de cliënt onbewust groter en is het voor hem moeilijker om nog met jou over zijn problemen te praten.

  • Een tweezijdige reflectie geven zoals: “Ja, gelukkig heb je nog een fijn gezin en werk! Dat helpt. Daarnaast heb je ook ernstige problemen, waardoor je het moeilijk hebt. Laten we daar eens samen naar kijken.”

Omgaan Met Heftige Emoties
  • Aandacht en kennis besteden aan de lichamelijke aspecten/problemen van de cliënt, maar ook aan de emoties van zowel cliënten, collega’s en onszelf.

  • Emoties zijn soms onlosmakelijk verbonden met de lichamelijke gezondheidstoestand van de cliënt.

  • In de GGZ, is de aandacht voor en het omgaan met emoties één van de kerntaken van de verpleegkundige.

  • Psychische problemen gaan gepaard met soms complexe, diepgaande of chronische emoties.

Wat Zijn Emoties?

  • Een emotie wordt vaak omschreven als een innerlijke beleving of gevoel van bijvoorbeeld vreugde, angst, boosheid, verdriet dat door een bepaalde situatie wordt opgeroepen of spontaan kan optreden.

  • Het communiceren (uiten) van emoties kan zowel verbaal via woorden als non-verbaal via lichamelijke reacties/gedragingen gebeuren.

Soorten Emoties

  • Emoties kunnen als een reactie op gebeurtenissen, gedachten en op je gedrag ontstaan.

  • Naast de vier basisemoties zijn er ook meer complexe emoties.

  • Complexe emoties zijn veelvoorkomend in de psychiatrische zorgverlening en bestaan uit basisemoties gecombineerd met gedachten.

  • Bv. wanhoop is verdriet gecombineerd met de overtuiging dat de dingen afschuwelijk zijn en niet beter zullen worden.

Hoe Emoties Herkennen?

  • Emoties komen tot uitdrukking in het affect.

  • Het affect is de zichtbare en hoorbare expressie van de emotie.

  • De verpleegkundige kan afgaan op o.a. het non-verbale gedrag van de cliënt en op basis daarvan zijn observatie stellen.

  • De manier of intonatie waarop iemand iets zegt, kan de basis vormen van de observatie.

  • Beiden zijn belangrijke hulpmiddelen bij het observeren van emoties en interpretaties.

  • Vragen die je jezelf kan stellen zijn:

    • Wat zie en hoor ik?

    • Zie ik non-verbale, lichamelijke reacties en/of hoor ik zijn spraak, uitroepen en woordkeuze, waaronder de nadruk die hij op bepaalde sleutelwoorden legt?

    • Zie ik iets anders dan dat ik hoor?

  • Verschillen tussen non-verbale en verbale communicatie is veelzeggend en biedt informatie over onderliggende emoties en motieven.

  • Als beide communicatievormen in strijd zijn met elkaar dan wint over het algemeen de non-verbale communicatie.

  • Technieken bij het opmerken van emotionele reacties (zowel bij normale als afwijkende):

    • Het benoemen van wat je “lijkt” te zien. (emotie, zichtbare/hoorbare expressie)

    • Het oprecht interesse tonen.

    • Vrijblijvend de mogelijkheid geven erover te praten.

    • BASISHOUDING AANNEMEN = Echtheid, respect, acceptatie en empathie.

Observeren en Interpreteren
  • Het is noodzakelijk dat wij als verpleegkundigen tijdig emoties kunnen herkennen en observeren, en deze reguleren.

  • Observaties zo objectief mogelijk houden.

  • Jijzelf bent het belangrijkste meetinstrument in de GGZ. Je manier van observeren is van groot belang in de behandeling van de cliënt.

Waarnemen en Observeren

  • Waarnemen is de verzamelnaam voor zien, horen, voelen, ruiken en proeven.

  • Met elk van onze vijf zintuigen kunnen we gewaarworden wat er rondom ons in de wereld gebeurt. We doen dit voortdurend, zonder er bij stil te staan en zonder er moeite voor te doen.

  • Het doel van observeren in de GGZ is het verzamelen van informatie.

  • Observeren is een bijzondere vorm van waarneming, die aan drie voorwaarden voldoet:

    1. Doelgericht: We beperken ons tot die gegevens die een antwoord kunnen geven op een vraag die wij onszelf hebben gesteld. Hierdoor zien we sommige zaken over het hoofd en gaan we andere met meer aandacht bekijken.

