Jurisprudentie Goederen- & Insolventierecht Week

Arrest Essentie

1. Portacabin (r.o. 3.3.)
  • De Hoge Raad (HR) heeft maatstaven geformuleerd voor de bepaling of een gebouw of werk duurzaam is verenigd met de grond.

  • Indien een gebouw of werk duurzaam met de grond verenigd is in de zin van art. 3:3 lid 1 BW, dan geldt:

    • Het is naar aard en inrichting bestemd om duurzaam ter plaatse te blijven (bestemmingscriterium).

    • De bepaling of iets duurzaam ter plaatse bedoeld is, moet gebeuren aan de hand van de intentie van de bouwer, voor zover deze naar buiten kenbaar is.

  • Verkeersopvattingen kunnen worden overwogen voor verdere toelichting van termen als "duurzaam", "verenigd", "naar buiten kenbaar" en "bestemming".

2. Rabobank / Reuser
  • Dit arrest behandelt de mogelijkheid voor de verkrijger van een onder eigendomsvoorbehoud geleverde zaak om een rechtsgeldig pandrecht te vestigen op zijn voorwaardelijke eigendomsrecht.

  • Een koper kan een geldig (onvoorwaardelijk) pandrecht vestigen op zijn voorwaardelijke eigendomsrecht, dat kan uitgroeien tot onvoorwaardelijk eigendomsrecht na faillissement door betaling aan de verkoper.

  • Het eerder verleende pandrecht verandert automatisch in pandrecht op het onvoorwaardelijke eigendomsrecht, waardoor de zaken aan de pandhouder toekomen.

3. Oryx / Van Eesteren
  • Dit arrest behandelt de rechtsgevolgen van een overeengekomen onoverdraagbaarheidsbeding, specifiek met betrekking tot een verpandingsverbod.

  • Volgens art. 3:83 lid 1 BW zijn vorderingsrechten overdraagbaar.

  • Echter, art. 3:83 lid 2 BW staat overgang door een contractueel beding tussen schuldeiser en schuldenaar niet toe, wat leidt tot niet-overdraagbaarheid van de vordering zelf en staat een geldige verpanding in de weg.

  • Een contractueel verbod tot overdracht of verpanding heeft zowel verbintenisrechtelijke als goederenrechtelijke werking.

4. Coface / Intergamma
  • Dit arrest gaat over de vraag of een contractueel overdraagbaarheids- of verpandingsverbod ook goederenrechtelijke werking heeft.

  • De uitleg moet objectief zijn, langs de Haviltex-maatstaf, en aannemen dat bedingen enkel verbintenisrechtelijke werking hebben, tenzij anders aangegeven.

  • Het beding moet dus zo worden uitgelegd dat het duidelijk is dat goederenrechtelijke werking is beoogd.

5. Dix q.q. / ING
  • In dit arrest wordt besproken hoe het bepaalbaarheidsvereiste moet worden opgevat voor een verzamelpandakte om toekomstige vorderingen verpand te krijgen.

  • Banken kunnen, mits een geldige volmacht aanwezig is, vorderingen via een verzamelpandakte aan zichzelf verpanden.

  • Het bepaalbaarheidsvereiste van art. 3:84 lid 2 BW jo. art. 3:98 BW moet ruim worden geïnterpreteerd; als de vindplaats van de pandrechten in de akte is opgenomen, is dat voldoende.

6. Banque de Suez / Bijkerk
  • Dit arrest verduidelijkt de positie van de beslaglegger en de blokkadewerking bij beslag ten opzichte van de hypotheekhouder.

  • Art. 33 lid 2 Fw verhindert dat een beslaglegger zelf het beslagen goed uitwint na faillissement; deze mogelijkheid wordt overgedragen aan de curator.

  • De blokkerende werking van art. 505 lid 2 Rv blijft bestaan, waardoor hypotheken die na beslag zijn gevestigd, niet voor de beslaglegger gelden.

7. Ontvanger / De Jong q.q.
  • Dit arrest kijkt naar de positie van de beslaglegger als de roerende zaak door de schuldenaar wordt vervreemd.

  • Art. 453a lid 1 Rv bepaalt dat een vervreemding na beslag niet tegen de beslaglegger kan worden ingeroepen. De beslaglegger houdt zijn verhaalsrecht, zelfs als de zaak niet meer in het vermogen van de schuldenaar is.

