Ecosystemen en Duurzame Ontwikkeling
Ecosysteem
- Een ecosysteem is het geheel van relaties tussen organismen van de levensgemeenschap én de relatie tussen organismen en abiotische factoren van de biotoop.
- Ecosysteem = biotische + abiotische factoren die elkaar beïnvloeden
Voedselrelaties
- Voedselketen: Een aaneenschakeling van organismen waarbij de vorige schakel als voedsel dient voor de volgende schakel.
- Voorbeeld: eikenblad → rups → koolmees → boomvalk
Voedselweb
- Voedselweb: Meerdere met elkaar verbonden voedselketens.
- Voorbeeld in een eikenbos: eikenblad, eikenschors, eikel → slak, rups, mier, kever → lijster, koolmees, groene specht, muis → blauwe reiger, boomvalk, bosuil, kikker
Voedselkringloop
- Belangrijkste schakels: producent, consument, en reducent.
- Producenten: Groene planten die zelf energierijke organische stoffen produceren via fotosynthese.
- Consumenten: Consumeren energierijke stoffen die ze bij andere organismen moeten halen.
- Herbivoren: planteneters
- Carnivoren: vleeseters
- Omnivoren: alleseters
- Detrivoren: eten plantaardige/dierlijke resten
- Aaseters: eten resten van prooien
- Reducenten: Alle dierlijke/plantaardige resten worden door de reducenten omgezet tot anorganische stoffen (mineralisatie), zoals water, nitraat, ammonia. Reducenten zijn schimmels en bacteriën
Voedselpiramide
- 3 soorten:
- Piramide van aantallen
- Piramide van biomassa
- Piramide van energie
Piramide van aantallen
- Elk voedselniveau stelt een bepaald aantal organismen voor; hoe breder het niveau, hoe meer organismen.
- Voorbeeld: bomen (producenten) → bladeters (consumenten eerste orde) → insecten en vogels (consumenten tweede orde) → roofvogels (consumenten derde orde)
- Afwijkende piramide van aantallen in het ecosysteem bos wordt vertegenwoordigd door:
- bomen (producenten)
- bladeters (consumenten eerste orde)
- Insecten en vogels (consumenten tweede orde)
- roof-vogels (consumenten derde orde)
Piramide van biomassa
- Biomassa: Totale hoeveelheid droge massa.
- Per niveauovergang gaat er ongeveer 90% biomassa verloren; slechts 10% van het opgenomen voedsel wordt als bouwstof voor cellen gebruikt.
- Verklaring voor verlies van biomassa:
- Organismen sterven zonder gegeten te worden.
- Prooien worden niet volledig opgegeten.
- Veel van de biomassa dient als brandstof.
- Uitwerpselen bevatten nog veel onverteerd materiaal.
- Voorbeeld piramide van biomassa in een vijver:
- Producenten: 1000kg
- Consumenten eerste orde: 100kg
- Consumenten tweede orde: 10kg
Piramide van energie
- Slechts 10% van de chemische energie die aanwezig is op een bepaald niveau wordt ingebouwd in het volgende voedselniveau.
Energiestroom in ecosysteem
- Producenten zetten ongeveer 1% van de lichtenergie van de zon om in chemische energie.
- Tussen de niveaus is er telkens een verlies van 90% energie.
- Verklaring van energieverlies:
- Organismen sterven zonder gegeten te worden.
- Prooien worden niet volledig opgegeten.
- Veel van de biomassa dient als brandstof.
- Uitwerpselen bevatten nog veel onverteerd materiaal.
- Energie komt vrij tijdens celademhaling.
- Veel energie komt vrij als warmte.
- Een ecosysteem is dus verlieslatend op het vlak van energie. Energieverlies is groter bij planteneters dan vleeseters (uitwerpselen).
Materiekringlopen in ecosystemen
- Koolstof, waterstof, zuurstof, stikstof, en fosfor zijn de meest noodzakelijke elementen voor het vormen van organische stoffen.