    2. Systematisch: voor een goede observatie stellen we ons niet tevreden met wat we toevallig waarnemen in één bepaalde situatie. We proberen informatie te verkrijgen op verschillende momenten en in verschillende situaties. Op die manier proberen we toevalligheden zoveel mogelijk uit te schakelen.

    3. Objectief: onze observatie (en de weergave ervan in onze beschrijving) zal zo dicht mogelijk aansluiten bij de werkelijkheid en zo weinig mogelijk elementen bevatten die door de observator zelf worden toegevoegd. "Objectief blijven" is niet zo gemakkelijk als je wel zou denken: we voegen spontaan allerlei elementen toe die in feite niet waarneembaar zijn in de werkelijkheid.

  • We kunnen niet vermijden dat onze waarneming subjectief is. Belangrijk is te beseffen dat onze waarneming subjectief is.

Observeren van Emoties en Het Formuleren van Interpretaties

  • zo objectief mogelijk observeren.

  • Een fysische en/of technisch gerichte observatie is meestal makkelijker te rapporteren en objectiever dan wanneer het gaat om observaties van gedrag, emoties en gedachten van cliënten.

  • Achter zichtbare gedragingen van de cliënten bevinden zich “onzichtbare” emoties, bedoelingen en gedachten.

  • Naast de psychiatrische afdelingen zijn ook afdelingen oncologie, geriatrie, rust- en verzorgingstehuizen sectoren waar het observeren van emoties en interpretaties van groot belang zijn om een goede zorgverlening te kunnen bieden.

  • Het nagaan en objectiveren van onze observaties m.b.t. emoties, gedachten of bedoeling van een bepaald gedrag, zal de communicatie en zorg t.a.v. de patiënt ten goede komen.

Hulpmiddelen en Valkuilen bij Observaties en Interpretaties van Emoties en Gedrag

  • De intensiteit en soort (goede, slechte, neutrale…) relatie die je met cliënten opbouwt, heeft veelal een invloed op je observaties.

  • Sommige gedachten, emoties of gedragingen van de cliënt kunnen bijvoorbeeld ook indruisen tegen jouw waarden en normen of er net mee overeenstemmen, wat op zich al een vorm van beïnvloeding is.

  • Soms geen andere mogelijkheid dan voorlopige interpretaties te rapporteren, om deze op een later tijdstip verder te onderzoeken.

  • Goed onderbouwde interpretaties kunnen zeer belangrijk zijn en worden steeds gerapporteerd.

  • Om zijn interpretatie te toetsen kan de verpleegkundige zowel het team betrekken bij het observeren, als zelf ook een aantal controlestappen ondernemen.

  • Wat kan je zelf doen?

    • Observaties vergelijken met uitingen van de cliënt.

    • Het fenomeen regelmatig en herhaaldelijk observeren.

    • Wees je bewust van de soort relatie die je hebt t.a.v. de cliënt.

    • Navragen bij de cliënt of de observatie juist is.

    • Het 5 G-schema toepassen.

    • In je rapportage ook duidelijk laten blijken dat het om een interpretatie gaat.

  • Hoe kan het team helpen?

    • Observeren met meerdere verpleegkundigen.

    • Navraag doen bij anderen (bijvoorbeeld familieleden) over het geobserveerde gedrag.

De Cliënt

Probleemdefinitie

  • In de psychiatrie komt het regelmatig voor dat de verpleegkundige en cliënt verschillende ideeën hebben over wat er met de cliënt aan de hand is.

  • Overeenstemming over de probleemdefinitie (en diagnose) is essentieel voor het verdere beleid/behandeling.

  • Mocht je het met de cliënt niet eens kunnen worden over de probleemdefinitie (VPK “U hebt een psychose.” Cliënt: “Niet waar, ik ben gewoon paranormaal begaafd”) dan kunnen jullie het nog altijd eens worden over de symptomen en klachten (VPK “ U bent gevoelig voor prikkels van buitenaf en daar hebt u nu last van.”