  • Mocht de derde-verkrijger failliet gaan, valt de beslagen zaak in diens boedel, en kan de beslaglegger zijn recht daar niet meer onder uit oefenen; dit komt dan bij de curator te liggen.

8. Van Leuveren q.q. / ING
  • Dit arrest bepaalt of een rechtshandeling ter uitvoering van een overeenkomst als onverplicht kan worden beschouwd in de zin van art. 42 Fw.

  • Een overeenkomst zonder voorafgaande verplichting kan als onverplicht gelden, maar dit is niet zo voor de rechtshandeling die daarop volgt.

  • Een volmacht die alleen is bedoeld voor verpanding wordt beschouwd als uitvoering van de verpandingsovereenkomst en kan niet als onverplicht worden aangemerkt.

9. Bosselaar q.q. / Interniber
  • Dit arrest verduidelijkt dat benadeling van schuldeisers, zoals bedoeld in art. 42 Fw, ook kan optreden indien hun verhaalsmogelijkheden worden aangetast, zelfs als het vermogen niet vermindert.

  • Zelfs als een redelijke prijs voor geleverde zaken wordt betaald, kan de opbrengst beschikbaar zijn voor schuldeisers, waardoor er sprake is van benadeling.

10. Van Dooren q.q. / ABN AMRO II
  • Hier wordt gesteld dat verstoring van de rangorde door aanvullende zekerheidsstelling ook benadeling onder art. 42 Fw kan zijn.

  • Als de extra zekerheid niet aangewend hoeft te worden, leidt dit tot nadelen voor andere schuldeisers.

11. Van Dooren q.q. / ABN AMRO III
  • Dit arrest biedt extra uitleg bij art. 42 lid 2 Fw; de betrokken partijen moeten weten dat hun handeling benadelend zal zijn.

  • Als de handeling plaatsvond terwijl faillissement met enige waarschijnlijkheid verwacht kon worden, rust de bewijslast bij de curator die probeert te vernietigen.

12. Gispen q.q. / IFN
  • Dit arrest verduidelijkt de voorwaarden voor een geslaagd beroep op art. 47 Fw, wat samenspanning tussen schuldeisers en schuldenaren vereist.

  • Weten dat een handeling andere schuldeisers benadeelt is onvoldoende; zowel partijen moeten de intentie hebben om deze voordelige positie te verkrijgen.

13. Koot Beheer / Tideman q.q.
  • Dit arrest biedt een uiteenzetting van de ontstaansgronden voor boedelschulden.

  • Boedelschulden zijn tenzij zij ontstaan door wettelijke bepalingen, de curator zijn hoedanigheid of het handelen van de curator die zijn verplichtingen overtreedt.

14. Hollander’s Kuikenbroederij
  • Dit arrest behandelt hoe "kosten tot behoud van een goed" ingevuld moeten worden.

  • "Kosten tot behoud" volgens art. 3:284 lid 1 BW verwijzen enkel naar noodzakelijke fysieke kosten; onderhoudskosten vallen hier dus niet onder, behalve in bijzondere omstandigheden zoals levensgevaar voor dieren.

15. Winters / Kantoor van de Toekomst
  • In dit arrest is geoordeeld dat de houder van een retentierecht op een onroerende zaak (art. 3:291 BW) zijn recht enkel kan inroepen tegen derden met later persoonlijk recht als hij voldoende duidelijke feitelijke macht over de zaak behoudt.

16. De Ranitz en de Leeuw q.q. / Ontvanger
  • Dit arrest bepaalt de rangorde van boedelschulden.

    • 1. Curator

    • 2. Bijzonder voorrecht

    • 3. Algemeen voorrecht

    • 4. Concurrente vordering

  • Het salaris van de curator moet altijd eerst worden betaald, ongeacht andere voorrechten.

17. Ontvanger / Hamm q.q.
  • Dit arrest richt zich op de verplichting van de curator om onverschuldigde betalingen na faillissement ten gevolge van vergissingen ongedaan te maken.

  • Bij onverschuldigde betalingen door vergissingen betreft het een superpreferente boedelschuld die direct betaald moet worden, zonder in rangorde te verschijnen.