Exhaustive Notes Sociology and Sociology of Law
Inleiding tot de Sociologie en Rechtssociologie
Studiemateriaal en Bronnen
Handboek: Dialogen tussen recht en samenleving, Van Aeken et al. (Red.), Acco, Editie (herziene uitgave).
Cursus: Sociologie en rechtssociologie, VUB.
Extra teksten van N. Huls (Actie en reactie) en C.J.M. Schuyt (De Sociologie van het Recht).
Definitie van Recht per Perspectief
Juristen: Recht is een geheel van regels in bronnen (wetten, gewoonten, principes) met een consistente structuur en hiërarchische ordening, toegepast in rechtspraak en rechtsleer.
Filosofen (Natuurrecht): Recht is een ideaalbeeld van waarden en principes die het sociale leven moeten structureren; een moreel, geïdialiseerd beeld.
Sociologen: Recht wordt gezien als een sociaal fenomeen. Er wordt gekeken naar het functioneren in de maatschappij.
Nauw: Maatschappelijke controle via systematische macht.
Breed: Geheel van collectieve gedragingen en normen.
Roscoe Pound (1870-1964): Het Fundamentele Onderscheid
Law in the books: Het juridisch perspectief; recht als puzzel binnen spelregels en wetteksten.
Law in action: Het recht in de praktijk. Dit omvat het functioneren van instituties, de effecten van regels en de werkelijke praktijken van actoren.
De Rechtssociologie als Empirische Discipline
Definitie volgens Huls
Rechtssociologie is een empirische discipline waarin het recht wordt opgevat als een sociaal verschijnsel en als product van menselijke interactie.
Empirisch: Onderzoek in het veld, gebaseerd op waarneming en ervaring, niet enkel op bronnen.
Sociale Productie versus Sociale Werking
Sociale Productie: De invloed van de samenleving op het recht (het ontstaan).
Politieke macht: Partijen, lobbygroepen, ambtenaren en internationale politiek (EU, NAVO).
Economisch-technologisch: De invloed van het kapitalisme en innovaties (bijv. digitale technologieën en sociale media).
Juridische professionals: De rol van rechters (realisme: "recht is wat rechters doen"), advocaten (verzakelijking) en ambtenaren.
Rechtsopvattingen van burgers: Kennis van de wet (vaak een fictie) en de rechtscultuur.
Sociale Werking: De invloed van het recht op de samenleving.
Bedoelde effecten: Wat de wetgever beoogt.
Onbedoelde effecten: Anti-instrumentalisme; wetten worden vaak voor andere doeleinden gebruikt dan gepland.
Communicatie van Recht
Recht bereikt de burger zelden direct via het Staatsblad.
Kanalen: Media (TV, radio, internet), contracten (onder voorwaarden) en intermediaire organisaties (vakbonden, werkgeversorganisaties).
Semi-autonome Sociale Velden (SASV)
Term van Sally Moore: Groepen (familie, clubs, bedrijven) die eigen informele normen hanteren.
Deze velden fungeren als filter; de wetgever kan deze velden gebruiken voor draagvlak, maar ze kunnen centrale sturing ook bemoeilijken.
Historische Ontwikkeling van de Rechtssociologie
Verschil tussen Jurist en Socioloog (Huls)
Jurist: Intern normatief gezichtspunt; gericht op coherentie, eenheid en geldigheid van regels (Law in the books).
Socioloog: Extern empirisch standpunt; beschrijving van wat "is", gebruik van statistiek en veldwerk (Law in action).
Vier Invloedssferen volgens Kees Schuyt
Kritische Rechtswetenschap (Eind eeuw): Kritiek op formalisme. Jhering focuste op sociale doeleinden. Eugen Ehrlich (vader van de rechtssociologie) stelde dat het zwaartepunt ligt bij het "levende recht" in de maatschappij.
Ideologiekritiek (Marx): Recht als afspiegeling van klassenverhoudingen en eigendomstitels.