  • Voorbeelden

    • U hebt een depressie: Cliënt: “Ik voel me eventjes wat minder goed” VPK: “Je kan slecht slapen, hebt weinig eetlust en je hoofd zit vol met zwarte gedachten”

    • U hebt een drugsverslaving: Cliënt: “Niet waar, ik kan nog altijd stoppen wanneer ik wil, alleen lukt het mij niet goed” VPK: “Je zou willen stoppen met gebruiken maar alleen lukt je dit niet.”

Psychiatrische Diagnose

  • Vaak is de cliënt geholpen met een psychiatrische diagnose.

  • De zoektocht naar wat er juist aan de hand is, kan soms lang duren.

  • Een diagnose → opluchting maar gaat ook bijna altijd gepaard met gevoelens van schaamte en schuld → vaak van overtuigd dat zijn klachten een gevolg zijn van persoonlijke zwakte of falen.

  • Je steunt hem door zijn klachten te normaliseren. → opletten dat je niet minimaliseert. En de klacht te benoemen als onderdeel van een veelvoorkomende, welomschreven en mogelijk zelfs behandelbare ziekte. Met het stellen van een diagnose externaliseer je de ziekte. Je schept een afstand tussen de cliënt en zijn symptomen.

  • Voorbeelden:

    • De cliënt is geen psychoot, maar maakt een psychose door in kader van schizofrenie.

    • De cliënt is geen borderliner maar heeft een borderline persoonlijkheidsstoornis.

    • De cliënt is geen depressieveling, maar een persoon met een depressieve stoornis.

    • De cliënt is geen autist, maar een persoon met een autisme spectrumstoornis

Omgaan Met “Voorwaardelijke” Informatie

  • De cliënt komt met een verhaal bij jou dat hij alleen maar tegen jou wil vertellen en je dus niet mag delen met een collega of het interdisciplinair team.

  • Meestal werken verpleegkundigen in teamverband en wordt er informatie over de cliënt en behandeling gedeeld binnen dit team. Als verpleegkundige is het dan belangrijk deze info ook door te geven aan de cliënt en liefst voor de cliënt zijn verhaal begint te doen. De cliënt kan dan zelf beslissen of hij zijn verhaal nog wil doen.

  • lastig parket → Als de cliënt je in vertrouwen iets zegt, maar je bent genoodzaakt dit te delen met het team, dan zal de cliënt zich verraden voelen, en komt de vertrouwensband in het gedrang.

  • Voorbeelden:

    • Cliënt “Ik wil iets tegen je zeggen maar je mag het niet doorvertellen aan je collega’s.” VPK “Ik zou graag horen wat je me te vertellen hebt maar ik wil je toch even meegeven dat we in teamverband werken en jouw info gedeeld zal worden binnen dit team, als dit nodig blijkt.”

Therapieontrouw

  • Therapieontrouw komt spijtig genoeg vaak voor binnen de psychiatrie.

  • omvat: medicatie onregelmatig of niet innemen, het weigeren van therapiedeelname, geen medewerking verlenen die nodig is tijdens de behandeling etc..

  • De mogelijke oorzaken zijn: ziektewinst, gedragspatroon, gebrek aan ziekte-inzicht.

Geen Ziektebesef of Hulpvraag
  • Binnen de geestelijke gezondheidszorg kom je wel vaker mensen tegen die weinig of geen ziektebesef (ook wel ziekte-inzicht genoemd) hebben.

  • Denk maar aan mensen met een psychotische stoornis: “Ik ben niet ziek, jullie zijn allemaal ziek omdat jullie mij niet geloven in mijn verhalen.” of mensen met een verslavingsproblematiek.

  • Als mensen geen ziektebesef hebben is het moeilijker om met hen aan de slag te gaan en een gepaste behandeling op te starten. Blijf je dan als verpleegkundige toch maar duwen en trekken aan de cliënt om hem in een behandeling te houden dan riskeer je de vertrouwensband te schaden.

Omgaan Met Therapieontrouw
  • De verpleegkundige kan enkele vaardigheden toepassen op het bevorderen van de therapietrouw. Hierdoor is het mogelijk om bijvoorbeeld een hardnekkig gedragspatroon te doorbreken.

Jezelf Kleiner Maken en Daarbij Actief Luisteren

  • Mocht je merken dat de cliënt er een andere mening op nahoudt dan jij, dan is het geen goed idee om hem te proberen overtuigen dat jij het juist hebt.

