biologie Metazoa testvragen dierengeneeskunde

  1. Geef de algemene kenmerken van de Porifera

    • marie of (minder) zoetwater

    • diblastisch; aggregaat van cellen, zonder veel celcoördinatie

    • lichaam= kanaalsysteem (oa spongioceel met instroom- en uitstroomopeningen; aanvoer O2 afvoer afval CO2

    • basis lichaamswande: dermale laag (pinacoderm, ectoderm); gastrale laag (endoderm) met chaonoctyen; mesogloea of mesohyl met archaeocyten en afgeleiden

    • skelet: spongine (collageen) + spicula’s (kalk of kiezel)

    • vertering: intracellulair, via omweg (chaonocyten verzamelen en archaeocyten verteren)

    • excretie, ademhaling: diffusie

    • zinuwstelsel: geen, wel lokale reactie

    • hermafrodiet of gescheiden geslacht

    • omslachtige bevruchtingstechniek

    • ongeslachtellijk: gemmula’s

  2. Hoe verloopt de voedselgaring en de vertering bij de Porifera?

    De choanocyten halen de voedseldeeltjes uit het water en de archaeocyten verteren het voedsel.

  3. Wat zijn choanocyten?

    Choanocyten(kraagcellen), ovoïde cellen met 1 uiteinde in de mesogloea en het andere in contact met het spinioceel, kanaam of kamer.

  4. Wat zijn archaeocyten?

    Amoeboïde cellen die rondlaveren in mesofloea. Functie in opnemen voedsel en vertering, voortplanting, bevatten kleur.

  5. Wat is de functie van spongine; wat is de samenstelling?

    Ondersteunt de sponsen zodat de kanaalsytemen niet dichtslaan. Bestaat uit een type collageen.

  6. Welke stekeltypes kunnen voorkomen?

    Kiezel(SiO2) of kalkstekels(CaCO3)

  7. Wat is het verschil tussen het Ascon- en het Leucontype?

    Ascontype: spongioceel omgeven door choanocyten

    Leucontype: spongioceel is onduidelijk

  8. Wat is de functie van de gemmula’s?

    Zorgen voor overwintering en zijn een verspreidingsmiddel

  9. Geef de algemene kenmerken van de Plathelminthes

    • Dorsoventraal afgeplat

    • Bilaterale symmetrie

    • Triblastische organismen

    • Acoelomaten(gn holte in mesenchym=

  10. Binnen de Plathelminthes komen verschillende bouwtypes van de epidermis voor.

    Welke?

    Met trilhaarepitheel: Turbellaria

    Syncytiale epidermismet ingezonken delen : Trematoda en Cestoda

  11. Wat zijn protonefridiën?

    Het protonefridium bestaat uit vlamcellen of solenocyten : deze halen uit de intercellulaire

    ruimte de afvalstoffen, filtert ze en brengt ze samen in 1 kanaal. Het is dus een

    excretiemechanisme

  12. Welke Plathelminthes-groepen hebben een directe ontwikkeling

    De Turbellaria(vrijlevende vormen)

  13. Wat is het verschil tussen endolecithale en ectolecithale eitjes?

    Endolecithale worden geproduceert door het ovarium, ectolecitale door het

    germarium.

  14. Wat bedoelt men met heteroxeen?

    De parasiet heeft meerdere gastheren

  15. Adulte Trematoda zijn steeds parasieten; op welke diergroepen?

    Parasieten van vertebraten

  16. Waar komt Fasciola hepatica voor; welke ziekte veroorzaakt deze worm?

    Deze worm veroorzaakt leverbotziekte(distomatosis), in galkanalen van de meeste

    huisdieren

  17. Geef de ontwikkelingscyclus van Fasciola hepatica.

    Eitjes komen in buitenwereld door ontlasting(vochtige grond!) getrilhaarde

    miracidium larve op zoek naar tussenwaard(Limnea-slak) prim. Sporocyste

    redia larven met docherredia(vermenigvuldigen ongeslachtelijk) cercaria(staart)

    kriupt uit slak metacercarium(cyste op plant) opgenomen door zoogdier,

    ontluiking cyste galkanaal(duodenum) leverbot doorbaart darmwan

    buikholte(24u) lever(5dagen) galwegen(7weken) , na 3 maanden geslachtsrijp

  18. Geef een overzicht van de larvale vormen die voorkomen bij Fasciola hepatica

    Miracidium(zoekt naar tussenwaard)