Algemene Sociologie (Durkheim & Weber): Recht als indicatie voor maatschappelijke ontwikkeling (Durkheim) of als instrument voor rationalisering (Weber).
Naoorlogse Sociologie: Verfijning van empirische methoden (surveys) en analyse van de advocatuur en politie.
Karakteristieken volgens Kees Goudt
Effectuering van rechten (worden ze uit de kast gehaald of blijven ze op de plank?).
Rechts- versus machtsverhoudingen (recht als verlengstuk van de sterkste).
Recht en organisatie (formele versus informele routines).
Recht en sociale verandering (Law lag: loopt het recht achter op de maatschappij?).
Juridisering van de Samenleving
Definitie en Oorzaken
Toenemende rol van het recht door de uitbouw van de rechtsstaat en verzorgingsstaat.
Eerste golf (Rechtsstaat): Binding van staatsmacht aan regels (Weber).
Tweede golf (Verzorgingsstaat): Actieve rol van de overheid in welzijn, onderwijs en gezondheid.
Structurele Verschijnselen
Toename van het aantal juristen, rechtszaken en wettelijke regels sinds de jaren . Explosie in de jaren .
Variatie tussen Landen
Japan vs. VS: Japan heeft een schaamtecultuur en minder advocaten; conflicten worden liever binnenskamers opgelost. De VS is individugericht en juridisch agressiever.
Nederland vs. Noordrein-Westfalen: Hoewel cultureel gelijk, heeft NW veel meer civiele zaken ( per inwoners) vergeleken met Nederland ( per ), wat verklaard wordt door de juridische infrastructuur (toegang en ADR).
De Grondleggers van de Sociologie
Karl Marx (1818-1883)
Infrastructuur (Benedenbouw): De economische basis, bestaande uit productiekrachten (grondstoffen, machines, arbeid) en productieverhoudingen (bezitters versus niet-bezitters).
Superstructuur (Bovenbouw): Recht, religie en politiek. Deze dienen om de macht van de heersende klasse te legitimeren (Ideologie).
Recht: Een instrument voor onderdrukking en een bron van "vals bewustzijn".
Houtdiefstallen (1842): Een cruciaal moment waar Marx zag dat gewoonterecht (hout sprokkelen) werd gecriminaliseerd ten gunste van private grondeigenaren.
Emile Durkheim (1859-1917)
Sociale feiten: Manieren van doen die een dwingende invloed uitoefenen op het individu.
Solidariteit:
Mechanisch (Primitief): Gelijkheid, hoog collectief bewustzijn, repressief recht (straf).
Organisch (Modern): Arbeidsdeling, onderlinge afhankelijkheid, restitutief recht (herstel).
Misdaad: Is een normaal sociaal verschijnsel; het markeert de grenzen van de moraliteit en kan vernieuwing tonen.
Zelfmoord: Geen louter individueel feit, maar gekoppeld aan sociale cohesie (egoïstisch, altruïstisch, anomisch).
Max Weber (1864-1920)
Verstehen: Het begrijpen van de motieven achter sociaal handelen.
Rationalisering: De wereld wordt efficiënter, maar ook een "ijzeren kooi" van bureaucratie.
Legitimiteitstypen:
Traditioneel: Gebaseerd op sacrale waarden.
Charismatisch: Gebaseerd op de persoon van de leider.
Wettelijk-rationeel: Gebaseerd op formele procedures en wetten.
Wetgeving en Beleid
Deregulering (Huyse)
Kritiek op de overregulering (hyperlexie). Er ontstaan externe kosten (economische rem) en interne kosten (bureauclast).
Therapieën: Kwaliteitsverbetering (codificatie), reguleren met maat (kosten-baten) en amputatie (ontmanteling).
Modellen van Wetgeving (Huls)
Synoptisch: Rationeel draagboek, top-down.