  • Luister liever onbevangen naar wat hij erover te zeggen heeft, zonder hem in de rede te vallen. Vraag door, vat samen en ga na of je het goed begrepen hebt.

  • letterlijk, zonder oordeel of commentaar, te herhalen wat hij je zojuist heeft verteld en na te gaan of dit klopt.

  • Je maakt jezelf als het ware “kleiner” en dus laagdrempeliger voor de cliënt.

Erkenning Geven

  • timing belangrijk.

  • Eerst actief luisteren, laten merken dat je hem gehoord hebt, om vervolgens erkenning te kunnen geven en je empathie te tonen. Dat is logisch, want je kunt pas erkenning geven als je écht weet en begrijpt wat de ander beweegt.

Meebewegen en Kantelen

  • Door de cliënt honderd procent gelijk te geven (je beweegt mee) vergroot je de bezwaren. Dit kan werken als een confronterende spiegel.

  • De cliënt kan dan de kantelbeweging maken door te zeggen: “Zo erg is het nu ook weer niet…”. Of de cliënt zal er iets aan toevoegen of zijn bezwaren beginnen te relativeren.

Het Op Een Respectvolle Manier Geven Van Je Eigen Mening

  • Cliënten vragen expliciet naar jouw mening. Bijvoorbeeld: “Geloof je me wél?”. het is beter het antwoord zo lang mogelijk uit te stellen: “Ik zal u zo vertellen hoe ik erover denk maar eerst wil ik je nog een paar vragen stellen…”.

  • Je geeft pas je mening als je cliënt er (liefst) herhaaldelijk achter heeft gevraagd.

  • Volgens Amador (2008, 2012) kan je het beste beginnen met je te excuseren voor de gevoelens die je (afwijkende) mening bij de cliënt kunnen oproepen: “Het spijt me, je zult het niet leuk vinden dit te horen, volgens mij…”. Let op, vermijd het tussenvoegsel ‘maar’ om te voorkomen dat je daarmee onbedoeld je excuus of je bescheiden opstelling tenietdoet. Benadruk eventueel dat je het met elkaar oneens kunt zijn: Amador beschrijft dit als volgt: ‘agree to disagree’.

  • kan echter hard aankomen bij de cliënt => het belang van de cliënt terug op te vangen door een volgende terugkoppeling te maken: “Ik zie dat je hiervan schrikt. Het zal zeker niet meevallen om dit te horen?”

Psychiatrische Gespreksvoering

  • Als verpleegkundige zal je op een afdeling psychiatrie in verschillende situaties en op verschillende tijdstippen en plaatsen gesprekken aangaan met cliënten.

  • Dit kunnen basisgesprekken zijn die eerder informeel van aard zijn en bijvoorbeeld handelen over alledaagse onderwerpen. Of het kunnen ook meer diepgaandere gesprekken zijn. Deze zijn formeel van aard en kunnen een therapeutisch karakter hebben zoals een suïcidepreventiegesprek of doelgericht zijn zoals een intakegesprek.

  • De verpleegkundige beschikt over de kennis en vaardigheden zich in te leven in de persoonlijke psychische noden van de cliënt en kan in die verschillende situaties op gepaste wijze anticiperen.

  • Cave! Vanuit de student is er soms de misvatting dat er op een psychiatrische afdeling met cliënten altijd over moeilijkheden of problemen moet worden gepraat. Naast de meer diepgaandere gesprekken is het echter voor cliënten even belangrijk dat het ook over gewone alledaagse zaken kan gaan.

Doelgericht Diepgaander Gesprek

  • Elke cliënt heeft een verpleegtherapeutisch plan dat samen met de verpleegkundige wordt opgesteld.

  • Wanneer je tijdens een contact of een gesprek met een cliënt iets opmerkt dat in verband kan staan met zijn actuele of eventuele potentiële problemen kan je dat moment aangrijpen om een meer diepgaand gesprek te voeren.

  • Concrete observaties in dit verband zijn:

    • Moeilijkheden met emoties en gedachten: deze niet herkennen, er geen vat op hebben of zich erdoor laten leiden.

    • Ongezonde gedragingen: zich afzonderen, niet eten, drugs/alcohol gebruiken, snel uitvliegen tegen anderen, zichzelf steeds wegcijferen, automutileren…

  • Wanneer we bepaalde “ongezonde gedragingen” observeren, kunnen we hierover met de cliënt in gesprek gaan. In dit geval bepaal je zelf het onderwerp. Maar soms begint een cliënt zelf over een bepaald probleem te spreken.

