De Koude Oorlog (2)

De Koude Oorlog

Inleiding

  • Verdeelde de wereld na de Tweede Wereldoorlog.

Achtergrond

  • Tijdens WOII: wantrouwen tussen VS en SU.

  • Beide landen wilden invloed uitbreiden met tegenstrijdige ideologieën.

  • Nooit rechtstreekse militaire confrontatie.

  • Wapenwedloop met atoombom.

Ideologieën

  • Kapitalisme

    • Productiemiddelen in particuliere handen.

    • Aanbod bepaald door de consumenten.

    • Doel: individuele rijkdom.

    • Gewoonlijk verbonden met democratie.

  • Communisme

    • Productiemiddelen in staatsbezit.

    • Aanbod bepaald door de staat.

    • Doel: egalitaire maatschappij, vaak resulterend in dictatuur.

Propaganda en Concurrentie

  • Beide partijen gebruiken propaganda om elkaar te ondermijnen.

  • Voorbeelden van concurrentie: Space Race, films, Olympische Spelen.

Indirecte Confrontaties

  • Veel doden ondanks gebrek aan directe strijd door spionageoorlog (KGB vs. CIA).

  • Ondersteuning van bondgenoten in dekolonisatie in Afrika en Azië verhoogt conflicten.

Historische Context

  • Oktoberrevolutie 1917: Communisten onder Lenin grijpen de macht.

  • Eerste communistische land: Sovet-Unie 1922.

  • Afkeer van het Westen groeit.

Jaren voor de Tweede Wereldoorlog

  • Sovjet-Unie is geïsoleerd; Westerse landen willen dit handhaven.

  • Molotov-Ribbentroppact en invasie van Nederland door de Nazi's leidt tot bondgenootschap.

Post-WOII Relaties

  • Aanvankelijke samenwerking tussen VS en SU na WOII, maar wantrouwen groeit.

  • SU vergroot invloedssfeer; communistische regimes in Oost-Europa.

  • Churchill spreekt van 'ijzeren gordijn'.

Amerikaanse Reactie

  • Trumandoctrine: steun voor landen die zich verzetten tegen communisme.

  • Containment-beleid: voorkomen van uitbreiding van communisme.

Containment in de Praktijk

  • Marshallplan: economische hulp aan Europese landen.

  • Oprichtingen van NAVO (1949) en Warsaw Pact (1955).

Duitsland na WOII

  • Duitsland en Berlijn opgesplitst in bezettingszones.

  • Berlijnblokade 1949 en daaropvolgende luchtbrug.

  • Bouw van de Berlijnse Muur in 1961.

Staatsstructuren

  • BRD: Bondsrepubliek Duitsland (West-Duitsland).

  • DDR: Duitse Democratische Republiek (Oost-Duitsland), met vraagtekens bij democratie.