Agendabouw: Bottom-up; van diffuse onvrede naar politiek probleem.
Bureaupolitiek: Strijd tussen departementen (kokervisie).
4 Rationaliteiten: Wetgeving moet politiek, juridisch, economisch en technologisch kloppen.
Onderhandelend Wetgeven
Verschuiving van bevel naar onderhandeling. Ambtenaren fungeren als "montage-artiesten" die met belangengroepen overleggen.
Handhaving (Handhaving)
Vilhelm Aubert
Onderzoek naar de Noorse Wet op het Huishoudelijk Personeel (). Ondanks de wet veranderde er weinig door gebrek aan controle en de sociale hiërarchie tussen dienstmeisje en huisvrouw.
Symboolwetgeving: Wetten die enkel op papier bestaan zonder werkelijke handhaving.
Tafel van Elf (Checklist voor Handhaafbaarheid)
Spontane naleving: Kennis, kosten/baten, acceptatie, normgetrouwheid, informele controle.
Handhavingsdimensie: Meldingskans, controlekans, detectiekans, selectiviteit, sanctiekans, sanctie-ernst.
Politie en Community Oriented Policing (COP)
Overpolicing: Te veel aandacht voor "vaste klanten" (daders en zwakke slachtoffers).
Underpolicing: Te weinig contact met zelfredzame groepen of onbekende problematische groepen.
Vervormende spiegels: Wederzijdse negatieve percepties tussen politie en burger.
Geschillenbeslechting en Rechtspraak
De Juridische Ijsberg (Galanter)
Slechts een fractie van de conflicten bereikt de rechter. Meerderheid wordt informeel opgelost.
Dispuut Pyramide (Wouter & van Loon): Fase van Naming (probleem herkennen), Blaming (iemand verantwoordelijk houden) en Claiming (vordering stellen).
Niklas Luhmann: Legitimiteit door Proces
Recht is een subsysteem dat complexiteit reduceert.
Legitimiteit komt niet door de inhoudelijke "waarheid", maar door de rechtvaardigheid van de procedure. De verliezer moet de beslissing kunnen accepteren omdat het proces eerlijk was.
Straftoemeting (Kristel Beyens)
Rechtspreken is een sociale praktijk. Rechters gebruiken "reasons for reasons": de beslissing wordt vaak intuïtief genomen en achteraf juridisch gemotiveerd.
Factoren: Gerechtelijk verleden (sterkste voorspeller), sociale positie (positieve discriminatie bij werkenden) en houding op de zitting.
Alternatieve Geschillenbeslechting (ADR)
Vormen: Onderhandeling, bemiddeling, ombudsman, arbitrage.
Nils Christie: Conflicten worden gestolen van burgers door professionele dieven (advocaten).
Machtsverhoudingen: Gevaar dat de sterkste partij domineert bij gebrek aan formele waarborgen.
Recht in de Risicomaatschappij (Ulrich Beck)
Reflexieve Moderniteit
Maatschappij is niet meer gericht op verdeling van welvaart, maar op verdeling van risico's (nucleair, klimaat, chemisch).
Risico's overstijgen nationale grenzen (Tsjernobyl ) en zijn vaak onzichtbaar voor de leek.
De Vier Wachters van de Risicomaatschappij
Internationale Advocatuur: Gebruik van Class Actions (groepsvorderingen) tegen multinationals.
Technische Normenstellers: Experts in comités die standaarden bepalen voor veiligheid.
Reflexief Bestuur: Overheid die horizontaal onderhandelt over veiligheidsnormen.
Actieve Rechtspraak: Rechters die moeten oordelen op basis van complexe bewijsvoering en deskundigenverslagen.
Collectieve Schade
Sluipende schade (bijv. asbest, DES-pil) is moeilijk aan te tonen door onduidelijke causale verbanden. Groepsvorderingen helpen slachtoffers om de machtsongelijkheid met repeat-players (bedrijven) te overbruggen.