  • In dit laatste geval is het van belang dat je op dit verder exploreert. Hetzelfde doen we wanneer we merken dat een cliënt het emotioneel moeilijk heeft. Moeilijkheden met gedachten of denkpatroon merken we meestal op wanneer we reeds met een cliënt in gesprek zijn.

  • Je kan met voorgaande info een moment herkennen waarop je met een cliënt een meer diepgaand doelgericht gesprek kan voeren. Maar hoe pak je dit aan? Welke vragen stel je?

  • Vooraleer aan een gesprek te beginnen, kan je met volgende concrete tips rekening houden.

Plaats
  • Voor diepgaandere gesprekken kan je indien mogelijk vooraf een gesprekskamer voorzien.

  • Deze gesprekskamer is voldoende verlicht, goed geventileerd en netjes opgeruimd.

  • Bij gebrek aan gespreksruimtes kan de kamer van de cliënt ook worden gebruikt als locatie voor het voeren van een gesprek.

  • Basisgesprekken (of informele gesprekken) = gesprekken die niet gepland zijn en waarbij je dan ook niet de plaats waar het gesprek doorgaat kan inplannen. Het gebeurt regelmatig dat een basisgesprek over alledaagse dingen vanzelf overgaat naar een meer diepgaand gesprek.

  • Van de verpleegkundige wordt bij gevolg verwacht dat zij flexibel is

  • Als een cliënt in een gemeenschappelijke ruimte waar dus ook andere patiënten komen een formeel gesprek start over diepgaande persoonlijke problemen, kan je misschien voorstellen om het gesprek verder te zetten op de slaapkamer of indien mogelijk in een gesprekskamer.

De Gesprekssituatie
  • De meest comfortabele gespreksopstelling voor een cliënt is deze waarbij beide stoelen een beetje schuin t.o.v. elkaar geplaatst worden. De verpleegkundige en cliënt zitten best niet lijnrecht tegenover elkaar. Het biedt een veiliger en minder confronterend gevoel.

  • Tracht voor de fysieke afstand ongeveer anderhalve meter van elkaar te gaan zitten.

  • Het maken van aantekeningen tijdens een gesprek wordt enigszins vermeden. Wanneer je toch aantekeningen maakt, leg je aan het begin van het gesprek uit waarom je dit doet. Ga eveneens na hoeveel invloed dit heeft op de cliënt.

Gespreksduur
  • Probeer te voorzien hoe lang een gesprek zal duren. Hierbij houd je rekening met de psychische toestand van de cliënt. Cliënten die tijd nodig hebben om in een gesprek tot zichzelf te komen kunnen baat hebben bij een iets langer gesprek.

  • Begin steeds op het afgesproken tijdstip. Laat de cliënt niet onnodig wachten. Houd er rekening mee dat je tijdens het gesprek niet gestoord wordt en je deze tijd écht vrijmaakt voor de cliënt. Het is een goed idee om aan het begin van het gesprek aan te geven hoeveel tijd je voorzien hebt voor het gesprek. Je kan ook aangeven dat je af en toe eens zal kijken op je uurwerk om de tijd in de gaten te houden, vermits je daarna terug op de afdeling verwacht wordt.

Cliënten Versus Dagstructuur

  • Er zullen altijd cliënten zijn die pas op het allerlaatste moment, bij het weggaan - als het ware met de deurknop in de hand - met een nieuwe vraag of met informatie komen die al het voorgaande in een ander daglicht plaatst. In Nederland wordt dit het deurknopfenomeen genoemd. Dit plaatst de verpleegkundige, door het ongelukkige moment, voor een dilemma. Kan je hier beter wel of niet op ingaan? Of en hoe je op deze vragen ingaat heeft alles te maken met je inschatting van de persoonlijkheid en de pathologie van de cliënt, het belang van de vraag of opmerking en van je beschikbare tijd. Sommige cliënten hebben wat tijd nodig om je te kunnen vertrouwen en durven hun vraag pas op het einde van het gesprek te stellen.

  • Als je net van plan was de deur van je bureau te sluiten om het avondmaal klaar te gaan zetten op dienst, dan komt de