    Redia

    Cercaria

    metacercaria

  19. Geef de ontwikkelingscyclus van Schistosoma haematobium.

    Wijfje legt eitjes in bloedvaten(ontsteking) eitjes met stekels doorboren

    urineblaas(hematurie) en worden uitggedreven miracidium larve in water zoekt

    slak op prim. Sporocyste secundaire sporocyste talrijke cercaria(gevorkte

    staart+ chitineuze stekels) dringen huid mens binnen leverpoortader tot

    geslachtsrijp, paarvorming fixatie in urineblaas(tot 30 j)

    arcia

    mogelijke infectie via huid door cercaria

    in lichaam ombouw tot schistosomula (zonder staart)

    eitjes veroorzaken ook schade in gastheer

  20. Wat is een opisthaptor?

    Een sterk ontwikkeld fixatieapparaat bestaat uit zuignappen met haakjes.

  21. Hoe wordt het voedsel opgenomen door de Cestoda?

    Via het tegument door absorptie(pinocytose) en actief transport.

  22. Wat zijn: scolex, proliferatiezone, proglottiden, strobila?

    Scolex: kleine, mondloze kop met zuignappen.

    Proliferatiezone: groeizone achter de kop.

    Proglottiden: schijnsegmenten, kopiëren genitaalstelsels(reproductie) schuiven steeds

    verder weg van de kop.

    Strobila: lange ketting van proglottiden(lintwormketting)

  23. Geef de ontwikkelingscyclus van een ‘algemene’ lintworm.

  24. Waar vindt men de verschillende fasen van Taeniarhynchus saginatus?

    Hoofdgastheer: mens(dunne darm)

    Tussengastheer: rund(spieren+hersenen)

  25. Geef de ontwikkelingscyclus van Taeniarhynchus saginatus.

    Afzetting proglottide larven in embryofoor opname door rund, ambryofoor

    wordt afgeworpen in maag/duodenum bloedvaten ,spieren(soms hersenen) vin

    of cysticercus opname door mens(rauw onvoldoende verhit vlees) fixatie op

    darmwand en ontwikkeld tot lintworm

  26. De varkenslintworm is voor de mens gevaarlijker dan de runderlintworm; waarom?

    door opname van proglottiden met hexacanthlarven kunnen

    vinnen zich bij mens ontwikkelen in spieren, ogen,

    ruggenmerg, hersenen(ernstige zenuwstoornissen kunnen optreden)

    cysticercose als mens tussengastheer is

  27. Waarom is Echinococcus multilocularis gevaarlijker voor de mens dan E.

    granulosus?

    De vertakte hydatide(meerkamerig) bij E multilocularis zorgt voor een snellerebeschadiging van heet aangetaste weefsel.

  28. Welke stadia komen voor bij Diphyllobothrium latum en waar komen deze stadia

    voor?

    Coracidium

    Na opname roeipootkreeftje(cyclops) ontwikkeling tot procercoïd

    Plerocercoïd in de spieren vd vis.

  29. Duidt bij de bekeken lintwormen de soorten aan waarvan de mens

    hoofdgastheer,tussengastheer of beide is.

    Taeniarynchus saginatus(runderlintworm): hoofdgastheer

    Taenia solium(varkenslintworm):beide

    Echinococcus granulosus(hondenlintworm):tussengastheer

    Dihyllobothrium(vislintworm):hoofdgastheer

  30. Geef de algemene kenmerken van de Nematoda.

    bilateraal symmetrische,

    triblastische

    pseudocoelomaten

    spoelvormige wormen met

    ronde doorsnede

    bedekt door dikke cuticula

    myoepitheliale spieren met

    uitloper naar de zenuwen

    simplistisch excretiestelsel

    simplistisch zenuwstelsel

    geen circulatie- en

    ademhalingsstelsel

    eenvoudige niet gespierde

    darm

    geslachten gescheiden

    (enkele hermafrodieten)

    reproductie enkel via

    gameten (seksuele

    reproductie

    via bevruchting of

    parthenogenese)

    draadvormig

    geslachtsstelsel

    alomtegenwoordig(vrijleven

    de en parasitair)

  31. Uit welke component is de cuticula van Nematoda opgebouwd?

    collageen

  32. Wat is het hoofdkenmerk van de Tylenchida? Hoe ziet hun oesophagus er uit?

    procorpus, metacorpus (middenbulbus), eindbulbus

  33. Waarom heeft bij Enterobius vermicularis meestal auto-infestatie plaats?

    Door jeuk begin je krabben waardoor je opnieuw geïnfecteerd wordt.