- De voorraad aan organische stoffen is bijna onuitputtelijk dankzij allerlei kringlopen van materie.
Koolstofkringloop
- Belangrijke processen:
- Koolstofassimilatie via fotosynthese.
- Celademhaling.
- Verbranding van fossiele brandstoffen.
Zuurstofkringloop
- Zelfde processen als koolstofkringloop: fotosynthese, celademhaling, en verbranding van fossiele brandstoffen.
- Koolstof- en zuurstofkringloop zijn dus zeer nauw verweven met elkaar.
Stikstofkringloop
- 4 belangrijke processen:
- Stikstofassimilatie
- Stikstoffixatie
- Nitrificatie
- Denitrificatie
Stikstofassimilatie
- Stikstof is belangrijk voor het maken van eiwitten.
- Planten gebruiken anorganische stikstofverbindingen (nitraationen of ammoniumionen) om hieruit plantaardige organische stikstofverbindingen (plantaardige eiwitten) te maken.
- Planteneters krijgen stikstof via de consumptie van planten (plantaardige eiwitten → dierlijke eiwitten).
- Vleeseters eten dieren op en krijgen op deze manier dierlijke eiwitten (stikstof) binnen.
Stikstoffixatie
- Grootste voorraad stikstof in de atmosfeer is stikstofgas.
- Planten kunnen dit gas NIET gebruiken als stikstofbron.
- Stikstofgas kan omgezet worden naar ammonium- of nitraationen.
- Ammoniumionen kunnen via bliksem ontstaan uit stikstofgas.
- Stikstoffixerende bacteriën in de bodem.
- Stikstoffixerende bacteriën die leven in wortelknolletjes.
Ammonificatie
- Eiwitten zouden uit de voedselketen kunnen verdwijnen doordat dieren/planten niet worden opgegeten. (zie stikstofassimilatie)
- Organismen sterven door ziekte, uitwerpselen bevatten eiwitten etc.
- Oplossing: tussenkomst van reducenten (bacteriën) die deze eiwitten omzetten naar ammonia (NH4+).
Nitrificatie
- Nitrificerende bacteriën zetten ammonium om in nitraat.
- Hierdoor wordt de nitraatvoorraad voor planten continu aangevuld.
- Bacteriën hebben zuurstofgas nodig voor dit proces.
Denitrificatie
- Denitrificerende bacteriën zetten nitraat om in stikstofgas.
- Dit proces vindt plaats indien er te weinig zuurstofgas aanwezig is; bijvoorbeeld, het water in de bodem bevat te weinig opgelost zuurstofgas.
Belang van duurzame ontwikkeling
- Veel ecosystemen staan zwaar onder druk door menselijke activiteit.
- Problemen:
- Uitputting van fossiele brandstoffen
- Uitputting van mineralen
- Opwarming van de aarde
- Achteruitgang biodiversiteit
- Watertekorten
- Vervuiling
- Earth overshoot day 2019 was juli 29.
Duurzame ontwikkeling
- De ontwikkeling die voorziet in de basisbehoeften van de huidige generaties, zonder daarbij de basisbehoeften van toekomstige generaties in gevaar te brengen.
- “Genoeg voor iedereen en altijd”
- Genoeg: basisbehoeften van mens voorzien
- Iedereen: alle mensen moeten er baat bij hebben, kloof dichten tussen rijk en arm
- Altijd: ook voor toekomstige generaties
- Evenwicht tussen 3 belangen:
- Ecologisch: Houdbaar
- Economisch: Duurzaam
- Sociaal: Rechtvaardig
- Rechtvaardig: genoeg voor iedereen
- Houdbaar: voor altijd
- Leefbaar: voor mens en natuur
Milieuvriendelijke logo's
- a producten die biologisch geteeld zijn
- b statiegeld
- chout dat op een verantwoorde manier werd geproduceerd
- d product met ecotaks
- e visproducten van verantwoorde visserij
- f producten van eerlijke handel
- g Europese aanduiding voor milieuvriendelijke producten