  34. Welke schade veroorzaakt Ancylostoma duodenale?

    Verhindert bloedstolling waardoor de veroorzaakte wonden blijven

    bloeden(anticoagulentia) en beschadigen darmvlokken.

    anemie(bloedarmoede)

  35. Hoe gebeurt de infectie bij Ancylostoma duodenale?

    Besmetting gebeurt tijdens het derde larvaal stadium(L3)

    Kan percutaan zijn( via voethuid) , kruipt onder de huid, of peroraal(door de mond,

    drank)

  36. Geef de infectieweg en de ontwikkelingscyclus van Wuchereria bancrofti.

    Als microfilariën in mensenbloed(hoofdgastheer) opname door door muggen en

    ontwikkelen verder: middendarm naar zuigsnuit(L3) infectie bij steken en migeren

    naar lymfevaten en knopen viviparie, groei: nieuwe microfilariën, zorgen voor

    verstopping van de lymfevaten.

    Migratiegedrag: van cutane naar diepere bloedvaten en omgekeerd.

39. Wat zijn de vectoren van Loa loa en Onchocerca volvulus?

Loa loa(oogworm):chrysops-vliegen

Onchocerca volvolus: Similium (blackfly)

40. Hoe kan je besmet geraken met Dracunculus medinensis?

Besmetting door het drinken van water dat besmette cyclops-kreeftjes(vector) bevat

41. Wat is eutelie?

Het lichaam bestaat uit een constant aantal cellen

42. Wat is een mastax?

ectodermale farynx die ook als kauwmaag fungeert, hierin liggen de monddelen of

trophi

43. Hoe is de lichaamswand van de Monogononta opgebouwd?

De epidermis is zwaar aangerijkt met vezelig materiaal waardoor een pantser of lorica

gevormd wordt

44. Wat is het verschil tussen mictische en amictische wijfjes bij de Monogononta?

Amictisch: ameiotische(diploïde) parthenogenese

Mictisch: bevruchting

45. Geef de voortplantingscyclus bij de Monogononta.

Amictisch wijfje: vermenigvuldigt parthenogenetish diploïde eitjes(rusteitjes)

Mictisch wijfje : produceert haploïde eitjes(zomereitje)die bevrucht worden door

mannetjes(bevruchtingsstekel). Indien ze niet bevrucht worden ontstaan er

mannetjes(mannetjeseitjes

46. Geef de algemene kenmerken van de Mollusca

  • Triblastische coelomaten

  • Bilaterale symmetrie(behalve gastropoda,torsie)

  • Spiraalklieving

  • Ametamerie: geen extremiteiten en geen segmentatie

  • Lichaam: kop en romp, de mantelepidermis vormt de schaal(CaCO3)

  • 2 expansies: ventraal de voet en dorsaal de mantel

  • Gereduceerd coeloom: pericardiale en genitaalholte

  • Hemoceel: neemt rol coeloom over, hemolymfe, geen communicatie met

    buitenwereld, hydrostatische skeletfuncties

  • Open bloedsomloop, aorta+ contractiel hart(cephalopoda:gesloten) ,

    ademhalingspigmenten in opl(hemoglobine(Fe) en hemocyanine(Cu))

  • Zenuwstelsel: ganglia verbonden met connectieven en commisuren

  • 3-6 paar ganglia: cerebraal, pedaal, pleurovisceraal, buccaal, pariëtaal

  • Spijsvertering: radula, speekselklieren en hepato-

    pancreas(vertering,absorptie,excretie)

  • Ademhaling: door epidermis kieuwen of longen

  • Exvretie: nieren met metanefridia vanuit pericardiaal coeloom

  • Voortplanting: gescheiden/hermafrodiet, inwendige/uitwendige bevruchting,

    meestal ovipaar, niet aseksueel

  • Indirecte ontwikkeling: larven

    • trochophora-larve

      • vrijzwemmend bij primitieve

      • direct omgebouwd naar juveniel bij primitieve

    • veliger-larve

      • uit trochophora-larve bij meeste Gastropoda en Bivalvia

      • dikwijls ontwikkelt trochophora zich in de eischaal: veliger ontluikt

    • glochidium: ectoparasitaire veliger (Unionidae)

      • Directe ontwikkeling

    • Pulmonata, Cephalopoda

47. Welke larvale types komen voor bij de Mollusca?

Trochophora-larve: vrijzwemmend, meteen omvorming naar juveniel

Veliger-larve: uit trochophora-larve(Gastropoda,bivalvia), trochophora ontwikkelt in

eischaal